Willy Mason Gotta Keep Tourin'

Gotta Keep Tourin'
Deze week zagen we hoe Willy Mason het beste van zich gaf in De Laatste Show. Dat hij het op dit moment behoorlijk druk heeft, met het verschijnen van zijn nieuwe album en al het toeren moge duidelijk zijn. Toch vond hij nog de tijd om onze vragen te beantwoorden.


Je vorige album begon met Gotta Keep Movin’. Het eerste nummer op je nieuwe album heet Gotta Keep Walkin’. Al enig idee hoe je de openingssong op je volgend album zal noemen. Gotta Sit Still misschien?
Dat is goed gevonden. Zeker na al het toeren. Nu, Gotta Keep Movin’ gaat over het weglopen van problemen en angsten, terwijl Gotta Keep Walkin’ vooral gaat over dat je je door die dingen heen moet slaan. Hopelijk heb ik daar bij een volgend album geen last meer van en kan ik gewoon relaxen.
 
Je vorige plaat kreeg lovende kritieken. Een Belgisch weekblad noemde het zelfs “het beste debuutalbum van de laatste vijf jaar”. Beïnvloedde al die aandacht je tijdens het opnemen van je nieuwe album? Zorgde het voor enige druk?
Ja, vooral mijn platenlabel raadde me aan om aan dit album iets meer geld uit te geven, zodat het zeker even goed zou zijn dan het vorige. Het heeft er vooral voor gezorgd dat ik wist wat ik me op de hals haalde wat toeren betreft. En ik kon er dus ook voor zorgen dat mijn koffers voldoende gevuld waren.
 
Misschien ben je niet helemaal een protestzanger, maar songs als Save Myself gaan over bepaalde problemen in de huidige maatschappij. Heb je het gevoel dat je als zanger verplicht bent over die dingen te zingen? Geloof je dat het enige impact heeft bij mensen, of is het meer een manier van jezelf uit te drukken?
Moeilijk te zeggen wat de impact is. Ik hou er van te denken dat het voor sommigen een opluchting is, om bepaalde ideeën en bezorgdheden in de media aan bod te horen komen. Ik zing over die dingen omdat ze me bezighouden. Ik ga er van uit dat er nog mensen zijn met diezelfde bezorgdheden en hopelijk voelt het voor hen goed aan om iemand te horen die er ook zo over denkt.
 
Riptide, If The Ocean Gets Rough, When The River Moves On: water speelt een prominente rol op deze plaat. Is het daarom dat je het album ‘If The Ocean Gets Rough’ hebt genoemd? En wat vind je zelf het mooiste aan de oceaan?
Ja, dat is de reden. De oceaan werkt zeker helend, maar is tegelijkertijd ook heel krachtig en gevaarlijk. Het kan symbool staan voor verschillende aspecten van het leven. Bovendien leert het ons veel over de kracht die de natuur kan hebben.
 
Wat is je favoriete song van het nieuwe album en waarom?
Wellicht Riptide, hoewel dat van dag tot dag kan verschillen. Soms heb ik last van heimwee en Riptide gaat over thuiskomen na een lange tijd “on the road”. Ik denk ook dat het een goed nummer is geworden, met mijn vriendin Nina (Nina Violet, red.) op de altviool.
 
Wat is je leukste herinnering in de jaren tussen je debuutalbum en je nieuwe cd?
Ik heb veel gezien, maar alles ging zo snel dat het allemaal een beetje vaag is. De beste herinneringen hou ik echter over aan de concerten bij mensen thuis in Duitsland, Nederland, de VS en Groot-Brittannië. Als je bij mensen thuis wordt uitgenodigd en als een vriend behandeld wordt, dan maakt dat alleen al al dat reizen de moeite waard.
 
Je hebt ook je eigen label: Grandma’s Basement. Bevindt het hoofdkantoor zich echt in de kelder van je grootmoeder? En waarom ben je er mee begonnen?
Het is inderdaad de kelder van mijn overleden grootmoeder. Daar repeteerde ik met mijn band en nam ik voor het eerst dingen op. Ik ben er mee begonnen om een creatieve uitlaatklep te hebben die niet afhankelijk is van mij als persoon.
 
Welke onbekende band zou je graag bij je label zien?
Artiesten die ik zou willen helpen om iets uit te brengen zijn Nina Violet (die ik al eerder vernoemde) en The Billionaires. Ze hebben niet zozeer een traditioneel platencontract nodig, maar misschien kan ik ze op de een of andere manier helpen. Het zullen voornamelijk plaatselijke artiesten zijn, omdat we afgesproken hebben dat we vooral de plaatselijke scene gaan helpen.
 
Hartelijk bedankt voor dit interview.

November 8, 2008
Tom Wouters