Best Kept Secret Festival 2019 - Dag 1: klim naar de bovengrens

Beekse Bergen, 31 mei 2019 - 2 juni 2019

Best Kept Secret Festival 2019</b> - Dag 1: klim naar de bovengrens

De openingsdans van Best Kept Secret. En warempel: daar ontvouwde zich rond elf uur voor onze ogen al een kunststukje dat ons tot deze prangende vraag noopte: wie o wie kan daar nog boven? Ons – hopelijk, hout vasthouden, prematuur – antwoord: de Schepper Hemzelve, al verdenken we Hem in de gedaante van Justin Vernon ter aarde neergedaald te zijn om zijn Blijde Boodschap te verkondigen, ergens tussen de lijnen van Bloodbank en de walmende echo’s van 8 (Circle), geprangd tussen droefgeestige berusting en hoopvol verlangen. Bon Iver gaf met zijn persoonlijk evangelie een opendeurdag in zijn ziel, sloot meteen de deur en rolde de trapladder op: het nirwana is bereikt, it’s all downhill from here.

Vergeef ons deze cynische bui, maar eerlijkheidshalve dient gezegd: vrijdag stond in het teken van de Amerikaanse blokhutpoëet Bon Iver. Het voorspel verdient desalniettemin ook credits en Julien Baker scoorde in dat jagende peloton de hoogste punten. De zangeres met fluwelen stem schuwt zware onderwerpen als de dood, psychische kortsluitingen en zelfdestructie niet en dat schuurde dan ook met de happy-mellow vibes die de weide vulden.

Maar van een beetje zielenpijn zijn wij niet vies en Baker serveerde die in vijfsterrengarnituur: rauw, dramatisch, met volle overgave en de nodige weerhaakjes als de gitaar dreigde te vervelen. De stoere tattoos botsen met de brave aanblik, maar - zo kregen toehoorders na een dik kwartier in de mot - schijn bedriegt. Op tijd en stond brak een gitaaruitspatting als bliksem door een gemoedelijke midzomernacht en hoorden we het publiek en bloc opschrikken. Haar stem klom toen door het dak, recht de hemel in. Op een hoogte waar een sterveling onpasselijk van zou worden, versplinterden hartjes als kristalglazen. De klim naar de top was ingezet.

Volgende halte: John Grant. Een creatuur met gevoel voor grootsprakerig drama dat de diagnose meervoudige persoonlijkheidsstoornis met trots meezeult, want zijn songs kenmerken zich in pretentieloze gespletenheid. De man – voor de gelegenheid rond de ogen donkerblauw geschminkt, gewoon, omdat excentriek nu eenmaal kunstzinnig is - werd geplaagd door technische besognes en moest zelfs even het podium af. De psychedelische escalaties gingen over de hoofden van een gedesoriënteerd publiek, al wist Grant met zijn Queen Of Denmark even alle blikken op zich te richten.

Een behaaglijke warme stem – uit dezelfde klankkast als het gezegende strottenhoofd van Matt Berninger – droeg een gevoelige pianoballad, maar was slechts deel één van een opus in drie bedrijven: op hol geslagen gitaren en drumstoten overwoekerden plotsklaps het gevoelige pianogetokkel, dat opeens in asonantie verviel. Grant zette het keelgat wijd open en perste alles uit de longen. Die pathetiek... Waarom, John? De aard van het beestje, akkoord, maar het BKS-publiek blies warm noch koud – althans, het deel dat toen nog blijven staan was. 

Met opener Ring-a-ring O’ Roses was eigenlijk alles gezegd over de set van het Franse exportproduct dat Charlotte Gainsbourg is. De hese fluisterstem kwam nooit uit de verf en verdronk gaandeweg in dampende elektronica zonder ooit echt de aandacht te grijpen. Het ritmische Heaven Can Wait bracht meer schwung in de toen al half ingedommelde tent, maar de impact bleef beperkt. De popswing van Sylvia Says werd bedankt met een lauw applausje en toen de boel halfweg werd aangesterkt met de nodige dosis elektro, leek Gainsbourg nog meer in het ijle te fezelen.

Deadly Valentine torende hoog en droog boven de set uit en kon wel op enthousiasme rekenen, al was het maar van aandachtige toehoorders die de hit, waarvoor ze gekomen waren, herkenden. Op het podium was de dynamiek ver te zoeken. Tot de spotlichten in partymodus gingen en de tent wakker flikkerden. Het mocht niet baten: de lauwe buffetpop van Charlotte bekoorde slechts bij vlagen, maar viel goeddeels op een koude steen. 

De kroon op deze vrijdag – en misschien wel op Best Kept Secret tout court – was een bebaarde gevoelsmens met een stemvervormer, en ingenieuze, muzikale mozaïekjes, al even cryptisch als de geprojecteerde symbolen op het podiumdecor. Opener Perth snuffelde met een strelend gitaarriffje – die intro, godallemachtig! – en rigide marcheerdrums naar de bloedbanen om even later met Heavenly Father de sluiproute richting hartkamers in te slaan. Het adembenemende Bloodbank in een extraverte versie, liet het lichaamsvocht een eerste keer opwellen; onze tikker klopte overuren. Met de dromerige escapade 21 M♢♢N WATER bewees Vernon dat hij ook aan de knoppen aardig uit de voeten kan. 8 (Circle) was niets minder dan een opendeurdag in ’s mans door liefde en wanhoop gepijnigde ziel. De vervormde sax die ____45_____ inluidde bracht nog meer schakering in een uiterst gebalanceerde set. En even later toont Vernon dat zijn handelsmerk – ijle toonhoogtes – slecht één facet is van zijn veelzijdige persona. Zijn stem reikt ook naar dieptes waar alle daglicht lijkt verdwenen, badend in een soort existentiële berusting.

Maar steeds klinkt Bon Iver als de rots in de branding onder wiens geruststellende vleugels de Apocalyps kan neerdalen: “Stil maar, alles komt goed.” 22 (OVER SOON) waarde rond in hogere sferen, waar een sax op engelenvleugels wordt gedragen door Vernons stem. Het bloedmooie The Wolves (Act I And II) werd de annalen ingestuurd met een postrockfinale, waarna het slotgejoel bijna smeekte om publiekslieveling bij uitstek Skinny Love. U vraagt, hij draait. Terwijl Bon Iver een laatste keer door merg en been drong onder de sterrenhemel, stond onze conclusie al op papier: deze triomftocht van een set legt de lat op olympische hoogte.

“Sometimes I think being by the water is good for people”, mijmerde een voor de rest stille Vernon tussen twee liedjes door. Wij kennen nog iets veel beters, Justin.

Best Kept Secret '19 - dag 1

1 juni 2019
Quentin Soenens