The Me In You
We willen dat het interessant blijft tot het einde
Steven Verhamme — 14 april 2026
Met hun dromerige, gelaagde sound en een eigenzinnige artistieke visie bouwde The Me in You de voorbije jaren gestaag aan een indrukwekkend parcours binnen de Belgische muziekscene. Hun muziek weet een intieme, bijna literaire wereld te creëren waarin elke luisteraar kan verdwalen.

Hun vijfde album ‘Ida Fischer is niemand’ is een plaat die opnieuw getuigt van hun drang naar vernieuwing en verdieping. Het resultaat is een sfeervolle luistertrip die balanceert tussen indiepop, ambient en experiment. Wij spraken met frontman Stijn Claes over het ontstaan van het album, het verhaal achter Ida Fischer en hun plek in een wereld die steeds moeilijker te vatten lijkt.
Jullie gaven jullie vijfde album de mysterieuze titel ‘Ida Fischer is niemand’. Het draait rond een fictief personage. Wat trok jullie aan in het idee om zo’n karakter centraal te stellen op de plaat?
Stijn Claes: We vinden het altijd belangrijk om, wanneer we aan muziek werken, het geheel aan iets op te hangen. Zeker nu er zoveel gebeurt in de wereld, speelt dat nog meer mee. In onze band zitten ook mensen met levenservaring, en dat sijpelt vanzelf binnen in hoe wij creëren. We werken graag rond concepten; dat geeft ons richting en houvast. In dit geval kozen we voor het idee van iemand die alles wil afsluiten, die beslist om een stap terug te zetten uit de maatschappij, labels los te laten en gewoon ‘niemand’ te zijn, omdat dat ook oké is. Je hoeft niet ergens extreem goed of net slecht in te zijn. Je mag ook gewoon neutraal zijn, gewoon bestaan zonder dat er altijd een doel of prestatie achter zit. Dat idee sprak ons erg aan. Het helpt ons om teksten te schrijven en alles vorm te geven, omdat je je in dat personage kan inleven.
Dat klinkt misschien zwaarder dan het bedoeld is?
Inderdaad. We willen onze inhoud niet per se te serieus maken; het concept dient vooral als inspiratie, als een goed verhaal dat ons vooruithelpt. Tijdens het opnameproces hebben we dat ook visueel gemaakt. In de studio werd constant een afbeelding van Ida Fischer (de hoes) geprojecteerd, samen met beelden van waar dat personage zich zou bevinden en wat die zou doen. Dat liep de hele tijd mee terwijl we werkten. Zo hadden we het gevoel: daar is ze weer (lacht). Dat werkte als een sterke trigger en motivator, omdat we altijd wisten in welke wereld we zaten. Op die manier geeft zo’n concept ons richting, maar ook afbakening. Het helpt ons om keuzes te maken en gefocust te blijven, zonder dat het ons vastzet.
Wie is die Ida Fischer voor jullie? Is dat een individu, een symbool of een soort spiegel van de samenleving die jullie willen voorhouden? Hoe moeten we dat zien?
Ik denk dat we allemaal een beetje Ida zijn. Elk van ons op zijn eigen manier. We zijn met de bandleden ongeveer even oud en zien wat er rondom ons gebeurt. In die zin is het concept ook echt een spiegel. Han en ik staan via onze job als leerkracht regelmatig midden in dat thema. We merken dat leerlingen al snel een label opgeplakt krijgen en zich daar dan naar moeten gedragen. Alsof er plots verwachtingen zijn waaraan je moet voldoen. Als leerkracht voel je ook dat je je daar anders tegenover moet positioneren. Of dat goed of slecht is, weet ik niet, maar het doet wel iets met je. Voor ons is het soms gewoon nodig om even te kunnen ontsnappen aan die chaos. Om afstand te nemen van alles wat er gebeurt en daar op een andere manier naar te kijken.
Kunnen songs daar iets toe bijdragen?
Misschien willen we via onze muziek bepaalde inzichten aanraken, zonder dat we daar per se grote antwoorden op hebben. Ondanks het feit dat we graag relativeren, grapjes maken en het onderling luchtig houden, zijn we wel degelijk bezig met wat er leeft. Als groep hebben we dat ook nodig: samenkomen en dingen verwerken. Niet door ze letterlijk uit te spreken, maar door er creatief mee om te gaan en erover te reflecteren. We kennen elkaar al heel lang, en dat schept een sterke band. Daardoor pikken we alles wat er rondom ons gebeurt vanzelf op en verwerken we dat, bewust en onbewust, in wat we maken. We weten van elkaar wie we zijn, wat ons bezighoudt en waar onze frustraties liggen. Dat maakt ons tot een hechte, goed gewortelde groep. Net daardoor kunnen we die thema’s ook omzetten in iets creatiefs. Ik denk ook dat we dit vroeger misschien niet hadden durven doen, dat we toen minder snel zo’n thema zouden vastpakken. Nu zijn we rijper en durven we dat wel. Dat voelt als een belangrijke stap.
