You Raskal You - Samen muziek spelen was nog nooit zo leuk

Onderweg naar het repetitiekot van You Raskal You vragen we ons af of het wel zo’n goed idee is om ons te begeven in het hol van de leeuw. Hebben zij dan niet het voordeel? Maar de ontvangst is bijzonder hartelijk. Drummer Tijl Piryns, op blote voeten, geeft meteen een stevige hand en trekt ons het kleine, maar gezellige hokje binnen waar de band zich opwarmt voor de komende tournee.





Ze zijn er allemaal, met uitzondering van bassist Raf Vorsselmans, die “wettelijk afwezig is”: hyperactieve zanger-toetsenist-gitarist Guy Brees, de wat meer bedachtzame broers Rienk (zang-gitaar) en Maarten (leadgitaar) Michielsen en drummer en praatvaar Tijl Piryns. Het gesprek is openhartig en vooral bijzonder onderhoudend en grappig, gewoon omdat ze voortdurend op elkaars opmerkingen ingaan.

Wonderlijk genoeg is het eerste wat ze vragen of we een verzoekje willen horen. Verbouwereerd als we zijn, ons zacht neervlijend in het met schapenvacht beklede stoeltje, komen we uit bij single No More Honey. Maarten Michielsen speelt ad interim-bassist en het nummer vloeit er even zwoel uit als dat op de plaat het geval is.

En dan is er wat gekissebis. Voor de neutrale buitenstaander – en voor ons dus ook – lijkt dat op kibbelen, maar, zo zegt Guy Brees (zanger-gitarist): “Dit is, naar onze normen, nog geen discussie.”

Wat is dan een “echte” discussie?

Tijl: Dan komen er tranen aan te pas. Echt waar.

Guy: Raf is de koning van de discussie. Maar hij is hier nu natuurlijk niet. Het hangt er ook van af hoeveel we gegeten hebben. (Wijst naar de resten van de pizza onder zijn piano) In dit geval hebben we allemaal het buikje rond en vallen de discussies mee (lacht).

Wat wij ons meteen afvroegen: de plaat heet ‘Helm’, een Nederlands woord toch, terwijl het eerste liedje A Helmet Helps heet.

Tijl
: De titel verwijst eigenlijk naar Levon Helm. (Wijst naar een opgekrulde foto achter zijn drumstel, geflankeerd door foto’s van andere (blues)helden). Hij was de drummer van The Band en dat was nu net een grote inspiratiebron. Zowat twee, drie jaar geleden is hij overleden en dit was dan onze persoonlijke ode aan hem.

Rienk: Bovendien moest de titel eigenlijk zo kort mogelijk zijn. Gewoon omdat de vorige zo lang was.

Guy: Wij zijn dan ook taalnerds (hilariteit alom).

Zitten er nog zo’n spelletjes in de plaat? In No More Honey zing je bijvoorbeeld “I need your love so bad”. Dan denken wij meteen aan Fleetwood Mac.

Rienk: Dat is eerder toevallig, maar het is wel een toffe referentie.

De plaat nummer per nummer

A Helmet Helps

Maarten: Dat was eigenlijk het eerste nummer van de nieuwe plaat dat we hadden. Bovendien is dat het nummer dat ik persoonlijk het liefste speel. Je zit daar meteen in. Vanaf seconde één gaan alle registers helemaal open.

Guy: Het heeft een goede groove.

Heeft dat dan zijn effect op de rest van de plaat?

Rienk: Hiermee was de toon wel gezet, ja.

Maarten: Het schiep het kader waarbinnen we voor deze plaat hebben gewerkt.

With Love

Guy: De bedoeling was dat dat heel sober zou worden met enkel Rienk op gitaar en wat lichte percussie. Zodat het meer het gevoel uitstraalde van oude gospel, zonder een platte kopie daarvan te worden. Jaren vijftig,… een beetje zoals Sam Cooke.

Wat intrigeerde aan de tekst was de verwijzing naar die broer en zus.

Rienk (lakoniek): Ik heb gewoon één broer (kijkt naar Maarten) en één zus. Je moet het eigenlijk allemaal zo ver niet gaan zoeken. Als je één strofe met “brother” doet, dan wordt dat in de volgende bijna automatisch “sister”.

