HONEY

Tijdens een etentje ontstaan de bubbels, de ideeën en de connectie die onze muziek voedt

Steven Verhamme23 april 2026

Het instrumentale trio HONEY brengt met nieuwe ep ‘Saus’ een frisse, eclectische mix van grooves, lyriek en muzikale vriendschap. Ontstaan uit een jarenlange onderlinge connectie als ritmesectie, vinden Lukas Somers (gitaar), Gerben Brys (bas) en Olivier Penu (drums) een eigen taal.

Tijdens een etentje ontstaan de bubbels, de ideeën en de connectie die onze muziek voedt
Foto: Flor Huybens

De ep klinkt zowel nostalgisch als futuristisch: afrobeat, psychedelische dub en mysterieuze grooves komen samen in een unieke, instrumentale sound. Met ‘Saus’ kiezen ze bovendien bewust voor een muzikale ervaring buiten de mainstream streamingdiensten, waardoor elke luisterbeurt voelt als een ontdekkingstocht. Een babbel met Lukas Somers over inspiratie, het creatieve proces achter ‘Saus’ en de rol van vriendschap en gastronomie in hun muziek.

Jullie worden wel eens gelinkt aan mensen als Al Green, D’Angelo en meer van die mooie namen. Hoe vertalen die invloeden zich concreet in je instrumentale aanpak?

Lukas Somers: Wij hebben alle drie een grote voorliefde voor groove. In het begin kwam die vooral voort uit invloeden als soul, gospel en funk, maar geleidelijk aan is die smaak opengebloeid naar ritmes van over de hele wereld. Zo ontdekken we in Mexico 86 grooves die uit Mexico zouden kunnen komen, maar evengoed uit Marokko. Die groovefactor blijft voor ons de kern: het voortdurend zoeken naar ritmiek en het spel ermee. D’Angelo is daarin voor ons een belangrijke leermeester en een groot voorbeeld. Het heeft ons sterk met elkaar verbonden op het vlak van muzikaliteit en songwriting. Als muzikanten heeft het onze levens veranderd, ons diep beïnvloed en vormt het vandaag de lijm tussen onze verschillende muzikale talen.

Jullie zijn een instrumentale groep. Was dat een bewuste keuze?

Er leeft soms het misverstand dat er eigenlijk maar weinig instrumentale groepen bestaan. Dat klopt niet. In werkelijkheid zijn die er wel degelijk. Alleen krijgen ze vaak minder commerciële aandacht. Zeker binnen de jazz is er een enorme rijkdom aan instrumentale muziek. Toch zijn veel mensen zo gewend aan een vocale component dat muziek zonder zang minder vanzelfsprekend aanvoelt. Als ritmesectie spelen wij bovendien vaak mee met andere artiesten. Zo werken we samen met Ertebrekers en begeleiden we ook zangeres Hanne Peetermans in haar project Renata Louisa. Net daarom voelden wij de nood om met ons drieën onze eigen identiteit vast te leggen en bewust die leegte op te zoeken in een trio.

We wilden niet automatisch teruggrijpen naar die "noodzakelijke" vocale factor. Die afwezigheid van zang dwingt ons om andere manieren te vinden om de muziek boeiend te maken, zowel voor onszelf als voor het publiek. Waar je normaal een tekst hebt om je aan vast te houden, ontstaan er nu andere lagen waarop je kan focussen. Dat spanningsveld vinden wij net interessant. Instrumentale muziek is voor ons geen gemis, maar gewoon een andere vorm, met eigen mogelijkheden. Misschien is het voor een publiek iets minder vertrouwd en voelt het daardoor bijzonder aan, maar net dat maakt het ook spannend. Onze muziek wordt dan ook niet toevallig omschreven als eclectische grooves en lyriek zonder woorden.

Hoe vertel je een verhaal in een nummer zonder vocals?

