Blossoms De kater van een avondje Amsterdam

Blossoms

“I’m a motherfucking starboy”, kreunde Tom Ogden alvorens een laatste refrein van Charlemagne in te zetten. Vooraf uitgeschreven entertainment, gokken we, maar toch een opflakkering in een slaapverwekkende set. 

Laat het ons eerst eens over dat voorprogramma hebben. Declan McKenna is achttien jaar en zal later dit jaar een album uitbrengen met als producer niemand minder dan James Ford. U weet wel, dé James Ford die geregeld al eens met Alex Turner de studio induikt en te horen is op de beide albums van The Last Shadow Puppets.

McKenna’s band bestaat voor drie kwart uit vrouwen die zich allemaal in dezelfde jonge leeftijdscategorie bevinden waardoor het jeugdig enthousiasme van het podium stormt. We zagen wel vaker jong podiumgeweld genieten van elke kans die ze krijgen om het podium te betreden, maar het potentieel van deze band is uitzonderlijk. Declan McKenna lijkt nu al de hits aan elkaar te rijgen en een song als Paracetamol maakt duidelijk dat deze jonge knaap nog iets te vertellen heeft ook. Na een set van slechts een half uur kunnen we één ding besluiten: Declan McKenna is het beste dat de BBC ons de laatste jaren de strot heeft ingeduwd.

Een schril contrast met de jongens van Blossoms die koud en ongeïnteresseerd hun volmaakte en uitgekiende popsongs aframmelden. De uitgelaten popster, die we verwachtten in de persoon van Tom Ogden, gaf forfait en hits als At Most A Kiss, Getaway en Smashed Piano’s dwaalden voorbij terwijl zijn lange haar levenloos op zijn schouders bleef liggen. De frontman beperkte de interactie met het publiek tot een minimum alsof de kater van een avondje Amsterdam nog moest verwerkt worden.

Het publiek verroerde geen vin met als uitzondering enkele enthousiastelingen die de rechterkant van de zaal als dansvloer hadden ingericht. Daar was dan ook meer dan plaats genoeg voor want de zaal was verre van uitverkocht. Haast onvoorstelbaar als je bedenkt dat Blossoms in Engeland de best verkochte debuutplaat van 2016 afleverde.

Uiteindelijk was het Blown Rose, met voorsprong de strafste song op de plaat, die ons voor de eerste keer meetrok in een stevige atmosfeer van Britse indiepop. En na een akoestisch momentje van zanger Ogden zou de band met hernieuwde energie en enkele sterke songs de set alsnog naar een hoger niveau tillen.

Het dreigende Polka Dot Bones had een B-kantje van Arctic Monkeys kunnen zijn. Deep Grass had dan weer iets weg van een brave versie van The Neighbourhood, maar de grootste sterkhouders van de set bleken Cut Me And I’ll Bleed en – uiteraard – Charlemagne; songs waarin de band nog het best de eigen sound typeert.


February 6, 2017
Jorik Antonissen