You Raskal You We wilden het gewoon helemaal anders aanpakken

We wilden het gewoon helemaal anders aanpakken

De rustige koffiebar, die wij voor ogen hadden voor het interview met You Raskal You, bleek overvol te zitten. Maar geen nood: achteraan was er nog een hoekje waar we konden keuvelen over de nieuwe plaat en hoe ze daartoe waren gekomen. Maarten Michielsen (gitaar) en Guy Brees (toetsen) beantwoordden alle vragen met veel enthousiasme.



Voor deze plaat zijn jullie helemaal anders tewerk gegaan.
Maarten Michielsen
: Omdat we vorige keer in een volledig geïmproviseerde situatie hadden opgenomen, hadden we nu wel het idee om voor een echte studio te gaan. We wilden het eigenlijk gewoon helemaal anders aanpakken. Vorige keer waren alle nummers al heel lang klaar. Nu hebben we de songs geschreven, zijn we naar de studio gegaan en hebben we ze opgenomen. Dat was behoorlijk intensief werken.

Is daarmee het authentieke, het spontane niet een beetje verdwenen?
Michielsen
: Het is zeker anders. Hoewel we geprobeerd hebben om veel live opnames te maken. Aanvankelijk hebben we geëxperimenteerd met metronomen en overdubben, maar op een bepaald moment hebben we gewoon besloten alles live in te spelen in de studio en achteraf eventueel nog wat overdubs toe te voegen. Wat je hoort op de plaat is dus wel degelijk op het moment ingespeeld.

Waar halen jullie in godsnaam zo’n titel vandaan?
Michielsen
: Eigenlijk wilden we het jullie journalisten gewoon moeilijker maken... (lacht). Nee, het is een citaat uit het laatste nummer op de plaat, Taken By Surprise, en het geeft het thema van de plaat perfect weer. En dat kan je nu eenmaal moeilijk in twee woorden zeggen. We hebben er deze keer ook voor geopteerd om de teksten bij te voegen. De thematiek en de lyrics zijn belangrijk voor ons en de luisteraars mogen dat gerust weten.

Kan je die thematiek even uitleggen aan de hand van een nummer als pakweg The Bucket And The Rag?
Michielsen
: Dat nummer – en nu begeef ik me op glad ijs, gezien het eerder Guy en Rienk (Michielsen, zanger-gitarist, nvdr) zijn die zich met de teksten bezighouden – gaat vooral over de ellende die je meemaakt als een relatie afspringt.

Waar haal je je inspiratie voor teksten, Guy?
Guy Brees: Vooral uit het dagelijkse leven, maar ook uit wat je leest. Dat wordt dan gekatalyseerd. Het wordt nooit letterlijk neergepend. Je schrijft je gevoelens daarover op en je giet dat in semi-poëtische bewoordingen.

Hoe zorg je dan dat de nummers op elkaar aansluiten?
Brees
: Dat is eigenlijk een heel evolutionair iets. Iedereen past zich voortdurend aan en zo krijg je uiteindelijk iets dat behoorlijk homogeen is.
Michielsen: Vaak kom je dat pas achteraf te weten. Als je alle nummers samen legt, merk je die rode draad erdoorheen en heb je een soort patroon.

Hoe gaat dat tekstschrijven specifiek in zijn werk?
Michielsen
: In tegenstelling tot bij vorig album werd de muziek van de nummers eerst geschreven en kwam de tekst achteraf. Er is dus toch meer als groep aan de songs gewerkt.

Er zit behoorlijk wat variatie in de plaat. Was dat een vooropgezet plan?
Michielsen
:  Elk van ons luistert naar bijzonder uiteenlopende dingen, gaande van Zuid-Afrikaanse toestanden tot traditionele dingen als bluegrass. Dat houdt dan ook automatisch in dat er variatie in die plaat sluipt. We hebben er alleen naar gestreefd dat het herkenbaar blijft als You Raskal You.

Typisch aan You Raskal You is dat jullie weinig moeite doen om hip te zijn.
Guy Brees
: Misschien moet je het anders zeggen: wij doen eerder moeite om NIET hip te zijn. Wij zijn daar met andere woorden niet echt mee bezig.
Michielsen: Wij luisteren eigenlijk allemaal enkel maar naar oude muziek. Onlangs nog hebben we een mixtape gemaakt met daarop oude gospelmuziek, oude blues en dergelijke.

