Vera Coomans - Dit is mijn manier om geestelijk gezond te blijven

Dit is mijn manier om geestelijk gezond te blijven

Na een indrukwekkende carrière van meer dan vijf decennia in de muziekwereld wordt Vera Coomans heel binnenkort verrast met een Lifetime Achievement Award. Voor de Belgische zangeres, die de sporen verdiende bij groepen als Rum en Madou, kwam die erkenning onverwacht. Coomans blikt terug op haar vroege muzikale stappen, van kinderlijke zang tot avonturen in New York en haar plek in de Belgische folk- en alternatieve muziekscene. Voor haar is zingen altijd meer geweest dan een vak: het is een manier van leven, voelen en verbinden.

Hoe voelt het om na vijftig jaar carrière in de muziek te worden geëerd met zo'n Lifetime Achievement Award?

Vera Coomans: Dat was eigenlijk een serieuze verrassing. Ik had het echt niet verwacht. Het was dus heel bizar, maar wel leuk natuurlijk. Het is vooral leuk voor de muzikanten, die altijd met mij muziek hebben gemaakt, want dat zijn eigenlijk de belangrijkste mensen hierin. Zonder muzikanten ben ik niks, want ik speel zelf geen instrument.

We gaan eens heel ver terug in de tijd. Hoe ben jij ooit in de muziekwereld gerold?

Ik heb altijd gezongen, al sinds ik een klein kind was van een duim hoog. Later ben ik altijd blijven zingen en uiteindelijk terechtgekomen bij Mystero Buffo, de bekende toneelvoorstelling. In 1979 sloot ik me dan aan bij de Belgische folkgroep Rum en later bij Madou, waarmee we eigentijdse muziek maakten. Ik heb ook ooit in Manhattan op straat gespeeld. Ik had er een gitarist leren kennen en we zongen samen op straat en later in bepaalde cafés en restaurants, vaak in ruil voor eten. Ik heb daar drie maanden rondgelopen in New York. Daarna kwamen mijn man en de twee kinderen ook naar The Big Apple.

De thema's in de liedjes van Madou waren niet zo evident : huiselijk geweld of verkrachting bij voorbeeld. Waarom kozen jullie voor dat soort van onderwerpen?

Rum bracht middeleeuwse teksten, maar die zong ik niet graag. Het was uiteindelijk mijn man die nieuwe teksten schreef op muziek van Wiet Van de Leest. De reacties daarop waren altijd hetzelfde. Er klonk kritiek dat de teksten te zwaar waren. Dat zorgde ervoor dat we uiteindelijk vastliepen. We hadden wel twee nummers die gedraaid werden op de radio, maar we hadden absoluut geen optredens. We konden daarom niet verder met Madou. Iedereen had jonge kinderen en moest werken voor zijn boterham, waardoor het project uiteindelijk stuk liep.

Je hebt later je comeback dan kunnen maken via je zoon Thomas. Hoe zijn jullie toen dichter naar elkaar toe gegroeid?

Ik ben altijd muziek blijven maken, altijd een beetje in de marge, maar altijd mijn eigen ding. Ik zong toen Bob Dylan, Tom Waits, Bonnie 'Prince' Billy en Randy Newman en heb cd's gemaakt met een accordeonist, later twee cd's met Tom Teuns, een supergoede gitarist. Mijn zoon heeft daar altijd aan meegewerkt, soms meegezongen, soms een instrument bespeeld of gewoon de opnames begeleid. Tijdens corona ben ik met mijn zoon terug muziek beginnen maken en we hebben er ook Wiet Van de Leest bij betrokken. Met hem zijn we dan als trio terug beginnen optreden onder de naam Madou. Daar zijn dan later jonge muzikanten bijgekomen, waaronder de zoon van Wiet.

Je zegt dat je telkens ook terugkeert naar de eerste emotie van een lied. Hoe vind je die balans tussen herhaling en authenticiteit?