Guy: Oorspronkelijk hadden we ergens “Child” voorzien, maar dat was er net iets over, iets te veel gospel.

Tijl: Het is ook het eerste nummer dat wij met zijn vijven zingen. Nu hebben we meer nummers waarin dat gebeurt, maar dat was het eerste.

Guy: Aanvankelijk vraag je je dan af of je niet te veel de gospel gaat kopiëren. Maar naarmate je een nummer langer speelt, merk je dat dat eigenlijk gewoon plezant is om met zijn allen te zingen.

No More Honey

Guy: Eigenlijk is dat geboren uit een basriff van een nummer, dat al drie of vier jaar rondslingerde.

Rienk: Daarmee hadden we al verschillende dingen geprobeerd, maar die riff was altijd beter dan het nummer in zijn geheel.

Guy: En op een gegeven moment heeft Rienk No More Honey geschreven met van die vreselijke geluidjes. (lacht) Maar het was wel duidelijk dat daarmee iets kon aangevangen worden. Het klonk op dat moment gewoon nog niet zo denderend.

Tijl: Ooit was het ook iets als “No More Business”. (instemmend gejoel)

Maarten: In de studio is daar wel zwaar in geknipt. Nochtans was het al vrij leeg. De meeste nummers zijn gebleven zoals wij ze gerepeteerd hadden, maar dit is toch nog aangepast.

Guy: Inderdaad, iedereen die een paar noten te veel speelde, werd hiervoor ingetoomd.

Maarten: We hebben er wel serieus op gezweet. Er was altijd dat gevoel dat het niet honderd procent zat; en de producer, Liam Watson, heeft dan alles van tafel geveegd en ons verplicht het nummer terug op te bouwen. Dat was toen even slikken, maar het resultaat is wel veel beter.

Dan zijn wij toch nieuwsgierig naar wat die eerste versie was.

Tijl: We hebben vooral heel lang op de drums gezocht. Ik ga dat laten horen (en voegt meteen de daad bij het woord).

Plotseling is de hele groep verdiept in de eerste versie van wat uiteindelijk No More Honey zou worden.

Tijl: Eigenlijk klinkt dit veel beter dan dat ik me herinner (hilariteit).

Guy: Dat is ook zo. Hier klonk dat allemaal heel goed. Toen we dat dan meenamen naar Londen – kwam het door de studio, door het materieel of gewoon door ons? –lukte dat niet. Ik vermoed dat dat ook te maken had met het feit dat de producer graag galm gebruikte. Vooral ritmische dingen verwerden dan snel tot een brij. En daarom hebben we het simpeler gemaakt.

Hadden jullie zenuwen om naar Engeland te trekken?

Allen (door elkaar): Jajaja!

Tijl (droog): Ik eigenlijk niet.

Maarten: Het gegeven was dat we vijf dagen gepland hadden om alles op te nemen…

Guy: Het was de allereerste keer dat we met een producer werkten, die we nog nooit hadden gezien.

En hoe kwamen jullie dan bij hem terecht?

Maarten: Het originele idee was om echt beperkt te worden door de studio; om niet alle mogelijkheden, die een hedendaagse studio normaal gezien biedt, te gebruiken; een studio waar je laag over laag kunt bezig blijven. In de Toe Rag Studio werd er op tape opgenomen, waardoor je al beperkt werd in tijd omdat daarop maar een aantal minuten kan opgenomen worden. Bovendien is dat behoorlijk duur en kan je dat niet eindeloos gebruiken. Wij wilden gewoon met ons vijf de studio in en alles live opnemen.

Tijl: Per nummer hebben we maximum drie takes gedaan.

Maarten: In België was zo’n studio niet (meer) voorhanden en dus moesten we naar het buitenland.

En hoe pak je dat dan concreet aan?

Guy: Eerst is dat een hoop internetverkeer naar en van het management van de man en worden de nodige afspraken gemaakt. Dat heb ik dus allemaal NIET gedaan (Hilariteit).

Tijl: Het mooie was dat wat wij gewend waren in een studio de nummers te overlopen met de technieker; er worden wat micro’s geplaatst en je test verschillende materialen uit.

