Blaudzun
Voor mij is zingen echt ademen, bijna een levensnoodzaak
Steven Verhamme — 18 april 2026
Twintig jaar carrière: het is een mijlpaal die uitnodigt tot terugblikken, maar ook tot vooruitkijken. Voor Blaudzun, het alter ego van Johannes Sigmond, komt dat moment er met de release van zijn ‘Best Of’, een bloemlezing die zijn muzikale parcours overspant van vroege doorbraak tot vaste waarde in het Nederlandse poplandschap.

Wat begon als een eigenzinnig project groeide uit tot een herkenbare en eigen stem, gekenmerkt door meeslepende melodieën, gelaagde teksten en een onmiskenbare intensiteit. Wat blijkt: Blaudzun is een artiest die nog lang niet klaar is met zichzelf opnieuw uit te vinden.
Je bent twintig jaar bezig als artiest. Was dit het juiste moment om een ‘Best Of’ uit te brengen?
Johannes Sigmond: Dit jaar is voor mij bijzonder begonnen. Er is een boek verschenen over mijn werk en leven, geschreven door Ronald Giphart, in Nederland een grote naam en ook in Vlaanderen zeker niet onbekend. Opvallend genoeg kwam dat idee niet van mij. Twee jaar geleden stelde hij voor om me te volgen en er een boek van te maken, zo is het eigenlijk allemaal in gang gezet. Tegelijkertijd keerde ik terug naar V2 Records, het label waar ik eerder al mee samenwerkte. Ook daar kwam het initiatief van hun kant: zij stelden voor om mijn terugkomst te vieren met een ‘Best Of’. Dus opnieuw iets wat niet vanuit mij vertrok.
Ik heb daar wel even over moeten nadenken. Waarom nu? Ik ben ondertussen bijna twintig jaar bezig, dus ergens is er wel een reden om eens terug te blikken, maar het voelde ook onverwacht, alsof het moment mij een beetje overkwam. Gaandeweg begon ik er anders naar te kijken. Zelf heb ik artiesten als The Beatles en The Cure leren kennen via verzamelalbums. Zo’n plaat kan echt een toegangspoort zijn tot een groter geheel. Dat geldt eigenlijk ook voor mijn eigen muziek: het grote plubliek kent een paar nummers, maar een belangrijk deel van mijn werk blijft voor hen onder de radar. Dan is zo’n overzicht ineens een mooie manier om dat volledige verhaal te tonen. Met deze release vier ik twintig jaar Blaudzun. Tegelijk voelt het nog vaak alsof ik pas begonnen ben. Misschien zit ik gewoon halverwege. Precies dat idee, dat er nog zoveel mogelijk is, vind ik uiteindelijk het mooiste aan alles.
In die twintig jaar heb je veel mooie nummers gemaakt. Welke song uit die twintig jaar is voor jou het meest kwetsbare van de hele lijst?
Het eerste wat in me opkomt is Wolf’s Behind The Glass. Ik ben momenteel bezig met een theatertour in Nederland, hopelijk komen we later dit jaar naar België, en daar speel ik de song elke avond. Het is een klein, intiem nummer dat ooit begon als een liedje om een jongetje met nachtmerries gerust te stellen. Door de jaren heen heeft het zoveel verschillende betekenissen gekregen. Ik heb het gezongen op herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog, maar ook tijdens een herdenkingsdienst aan de kist van een van mijn beste vrienden. Het is een song die telkens een andere gedaante aanneemt, afhankelijk van de context waarin ik hem speel. Ik heb hem zelfs gebracht in een wielertalkshow rond de Tour de France, waar ze beelden van zware valpartijen onder het nummer hadden gezet. Op een of andere manier werkte dat ook. Dat blijft me fascineren: hoe een lied zich kan aanpassen en nieuwe lagen kan krijgen. Het is voor mij een heel kostbaar nummer. Ik weet nog dat mijn broer, die ook gitaar speelt in mijn band, het in het begin niet eens zo’n mooi lied vond. Voor mij voelde het meteen juist. Dit ben ik, dacht ik toen. Dit hoort bij mijn universum, bij wat ik wil vertellen als artiest.
Als je een ‘Best Of’ maakt, zijn er natuurlijk veel nummers die moeten sneuvelen onderweg. Hoe moeilijk was de selectie?
