Autumn Falls 2016: Diiv Afkicken, babbelwater en krekels

Autumn Falls 2016: Diiv

Geen betere muziek om het vallen van de eerste herfstbladeren kracht bij te zetten dan de depressieve riedeltjes van Diiv. Door de aanwezigheid van een Kortrijks crewlid speelde ze een halve thuismatch in De Kreun, al leek niet iedereen overtuigd. Een optreden over afkicken, babbelwater en veel krekels.

Maar eerst was het een aangenaam weerzien met dirk., de – als je het ons vraagt – onterecht, bronzen plak van de laatste editie van Humo’s Rock Rally. Wie als torenhoge favoriet drie nagenoeg excellente optredens geeft tijdens het Humo concours, maar dan aan de eindmeet de loef wordt afgestoken door twee bands die “gegroeid zijn in de wedstrijd”, wordt uiteindelijk ferm tekort gedaan. Maar wij hebben een band gezien die eigenlijk geen duwtje in de rug nodig heeft en er zo ook wel zal komen.

Microfoon een kwartslag naar beneden, hielen die van elkaar wegkijken, kopke in de nek en het lijf krampachtig onder dat statief gewrongen, zo scheurt zanger-bassist Jelle Denturck tegenwoordig de stembanden open. Op zijn oude dag, wanneer hij stokstijf van de reuma aan zijn zetel gekluisterd zit, zal hij het zich ongetwijfeld nog beklagen.

De combinatie van spastische bewegingen en krankzinnig geschreeuw, het doet wat met een mens; de geluidsbrij die we erbij kregen nog meer. Hit heeft, net als Bom trouwens, de naam geenszins gestolen. Onze favoriet, het door een straaljager voortgestuwde Hide, liet onze voeten even van de grond gaan. En ergens hoorden we ook nog een fijn collegerocknummer met een riff die glimlachjes op gezichten toverde. Fijn optreden, nu nog een plaat erbij.

Maar we kwamen natuurlijk in de eerste plaats voor de New Yorkse knapen van Diiv. Ze zagen er gezond uit, zanger Zachary Cole Smith in het bijzonder. Terwijl hij begin dit jaar in Brussel nog trots was op het feit dat hij een kommetje soep wist binnen te houden – Smith zat in volle afkickfase – lijkt hij nu echt wel stappen vooruit te hebben gezet in het proces.

Als een priester in een lang, zwart gewaad met zwart vissershoedje begeleidde hij zijn jongens door de set. Af en toe met de rug naar het publiek gedraaid, waarna hij met Bailey van links naar rechts zwalpte terwijl ze zich helemaal overgaven aan het gitaargeluid. Desalniettemin stond het geheel stevig met de voetjes ter aarde.

De sfeer was intiemer dan in de Botanique, mede dankzij de zelf geschoten beelden uit het tourleven, die op de achtergrond werden geprojecteerd. Want daar draait deze muziek nog altijd rond: sfeer. Een sfeer die muf ruikt, benauwd aanvoelt en je naar adem doet happen, een sfeer die nooit het daglicht ziet en voor eeuwig in een kleine ruimte ronddwarrelt, gevangen achter vastgespijkerde rolgordijnen. Met muziek die, wanneer het aanstekelijke gitaarspel van Andrew Bailey weerklinkt, het hoofd binnendringt als het Paard van Troje, maar vervolgens dood en verderf zaait in je hersencellen. Bewijs daarvan waren rake versies van Dopamine, Under The Sun en vooral het geweldige How Long Have You Known, het enige nummer dat we live meer wisten te pruimen dan op plaat.

Diiv was, naast de gebruikelijke jukebox waarbij het publiek zelf de setlist mocht samenstellen, ook gewoon aangenaam gezelschap. Hun frontman deinsde er niet voor terug om een mak publiek toe te spreken, zonder enige respons terug te krijgen. Cole Smith voerde soms hilarische monologen tot groot jolijt van de overige bandleden. Het denkbeeldige krekelgeluid, dat bij wijze van grap voorgesteld werd om het tamme publiek te beschrijven, werd na een tijdje ook ingezet door een oplettende geluidstechnicus. Kortom, ondanks de depressieve muziek en het opschrift ‘suicide’ in grote letters op het T-shirt van de bassist, zat de sfeer geweldig goed.

Maar uiteindelijk ging het publiek nooit echt los met uitzondering van de T-shirtloze fan vooraan met de Earth Boy-tatoeage op de borst, die zich tijdens het concert in zijn eentje aan een touwspringcursus waande. Moet dat bij de shoegaze die Diiv brengt? Helemaal niet, maar iets meer mocht altijd.


September 27, 2016
Joris Roobroeck