Aldous Harding - Bezwerende magie in een witte broek

Botanique, 14 mei 2019

Als Aldous Harding in de middeleeuwen geleefd had, was ze vermoedelijk al lang op de brandstapel terecht gekomen. Niet dat een prachtige vrouw als Harding past in het beeld van een heks dat wijlen Walt Disney ons al die tijd heeft opgelegd, maar we gaan ook niet beweren dat we tijdens die ongemakkelijk lange contacten met de wijd opengesperde ogen van de zangeres, geen schrik hadden om in een kikker te veranderen.

 

Een concert van Aldous Harding is bijna net zo hard een theatervoorstelling als een muziekoptreden. De Nieuw-Zeelandse zangeres doet zich voortdurend voor als een knettergek typetje. Een kinderlijke karikatuur als het ware, die er als bij wonder in slaagt verrukkelijke vocalen uit dat vertrokken gezicht te toveren.

Het is niet echt de gewoonte van Aldous Harding om na de release van een nieuwe plaat, nog veel ouder werk toe te laten in de setlist. Iets dat louter en alleen werkt omdat Harding er telkens weer in slaagt haar eigen genialiteit te overtreffen. Dat er niet meteen nood was aan ouder werk, bewees het fantastische openingsnummer Designer. Een melodietje dat doet denken aan Mr Tembo uit de laatste soloplaat van Damon Albarn, gecombineerd met het unieke stemgeluid van Harding dreef ons na één nummer naar de gedachte: “Concert van het jaar, nu al!”.   

Het viel in de AB twee jaar geleden al op hoe Harding excelleert in de dialogen die ze doet ontstaan tussen haar stem en haar gitaargetokkel en de chemie die hierbij ontstaat. Het was diezelfde chemie die we toen voelden bij Swell Does The Skull die dit keer Treasure tot een vroeg hoogtepunt bombardeerde. 

Als rustpunt in een set die tot hiertoe een full band opstelling aannam, kregen we Damn. Mogelijks de meest ongemakkelijke quatre-mains in de geschiedenis van de quatre-mains. Met gespreide benen die overigens gigantische leken in de hoge witte broek die Harding droeg, duwde de zangeres haar medepianiste bijna van de pianokruk om vervolgens over een reeks repetitieve, niet al te melodieuze pianotoetsen met haar stem de zaal in hypnose te brengen. De overige bandleden besloten een dutje te doen.     

Het enige (op de setlist vermelde) nummer dat overbleef uit haar succesplaat ‘Party’, was Blend. Een nummer dat op deze plaat een beetje als het buitenbeentje kon gelden, maar nu de reguliere set mocht afsluiten. Harding rees rechtop als een magiër in een lange witte broek en bereikte met deze zoete deuntjes de climax van haar bezwering.    

Aldous Harding gunde de uitzinnige zaal een bisronde die te kampen kreeg met een verwarrend begin. Met een drumstok op een besnorde mok kloppend, zette ze Old Peel in. Een nieuw nummer dat pas als tweede bisnummer op de setlist stond. Harding werd hierop gewezen door haar bassist, gaf haar fout toe en vroeg of er nog iemand iets toe te voegen had. Wat volgde was een vloedgolf aan verzoeknummers die stuk voor stuk met “no” werden beantwoord tot de zangeres het op haar heupen kreeg, de bedreiging uitte te vertrekken en afsloot met een geïrriteerd “be quiet”.

Vervolgens werd het correcte nummer ingezet. Een prachtige cover van Gerry Rafferty's Right Down the Line die ons deze bizarre uithaal snel weer deed vergeten. Bij Aldous Harding was er ook geen greintje ergernis meer te bemerken. Ze kwam zelf nog een tweede keer terug om de zaal, met haar stem en wat getokkel, in slaap te wiegen met The World Is Looking For You. Er haalde dus onverwacht toch nog een tweede nummer van ‘Party’ de setlist, al was dit over de hele set bekeken, misschien wel het meest overbodige. 

 

foto: Laurence Buisson @Paganini Ballroom

15 mei 2019
Jorik Antonissen (Foto's: Laurence Buisson)