Biffy Clyro Tussen headbangen en huppelen

Biffy Clyro

Biffy Clyro is hoe Coldplay zou klinken als Chris Martin in zijn jeugd wat meer naar Rage Against The Machine had geluisterd. Dat is toch wat wij er ons bij voorstellen. Of dat een goede zaak is, moet uzelf maar uitmaken, maar in Brussel bewezen de Schotten opnieuw dat hun kabbelende reputatie op gebied van platen - laatste worp 'Ellipsis' wisselt meer hoogte-en dieptepunten af dan een bipolaire psychiatriepatiënt - niet in de weg moet staan van een rollercoaster van een liveshow. Biffy fuckin' Clyro, verdomd fuckin' goed!

Biffy Clyro is de antithese van alles wat als "cool" aanschouwd kan worden in de muziek: zanger Simon Neil ziet eruit alsof hij nog nooit zijn haar heeft gewassen en voelt de noodzaak om tussen elke twee woorden het adjectief 'fucking' te gebruiken, en de drie kernleden van de band hebben duidelijk nog nooit van een t-shirt gehoord. Bovendien vallen ze, met hun voorliefde voor melodische hardrock, tussen twee stoelen: hun krachtpatsersrock is te heftig om popliefhebbers te bekoren, hoewel het hen aan sappige refreinen niet ontbreekt, en nogal wat die-hard rockers zien hen dan weer als uitverkopende nestbevuilers die zo snel mogelijk vertrappeld moeten worden.

Terwijl Biffy Clyro eigenlijk hetzelfde recept van een fel gehypete band als Royal Blood volgt, en zelfs al veel langer: al tien jaar geleden bewees Biffy Clyro dat een loeiharde gitaarriff niet in de weg moet staan van een meezingbaar refrein en een melodie die je vlot kan meelippen. België lijkt echter niet als een blok te vallen voor deze Schotten: de akelig lege weide tijdens hun -nochtans enthousiaste- doortocht op Pukkelpop, is daar het sprekende bewijs van.

In een kolkende AB kwam Biffy Clyro wél tot zijn recht: al van bij het openingssalvo Wolves of Winter en Living Is A Problem Because Everything Dies steeg de temperatuur in de zaal enkele graden, tijdens Biblical werden de kelen luid opengezet, en met het rustige Opposites bewees Biffy Clyro voor het eerst dat er ook een gevoelige kant aan is.

Het contrast tussen de knetterende gitaren en het soms hoge kitschgehalte van de teksten zorgde voor een uniek experiment: mannen met lange haren overgevoelige teksten als "Baby if we could, would you go back to the start?" en "'You say I love you boy, but I know you lie. I trust you all the same, I don't know why" zien meekwelen is een niet-alledaags zicht. Het Tien om te Zien-gehalte ging nog verder de hoogte in bij het sowieso al redelijk matige Friends and Enemies - bovendien is een zin als "With a friend as good as you, who needs enemies?" nu ook niet zo geniaal dat je 'm zes keer moet herhalen.

Als we die mankementjes achterwege laten, blijft er wel nog steeds een dijk van een rockshow over: Biffy Clyro rolde ostentatief met de spierballen in een bezeten 57, bij het even vrolijke als gepassioneerde Bubbles was het de hele tijd schipperen tussen headbangen en huppelen, en Black Chandelier en Mountains bleken opnieuw twee uitstekende adelbrieven voor een band die beweert dat je een loeier van een gitaarriff ook kan meefluiten.

Het hoogtepunt bevond zich net voor en net na de bisronde: Many of Horror blijft een kippenvelmoment, ook al hebben we de begeesterende liveversie al duizend maal op YouTube gezien, en in Machines bewees Neil dat er ook een prima singersongwriter in hem sluit. Nadien ging het popgevoelige Animal Style vooraf aan de ultieme afsluiter Stinging Belle, waarbij de volumeknop van de gitaren nog een laatste maal op elf werd gezet - alleen jammer dat de Schotten geen echte doedelzak meenamen om de hyperkinetische outro nog wat extra cachet mee te geven.


February 11, 2017
Filip Van der Elst