Alborosie
Fyjah naar het einde toe
Johan Giglot — 15 april 2026
De Roma — 15 april 2026
Als we je vragen een reggae-act of -zanger met Italiaanse roots te geven, levert dat allicht fronsende wenkbrauwen op als gevolg. En als we dan nog toespitsen op Sicilië, heb je natuurlijk maar één mogelijk antwoord: de bekende reggaezanger en rasta Alborosie, spirituele leider met dreadlocks tot op de grond en diens typerende Kalashnikov-gitaar (die al een tijd niet meer mee op tour gaat).

Een concert van Alborosie is een concert met passie en overgave. Al jarenlang strak begeleid door de vaste Shengen Clan is de “roots and dancehall master” iemand die een warme, vibrerende stem en profetische teksten koppelt aan eenvoudige, maar overtuigende songs. En alsof dat niet volstaat, is de man ook een ervaren producer die naast zowat elke nieuwe release een eigen instrumentale dubplaat mixt en uitbrengt (en die is vaak nog beter dan het origineel).
Een concert van Alborosie is dan ook keer op keer een soort van sterk melodieuze best-of-avond, die van het ene naar het andere hoogtepunt wipt. En toch koos de man voor een moeilijker parcours deze keer. Waar songs uit de vorig jaar verschenen plaat ‘Nine Mile’ live lange tijd genegeerd werden, kregen we nu toch een paar flarden van het profetische Calling Selassie, een stukje Ipanema en vooral ook het knotsgekke Loco Loco doorheen de show. En die show, daar valt ook wat over te zeggen.
Als een wilde mash-up gooide de huppelende rasta gedurende anderhalf uur zo’n twintig songs door de mangelmolen. Soms voluit (zoals het bij Rastafari Anthem of Kingdom Of Zion nu eenmaal hoort), maar soms ook nogal verhakkeld. En dat terwijl de energie-boost én de ietwat schorre stem (en de kapotte basversterker) nogal langzaam op gang kwamen. Alsof de band niet kon zonder de nodige sing- en shoutalongs. Wie bij aanvang wel goed op dreef was, waren de twee fabuleuze, vooraan geplaatste backing,s die bij Ring Di Alarm wat “bam bam”-tunes gooiden en een stevig rappend en toastend intermezzo voorzagen.
Uiteindelijk geraakte de band, Alborosie en de slechts half gevulde Roma “Box” toch goed opgewarmd en op dreef. En dat gaf het verhoopte vuurwerk in het tweede deel van de show, nadat de zangeressen een a capella stukje “I wanna get high”, brachten en de frontman na enkele minuten terug op het podium kwam en een soort van wonderhoning moest genoten hebben. Want plots viel de stem wel goed, kon er gecroond, getoast en zelfs melancholisch gezongen worden. Verder kwam er ook meer ruimte voor de Shengen Clan, die soms stevige rockersvibes en solerende gitaar (of zessnaarbasgitaar) naar voren bracht. Kingston Town bracht fyjah, net als Blessing.
Over naar de dosis covers. Want dat hoort er natuurlijk bij. En dan gaan we Marleys Get Up, Stand Up-meezinger, die met hakkende dancehallvibes werd verrijkt, passeren. John Holts Police In Helicopter-classic ging moeiteloos over in het eigen Policeman & Soldiers. Enkel diehard fans weten dat de inmiddels al enige tijd in Jamaïca wonende artiest ook een fantastische versie van Living Dread van Black Uhuru uitbracht en die dus nu ook lekker lang uitspon. De grootste verrassing was echter een akoestisch opbouwend The Unforgiven, de knaller van Metallica (!!!), die in een begenadigde en helemaal niet platvloerse rootsreggaeversie gebracht werd.
Twijfelend in het begin, maar met een grote smile naar buiten. Zo hoort het. “Good reggae music make you feel better”, gaf Alborosie nog even bij de neus weg. Een waarheid als een dreadlock.
