Whitney Geen banjo's voor ons!

Geen banjo's voor ons!

Slurpend van hun soep treffen wij twee Amerikaanse twintigers aan, ietwat moe van de persdag. Ze brengen met hun kakelverse band Whitney, ontsproten uit de as van The Smith Westens, begin juni ‘Light Upon The Lake’ uit, een uitstekend debuutalbum vol country en soul.



Whitney is nu één jaar oud en brengt een puik eerste album uit. Niet veel bands kunnen dat op zo’n korte tijd. Was er geen tijd te verliezen?
Max Kakacek: We spelen al ons hele leven muziek, voor ons is het dus niet echt "dat eerste album".

Julien Ehrlich: Na al dat touren met onze vorige bands, zitten we al veel verder op het vlak van samenwerken en het uitbouwen van de relatie tussen ons twee. Daardoor wisten we al hoe het eindresultaat moest klinken. Omdat onze vorige band splitte en we ons appartement kwijt waren, moesten we elkaar wel steunen en schreven we de plaat die er nu ligt.

De ervaring van bij eerdere bands kwam dus ten zeerste van pas. Ging dat dan over het schrijven en opnemen? Of ook over het touren?
Kakacek: We hadden inderdaad al een klein netwerk van mensen die we gaandeweg hadden leren kennen. Vooral in Amerika, omdat we daar thuis zijn. Zo kennen we Jonathan Rado van Foxygen en Secretly Canadian goed. Dat helpt uiteraard.

Hadden jullie dan ideeën klaarzitten die bij Smith Westerns niet pasten, maar bij Whitney wel?
Ehrlich: Puur qua nummers niet, maar wat betreft de werking van de band wel.

Kakacek: Ik wilde altijd al in een band als Whitney zitten. Julien en ik wisten dat we ooit samen in zoiets terecht zouden komen.

De band lijkt nu zorgvuldig gecreëerd: van het artwork tot de sound en het soort publiek dat jullie willen. Hoe kunstmatig is dat gegaan?
Kakacek: We willen het nochtans organisch laten verlopen. Van koppen als “Ex-Smith Westerns starten nieuwe band”, kregen we het op onze zenuwen. We smeten simpelweg enkele nummers online om te zien wat er gebeurde. Ons doel is dat we en route meer fans krijgen; niet door een uitgestippeld plan of één of andere muziekblog die een stuk aan ons wijdt.

In de eerste plaats zoeken jullie die fans in Chicago. Want het opstarten van de band had als voornaamste reden dat de stad wel een nieuwe band kon gebruiken. Hoe belangrijk is de thuishaven?
Ehrlich: Sommige bands kunnen er zeker van profiteren dat er in hun stad een soort van scene bestaat, maar dat is bij ons niet het geval. Maar Chicago is een goede stad om te beginnen. Er zijn veel jonge bands waarvan iedereen elkaar kent.

Kakacek: Op die manier staat iedereen meer open voor een nieuwe band. Je kent hen, dus wil je ook checken wat ze doen. Er zijn veel huiskamerconcertjes bijvoorbeeld, waarbij er amper nog volk binnen kan. Klein maar fijn is ideaal als begin.

Toch zit je nu aan de andere kant van de wereld. Dat spreekt toch van enige ambitie.
Ehrlich: We willen een solide fanbasis opbouwen, die meegaat op de avonturentocht die we met Whitney in gedachten hebben. En dat kan best lang duren.

Kakacek: Gelijkgestemde zielen vinden gaat nog steeds het best door te spelen waar je maar kan. Dit is de derde keer dat we in Brussel zijn en je merkt dat er toch al sprake is van enige herkenning. We hebben dit eerste jaar heel hard gewerkt en zijn toch wel verwonderd dat het al vruchten afwerpt; zoals de reacties op ‘No Woman’. Dat hadden we niet verwacht.

Ehrlich: Maar je voor honderd procent smijten zal je altijd wel ergens brengen.

En de hulp van Pitchfork, The Fader en consorten helpt.
Kakacek: Dat is inderdaad geweldig. Hoe meer mensen onze muziek horen, hoe beter.

