Balthazar Groot

Vorst Nationaal, Brussel
Balthazar

Balthazar is een bandje naar ons hart. We waren er toevallig vanaf het begin bij (pre-‘Applause’!) en hebben hen sindsdien heel langzaam maar heel zeker een heleboel andere harten zien veroveren. Dat was mooi en in het geval van Balthazar niet minder dan rechtvaardig.



Bij ons, in West-Vlaanderen (u raadde het al), heeft de band intussen mythische proporties aangenomen. Iedereen heeft zowat zijn eigen straffe anekdote: Jinte, die in een Kortrijkse achterbuurt waar wielen van auto’s worden gestolen zijn motor laat ronken terwijl hij zeven kilo kalfsfilet gaat kopen zonder zijn zonnebril aan te raken. Vijf opeenvolgende nachten Maarten zonder aanwijsbare reden bewusteloos aantreffen op telkens een andere Waregemse oprit. Patricia, die op een schelp opdoemde aan de Oostendse horizon, voortgeblazen door een personificatie van de wind. 

Of Bert Dockx ooit die eer te beurt zal vallen, valt te betwijfelen. Maar toen we door een ondervraging te laat toekwamen en slechts twee songs te horen kregen (waaronder America Is Dead) hadden we een moment even spijt ooit met dat hele drugstrafiek-gedoe begonnen te zijn. Onze indruk was dat Flying Horseman niet slecht klonk, integendeel. Wel niet gewend aan een podium als dat van Vorst, zo leek het een beetje.

Dat zult u alvast niet horen over Balthazar; als we al gemengde gevoelens hadden over hun show, dan was juist het omdat ze een heuse stadion-band geworden zijn. Een drumsound, die een schaap of een kleine koe zou kunnen binnenspelen, twee bisrondes, een podiumopstelling en lichtshow waar erg goed over nagedacht was. Moeilijk om het hen kwalijk te nemen, al hadden we toch het gevoel dat iets van spontaniteit verloren ging, zeker in het eerste half uur.

Dan werden we eraan herinnerd dat Balthazar werkt als het Duitse voetbalelftal (een vergelijking die we even lenen uit een andere recensie): het mag dan wat geroutineerd aandoen, ze wínnen uiteindelijk wel. Maarten Devoldere, middenvelder extraordinaire, leidde al een vroeg hoogtepunt in met Then What, ijsbeerde kilometers lang, en zorgde in de tweede helft voor de meeste doelpunten. Het prachtig Waitsiaanse I Looked For You, The Man Who Owns The Place en Sinking Ship van op ‘Rats’, en True Love in de verlengingen.

Thin Walls’ gedijt het best op de podia waar Balthazar zich tegenwoordig ophoudt, het is niet minder dan logisch, maar ergens jammer. I’ll Stay Here kreeg een aardig nieuw jasje en was welgekomen, hoewel eerder als kennis dan als goede vriend. Ook Fifteen Floors bleef overeind, maar met minder venijn dan pakweg vier jaar geleden. Langs de andere kant valt die groeipijn erg mee, gezien de omvang van de groei. Balthazar is een hele grote; en we durven te wedden dat het einde nog niet in zicht is.


November 9, 2015
Kasper Cornelus