Wende Ik ben gewoon bang

Ik ben gewoon bang

Of ik Wende eens niet wilde interviewen, was de vraag. Dus sloegen we aan het googlen. En het duurde niet lang voor we onder de indruk waren. Wende bleek Wende Snijders te zijn, een Nederlandse zangeres en singer-songwriter die niet in een hokje te duwen valt. We gingen doorheen haar oeuvre en begonnen bij de Franse chanson, kregen een vleugje jazz mee en belandden bij Engelstalige elektropop à la Moloko. Nu zit ze middenin ‘Mens’, een project met Nederlandstalige songs over wat het betekent om mens te zijn in deze tijd.

Wende Snijders: Ik denk dat ik van aard nogal nieuwsgierig ben. Ik wil binnen de muziek zoveel mogelijk grenzen verkennen en uitzoeken waar ik nog naartoe kan. Ik heb al chanson gedaan, jazz en pop, en nu dit weer. Ik vind het wel fijn dat mensen dat van me aanvaarden, want ik besef dat ik een moeilijke ben op dat vlak, dat het moeilijk is om me te plaatsen, zeg maar. Maar ik denk ook wel dat ik die plaats zelf heb afgedwongen, dat ik actief naar die veelheid op zoek gegaan ben.

Hetzelfde geldt voor de talen waarin je zingt. Je bent ooit begonnen met zingen in het Frans, koos dan voor een combinatie van Frans en Nederlands, daarna het Engels en nu zing je in het Nederlands.
Ik heb ook nog in het Zuid-Afrikaans en in het Spaans gezongen. Ik zie taal als een communicatiemiddel, als één compositorisch element van het geheel. Net zoals ik genre ook een compositorisch element vind. Momenteel ben ik in het Nederlands aan het zingen omdat ik meer op zoek wil gaan naar die emotionele verbinding die ik daardoor met het publiek kan maken. Verschillende talen geven verschillende dynamieken. Het is anders als ik voor een publiek van Nederlanders in het Frans zing, dan wanneer ik voor een publiek van Nederlanders Nederlands zing.

Is het gemakkelijker of moeilijker om in je moedertaal te zingen?
Ik vind het moeilijker, alleszins. Ik heb een haat-liefdeverhouding met het Nederlands. Ik gebruik het Nederlands ook voor banale dingen, zoals “Mag ik het zout eens even?”, bijvoorbeeld. Ik vul er mijn leven van alledag mee. Als ik aan die taal dus een poëtische waarde wil toekennen, dan moet ik daar harder voor werken, want dat is niet hoe ik die taal doorgaans gebruik. Ik moet ervoor opletten dat het niet sentimenteel wordt of pathetisch of lui. In andere talen heb ik dat niet, daar komt dat poëtische als vanzelf, snap je?

Maar waar moet men je zoeken in de platenwinkel? Sommige van je platen zullen bij chanson liggen, andere bij pop of bij Nederlandstalig. Begin er maar aan.
(lacht) Ik hoop dat al mijn platen bij pop liggen. Ik heb een soort van onderliggende missie. Toen we aan de ‘Mens’-tournee begonnen in maart heb ik die heel bewust afgetrapt in Paradiso in Amsterdam, een club. Mensen weten vaak niet wat ze met me aanmoeten, organisatoren ook niet. Ik val vaak tussen de club en het theater in en het ding is: ik wil ze ook allebei.

Ik wil mensen weer naar taal laten luisteren en dat gaat doorgaans een stuk makkelijker in het theater. Maar artiesten als Savages, Kate Tempest en Stromae hebben al bewezen dat het ook in een club kan. Waarom zou het niet gaan?

Het loopt best goed. Bij heel wat data in je concertagenda staat de boodschap "Uitverkocht".
Zeker met deze ‘Mens’-tournee lijk ik de nieuwsgierigheid van de mensen gekieteld te hebben. Toen ik dit voorjaar shows speelde in België – in Leuven in de schouwburg en in de Bourla in Antwerpen – waren de voorstellingen daar ook uitverkocht. Nu mag ik er weer enkele shows spelen en in mei keer ik terug voor een show in De Roma. Het begint echt wel te lopen in België ook. Dat maakt me best blij, want ik wil al jaren bij jullie dedeur intrappen.

