Bishop Gunn - De kracht van ambacht

Trix, 2 maart 2019

Eén plaat op de teller, zowat honderd (?) man in de bar, maar spelen alsof je voor Wembley Stadion staat. Het is niet iedereen gegeven. Bishop Gunn wel.

Met het hoofdprogramma hadden The Dawn Brothers alvast het ambacht gemeen. Ook dit was rock-‘n-roll, die we - een beetje denigrerend, maar met alle respect - ouderwets zouden durven noemen. Hier stonden vier Hollandse jongens met het rock-‘n-rollhart op de juiste plaats te spelen met het grootste plezier. En dat deden ze met songs, waar het vakmanschap en de liefde voor muziek van af straalde. Zingen deden bassist Levi Vis en gitarist Bas Van Holt (Kapotte snaar? Geen probleem, gewoon doorspelen!) om beurten, terwijl ook drummer Rafael Schwiddessen en toetsenist Rowan De Vos een steentje daartoe bijdroegen. Dat leverde mooie canons (How Come) en vierstemmige samenzang (zowat alle nummers) op. De korte set was bovendien zorgvuldig opgebouwd met een gepassioneerd en enthousiast Swamp People als toppunt en logische afsluiter.

Voor Bishop Gunn bleek muziek meer dan zomaar muziek, maar eerder een levensstijl; of tenminste toch eens ze op dat podium stonden. Zanger-gitarist Travis McCready zong niet alleen alsof hij nog met beide in olifantenpijpen gestoken benen in de late sixties, begin seventies stond, hij kleedde er zich ook naar, inclusief open hemd tot op de navel, een hele verzameling ornamenten rond de nek en bleekgele zonnebril op de neus. Maar al die attributen beletten hem niet om zich volledig te geven, ook al was het maar in de Bar van Trix.

Hoewel wij vooraf een beetje vreesden dat het gemis van blazers en achtergrondzanger(e)s(sen) zich zou laten gevoelen, bleek daar weinig van te merken. Zelfs in Alabama, dat vanwege de gospelinsteek toch drijft op meerdere stemmen, bleek McCready's stem, aangevuld met die van bassist Ben Lewis voldoende om het gevoel over te brengen. Het was duidelijk dat deze jongens al aardig gerodeerd waren en zich de songs helemaal eigen hadden gemaakt.

Eigenlijk zat de sfeer er van bij opener Southern Discomfort meteen in. Er was geen ruimte voor acclimatiseren. Je werd meteen opgenomen in de draaikolk van southern rock, aangezogen door de heerlijke (slide)gitaaruithalen van Drew Smithers, die zijn solo's begeleidde met de gekste, orgastische gelaatsuitdrukkingen. En McCready vulde dat gevat aan met de mondharmonica.

Maar deze band had meer noten op de zang dan enkel maar southern rock. McCready toonde zijn vocale kunnen in een volbloed soulsong als Devil Is A Woman en de riff van Silver Street ging door merg en been en promoveerde de song meteen tot hoogtepunt der hoogtepunten.

McCready toonde zich bovendien een fantastisch frontman, slokte alle aandacht op met een doorleefde manier van zingen, waarbij hij zich in het kruis greep, het gezelschap van de bandleden opzocht en op de rand van het podium ging zitten, terwijl de band intussen het volle pond gaf. Drummer Burne Sharp was trouwens ook niet te benauwd om Mario Goossens-gewijs, rechtopstaand, de drumstick naar het plafond wijzend, zijn deel van de attentie op te eisen.

Zelfs de cover van Hey Jude, toch publiekspleaser pur sang, wisten ze een bluesdraai te geven, waarbij Smithers het nanana-gedeelte aanvankelijk met de gitaar in de song smokkelde om dan toch de toeschouwers het woord te geven. Uitgehold? Misschien, maar hier wel gebracht op een manier, die wij nog konden smaken.

Bishop Gunn is een band die tot aan het middel in het verleden staat, maar dat verleden desondanks een bijzonder warme gloed meegeeft. Of hoe de kracht van ambacht alle vooroordelen kan wegspoelen.

Bishop Gunn & Dawn Brothers @Trix 02/03/2019

3 maart 2019
Patrick Van Gestel (Foto's: Patrick Van Gestel)