Ida kiest ervoor om ‘niemand’ te worden. Is dat eerder een bevrijding of een tragisch gegeven? Hoe zie je dat?
Het voelt eerder als een bevrijding. Voor mij is Ida Fischer eigenlijk niemand, en net daarin schuilt iets moois. Die wereld, of noem het dat dorp of stad waarin ze zich bevindt, voelt ergens tragisch aan. Door niemand te zijn, lijkt ze net gelukkiger. Alsof het loslaten van alles, zoals verwachtingen, labels en identiteit, juist ruimte geeft. Ik zie dat echt als een vorm van vrijheid. Ik denk dat we dat allemaal wel herkennen. Dat probeer ik ook in de liedjes te leggen: een mengeling van alles wat ons vormt. Liefde, pijn, jeugd: het zit er allemaal in. Dingen die we ooit heel scherp hebben gevoeld en die nu misschien veranderd zijn, maar nog altijd meedragen wat ze toen betekenden. Je kan dat niet los zien van wie je geworden bent. Misschien draait het wel om dat besef en het loslaten tegelijk. Die paradox van betekenis zoeken, maar ook durven zeggen: waarom eigenlijk? Waarom moet alles ingevuld of verklaard worden? We koppelen het ook aan een bepaalde sfeer of beeldtaal: iets ruws, donkerders, bijna antracietkleurig. Een beetje zoals het gevoel van Berlijn in de jaren ’80: zwaar, traag, geladen. Net in die zwaarte zit ook iets bevrijdends. Dat is misschien de kern: het mag traag en zwaar zijn, maar het kan ook opluchten.
De opnames liepen van 2023 tot 2025. Dat is best lang. Hoe heeft die periode de sound van het album beïnvloed?
We maakten een moeilijke start met deze plaat. Na de vorige, die we ook samen met Gaëtan Vandewoude van Isbells maakten, zaten we eigenlijk een beetje vast. Dat tweede album was een ongelooflijke ervaring: alles klikte en voelde heel juist. Daarna kwamen we op een punt waarop er gewoon niets meer leek te komen. Alsof het even op was. Op een bepaald moment hebben we dan beslist om een pauze in te lassen. We waren nog niet eens zo lang bezig, maar het voelde nodig om even afstand te nemen. Daarna hebben we ervoor gekozen om opnieuw echt samen te komen, en dat bleek cruciaal. We spraken af om elke dinsdagavond samen te werken en telkens van nul te beginnen. Gewoon de instrumenten vastnemen en zien waar we uitkomen. Zonder plan, zonder verwachtingen. Vanuit dat spontane ontstonden er dan één of twee nummers per avond. Dat proces is voor mij ook het sterkste. Die eerste opnames, wanneer alles nog fris is en je er voor de volle tweehonderd procent in zit, hebben iets puurs. Je hoofd zit nog niet vast; alles beweegt nog. We hebben ons daar volledig in gesmeten, bijna een half jaar lang. Intensief, maar ook heel waardevol. Natuurlijk neem je dingen mee van thuis, ideeën of fragmenten die al ergens zaten, maar het grootste deel ontstond echt in die gezamenlijke momenten. Tegelijk hebben we ook nieuwe dingen ontdekt en zelfs oudere ideeën opnieuw opgepikt, waardoor er een mooie mix is ontstaan. Alles werd ook opgenomen. Die opnames hebben we nadien samen herbeluisterd en verder uitgewerkt. Dat proces bepaalde uiteindelijk welke richting we uitgingen. Het vraagt wel veel: je moet je openstellen, je moet mee durven stappen in iets dat nog niet vastligt. Net dat maakt het ook een sterke samenwerking. Het blijft een moeilijk proces, maar wel één dat loont.
Jullie combineren dromerige indiepop met ambient, distortions en andere geluidseffecten. Hoe vinden jullie zelf de balans tussen experiment en toegankelijke muziek?
