Bear's Den Aaibaar

Bear's Den

Liefhebbers van de betere folkpop konden nergens beter vertoeven dan in de Ancienne Belgique. Daar stond met Bear's Den niet alleen één van de beste bands in het genre geprogrammeerd, zij kregen bovendien versterking van Matthew and the Atlas en Siv Jacobson.

Van Siv Jakobsen onthouden we vooral dat ze zich, ondanks een cover van Britney Spears' Toxic, nestelt in de rij vrouwelijke singer-songwriters à la Flo Morrissey, Laura Marling, Marika Hackman en andere melancholische zusters. Leuk voor de fans van Bear's Den was het duet I Used To met  Christof Van der Ven (die vorig jaar nog roadie en voorprogramma van de band was). Ook Emma Gattrill van Matthew and The Atlas mocht een meerwaarde zijn op How We Used To. En oh ja, het favoriete bier van Jacobson is rode wijn.

Matthew and The Atlas ontplooiden meer machtsvertoon. In opener Temple stak meteen stevig gitaarwerk, maar daarna namen ook zij gas terug. De sound is een lightvariant van die van het hoofdprogramma en de band heeft een aantal aardige songs zoals On A Midnight Street, maar ze missen een beetje een eigen smoel. Gelukkig heeft zanger Matt Hegarty een warme rasp genre Nathaniel Rateliff. “I don't wanna let you down”, zong hij in Mirrors en dat deed hij niet, maar wild enthousiast werden we ook niet ondanks het prachtige streepje klarinet in Elijah, Within The Rose en potige afsluiter Out Of The Darkness. Mocht Matthew And The Atlas op die manier wat vaker buiten de lijntjes kleuren, was het een topband. Misschien dat het er in februari in Het Depot wel helemaal uitkomt, want nu zat iedereen toch eerder te wachten op Bear's Den.

Zouden die trouwens iets speciaals in petto hebben voor de laatste avond van hun bijna voorbije tournee? Er lagen voor de twee alvast pakjes handdoeken tegen het zweet klaar. Helaas moeten we achteraf concluderen dat ze die niet nodig hadden. De band speelde grotendeels dezelfde setlist als de voorbije concerten, liet zelfs een paar pareltjes als Think Of England, Magdalene  en Napoleon achterwege en leek zich maar af en toe echt te smijten.

Was het concert dan niet de moeite? Zeker wel, alleen werd het nooit legendarisch. Wat vooral opviel was hoezeer de band was gegroeid sinds we hen in oktober 2014 in de Nijdrop aan het werk zagen. Toen was Joey Haynes er nog bij en wisselde het trio constant van instrumenten. Nu was zijn plaats ingevuld door de Nederlander Christof Van der Ven. En het mag gezegd: die speelt ook een aardig stukje banjo en gitaar. Verder werd de band aangevuld door een blazerssectie, een drummer, een toetsenist-trompettist en een extra gitarist.

Veel volk op het podium dus, maar dat werd zelden ingezet als stoottroepen. De nummers van Bear’s Den moeten het immers vooral hebben van elegantie en verfijning. Dat ze af en toe aanzwellen tot wat meer bombastische finales wordt verstandig met mate toegepast en verwordt nergens tot een makkelijk trucje.

De drie openers (Red Earth & Pouring Rain, Emeralds en oudje Elysium) haalden je meteen bij de les, maar Stubborn Beast deed je dan weer even de wenkbrauwen fronsen. Andrew Davie beweerde dat ze die oude song eigenlijk nooit goed hadden leren live spelen, maar de song zit geregeld in de setlist. En twee jaar geleden speelden ze hem ook al live. Het duidde weer maar eens op het waarheidsgehalte van bindteksten.

Dat de banjo niet weg is zoals bij grote broers Mumford en co. las je al. Het folkinstrument was zelfs prominent aanwezig. De zesde song van de avond, het spontaan door het publiek meegezongen Isaac, was al de derde op rij met dat instrument en voor het kampvuurmomentje van Sophie werden zelfs twee exemplaren aangerukt.

De banjo werd pas aan de kant gelaten toen de band terugkeerde op volle sterkte met The Love We Stole. En toen we zagen dat zowel Davie als Jones een elektrische gitaar omgordden, verwachtten we nog meer vuurwerk, maar Roses On A Breeze klonk verrassend subtiel met speels drumwerk op de extra oude basdrum die de band erfde van het Moorland Links Orchestra.

When You Break, dat gespeeld werd op semi-akoestische gitaren, walste dan weer alles plat met een stevige drumpartij en intense tekst als: “I want to fuck away all my fear”. In de finale werden de hemdsmouwen opgerold met als hoogtepunten Auld Wives en de blazerspartij van het niet kapot te krijgen Above The Clouds of Pompeii.

Tijdens de door Jones "subtiel" vooraf aangekondigde bisronde kregen we met Dew Upon The Vine nog één van onze persoonlijke favorieten uit de laatste plaat. En net als twee jaar geleden zocht Bear’s Den het midden van de zaal op voor een akoestisch hoogstandje. Destijds kozen ze voor Bad Blood; tegenwoordig mag Gabriel voor dat knuffelmoment zorgen. Mooi, maar dan vooral voor wie zich in het midden van de zaal of op de verdiepingen bevond.

Een luid meegebruld Agape zou het logische orgasme geweest zijn, maar de band ging toch nog door met een mooi eerbetoon aan onlangs overleden held Leonard Cohen. Voor So Long Marianne mocht iedereen mee komen zingen, van de tourmanager, over de voorprogramma’s tot en met de dame van de merchandise. Het werd een prachtige versie waarin toch vooral Matt Hegarty met de meeste pluimen ging lopen; hoe prachtig zong hij hier!

Dit was een heel mooie avond, maar een echte kers op de taart van deze afgelopen tournee ontbrak toch. Of gingen de verwachtingen dan toch met ons aan de haal? Bear's Den was heel erg aaibaar, maar we hadden toch graag wat zweet geroken.

Foto: Caroline Vandekerckhove


November 19, 2016
Marc Alenus