Moet het echt oud zijn?
Brees
: Helemaal niet. Ik ben bijvoorbeeld grote fan van Lorde en George Ezra. Budapest is een  fantastisch nummer . Het komt er gewoon op neer dat onze muzieksmaak echt heel divers is.
Michielsen: Tijl (Piryns, drums, zang, nvdr) luistert veel naar afrobeat, Afrikaanse toestanden en oude soul. Raf (Vorsselmans, bas, nvdr) heeft het dan weer meer voor metal, maar houdt ook van klassiekers als Bob Dylan en dergelijke. Soms hebben wij ook niet echt een idee van wat er momenteel allemaal leeft.
Brees: Ik wel hoor. Ik luister veel naar de radio, zonder een voorkeur voor een bepaalde zender te hebben. MNM is niet mijn favoriet, maar verder kan dat alle kanten op gaan.

Was dit effectief de “moeilijke tweede” of viel dat mee?
Michielsen
:  Eigenlijk zijn we er gewoon intuïtief aan begonnen, zijn we daar niet bij blijven stilstaan, maar je merkt wel dat men die twee platen automatisch gaat vergelijken. Nu hebben fans een andere referentie.

Was het moeilijk om op een bepaald moment te zeggen: dit is het, de plaat is afgewerkt?
Michielsen
: Best wel ja, maar aan de andere kant kan je dat beeld pas echt scherp stellen als je er een beetje afstand van neemt. Pas dan kan je er echt realistisch naar kijken. En nu we dat gedaan hebben, kunnen we uiteraard niet anders dan tevreden zijn.

Was het budget nu groter?
Michielsen
: Sowieso ja, vorige keer werd een groot gedeelte gesponsord door Scheld’Apen. Nu hebben we het uit eigen groepskas betaald. Uiteraard is het de bedoeling dat deze investering zichzelf terug verdient, bijvoorbeeld door optredens.

Er staan er al heel wat op stapel. Zijn er ook festivals bij?
Brees:
Optredens zijn onze belangrijkste bron van inkomsten, dus die zijn dan ook erg belangrijk. Festivals zijn er nog niet gepland.

Naar welk festival zou je voorkeur uitgaan?
Brees:
Iets als Dour of Sfinks wat mij betreft. Iets dat niet al te groot is, maar ook niet te klein.

Hoe zit het eigenlijk met het artwork?
Michielsen
: Daar houdt Rienk zich mee bezig. Hij is ook nog grafisch vormgever van Natuurpunt.

De video van The Bucket And The Rag kan je niet anders dan typisch Vlaams noemen. Was dat ook de bedoeling?
Brees
: Daar zijn we inderdaad helemaal van uitgegaan. We hadden vooraf gebrainstormd en de ideeën, die daar uitkwamen, gaven al meteen aan dat het onderwerp erg werelds, erg alledaags zou zijn. Toen zijn we uitgekomen bij de schoonmaakploeg van de school Don Bosco. Dat was al meteen een mooie locatie. Daarna was er nog wat onenigheid over het feit of we alles in scène zouden zetten of die mensen gewoon hun ding zouden laten doen, alles filmen en later gewoon monteren. Het is het laatste geworden.
Michielsen: Die mensen waren ook zo naturel. En Tijl, die zo’n beetje als opnameleider fungeerde, slaagde er wonderwel in om die mensen op hun gemak te stellen.
Brees: Ze waren enigszins voorbereid, maar uiteraard was dat voor hen allemaal een beetje vreemd.

Het contrast tussen die enscenering en die typisch Amerikaanse muziek, die dixieland toch is, is toch een beetje vreemd.
Brees
: Misschien, maar als je erbij stilstaat, is Dixieland ook heel erg rootsy, heel aards. In die zin is dat dan weer niet zo vreemd.
Michielsen: Het plan was ook om dat oerkatholieke mee te nemen. En daar zijn we toch in geslaagd.

Is er al een video voor My Love?
Michielsen
: Nee, er zijn al wel plannen voor, maar nog geen concrete ideeën.

Jullie zijn afkomstig uit de kempen, hebben daar zelfs een “Cultuurprijs voor Vernieuwend Initiatief” gewonnen. En nu zijn jullie allemaal in Antwerpen aanbeland.
Michielsen
: De stad Hoogstraten geeft jaarlijks een cultuurprijs voor artiesten of mensen, die met cultuur bezig zijn. Een nobele onbekende heeft ons voorgedragen en wij hebben die prijs vorig jaar gewonnen. We hebben inderdaad allemaal in Antwerpen gewoond, maar zijn nu terug aan het uitzwermen. Raf is terug verhuisd naar de Kempen, mijn broer Rienk woont nu in Kalmthout en Ikzelf woon in Ekeren. Enkel Tijl en Guy wonen nog echt in Antwerpen.


April 2, 2014
Patrick Van Gestel