Ehrlich: We hebben al een stampvolle kalender met shows, maar dat zorgt er misschien voor dat er effectief volk zal zijn! En daar komt ons plan terug ten tonele: door vaak te spelen willen we iedereen overtuigen van hoe goed we zijn.

Om aan de schrijfsessies te beginnen, hadden jullie een verpersoonlijking nodig. Dat werd Whitney; een oude man die alleen woont en muziek maakt.
Ehrlich: Dat was een werktuig om van te starten, om die eerste twee nummers af te krijgen. We gebruikten een derde persoonsvorm om uit onszelf te treden, maar toch over onze gevoelens te kunnen schrijven. Hoe eerlijker de muziek, hoe liever we hem horen. Vandaar dat we er zelf ook naar streven over alles eerlijk te zijn. Geen reverb, geen verzonnen inspiratie.

Waar komt de vrij tijdloze sound dan vandaan? Het samenwerken met Foxygen? Het beeld van de oude man Whitney?
Kakacek: Tijdloos is het beste compliment dat we kunnen krijgen.

Ehrlich: We hebben deze plaat bewust gemaakt met de gedachte dat dit in zowat elke tijdsperiode uit zou kunnen komen. We wilden nergens aan refereren, geen grote voorbeelden uit het verleden verheerlijken, niet vastgebonden zijn aan een periode.

Wat opvalt aan jullie muziek is het hoge, karakteristieke stemgeluid van Ehrlich. Een sterkte, maar beperkt het ook niet jullie bereik qua sound?
Ehrlich: Ik vind niet dat we al op muren gebotst zijn. We hebben de plaat gemaakt, die we voor onszelf eindeloos op repeat kunnen zetten in de wagen. Niet elke band kan elk genre bestrijken. Bij ons is dat op deze plaat country en soul, maar op de volgende plaat kan dat evengoed wat anders zijn.

Het gros van jullie nummers gaat over break-ups, zoals wel vaker in country. Is de inspiratie van een break-up waardevoller voor een goed nummer dan die van pakweg een romantische relatie waar alles klopt?
Ehrlich: Ik probeer vaak het gevoel van eenzaamheid te beschrijven, hetgeen niet noodzakelijk negatief is. Iedereen in de wereld voelt zich wel eens eenzaam. Sommigen krijgen dan medelijden met zichzelf en willen niet meteen een nieuwe relatie aangaan. Dat geldt bijvoorbeeld voor mij; en dat probeerde ik op plaat te krijgen. Een beetje verslaafd zijn aan het gevoel dat alles tegenzit.

Maar die gevoelens brengen dan meer inspiratie met zich mee?
Ehrlich: Neen, het is eerder biografisch omdat we in al die situaties zaten, toen we de plaat opnamen. Onze vorige band stopte, we waren ons appartement kwijt, het leven was niet rooskleurig. Dus het is niet dat ik die gevoelens prefereer, maar ik haal er wel een pak inspiratie uit. En die wou ik verkennen. Volgende keer zullen dat misschien andere gevoelens zijn. Aangezien we zelf verder leven, groter worden, dit allemaal meemaken, …

Er is ook ruimte voor piano en blazers. Proberen jullie daarmee weg te vluchten van de cliché-country uit een stoffig dorpje met moonshiners?
Kakacek: Wanneer wij country zeggen, is dat de country van Jim Ford en Neil Young, niet die van Garth Brooks. Geen banjo’s voor ons!

Ehrlich: Dat is inderdaad het gevaar. Langs de andere kant willen we wèl in dat vakje gestopt worden, al was het maar om het gezichtsveld van mensen wat te verruimen. De vooroordelen over country moeten stoppen. Zelfs Garth Brooks kan, in de juiste setting – dronken op Stagecoach met name – genietbaar zijn.

Stagefest, de country-variant op Coachella staat nog steeds bovenaan jullie wishlist?
Ehrlich: Hell to the yes, man!

Veel geluk om daar te geraken!

Whitney speelt op vrijdag 17 juni in de Brusselse Botanique. Debuutplaat ‘Light Upon The Lake’ ligt vanaf vrijdag 3 juni in de rekken.


May 30, 2016
Ben Moens