Bloc Party - Wisselvallige reanimatie

, 2 juli 2018

Wij zijn altijd van mening dat bands vooral hun zin moeten doen. Niets ergerlijkers dan oude zeurpieten die “de eerste platen toch zoveel beter vinden”. Maar wat Bloc Party betreft, moet ons toch iets van het hart: waarom blijf je iets doen wat je zelf blijkbaar niet zo fijn vindt? Kele Okereke en zijn oude en nieuwe maatjes doen er alles aan om ons ervan te overtuigen dat de band anno 2015 nog relevant is, al krijgen we de indruk dat ze vooral zichzelf daarvan moeten overtuigen.





In Okereke zien wij niet (langer) iemand die met plezier een rockband aanvoert. Hij komt het meeste los wanneer hij geen gitaar omgordt maar enkel zijn stem laat spreken, en voelt zich het meeste in zijn sas wanneer de gitaarriffen doorspekt zijn met een paar vette beats. En er is meer aan de hand. Kele heeft al vaker zijn minachting laten blijken voor het leven van rock-‘n-roll: heel de wereld doorkruisen, van het ene nutteloze interview naar het zoveelste optreden hollen, jezelf laten beledigen door pers en de gebroeders Gallagher; en dat allemaal in een branche waar je jezelf de vreemde eend in de bijt voelt. Kele is homo, van Nigeriaanse origine én stottert, en ergert zich wel eens openlijk aan de kortzichtigheid van de indiebranche, waarin hij en zijn band sinds hun stormachtige debuut tien jaar geleden tegen wil en dank in zijn ondergebracht.

Nee, dan voelde Kele zich veel meer thuis in de de dj-branche, waar hij naar eigen zeggen wél zichzelf kon zijn. Daar kunnen we zeker en vast begrip voor opbrengen. Maar een mens kan zich dan wel eens afvragen waarom hij dan zo koste wat het kost Bloc Party in leven wil houden? Want wat schiet er nog van over, als je de helft van de band vervangt (de oorspronkelijke drummer en bassist zijn er niet meer bij na aanhoudende ruzies) en de muziek in niets nog lijkt op wat de sound die hen eventjes zo mooi en machtig maakte? Vooral als er blijkbaar niet echt iemand wakker ligt van wat er in de plaats komt.

Op zich juichen we de reanimatie van een dood gewaande groep toe – het blijft wonderbaarlijk hoe prachtsongs als Waiting for the 7.18 en Song For Clay (Disappear Here) geen houdbaarheidsdatum lijken te hebben –, maar ons ga je niet wijsmaken dat er woensdagavond veel mensen echt vol spanning zaten te wachten op de songs uit ‘Hymns’, de nog te verschijnen vijfde plaat. Het rustig voortkabbelende Eden? De ambientachtige vibe van Different Drugs? De ietwat klefferige ballad Exes? Klonk allemaal niet slecht, maar kon het ons echt vastgrijpen en door elkaar schudden? Nou nee, doe dan maar gouwe ouwe splinterbommen als Banquet of Helicopter. Of was het de bedoeling om ons te ontroeren? Excuseer, maar dan gaat er toch niets boven de hartenbreker die This Modern Love heet.

Blijven ook overeind, naast de kwaliteit van de oudere muziek: Kele's entertainerskwaliteiten. Zo gesloten is hij naast het podium, zo jolig en energiek acteert hij erop. Hij haalde een jarige fan op het podium om de drumpartijen voor One More Chance te verzorgen (en die deed dat nog verbazingwekkend goed).

De tendens is wel duidelijk: de momenten dat Bloc Party ons echt bij de keel greep, waren niet toevallig de momenten die hun oorsprong hadden in het eerste decennium van dit jaar. In die optiek is het jammer dat er nog relatief drie nummers uit het lauwe ‘Four’ kwamen, hun teleurstellende comebackalbum. Het magistrale ‘A Weekend in the City’ moest het met amper 2 (3, als je Flux meetelt dat in de nasleep ervan verscheen) songs stellen.

Het schrijnendste voorbeeld van de moeite die wij hebben met Bloc Party 2.0? Ongetwijfeld The Love Within, de nieuwe single waarmee Bloc Party solliciteert naar een plekje op de nieuwe Botsautomix van Gunther D. Beste Kele, als je op zoek bent naar een clevere mix tussen rock en elektronica, hoef je niet ver te zoeken: met Flux héb je die grenzen al op geniale wijze laten vervagen, een lied dat woensdag opnieuw voor de meeste gensters in de zaal zorgde. Dit dramatisch gewauwel met een kermisbeat eronder had je gerust achterwege kunnen laten.

3 december 2015
Filip Van der Elst