Best Kept Secret Festival 2019 - Dag 2: triomf der zotternijen

Beekse Bergen, 31 mei 2019 - 2 juni 2019

Best Kept Secret Festival 2019</b> - Dag 2: triomf der zotternijen

Jolige taferelen op dag twee van Best Kept Secret: net toen de waanzin de festivalweide helemaal dreigde in te palmen, kwam een Nieuw-Zeelandse folkrevelatie met een antiserum om de bezwete lijfjes te louteren en in één klap zieltjes te winnen. Een illuster Duits kwartet, dat de adelbrieven al lang gearchiveerd lijkt te hebben maar nog steeds op het krediet van het publiek rekent, beleefde een roemloze avond.

Yves Tumor is het archetype van de excentrieke rockzanger, die zichzelf al lang niet meer serieus neemt en de draak steekt met de gevestigde rockclichés. Licking An Orchid begon nog zacht meanderend; meewiegvibes die een vals beeld schiepen voor het vervolg, want een stormwind van onstuimige gitaren gierden al snel door de tent. Wie zich niet schrap zette, werd van de sokken geblazen.

Glamrock met een serieuze hoek af, al zijn de contouren nogal ambigu. Noise, hardrock, zwoele r&b en triphop vormden een potpourri die niet altijd even aanhoorbaar was, maar waar je gefascineerd naar bleef staren. De indrukwekkende overgave waarmee Sean Bowie zich de ziel uit het lijf stond te schreeuwen alleen al waren de drie gespendeerde kwartieren waard. De Brian May-lookalike op gitaar was een vleesgeworden rockkarikatuur; een spektakelman pur sang, die aan het wedijveren leek met zijn superieure frontman. Die laatste zal wellicht kunnen pochen met zijn stappentelscore, want geen artiest die meer meters op de planken aflegde dan de man met de blonde lokken. Alle gekheid op een stokje, nu was het tijd voor het serieuze werk.

Zon, strand en Phosphorescent: de setting kon zich niet perfecter aandienen voor Matthew Houck uit Alabama. Vanop podium één weerklonk gezapige indiepoprock, die, met de voeten in het warme, mulle zand, de chillheidsindex ernstig overschreed. New Birth In New England gleed over het strand als een luchtmatras over het Victoriameer, hier in de Beekse Bergen. De slome Americana van My Beautiful Boy wiegde onze hangmat heen en weer, terwijl het keyboardorgeltje in There From Here onze gedachten deed afdwalen naar de Amerikaanse sixties, waar een klimaatapocalyps nog een verre, enge droom was. In de staart van de set blonk een parel van een song: het magistrale Song For Zula, dat naar de gevoeligste snaren solliciteerde. “Yeah then I saw love disfigure me / into something I am not recognizing”, proclameerde Houck met die karakteristieke korrel in de stem. Een huwelijk tussen emotie en ultieme gemoedsrust werd voltrokken en een nieuwe dimensie van “mellow” openbaarde zich voor de Best Kept Secret-meute.

Een tropische Five puilde uit van de nieuwsgierigen die het minimalistische maatwerk van de Nieuw-Zeelandse revelatie Aldous Harding wilden meemaken. En zij kregen waar voor hun geld. Fragiele folk, met moederlijke zorg gebracht - die toewijding bij The Barrel! - liet de ware aard van Best Kept Secret naar boven komen. Ok, onbekend is deze dame niet meer, maar een herkenningsapplaus bij aanvang van de populairste songs bleef toch nog steeds uit. Best Kept diepte deze parel vanuit de indiekrochten naar boven en daar waren de talloze toehoorders dankbaar voor: het applaus na elke song sprak boekdelen. De samenzang met de bandleden had een magisch aura, terwijl Peel bewees dat Harding ook swingend uit de hoek kan komen. Maar bovenal scoorde ze met het kleine, fijnbesnaarde folkporselein, dat ons week en weerloos achterliet, op de rand van een appelflauwte. 

