Incubate 2016 - Tilburg is intens (8/9/2016)

, 2 juli 2018

Na Incubate 2015 leek het stadsfestival op sterven na dood. Een week lang te weinig bezoekers in te grote zalen, het bleek geen economisch duurzaam concept. Tilburg bleef niet bij de pakken zitten en Incubate herrees als de spreekwoordelijke fenix uit haar asse. Gespreid over een drietal lange weekends doorheen het jaar in plaats van een langgerekte marathonweek, het werkt. Wij gingen gisteren een kijkje nemen op de openingsavond van de septembereditie.

Vorig weekend op Big Next in Gent begonnen de Japanners van Kikagaku Moyo drie kwartier te laat aan de set. In Tilburg waren ze stipt, maar arriveerden wij na drie uur bollen net op tijd aan de Extase (een van de vijf Incubate-locaties) om het bezwete publiek zich een weg naar buiten te zien persen. Te laat dus.

Maar geen nood, we konden al meteen kiezen tussen de elektro-drone van Orphax, het Belgische Statue of de Golden Dawn Arkestra. Ons algoritme kijkt vooral naar de minimale wandelafstand, dus we hielden het bij die laatste twee bands. Statue’s ongewone bezetting (wij hebben vier gitaristen, meneer) dwong de helft van de bandleden ertoe voor in plaats van op het podium van de Cul de Sac plaats te vatten. Het had visueel wel iets moois, zo'n erehaag van gitaristen! Een beetje postrock, een beetje prog en kraut, af en toe lichtjes trippend, Statue kon ons best wel bekoren maar de nieuwsgierigheid naar Golden Dawn Arkestra deed ons na twintig minuten verkassen naar het belendende 013.

Dat orkest bleek een knotsgek, negenkoppig monster te zijn; flamboyant theatraal uitgedost zodat we op het eerste gezicht vooral aan het Zweedse Goat dachten. De groep zapte van oude discofunk over Afrobeat naar jazz terwijl ringen en lichtgevende hoepels de 013 in een bont circus omtoverden. Baanbrekend was het allemaal niet, maar onderhoudend alleszins wel. Een visueel spektakel dat een festivalvoltreffer moet worden!

Tijd voor een volgende driesprong op het festivalparcours. We checkten eerst even de donkere wave van Cult Of Dom Keller. Hun set klonk als The Jesus And Mary Chain en The Horrors die zich jammend aan het verzameld werk van Joy Division vergrepen. De meerstemmige flarden shoegaze knipoogden dan weer naar Ride (afgewerkt met een zware gitaarlaag). Het Galaxie500-T-shirt van de persoon die naast ons stond, wekte dan weer echo's van Spaceman 3 op. Echt een in de gaten te houden band, die jongens uit Nottingham. Onze grootste misstap van de avond was misschien wel dat we de Cult Of Dom Keller voortijdig achterlieten om alweer een andere band te gaan ontdekken.

Baarden? Check! Snorren? Check! Viool? Check! Even alles ingeven in de Hokjesdenken-app op onze smartphone en daar verscheen voor Quiet Hollers het label “alt country” netjes op het scherm. Frontman Shadwick Wilde speelde erop in met de enige, Nederlandse zin die hij machtig was: "in Kentucky hebben we grote baarden". Songs als Cote d'Azur kabbelden aangenaam door de zaal, maar nooit kon het beklijven. We hadden een beetje het gevoel dat het alt country-/Americana-genre stilaan verzadigd is. Desalniettemin hadden we de band graag het voordeel van de twijfel gegeven, ware het niet van die ene cover. Nadat Wilde oprakelde dat we in 2016 toch al heel wat muzikanten moesten afgeven, waagde z'n groep zich aan Prince. Maar van sommige songs blijf je nu eenmaal af. Life On Mars van Bowie bijvoorbeeld (ja, ook jij daar, Jasper Steverlinck), of Nothing Compares 2U dus (sorry, Quiet Hollers, maar Sinead O'Connor nam in 1990 al de definitieve versie op). Het was danig tenenkrullend dat we boven aan de bar een miniscuul glaasje Heineken gingen bestellen.