Sfeer is voor ons ontzettend belangrijk. We proberen echt als één geheel te functioneren. We kennen elkaar al zo lang als muzikanten - we spelen intussen zeker vijftien jaar samen - dat we een gedeelde basis hebben opgebouwd. Daardoor voelen we elkaar ook heel instinctief aan. Als iemand iets inzet, weten de anderen bijna vanzelf hoe ze daarop kunnen reageren. Er zit dus altijd een zekere mate van improvisatie in onze muziek. De songs hebben hun vorm, maar er blijft ruimte voor wat er op dat moment ontstaat, zeker live. Daardoor kunnen er telkens weer andere versies van dezelfde nummers groeien. We proberen vooral goed naar elkaar te luisteren en samen een spanningsboog op te bouwen doorheen een nummer. Op die manier blijven we onszelf verrassen en laten we bewust ruimte voor het onvoorziene tijdens optredens. Dat maakt het voor ons zo boeiend om te spelen. Het is iets wat we zelf ook telkens opnieuw graag ervaren.

Het woordje groove is al een paar keer gevallen in dit gesprek. Wanneer is zo'n groove af voor jullie?

Dat is moeilijk onder woorden te brengen, want het is vooral een gevoel. Bij ons komt dat doordat we muzikaal echt dezelfde taal spreken. Wanneer iemand helemaal in de muziek duikt, voel je dat meteen. Dat komt doordat we die grooves doorheen ons hele muzikale parcours hebben gehoord, gespeeld en geabsorbeerd. Daardoor ontstaat er een soort vanzelfsprekende klik. We voelen elkaar aan zonder te kijken of te praten. Als één van ons drie in een nummer bewust zou wegvallen, kunnen de anderen moeiteloos doorgaan en daarop inspelen. We zijn alle drie voortdurend samen aan het bouwen aan één geheel. Het cliché zegt dat één plus één drie is, maar bij ons voelt het eerder als één plus één plus één is vier: er ontstaat altijd iets extra’s dat je niet kan plannen, maar dat je samen vindt. Wanneer dat werkt, is dat het grootste plezier in muziek maken: voelen dat alles in elkaar klikt, dat die machine vanzelf begint te draaien. Dat is waar we het voor doen.

De plaat kreeg met ‘Saus’ ook een heel mooie en originele titel. Daar kan je natuurlijk veel kanten mee op. Waarom kozen jullie voor die albumtitel?

Het artwork is gemaakt door mijn neef Victor Maillard, iemand die altijd heel "out of the box" denkt. Hij had een volledig concept uitgewerkt met verschillende video’s die gelinkt zijn aan de muziek. De titel ‘Saus’ werd een soort speelse meta-laag binnen het geheel, maar het gaat verder dan alleen humor. Onze muziek is heel gelaagd met veel kleine details en ‘Saus’ is voor ons dus ook een metafoor. Als je een goed gerecht hebt zonder saus, mis je toch iets. Die extra toets, dat laagje dat alles samenbrengt en versterkt, is wat wij ook in onze muziek zoeken. Er zitten veel verschillende smaken en invloeden in, ‘Saus’ vat dat mooi samen. Voor ons voelt muziek ook heel visueel aan. Wanneer we naar onze tracks luisteren, zien we bijna beelden ontstaan. Dat visuele aspect sluit perfect aan bij het concept van het artwork en de video’s.

Denken jullie eerder in beelden als jullie componeren? Hoe komen nummers tot stand?

Voor ons is het essentieel om altijd echt als trio te functioneren. Niemand van ons pakt vooraf een compositie vast. We beginnen altijd samen te spelen, echt te jammen. Vaak gebeurt dat al tijdens soundchecks van optredens. In die momenten in een grote zaal klinkt alles anders dan in de repetitieruimte. Dat inspireert ons enorm. Terwijl we spelen, kan er iets opborrelen en dan grijpt iemand snel zijn gsm om een idee vast te leggen voor later zodat we het kunnen verder uitwerken. Het componeren is bij ons altijd een collectief proces. We zitten samen in de ruimte, werken eraan totdat het nummer ontstaat vanuit ons drieën. Er is niemand die een groter aandeel heeft in het creatieve proces. Iedereen is gelijkwaardig. Dat vinden we cruciaal: dat we als drieën op één lijn staan en samen het hart van de band vormen.

Een opvallend nummer op de plaat is Mexico 86. Dat verwijst naar een legendarische voetbalafspraak voor de Rode Duivels en ademt veel nostalgie uit. Zijn dat twee componenten die voor HONEY belangrijk zijn?