Zou je willen dat het even hard begint te lopen hier als in Nederland?
Helemaal. Ik heb best een grappige band met België. Mijn partner is een Belg, die in Amsterdam woont. Maar er is meer: onlangs heb ik iets grappigs geleerd. Ik heb in verschillende landen gewoond. Ik ben geboren in Engeland, heb in Indonesië gewoond en in Afrika. Nu hebben we een programma in Nederland, dat heet 'Verborgen Verleden'; en die hebben uitgezocht dat ik een rechtstreekse afstammeling ben van Judith van West-Francië en Boudewijn, degene die in 863 als eerste de titel van Graaf van Vlaanderen kreeg.

Je hebt voor je nieuwe project samengewerkt met Vlaamse schrijvers zoals Dimitri Verhulst en Tom Lanoye, maar ook met Adriaan Van Dis, Arnon Grunberg en de rapper Typhoon. Je hebt met hen nagedacht over wat het betekent om mens te zijn vandaag. Dat is een heel moeilijke vraag.
Ik heb dan ook heel veel lange en boeiende gesprekken gevoerd met heel verschillende soorten mensen. Mijn vriend – de Vlaming – vroeg me op een bepaald moment waarom ik geen chanson meer doe. Ik ben er mijn carrière mee begonnen en ik hou heel erg van het genre, maar op een bepaald moment kreeg ik het heel erg benauwd van de nostalgie, die daaraan vasthangt, en dan heb ik die deur heel rigoureus gesloten.

Maar toen heeft de Nederlandse componist Boudewijn Tarenskeen Winterreise van Schubert eens helemaal uit elkaar gehaald voor mij in het kader van een voorstelling. En daarna wilde ik het wel opnieuw doen met die chansons, maar dan wel met nieuwe verhalen. En dat samenwerken met anderen was voor mij ook belangrijk. Vooral met Dimitri Verhulst ging die samenwerking heel erg goed. We hebben veel samen geschreven en voor ‘Mens’ heeft het vijf nummers opgeleverd. Hij kende mij oorspronkelijk niet; en dan zijn we eens samen op stap geweest in Gent en we hadden echt meteen een klik. Het was geweldig.

De wereld is er ooit al beter aan toe geweest en je gebruikte nieuws ook als je inspiratiebron. Nieuws is ook maar zelden goed nieuws.
Dat heeft heel erg zijn weerslag gehad, ja. Ik heb heel veel geschreven voor dit project. Elke ochtend vier bladzijden in mijn dagboek. Ik ben heel erg geconfronteerd geweest met mijn angsten en die heb ik proberen linken aan wat er in de wereld gaande is. Je hebt geen job voor het leven meer; we hebben geen religie meer waarin we onze toevlucht kunnen zoeken; een relatie is broos en een huwelijk is al lang geen instituut meer: we zijn tegenwoordig heel erg op onszelf teruggeworpen. Dan kan ik wel begrijpen dat veel mensen diegene willen volgen die ons een richting aanwijst en zegt wat we moeten doen.

Tegelijkertijd wil ik niet cynisch zijn. Ik denk dat het in de Middeleeuwen ook niet zo fijn was om op de wereld rond te lopen. Naar verluidt, is er minder terrorisme dan ooit tevoren, maar het komt gemakkelijker binnen; we worden gewoon overspoeld door rampspoed waardoor het allemaal veel erger lijkt dan het in werkelijkheid misschien wel is. We zitten allemaal in ons eigen bubbeltje, denken dat we de waarheid in pacht hebben, maar ik denk dat er geen andere optie is dan eens uit dat bubbeltje komen. We moeten elkaar ontmoeten, verbindingen maken met elkaar en erkennen dat het ok is dat er mensen zijn die anders zijn dan onszelf. Mijn waarheid is niet dé waarheid. Je Bent Mijn Stad, mijn nummer over Amsterdam, is eigenlijk één grote metafoor voor die confrontatie met de anderen. Dat is nu eenmaal gemakkelijker in een stad dan in een dorp.

Dat nummer deed heel erg universeel aan. Het zou ook over Antwerpen kunnen gaan.
Ik ben heel blij dat je dat zegt.

Denk je dat je mensen al iets geleerd hebt met ‘Mens’?
Dat weet ik niet. ‘Mens’ is geen pamflet. Ik wil alle aspecten van mijn emoties op tafel leggen. Ik ben opener en naakter dan ooit tevoren. Ik wil gewoon tegen de mensen zeggen: “Ik ben ook bang.”

Op 3 mei staat er een concert van Wende gepland in De Roma in Borgerhout. Meer informatie over de komende concertdata vind je op de site van Rumoer! Dit stuk verscheen ook bij Newsmonkey.be.

Foto: @bulletray


25 november 2017
Geert Verheyen