De enige échte headliner van Incubate was Thurston Moore Group. Sinds zijn huwelijk en Sonic Youth op de klippen liepen, trekt Thurston Moore de wereld rond met bassiste Deb Googe (van My Bloody Valentine) en gitarist James Sedwards (naar verluidt zijn buurman). Het werd in Tilburg een relaxt, speels uurtje. Leuk, maar niet altijd even strak. We zagen de man al in betere doen.

Toch was het genieten van zijn gitaarspel in Ceasefire en van de opbouw van nummers als Speak To The Wild. Tussendoor gaf hij mee dat de opvolger voor hun debuut ‘The Best Day’ in april 2017 eindelijk eens zal gereleaset worden. Het album dat ‘Rock'n'Roll Consciousness’ moet gaan heten, bleek ook qua tracklist nogal wat voeten in de aarde te hebben (zo zei hij Ceasefire eraf gegooid te hebben omdat de plaat toch wel langer dan zijn attention span aan het worden was).

Na Turn On ("a kosmisches love song", best wel een accurate omschrijving) en Aphrodite bedacht Moore dat hij toch niet al te veel tijd van de andere bands wou afsnoepen. Een lang uitgesponnen Grace Lake breidde een einde aan de set. Voor wie het nog niet wist: Thurston Moore is ook nog te bewonderen op Leffingeleuren. Allen daarheen! Meteen! Zelfs al is Steve Shelley er dit keer niet bij op drums. De rest van dit verslagje lees je dan maar een andere keer verder.

Een betere aftershow dan Dead Days Beyond Help hadden we niet kunnen bedenken. Het Britse duo rammelde zoals er alleen maar in de slackernineties werd gerammeld. Complexe, onnavolgbare songstructuren, noise, avant-garde, jazzcore. Dichter bij Trumans Water zouden we vanavond niet meer komen. Een zalig half uurtje en alweer een band, die we gauw nog eens aan het werk willen zien!

Dead Days Beyond Help was al na een half uurtje uitgeraasd zodat we nog een flinke hap van Slow Down Molasses konden meepikken. De Canadezen fungeren dit weekend een beetje als de artists-in-residence van Incubate want ze mogen elke avond een set spelen. De band vist zowat in alle genres waarmee het festival flirt: van shoegaze over noise tot gewoon ferme rock met ballen. De afsluitende, chaotische cover van T.V. Eye stond hen dan ook op het lijf geschreven. Tussendoor verdween de zanger even om zijn jeans uit te trekken, maar de dikke hoodie (inclusief kap over zijn hoofd) hield hij aan. Rare jongens, die Canadezen. Rake jongens, dat ook.

Als na je optreden iemand op je toestapt en zegt dat hij nog nooit van je had gehoord maar dat hij net het beste concert van de avond zag, dan kun je als muzikant tevreden naar huis keren. Het overkwam Kevin Branstetter na zijn set als Worlds Dirtiest Sport. Dat is de nom de plume waaronder hij muziek maakt sinds hij van Portland naar Parijs verkaste en zo negen tijdszones verwijderd is van zijn kompanen van Trumans Water (de band die niet alleen Mauro, John Crombez en ondergetekende tot hun grootste fans mag rekenen, maar tevens de band die volgens de overlevering de vonk aan The Rapture stak nadat ze hen op een schoolfeest hadden zien losgaan).

Multi-instrumentalist uit noodzaak; met loopstation en allerlei zelfgefabriceerde spullen. Meer psychedout dan op plaat. Punk-attitude, kraut en DIY, allemaal in een bouwpakket. En ook een microfoon rond de nek waar een laag galm op zat die Mark Kozelek jaloers zou maken. Slechts een vijftigtal laatblijvers hadden de weg naar de Cul de Sac gevonden voor dit afsluitende concert van de eerste festivaldag, maar ze bleven wel allemaal hangen tot het einde van Branstetters intrigerende set. Het contrast met de uitbundig uitpuilende terrassen buiten de zaal kon niet groter zijn. "Tilburg is intens", had Thurston Moore een paar uur eerder al treffend voor ons samengevat. En wat zijn wel blij dat Incubate er terug staat en de stad intens blijft houden!

9 september 2016
Christophe Demunter