Voetbal is voor ons drie niet per se belangrijk. Gerben en ik spelen wel eens in een vriendenploegje en we kijken er graag naar, zoals naar de Rode Duivels. Het idee van Mexico 86 ontstond als een grapje. Omdat wij een groove hebben die voor ons uit Mexico zou kunnen komen, kwam die link er op een gegeven moment vanzelf bij. Die nostalgische zweem zit ook in de "verses" van dat nummer. De delen, die dromerig klinken voordat de groove echt inzet, geven voor mij een mijmerend, nostalgisch gevoel. Voor veel mensen van een vorige generatie roept Mexico 86 waarschijnlijk ook diezelfde nostalgie op. Het was dus deels een grapje, maar tegelijk ook verbonden met een emotie die wij zelf voelen bij die muziek.

Jullie zijn ontstaan vanuit een ritmesectie, bas en drums. Hoe beïnvloedt dat de rol van de gitaar, het instrument dat jij bespeelt binnen het geheel?

Eerst en vooral zien wij onszelf echt als een trio, als ritmesectie. Voor ons gaat die verder dan alleen bas en drums. Net zoals in de tijd van James Brown of bij klassieke soulbands, heeft ook de gitaar vaak een ritmefunctie. Veel mensen denken dat de gitaar vooral een lead- of solistische rol heeft, maar dat heeft mij nooit zo aangetrokken. Ik heb altijd een diepe liefde gehad voor de ritmegitaar, vooral in soul, waar je echt de groove neerzet. Bas, drums en gitaar vormen samen de motor van een band, waar ontzettend veel energie van uitgaat. Mijn rol als gitarist in deze band vind ik daarom supertof. Ik kan ver weggaan van het traditionele gitaaridee en experimenteren met klanken die soms nauwelijks nog als gitaar herkenbaar zijn. Hoe langer we spelen, hoe meer ik uitdagingen opzoek om nieuwe kleuren en richtingen te vinden. Omdat we maar met drie zijn, is er ook harmonisch enorm veel ruimte. Met akkoorden kan ik vrij spelen, combinaties maken en samen met effectpedalen echt klankkleuren creëren die de muziek laten ademen en "vliegen". Dat is precies wat we met HONEY willen: onze vrijheid opzoeken en zoveel mogelijk verschillende kanten laten zien.

Jullie sound is warm en organisch. Enerzijds zijn jullie pure muzikanten, anderzijds kan er tegenwoordig veel gemanipuleerd worden in de studio. Gaan die twee manieren van werken samen?

Zeker. In de studio kun je nog steeds op tape opnemen, als je dat zou willen. Wij doen dat nu niet altijd, al hebben we wel stukken waarbij er op het einde nog muziek via tape loopt. Maar zelfs digitaal kun je op zoek gaan naar het analoge geluid van vroeger. Voor ons gaat het vooral om een klankbeeld of concept dat je in je hoofd hebt en waar je naartoe probeert te bewegen. Bij artiesten als D’Angelo of Al Green is de muziek sowieso op tape opgenomen. Ze gingen bewust op zoek naar die warme analoge sound van vroeger zoals bij Stevie Wonder of James Brown, toen er nog geen digitale wereld bestond. Datzelfde klankbeeld kun je ook in een digitale context nastreven, door gebruik te maken van computers en andere tools om die sfeer te benaderen. Het is een manier van werken om je esthetiek te vinden en te laten klinken zoals jij het in je hoofd hoort.

Iets bijzonder is dat jullie er bewust voor kiezen om niet op Spotify te staan. Kan je dat uitleggen?

Voor ons is dat een honderd procent ethische keuze. We hebben er lang over nagedacht, omdat het niet eenvoudig is om een goed standpunt in te nemen. Als muzikant voel je je vaak met je rug tegen de muur staan als het over Spotify gaat, want tachtig procent van de mensen, die streamingdiensten gebruiken, zit nog altijd op dat platform. Veel mensen zijn zich niet bewust van hoe problematisch dat is, niet alleen voor ons als muzikanten, maar ook op wereldvlak, van politieke steun tot andere kwesties. We hebben daar uitgebreid een statement over gemaakt waarin we de feiten uiteen hebben gezet. Voor ons kwam er op een bepaald moment een duidelijke keuze: we willen een signaal geven. Daarom brengen we onze muziek zelf uit op vinyl en via Bandcamp, wat naar onze mening de beste manier is om muziek echt te benutten. Mensen kunnen er luisteren en als ze het goed vinden, kopen ze het. Dat voelt logisch, want er zit zoveel werk in een plaat en daar moet je gewoon voor betalen. Streaming daarentegen is vaak absurd. Als je toch wilt streamen, zijn er alternatieven die ethischer zijn zoals Qobuz, een muziekstreamingdienst die zich vooral richt op hoge geluidskwaliteit en een meer “muziekliefhebber”-benadering. Niet perfect, maar veel beter dan Spotify. Voor ons is het belangrijk dat mensen erover nadenken. Ik merk dat vrienden erdoor gaan stilstaan, sommigen zijn zelfs overgestapt en dat is voor ons al een resultaat waard.