In Engeland zijn we aangekomen om tien, elf uur en ik begon meteen wat cimbalen te zetten. Maar hij zei meteen dat dat niet nodig was, dat we gewoon wat liedjes moesten spelen. En dat deden we. Zowat een uur later klonk het dan van : “Ja, de eerste staat erop. Kom maar luisteren.” Dat was A Helmet Helps. We waren nog maar een paar uur in de studio en zonder dat hij iets had gezegd, had hij al een eerste nummer opgenomen. En die take hebben we gewoon gehouden. Toen het dan avond was, stonden er al zeker twee op. With Love was het andere liedje. Omdat hij zo organisch werkt, heb je eigenlijk niet door dat je al aan het opnemen bent.

Guy: Hij neemt ook zo weinig mogelijk op.

Is dit voor herhaling vatbaar?

Guy
: Dat soort van studio wel. Moesten we volgende keer genoeg geld hebben, zou ik het meteen opnieuw doen.

Maarten: Het idee om met een producer te werken was ook heel geslaagd.

Guy: Da’s waar. Het is ideaal om iemand te hebben, die wat emotionele afstand van de muziek neemt.

Met hoeveel songs zijn jullie naar daar vertrokken?

Guy: Met zes.

Tijl: Oorspronkelijk hadden we het idee om iets te doen dat absoluut compromisloos was, om helemaal onze zin te doen: iedereen samen in een ruimte, geen overdubs, iets met een producer,… risico’s nemen met andere woorden. En dat op een ep te zetten om te kunnen experimenteren en dan over te gaan tot de volgende plaat. Maar dat viel zo goed mee dat we achteraf – we hadden dan toch nog twee nummers liggen – besloten om die er ook op te zetten en meteen een full album uit te brengen.

Maarten: Joes (uitbater en producer bij Sputnik Studio, Schoten) was meegegaan naar Engeland om foto’s te nemen. Daarvan hebben we dan later ook de video gemaakt. Bij Joes hebben we onze vorige plaat opgenomen. En die twee bijkomende nummers hebben we ook daar gedaan, maar dan in dezelfde mindset als in Engeland.

Everyone’s Trying

Tijl: Dat en Solid Gold zijn de nummers die we in Schoten hebben opgenomen.

Rienk: Daar zijn we er dan ook achter gekomen dat het niet zozeer die oude technologie is, niet de tape of wat dan ook, maar het is de aanpak, waar het om draait.

Tijl: Vergelijk het met digitaal en analoog foto’s nemen. Je ziet dat verschil in se niet zo hard, maar met een digitale camera blijf je gewoon foto’s nemen en verwijder je achteraf de niet bruikbare. Bij analoge foto’s speelt dat financiële aspect – film kost tenslotte veel geld – ook mee.

Liam zei dat trouwens zelf: het is de manier van werken. En misschien het feit dat hij maar vier kanalen heeft gebruikt. Je speelt gewoon heel anders als je weet dat elke noot belangrijk is. Als je digitaal opneemt, ga je een nieuwe take doen voor elk klein detail dat er fout loopt. Dat was nu niet het geval. Je bent ontspannen omdat je niet bezig bent met dat zoeken naar perfectie.

Guy: Je luistert ook meer naar elkaar. En ik heb de indruk dat we daar als veel betere muzikanten uit zijn gekomen. Op de nieuwe nummers wordt alles simpel en transparant gehouden. Ik heb samen muziek spelen nog nooit zo leuk gevonden.

Tijl: Als je een plaat opneemt, heb je vaak de neiging om daar nog van alles aan toe te voegen. Achteraf vraag je je dan af hoe je dat live moet gaan brengen. Maar dit loopt bijna als vanzelf.

Die “graphic designer” in Everyone’s Trying (in de tekst van de song) kan geen toeval zijn.

Guy
: Met drie graphic designers in de groep is dat echt geen toeval, nee. Raf, Rienk en Tijl zijn alle drie actief in die business. Daarin zit ook weer dat contrast. Er is sprake van twee fysieke beroepen, “the farmers and the miners”, en dan die “graphic designers”.

Just For Me / Solid Gold

Tijl: We hadden een nummer Second Sin, dat uiteindelijk Solid Gold geworden is, en daar hebben we zo’n half jaar aan gewerkt. Op een gegeven moment hebben we dan gezegd: de tekst moet tegen volgende week klaar zijn. Als de tekst op dat moment niet af was, kregen we dat nummer niet meer afgewerkt. En de week daarna had hij nog helemaal niks.

