Ash - Belgische zomer

, 2 juli 2018

Altijd een beetje het buitenbeentje geweest van de Britpop – ook geografisch; ze komen uit Noord-Ierland – heeft Ash het toch maar twintig jaar uitgezongen. En aan het begin van die twintig jaar stond ‘1977’, het debuut waarmee het trio zich op de kaart zette en dat nog steeds fris klinkt.

Volgend jaar wordt zanger-gitarist en babyface Tim Wheeler van Ash veertig, hetgeen betekent dat hij als negentienjarig broekje deze songs schreef en opnam. In Engeland werd de ene single na de andere uit het album geplukt. Op het vasteland was het vooral Oh Yeah dat sporen naliet in De Afrekening en andere lijsten.

Dat er zoveel singles uit werden getrokken bewijst in se al dat dit album de moeite loont, maar daarnaast was er bijvoorbeeld krachtige opener Lose Control, waarmee Wheeler zijn voorliefde voor rauwe rock onderstreepte. Dat bleek ook in de Muziekodroom, waar het concert in de Club werd ondergebracht. En die club was goed gevuld. Zo voelde je de vibe ook meteen door de kelderachtige zaal spetteren. Wheeler liet zijn gitaar janken en ontsporen, iets wat zowat in elke song zou terugkomen.

Maar dit bleek slechts de opwarmer voor de reeks die komen zou. Goldfinger werd luidkeels meegezongen en in Girl From Mars werd met een kwinkslag een ode gebracht aan de lokale meisjes, hetgeen ten zeerste werd op prijs gesteld. Persoonlijke favoriet I’d Give You Anything zette de drilboor op de oren, waarna Gone The Dream nodig voor afkoeling moest zorgen.

En dan was er het duo Kung Fu en Oh Yeah, die uitgroeiden tot een meezingfeestje. Voor de eerste kreeg het publiek van de band een eigen meezingmoment. De laatste had dat niet nodig. Die werd ook zo meegebruld.

Daarna zakte het optreden een beetje in elkaar. Logisch omdat alle singles intussen de revue waren gepasseerd. Maar bij Angel Interceptor laaide het vuur toch terug op en met de punky afsluiter Darkside Lightside, dat halverwege plots een ander uitzicht kreeg, werd dat debuut toch nog mooi bekroond.

Maar er was nog meer. Naast oudjes als eerste single Jack Names The Planets volgden een aantal covers waaronder een ruige versie van Abba’s Does Your Mother Know en een tussendoortje in de vorm van het cantina-deuntje uit de eerste ‘Star Wars’-film.

En in de bisronde kon je je laten gaan op klassiekers als Orpheus, Shining Light en Burn Baby Burn met daartussenin nieuwe songs als Machinery.

Jammer dat het concert een beetje was als een Belgische zomer met enorme pieken en ook wat dalen, maar het was toch een blij weerzien met een band die iets te veel onderbelicht is gebleven. Wheeler beloofde volgend jaar terug te komen met een nieuw, naar zijn zeggen punkgerelateerd album. Het blijven ook die songs, die ons het meest bekoren. Tot zolang kunnen wij hier nog wel even op teren.

4 december 2016
Patrick Van Gestel