Mac Demarco kreeg het publiek op zijn hand met improvisaties die vaak kant noch wal sloegen, maar die de massaal opgedaagde toehoorders wel wisten te smaken. De vredige folkrock van Nobody beet de spits af, gevolgd door het weeïge Little Dogs March, maar Demarco waakte als een hyperactieve herder over zijn lammetjes en zorgde dat niemand indommelde: “Shake your buttholes!”, commandeerde de prettig gestoorde frontman, die zijn bipolaire zelve helemaal tot ontplooiing liet komen. Hoe zacht en gemoedelijk hij zijn songs ten berde bracht, zo agressief waren de vocale uitspattingen tussen de songs door: extatisch gegil dat de weide moest wakker schudden.

De man begrijpt de kunst van het interageren met het publiek en dreef de zotternijen dan ook tot het uiterste: “If you don’t know the words, learn it the first time you hear them. If you don’t sing it the second time, I’ll fucking come down and strangle every last one of you”, glunderde hij met een de blik van een psychopathische patiënt die net uit zijn instelling ontsnapt was.  Het publiek gehoorzaamde gedwee. Zijn ode aan de Joppiesaus was een liefdesverklaring voor de Nederlanders onder ons – we zouden tussen alle Vlamingen hier nog vergeten dat we wel degelijk in Nederland zijn. De tweede gitarist was een bonkige Galliër met woekerende, blonde gezichtsbeharing, die regelmatig wat persoonlijke bespiegelingen deelde met zijn publiek. “I can’t even remember my name”, badineerde hij over zijn vermeende alcoholverslaving, waarna de groep in een deuk lag. Aanstekelijke show en ook de set kreeg halverwege meer vaart mee. De muziek leek bij momenten wel ondergeschikt aan de show, maar ach, we hebben ons vermaakt.

De indringende stem van Cigarettes After Sex wordt weleens voor lijzig versleten, maar keer na keer bewijst de man – ja, het is een man – dat lijzig in dezen niet per se negatief hoeft te zijn. De zwoel smachtende echo’s lieten een bedwelmende waas over de transpirerende hoofden zweven. Apocalyps, Keep on Loving You, Each Time You Fall In Love,... er viel weinig af te dingen op deze stijlvolle, tot in de puntjes beheerste set. En net daarom was de spanningsboog misschien iets te slap gespannen. Het nieuwe nummer Neon Moon was de enige verrassing. Cigarettes After Sex beschikt over een gulden arsenaal aan indringende songs, maar we moeten bekennen dat onze aandacht na drie kwartier in de set verslapte en trance de intrede deed. Onze fantasieën over zwart-witte soft-erotica gaan we u besparen.    

Een dinosaurus weerklonk klokslag 22u30 uit de donkerte: de onderkoelde elektro van Kraftwerk uit de seventies en eighties plaveide eigenhandig het pad voor vrijwel de gehele elektronische muziekscene, al hadden ongeïnformeerde millenials geen oog voor die historische waarde. De jonkies maakten al snel rechtsomkeer bij de aanblik van vier zoutpilaren achter de keyboards. De fameuze 3D-lichtshow bleek een loze gimmick (ofwel schort er iets aan ons ruimtelijk inzicht), want met de witte alienbrilletjes op vertoonden de projecties op het schermdecor nauwelijks enig reliëf. Van een gebrek aan diepte gesproken: die set...  Anderhalf uur lang naar statische elektriciteit staren is voor velen – begrijpelijk - te veel gevraagd.

De hits van weleer passeerden wel de revue, maar echt wervelen deed de act nooit. Het woord "Machine" werd dreunerig herhaald op monitors en schermen, en het publiek leek dat wonderwel te beamen: een machinale set teerde op oude glorie, pretenderend dat de legendarische status zou volstaan voor een aantrekkelijke show. Pretentieus en riep iemand daar monotoon? Iemand zou het Duitse viertal moeten inlichten dat we ons intussen in het jaar vijfenveertig na Autobahn bevinden en dat hun autocar ergens rond de millenniumwisseling in panne gevallen is. Richting pechstrook voeren die handel en een rijverbod tot de volledige rammelkast afgestoft, geolied en opgeblonken is.

Best Kept Secret '19 - dag 2

2 juni 2019
Quentin Soenens