Adrian Crowley - Gedoopt in weemoed

Trix, Borgerhout, 21 februari 2013

Als je een monument als Ryan Adams voor je kar kan spannen, moet je broodje toch wel zo goed als gebakken zijn. Zou je denken, tenminste, want in de Trix Bar was amper een handjevol mensen opgedaagd voor Adrian Crowley, de Ierse troubadour met de bronzen stem. Zij die er wel waren, werden gedoopt in de zee van weemoed en melancholie die door Crowleys liedjes op en neer deinde.

Adrian Crowley - Gedoopt in weemoed



Een nummer als The Saddest Song zegt al veel over de aard van de songs die Crowley schrijft. Je kan er niet echt op dansen, om het met een understatement te zeggen. Donkere wolken lijken zich te verzamelen als I See Three Birds Flying uit de boxen druipt. Helaas stond dat nummer in Trix niet op de setlist want, zo zei hij: “Daarvoor heb ik een orkest nodig.” Maar ook zonder orkest en zelfs zonder band, enkel omgegord met zijn Gretsch, wist de Ier een hele set lang te ontroeren.

Fortune Teller Song gaf meteen een goed beeld van wat er nog volgen zou: liedjes waarin je kan verdrinken. Zijn stem doet onherroepelijk denken aan Bill Callahan, een andere treurwilg. Maar Crowley pakt het nog minimaler aan en beperkte zich hier al helemaal tot het strikte minimum. At The Starlight Hotel moest het bijvoorbeeld zonder de wat Italiaans aandoende, Morricone-achtige productie doen. Niet dat dat ook maar enig bezwaar vormde.

Hoewel de liedjes vaak zwaarmoedig kunnen overkomen, zorgden de bindteksten ervoor dat er niet collectief naar antidepressiva werd gegrepen. Crowley vertelde met weinig woorden, maar bijzonder veel zin voor humor over zijn Londens kraakpand of over het rock-‘n-rollhotel in Amsterdam waar hij het plectrum oppikte dat hij gebruikte voor afsluiter Photographing Lightning Strikes. Een hotel waar hij, gezien het feit dat je op tournee al de hele tijd tussen de rock-‘n-rollattributen zit, liever niet had verbleven.

Dat plectrum gebruikte hij trouwens enkel voor dat repetitieve, haast bezwerende, laatste nummer. Verder waren het zijn vingers die het werk deden. Dat leverde prachtige liedjes als The Beekeeper’s Wife op, waarbij het geluid van zijn gitaar in flinterdunne splinters leek opgedeeld te worden. Datzelfde effect paste hij ook toe op Ivor Cutlers subtiel erotische Squeeze Bees. In het nieuwe nummer Smithereens (als dat al de titel wordt/is) deed de delay, die op de gitaar werd toegepast, dan weer uitschijnen dat Crowley begeleid werd door een mondharmonica. Of hoe je enkel met een gitaar en een stem toch diep kan gaan.

Ondanks de geladen toon van sommige nummers, verlieten wij de Bar met een warm gevoel vanbinnen. En laat dat nu precies zijn wat muziek zo bijzonder maakt.

21 februari 2013
Patrick Van Gestel