Best wel ingewikkeld eigenlijk. Als ik het aan fans vraag, hoor ik meteen: staat We Both Know er niet op? Vraag ik het aan vrienden of familie, dan is het eerder: waarom ontbreekt Wasteland? Een journalist vroeg me dan weer waarom Quiet German Girls de plaat niet haalde, mijn eerste echte hit. Het is moeilijk. Uiteindelijk heb ik geprobeerd te denken welke songs er absoluut op moesten. Daarbij heb ik het idee losgelaten dat elk album per se met één nummer vertegenwoordigd moest zijn. In de praktijk is dat trouwens grotendeels zo uitgekomen. Als je de drie platen ‘Jupiter 1’, ‘Jupiter 2’ en ‘Up’ als één geheel ziet, klopt dat beeld ergens wel, ook al staan er geen songs op van 'Jupiter 1' en 'Jupiter 2'. Dat was soms lastig, want daar staan nummers op die live echt klassiekers zijn geworden, liedjes die ik ook nog altijd graag speel. Tegelijk dacht ik: een ‘Best Of’ moet ook werken als één geheel, als een plaat die je van begin tot eind kunt beluisteren. Het verhaal moest dus kloppen als één luisterervaring. Als je alles in die volgorde hoort, moet het ook gewoon logisch aanvoelen en mooi samenkomen. Daar heb ik uiteindelijk het meest rekening mee gehouden.
Wat heb je in twintig jaar muziek maken het meest over jezelf geleerd?
Wow, dat vind ik een mooie vraag. Ik heb ingezien dat ik eigenlijk vooral een heel gevoelig mens ben en dat ik niet zonder zingen kan. Voor mij is zingen echt ademen, bijna een levensnoodzaak. Ik heb ook geleerd dat je vol voor het leven moet durven gaan. Niet alleen in het bestaan zelf, maar ook artistiek. Dat je je ergens echt moet durven in smijten, met alles wat je hebt. Dat je achteraf niet te veel moet blijven hangen in wat anders had kunnen zijn. Het is belangrijk om nergens spijt van te hebben, zolang je iets met volle overtuiging en liefde hebt gedaan. Dat is uiteindelijk wat telt voor mij.
Is muzikant zijn een soort van engagement, een missie of een opdracht voor jou? Hoe zie je dat zelf na twintig jaar?
Het gekke is - en dat klinkt misschien vreemd, maar zo bedoel ik het met veel respect - dat ik in de kern eigenlijk schrijf, zing en muziek maak voor mezelf. Het is voor mij een manier om met het leven om te gaan. Om verlies een plek te geven, om mezelf te troosten, maar ook om te kunnen tieren wanneer dat nodig is. En om de liefde te vieren en vast te houden op mijn eigen manier. Het is persoonlijk en particulier maar ik weet tegelijkertijd dat kunst en popmuziek op die manier bij een ander mens kunnen resoneren. Wat mij raakt in die muziek, doet vaak ook iets met de luisteraar. Misschien op een andere manier of met een andere lading, maar het raakt wel iets. Dat is nooit een doel an sich geweest, het is niet zo dat ik daar bewust naartoe werk. Het is wel een prachtig gevolg. Een lied dat voor mij iets intiems of persoonlijks is, kan ook bij iemand anders landen en daar betekenis krijgen. Dat blijft iets bijzonders.
Het boek dat over jou gemaakt werd, heet ‘Blaudzun: in het spoor van een popicoon’. Hoe was het om zo intensief geobserveerd te worden door een auteur?
Best wel intens. Ronald Giphart stelde me ooit voor bij een koffie: "Ik ga jouw biografie schrijven." Dat was helemaal geen vraag, het kwam bij mij vrij direct binnen. Ik heb er lang over nagedacht. Ik ben in het verleden ook al benaderd door documentairemakers die me een jaar wilden volgen, maar ik vond de vorm vaak niet kloppen. Toen Giphart, een gevierd schrijver, met dit idee kwam, voelde dat anders. Dit zou wel eens kunnen werken, dacht ik. Net omdat een boek zo’n ander medium is dan wat mensen van mij gewend zijn. Na een maand of zo en na overleg met mijn lief, heb ik beslist om het te doen, maar dan wel met de duidelijke afspraak om er volledig voor te gaan. Geen filter, geen blokkades. Dat maakte het ook meteen een kwetsbaar proces. Tegelijk moet ik er ook bij zeggen: het zijn niet mijn memoires. Het is Blaudzun gezien door de ogen van Giphart. Als iemand anders dit idee had uitgewerkt, was er sowieso een ander boek ontstaan. Je leert dus niet alleen mij als persoon kennen in dat boek, maar ook de blik van de schrijver zelf. Het was soms confronterend en kwetsbaar, maar vooral boeiend om mee te maken.
Het boek typeert je als mens maar ook als muzikant. Wat is volgens jou het verschil tussen de persoon Johannes en de artiest Blaudzun die we kennen van op het podium?
