Big Next Festival 2015 - Druilerig maar spannend

DOK, Gent, 13 september 2015

Vorig jaar startte Big Next Festival onder een deugddoend herfstzonnetje, maar voor de tweede editie pakten zich grijze regenwolken samen en niet alleen in de lucht: het veelbelovende Man Of Moon zegde af en zo bleven er veertien bands over, die naar de gunst van de hip en would-be-hip zouden dingen.

Big Next Festival 2015 - Druilerig maar spannend



De meeste hippe vogels waren wellicht nog kapsel en kleren aan het uitkiezen toen Hero Fisher zich opmaakte om haar set te spelen in de circustent op de terreinen van DOK. De concerten in de openlucht Arena waren, omwille van het weer, daarheen verplaatst. Vooraf vonden we dat een beetje jammer omdat de Arena vorig jaar het gezelligste plekje was van het festivalterrein, maar de tent bleek algauw niet alleen gezellig, maar ook nodig op deze druilerige editie.

Hero Fisher had haar band thuis in Camden gelaten en bracht enkel maatje en medegitarist Saul Wodak mee. Ze koos er bovendien voor om haar optreden zittend af te werken zodat er een weliswaar gezellige sfeer werd gecreëerd, maar we toch een beetje op onze honger bleven zitten. Fisher speelde geen No Ceremony, Punk of Fear Not Victorious. Toch drie van haar meer bekende zeker overrompelende nummers . Anderzijds, in een bezetting van enkel twee gitaren en haar (geweldige) stem zouden ze niet tot hun recht gekomen zijn.

Wel kregen we nieuwe single Brutish Words, waarin Wodak een gemene slide speelde, een ontroerende versie van Break My Heart And Mend It en - als grootste verrassing - een cover van Jusqu'à Ce Que La Force De T'aimer Me Manque, een song die oorspronkelijk van Catherine Ribeiro is. Met Fisher begon Big Next Festival zoals het had moeten eindigen: in schoonheid.

Een heel andere sfeer bij Teme Tan. Tanguy Haesevoets sloeg gaten in het wolkendek met zijn ontwapenende lach, zijn goedbedoelde pogingen om Nederlands te spreken en natuurlijk ook met zijn zomerse muziek. “Normaal speel ik met mijn eigen… ik bedoel: alleen", zei Haesevoets en barstte in lachen uit omdat hij besefte wat hij zonet gezegd had.

Wat hij bedoelde, was natuurlijk dat hij nu een band rond zich heeft verzameld. Het was nog maar de vierde keer dat ze samen op het podium stonden; een kleurrijk gezelschap, bijeengebracht uit de vier windstreken. De muziek was al even kleurrijk met invloeden uit Afrika, Zuid-Amerika en trok ons in zeven songs over de streep. Of Haesevoets nu in het Frans of Engels zong, het maakte niet uit; het was onmogelijk stilstaan op DarlingOlivia (opgedragen aan de roodharigen onder ons), Amethys of Champion. Binnenkort te zien op Leffingeleuren. Wedden dat daar een Indian Summer zal aanbreken?

Helemaal uit Australië kwam het trio Seekae. Blijkbaar loopt daar nog iets anders rond dan surferboys en kangoeroes, want deze drie bleekneuzen leken net uit een of andere klamme kelder gekropen te komen. Al van bij opener The Worry bleek dat deze elektronica perfect zou passen bij het beton van de DOK-site en het grijze weer.

Af en toe verdwaalden we wat in de lange, instrumentale lappen elektro, maar Another, waarin Alex Cameron zijn beste falset bovenhaalde, bewees waarom de band zo geprezen werd in de pers. En tegen Test & Recognise waren we dan ook omgeswitcht van het zomerse gevoel van bij Teme Tan naar het donkere gevoel van een afterparty, waar de drugs stilaan hun verdovende roes verliezen. Oudje Blood Banks sloot de duistere, kille set af en wij stonden even later alweer in de tent.

Daar begon Anna B Savage zonder boe of ba aan haar set met IV, de slotsong van haar debuut-ep. Savage is sowieso een vrouw van weinig woorden; getuige daarvan de songtitels op haar eerste ep. Ze maakte dan ook geen enkel contact met het publiek, groef zich in diep in haar troebele gevoelswereld, waar heel wat demonen bleken rond te spoken. Af en toe trok ze haar bovenlip op in een emotionele kramp en altijd wanneer ze op haar gitaar soleerde, keerde ze haar rug naar het publiek.