We zitten allemaal op verschillende plekken in het proces; tegelijk komt alles samen in de groep. Al die ideeën vloeien samen, en ergens proberen we er een verbinding in te vinden. Het mag raar zijn, ongewoon, zelfs een beetje chaotisch, maar er zit altijd een draad van melodie en melancholie doorheen die we moeilijk kunnen loslaten. Het is iets waar we trots op zijn en wat we proberen vast te houden, ook al lukt dat niet altijd volledig. We hebben veel energie en inspiratie, luisteren naar mooie liedjes en laten ons daardoor beïnvloeden. We hebben ook echt ruimte nodig, een soort postproductiegebied waarin we alles kunnen laten ademen. Met lange outro’s en reflecties op alles wat we hebben meegemaakt. Dat vind ik belangrijk, omdat die momenten ons vormen. Tegelijk proberen we altijd nieuwe melodieën te ontdekken, zelfs in nummers waar je het misschien niet meteen hoort. Het gaat niet alleen om wat de luisteraar ervaart, maar ook om wat wij zelf kunnen voelen en ontdekken tijdens het proces. Dat onzichtbare laagje van geluid, emotie en idee: dat is soms waar het echte werk gebeurt.
Jullie kozen opnieuw voor Gaëtan Vandewoude voor de productie. Heeft hij jullie plaat een ‘magic touch’ kunnen geven?
Ik denk het wel. Het komt natuurlijk omdat we alles samen doen, elkaar uitdagen en alles bespreken. Op dezelfde momenten hebben we geprobeerd om het mooiste eruit te halen. Het is veel op gevoel; we praten ook veel, en de producer zat echt mee in het verhaal. Voor ons is hij een ongelooflijk belangrijke persoon, iemand met wie we een heel goede band hebben. Zijn rol speelt mee in ons succes. Geen van de platen zou hetzelfde zijn zonder zo’n intens proces. We leggen de lat hoog, proberen veel, maken urenlange takes, maar dat is juist wat het zo ongelooflijk maakt. Het gaat erom hoe de gitaar aanvoelt, hoe iets moet klinken, hoe authentiek het is, en dat moet je voelen. Als muzikant voel je dat, en Gaëtan is daarin streng, maar ook heel warm en rechtvaardig. Hij is iemand met ideeën waar wij ons in kunnen vinden. Dat was in het begin zo en dat is het nog steeds. Het is een heel fijne mens. Gaëtan is tijdens het opnameproces gewoon ons zesde bandlid.
Is muziek voor jullie een manier om aan de maatschappelijke druk te weerstaan in een wereld die steeds gekker draait?
Zeker, en dat moet ook. Er zijn zoveel dingen die ons een norm opleggen. We praten erover, maar het is niet altijd makkelijk. We zijn geen roepers, dat zijn we niet. Misschien zijn we een beetje introvert, een beetje braaf. We zouden wel willen roepen, een statement maken en iets duidelijk laten voelen. Alleen zit er soms angst in, de schrik om dat echt te doen. Ik hoop dat we met de optredens die we nu doen, dat toch kunnen inbrengen. Dat we mensen iets kunnen meegeven, hen bewust maken. Dat zit zeker in de muziek: de zinnen, de verhalen, de emotie. Het gaat verder dan de personen zelf. ‘Niemand zijn’ is ook veel meer dan gewoon geen naam hebben. Het is een manier om het leven te ervaren, zonder dat je er te veel over hoeft na te denken.
De plaat is erg eclectisch samengesteld. Er staan toegankelijke, leuke popnummers op, maar evengoed dromerige soundscapes: muziek die je laten wegdromen.
Er is echt een balans tussen alles. Ik vind het mooi dat je zegt dat het eclectisch is, dat er diversiteit in zit. Het is een parcours geweest en we willen dat het interessant blijft tot het einde. Tegelijkertijd is het belangrijk dat het niet te serieus klinkt. Sommige mensen maken platen zo ernstig. Wij zijn mensen die samenkomen, repeteren, misschien een drankje doen en dan besluiten om muziek te maken en daar samen ongelooflijk gelukkig van worden. Dat gevoel gaat soms verloren in de dagelijkse routines, maar als je dat weer kan ervaren, is het fantastisch. Samen muziek maken met kameraden, en dat dat dan op de plaat straalt: dat is echt iets bijzonders. Dat mensen dat ook nog appreciëren, daar ben ik enorm dankbaar voor. Dat is iets om te blijven koesteren.
The Me In You speelt op 23 april in Café Café in Hasselt, op 25 april in Begijnhof Diest, op 30 april in HNITA Jazz Club in Heist-op-den-Berg, op 21 mei in Het Depot in Leuven en op 30 mei op Vestrock in Hulst (NL).
