Babyshambles
Sublieme Chaos
Andreas Hooftman
Ancienne Belgique, Brussel — 18 januari 2014
Van Pete Doherty zijn we wat gewend. Er is een tijd geweest waar we al blij waren dat hij überhaupt kwam opdagen voor een concert. Met groen gezicht moeten braken op het podium, de helft van de set naast de micro lallen en aan zijn gitaar zitten pingelen, die gitaar al in het derde nummer in het publiek gooien en geen reserve-exemplaar bijhebben: we hebben het allemaal al live mogen aanschouwen. En toch gaan we iedere keer weer kijken als de man in het land is. Voor die ijzersterke songs, voor dat schelmencharisma, en ook – laat ons eerlijk zijn – voor de show die hij telkens opvoert.
In de AB kregen we Doherty op zijn coherentst: goed bij stem, het gitaarspel nonchalant maar in de juiste toonaard, en de teksten doorgaans zoals we ze kennen van op de platen. De graatmagere junk is een zuiplap met een pens en man tits geworden, maar dat komt de optredens blijkbaar ten goede. De klank in de AB was niet fantastisch en de band (de gitarist zag er zo mogelijk nóg ziekelijker uit dan Pete zelf, een heuse prestatie) speelde rommelig, maar Babyshambles ís gewoon rommelig, dus in de zaal morde niemand.

Na opener Delivery werd er aanvankelijk vooral geput uit ‘Sequel To The Prequel’, de sterke laatste plaat van de band, met Nothing Comes To Nothing en Fall From Grace als uitschieters. Het enthousiasme van Doherty bleek aanstekelijk te werken: tijdens het derde nummer, Seven Shades, gaf de poète maudit van de rock zelf het voorbeeld door het publiek in te duiken, en velen zouden zijn voorbeeld volgen. Met drie kapotte micro’s en een kadukke microfoonstandaard als resultaat. Heerlijke chaos!
Naarmate de set vorderde werd er meer gegrasduind in het oeuvre van de band, en het viel ons op hoeveel sterke songs ze al hebben voortgebracht. UnBiloTitled, ons favoriete nummer uit ‘Shotter’s Nation’ (de beste Babyshamblesplaat, toch?), kreeg een warrige maar mooie uitvoering mee, en de moshers werden op hun wenken bediend met Killamangiro. Na een opruiend Pipedown verdwenen Doherty en zijn maats de coulissen in.
Als toegift kregen we nog drie brokken toegeworpen, met Fuck Forever als onweerstaanbaar hoogtepunt. De balans van de beste nummers van dit millennium wordt nog lang niet opgemaakt, maar voorlopig hebben we aan dat lied een ernstige kanshebber. Het podium werd belegerd door fans die deel wouden uitmaken van de wanorde, en wanneer de de roadies hen weer de zaal in gooiden stampte Doherty zelf een roadie het publiek in. Er gaf alweer een micro de brui aan, maar dat deerde al lang niet meer. Fuck forever!