Guy: Dat was omdat ik vond dat dat nummer helemaal niet paste in de stijl. Dus ik wou een nieuw skelet schrijven.

Tijl: Twee weken voor we de studio ingingen…

Guy: Ik had uiteraard nog geen tekst, want teksten schrijven gebeurt bij mij altijd last minute. Dus ik stelde voor om iets anders te proberen. Dat was dan Just For Me. En dat zat meteen goed, al van bij de eerste repetitie. Maar voor Solid Gold hadden we dus nog steeds geen tekst. Ik heb de neiging om dat steeds uit te stellen.

Maarten: Bovendien ben je niet snel tevreden. Je bent een perfectionist op dat vlak.

Guy: Da’s waar.

Tijl: Dus de nacht voor de opnames moesten plaats vinden, hebben Rienk en Guy zich afgezonderd om die tekst te schrijven. Wij zijn dan met zijn allen op café gegaan.

Maarten: Het is een feit dat wij het beste werken tegen deadlines. Toen hebben we dus op korte tijd die twee nummers afgewerkt, teksten geschreven en opgenomen. En dat ging erg goed.

Handle It

Guy: Dat is nog zo’n nummer, dat helemaal anders is uitgedraaid dan de oorspronkelijke versie. We zijn begonnen met een pianoriedel (speelt die meteen ook). En toen we daarmee in de studio kwamen, zei Liam meteen van : “The piano has to go”. We hoorden dat zelf ook wel. Op een bepaald moment hebben we dan ook de ritmesectie vereenvoudigd, Rienks deel dat verschoven werd naar de intro; eigenlijk werden al die elementen, die we hadden, aangepast. Daarna viel alles in de plooi. Op het ogenblik dat we dat speelden, keken we elkaar aan en ik ben ervan overtuigd dat iedereen hierover tevreden was.

Rienk: Het was ook de favoriet van Liam, samen met No More Honey.

Morning Lover

Tijl: Dat heeft nogal wat voeten in de aarde gehad. Vooral Raf had het daar moeilijk mee.

Maarten: Niet met het feit dat het rocksteady was, maar vooral met het oorspronkelijke themaatje dat erin zat. (Guy en Tijl beginnen het spontaan te spelen en na enkele pogingen wordt het duidelijk waarom het gaat). En dat speelden we dan op een “crappy” orgeltje. Iedereen vond dat “keigraaf”, behalve Raf. Maar na een nachtje slapen zijn we dan tot een consensus gekomen. Dat waren toch pittige discussies en spannende tijden. Uiteindelijk heb je dan twee keuzes: je gaat uit elkaar of je omhelst het probleem. Wij hebben voor het tweede gekozen, gewoon omdat wij zo’n lieve jongens zijn.

Rienk: Dat melodietje werd dan uiteindelijk vervangen door een ander thema.

Guy: Inderdaad. Maarten heeft dan die “oe’kes” gemaakt om het gat op te vullen.

Tijl: Het is wel een nummer dat je moet horen met de backingvocals erbij. Pas dan bloeit dat open.

Waarom zijn die zangeressen er eigenlijk nu precies bij gekomen?

Tijl: Dat was een idee, waar we al vanaf de eerste plaat mee speelden. En dat geldt voor veel op deze plaat.

Maarten: Nu hebben we dus eigenlijk gewoon alles gedaan wat we al lang wilden doen: een band in een midlifecrisis.

Tijl: Komaan, jong, je moet de mensen geen foute titels geven. Het is ook erg goed uitgedraaid, zeker met de twee dames, die nu met ons meedoen.

Waar ik zelf aanvankelijk bang voor was, was dat, gezien we al lang met drie mensen zingen, wij zelf minder zouden gaan zingen. Maar dat is helemaal geen probleem gebleken.

Guy: Als je genres als soul en gospel de voorkeur geeft, dan zijn zangeressen nooit ver weg. Die zijn er dus eigenlijk automatisch bij gekomen.

Het zal ons benieuwen hoe dat op een podium gaat klinken.

You Raskal You stelt de  nieuwe plaat voor in de Arenberg op 4 februari. Daarna zijn er nog meer concerten, die je hier terug kan vinden.

1 februari 2016
Patrick Van Gestel