Spotify heeft natuurlijk ook voordelen. Schieten jullie je daarmee niet in de voet?

Dat moeten we wel toegeven. Veel boekers, zalen, promotoren en media gaan nog steeds naar online cijfers kijken om je "waarde" te bepalen. Voor ons tellen die cijfers niet. Liever tweehonderd fans in België die echt luisteren naar onze platen en er blij van worden, dan een streamingluisteraar die je misschien nooit tegenkomt. Misschien kun je het vergelijken met groenten kopen. Je kan dat ook lokaal doen of in een biowinkel. Dat idee kunnen we ook op muziek toepassen: direct van de band naar de luisteraar op een meer lokale, persoonlijke manier. Het is geen gemakkelijke beslissing, maar voorlopig voelen we ons er heel goed bij.

Jullie brachten bij ‘Saus’ ook een kortfilm uit. Hoe belangrijk is beeld in jullie verhaal?

Daar hechten we altijd veel waarde aan. Victor Maillard is niet enkel verantwoordelijk voor het artwork van onze twee ep’s, maar ook voor ons logo. Die visuele factor is voor ons ontzettend belangrijk, misschien nog wel meer, omdat we instrumentale muziek maken. Daarmee begin je snel te mijmeren, omdat je geen tekst hebt om je op te richten. Een sterke beeldtaal, die verbonden is met de muziek, helpt dan enorm om de sfeer en het verhaal over te brengen. Victor is op dat vlak supercreatief en verrast ons telkens met originele invalshoeken. Een goed voorbeeld is die shortfilm: absurdistisch, vol humor en toch heel treffend. Het is fantastisch om te ervaren hoe zijn beelden diezelfde gevoelige, speelse wereld van onze muziek kunnen versterken en aanvullen.

De ep heet ‘Saus’. Is lekker eten voor jullie ook een duidelijke inspiratiebron?

Die titel heeft ook te maken met de beginfase van hoe wij als trio zijn ontstaan. We speelden al veel samen voor andere mensen, maar op een bepaald moment, tien jaar geleden, stelde ik voor om samen te komen met ons drieën. Het begon heel eenvoudig: gewoon samen goed eten bij mij thuis of bij één van de anderen en vrijblijvend muziek spelen. Zo zijn we in een laagdrempelige, jamachtige sfeer terechtgekomen waarin koken, eten en samen muziek maken hand in hand gingen. We zijn vaak samen op reis geweest en die vriendschap vormt de kern van onze band en is misschien wel het allerbelangrijkste. Die band van vertrouwen vertaalt zich rechtstreeks in hoe we samen spelen en improviseren. We zijn niet alleen muzikanten die hun job doen, we zijn echt goede vrienden. Samen eten is daar een duidelijk symbool van. Het verbindt en schept ruimte om elkaar te leren kennen, om te checken hoe alles zit en om samen tot een bepaalde vibe te komen. Tijdens een etentje ontstaan de bubbels, de ideeën en de connectie die onze muziek voedt.

Jullie spelen ook live, zoals in het voorprogramma van Ertebrekers. Wat mogen mensen verwachten van een concert van HONEY?

Elk concert is voor ons anders, dat is ook waar we naar op zoek zijn. Mensen kunnen bij ons een soort trip verwachten, een ervaring waarin ze overladen worden met verschillende klankkleuren. Er zit een mix in van grote dynamiek, zachte intieme nummers, intense stukken en stevige grooves. Het gaat echt alle kanten uit. Het doel is om de luisteraars mee te nemen op een kleine reis. Misschien klinkt dat cliché, maar voor ons gebeurt het echt zo. We zien waar we tijdens het optreden uitkomen en dat doen we samen met het publiek. De muziek neemt je ergens mee naartoe. Daarna kun je altijd nog andere versies van de nummers ontdekken via onze platen.

← Terug naar overzicht