We kregen er de creeps van, maar tegelijk beseften we wat een talent deze vrouw is. Denk SOAK, maar dan voor volwassenen, met een stem die tegelijk broos en krachtig is. Ze mag in november openen voor Father John Misty. Kom op tijd. Je zal er geen spijt van krijgen.

Om de duivels van Anna B Savage van ons af te schudden, trokken we daarna naar Rats On Rafts, waar een drumkit op ons wachtte met daarop in grote letters SATAN. Dat beloofde dus niet veel goeds. En toch!

De update van onze geliefde jeugdgenres post-punk en new wave deed ons bijna onweerstaanbaar zin krijgen om te stagediven en te pogoën, maar daarvoor stond er net te weinig volk vlak voor het podium. Jammer, want de Rotterdammers waren de revelatie van de dag.

Openen deden ze met het meer dan zeven minuten lange Sleep Little Child, maar veel kwam er van slapen niet terecht met beukers als Powder Monkey, Zebradelic en de andere songs uit hun album ‘Tape Hiss’.

Bassist Florian Veenhuis was er nog steeds niet bij na de operatie aan zijn arm. Hij werd dit keer op meesterlijke wijze vervangen door een bassiste waarin we Shelley Emily van Venus Tropicaux meenden te herkennen. De bas is een zeer prominent instrument bij de muziek van de Rats, meer dan alleen maar anker om de losgeslagen anderen bij de les te houden. Vooral gitarist-toetsenist Arnoud Verheul liet zich een paar keer geweldig gaan en screamde zich de longen uit het vege lijf.

Geen enkele bindtekst viel er te bespeuren en toch was het geen seconde stil tijdens deze dolle drie kwartier. De songs liepen gewoon in elkaar over, desnoods via noise en feedback en waren zo een shot van energie. Met deze ratten op een vlot zitten was allesbehalve een straf. Ook een keer meedrijven? Dat kan in Nijdrop op 8 oktober.

Over de set van Palmbomen II valt er minder te vertellen, enkel dat we het gevoel hadden dat we op een donkere beachparty waren beland waar vrouwen met te kleine bikini’s en te grote cocktails hadden moeten rondlopen, maar waar nu enkel parka’s, totebags en modieuze mutsen te zien waren.

Meer gedanst hebben we bij Baio. De bassist van Vampire Weekend brengt deze week zijn nieuwe soloplaat ‘The Names’ uit en daarop zullen heel wat vaatjes eightiespop gevuld worden met eigentijdse beats en sprankelend gitaarwerk. Denk Pet Shop Boys in een blender met Bryan Ferry en nog wat andere new romantics in een eigentijds jasje en je krijgt een idee.

Met het poppy Brainwash yyrr Face en sprankelend zomersingletje Sister Of Pearl werden we ingeleid in de geheimen die ‘The Names’ nog in petto heeft. Zo herbergen Needs en vooral Matter een flinke veeg funk en een Nile Rodgers-gitaartje en drijft het nagenoeg volledig instrumentale Endless River op een zware 4/4 beat.

Naast de tracks uit ‘The Names’ was er ook plaats voor floorfiller Mira en Here Comes The Rain Again, een cover van de Eurythmicsklassieker. Scarlet mocht, net als de plaat, ook de set afsluiten waarna al wie nog niet te moe was, kon gaan meedansen in de heel wat donkerdere club die Vuurwerk uitbaatte in de Box.

Is je kleine zusje fan van Max Colombie, dan heb jij als cool cat waarschijnlijk staan schuifelen bij Vuurwerk. De Brusselaars schuiven heel voorzichtig op richting toegankelijkheid met goedgekozen remixes, maar houden het nog altijd spannend.

Net zoals op Pukkelpop lieten ze hun in elektronica verpakte melancholie ondersteunen door zwart-witte visuals. De eerste bladeren aan de bomen verwelkten onder het deken van de nacht, de herfstregen roffelde een bijpassende ruis onder de beats. Het was nog maar elf uur, maar het leek wel drie uur ’s nachts.

13 september 2015
Marc Alenus