Gek genoeg verschillen die weinig. Wat ik op het podium doe, is gewoon een uitvergroting van wie ik ben. Ik zie het podium echt als een vrije plek. Soms voel ik me daar misschien zelfs meer thuis dan waar dan ook. Het verschil met thuis is relatief klein, ik ben daar niet iemand anders. Thuis laat ik misschien net wat meer mijn rustige kant zien. Het podium is voor mij vooral de plek waar ik samen met het publiek iets probeer te zoeken dat ons verder helpt in het leven, iets dat troost kan geven of geluk kan oproepen. Dat ben ik thuis natuurlijk niet constant aan het doen. Aan de andere kant is Blaudzun geen rol, dat ben ik gewoon. Ik val sterk samen met die persoon op het podium, ik zie daar weinig verschil.
Als ik het dan toch moet benoemen, dan denk ik dat muziek maken voor mij vooral helend is. Het uiten van gevoel in een compositie, daar tekst op zetten of soms zelfs zonder woorden werken met klanken en melodieën, daar zit iets heel helends in. Niet alleen voor mezelf, ook voor de mensen die het horen. Ik merk dat in de zalen. Tijdens mijn shows, zoals recent in Gent en Antwerpen, wordt veel meegezongen. Soms zoek ik dat bewust op. De energie die dan ontstaat en dat gevoel van samen zijn in muziek, blijft hangen. Ik heb het idee dat mensen dat meenemen naar huis, dat het hen iets geeft dat blijft nazinderen. Ik geloof daar sterk in. Niet zozeer in protest, al sta ik zeker achter engagement, maar ik probeer het meestal dichter bij het hart te houden. Minder direct maatschappelijk, meer menselijk en persoonlijk. Precies daar ligt voor mij de kracht van het podium.
Je solotheatertour brengt je door Nederland, misschien ook in Vlaanderen. Het is anders spelen dan in de grote zalen of de festivals waar je hebt gespeeld. Wat verandert dat voor jou als je optreedt?
Twee jaar geleden ben ik hier mee begonnen om voor mezelf uit te zoeken of ik dit wel leuk vond om te doen. Normaal ben ik onderweg met een vrachtwagen, met zestien mensen rond me, soms met een grote bus, en toeren we door heel Europa. Nu sta ik daar in mijn eentje. Solo met alleen mijn songs en mijn stem. Ik vertel verhalen tussen de nummers door, dat vond ik in het begin best spannend, want in de eerste plaats ben ik natuurlijk een zanger. Gaandeweg merkte ik tijdens de try-outs dat ik het heel prettig vind om te doen. Misschien ben ik er gewoon ook aan toe om het op deze manier te brengen. Het publiek reageert er ook mooi op. Het is een veel kleinere, intiemere manier om je verhaal te delen. Alles komt dichterbij en is directer. Tegelijk kan ik me ook perfect voorstellen dat ik na een tijdje weer graag in clubs sta met een band, en gewoon weer herrie mag maken. Dat zit er zeker ook in, maar op dit moment geniet ik er enorm van. Het is een directe, eerlijke manier om je muziek en je verhaal te brengen. Ik merk zelfs dat sommige songs er op deze manier soms beter of mooier van worden.
Welke rol speelt nostalgie als je een best of-album uitbrengt? Kijk je dan met trots terug?
De plaat is net als het boek een mooi moment om even terug te kijken. Een album met een soort strik erom. Ondertussen ben ik al lang weer bezig met nieuwe dingen. Schrijven, nieuwe ideeën uitwerken, en heb ik vooral veel zin om aan een nieuwe plaat te beginnen. Een nieuw album opnemen, dat leeft nu heel sterk. Ik heb nu ook de luxe dat ik, door dat best of-album, in relatieve rust kan werken. Zonder druk, zonder dat alles meteen moet. Dat voelt eigenlijk heel bevrijdend. Doordat die verzamelaar er is, voelt het alsof dat hoofdstuk echt afgerond is. Alsof ik opnieuw kan beginnen. Op naar iets nieuws. Het gekke is dat het daardoor voelt alsof ik aan een debuutplaat werk. Alles ligt weer open. Alles mag weer ontdekt worden.
Wat zou je zeggen aan de Johannes van twintig jaar geleden? Welke goede raad geef jij die jonge gast mee?
Je had soms nog iets eigenwijzer mogen zijn dan je al was. Dat is iets wat ik ook vaak zeg tegen jonge makers, in welke kunstdiscipline dan ook. Doe je eigen ding en vertrouw niet te veel op raadgevers. Dat is natuurlijk tegelijk een tegenstrijdig advies om te geven, want iedereen heeft wel iemand nodig die meedenkt of mee stuurt. Uiteindelijk blijft het wel iets essentieels: wees eigenwijs. En verzamel mensen om je heen die jouw eigenwijsheid versterken en begrijpen. Durf je eigen richting te volgen, ook als dat niet de meest logische of de meest veilige lijkt.
Alle concerten vind je op www.blaudzun.com.