Het bewaren van authenticiteit is voor mij helemaal geen probleem, omdat ik altijd dezelfde ben gebleven en steeds op dezelfde manier zing. Ik kan niets faken of veranderen: Ik zing een lied en ik zing het echt. Die emotie kan ik duizend keer opnieuw oproepen. Terwijl ik het lied zing, wordt die emotie altijd opnieuw wakker.

Je hebt ook met veel artiesten samengewerkt. Wat inspireert je in die samenwerkingen?

Ik had Philip Hoessen leren kennen, omdat ik was uitgenodigd om samen te werken met een koor. Het was een kort en eenmalig project, maar de nummers waren zo mooi dat ik ze graag zong. Meestal zing ik met mijn ogen dicht. En toen hoorde ik die accordeon, helemaal gelijkgestemd met mijn stem en mijn instrument. Dat raakte me zo dat ik hem vroeg om samen verder te werken. Met Tom is het op een soortgelijke manier gegaan. Toen Philip noodgedwongen moest stoppen met onze samenwerking, kwam Tom Teuns in beeld. Ook hij ging met een ongelooflijke overgave te werk. Als je elkaar muzikaal echt raakt, kun je lang samenwerken.

Je stem is altijd een belangrijk instrument geweest, maar je hebt die niet klassiek kunnen vormen. Hoe onderhoud je die?

Ik zing alle dagen, want stembanden zijn spieren. Dus elke dag kruip ik op zolder en zit ik daar een uur of twee te zingen. Dat lijkt me dé manier om mijn stem zo goed en zo lang mogelijk te behouden.

Je hebt zelf weinig teksten geschreven, maar brengt vooral de liederen die anderen voor jou schrijven. Wat zoek je in een tekst om die te kunnen vertolken?

Eén zin was vaak genoeg. Als ik vroeger nummers in het Engels, Frans of Duits zong, was één regel in een lied voor mij voldoende om me dat nummer helemaal eigen te maken en het te zingen. Met de teksten van Jan Devos, mijn man, was dat anders, want die waren in het Nederlands. Bij de teksten breng ik het verhaal, dat hij vertelt, gedragen door de muziek van Thomas Devos en Wiet Van De Leest.  Als ik het kan blijven doen, voel ik me goed in mijn hoofd. Ik heb het nodig om in balans te blijven, emotioneel en in mijn leven. Het is dus een soort uitlaatklep voor mezelf. Het is de enige die ik heb, want ik kan niet tekenen noch schilderen. Dit is mijn manier om geestelijk gezond te blijven.

De invloed van Brussel in je werk is groot. Hoe beïnvloedt die stad je creativiteit en je inspiratie?

Toen we terugkwamen uit Amerika, was Brussel de enige stad waar ik echt kon aarden. Soms wil ik hier helemaal niet zijn, maar tegelijkertijd blijft het een boeiende stad. Brussel is in al die jaren erg veranderd. En alles kan altijd beter, wat het moeilijk maakt om er een eenduidig oordeel over te hebben. Ik zit in mijn kleine niche, maar ik heb hier ook interessante mensen ontmoet en met hen iets kunnen doen. Als je een beetje de dingen in de gaten houdt, kun je in Brussel veel fijne dingen doen. Bovendien wonen mijn kinderen en kleinkinderen hier. Dat is erg belangrijk. Mijn verhouding met Brussel is er één van haat en liefde. Soms is het echt niet te doen. Aan de andere kant kom je hier ook heel leuke mensen tegen en kun je dingen doen die je graag wilt doen. Tegelijkertijd kan het soms ontzettend moeilijk zijn, vooral op Nieuwjaarsavond of bij bepaalde voetbalwedstrijden, waarbij je liever niet aanwezig bent. Daar hoeven we geen tekening bij te maken, dat weet iedereen.

Je beschrijft het leven als een soort van balans tussen controle en chaos. Hoe zie je dat in je persoonlijke leven en je werk?

Ik leef van dag tot dag. Ik neem de dingen zoals ze komen en probeer er zoveel mogelijk het beste van te maken. Als ik dat via mijn muziek kan doen of in een hoekje kan kruipen met een goed boek en een lekkere koffie, voel ik me daar helemaal in thuis. Met de jaren ben ik een grote koffieliefhebber geworden. In zo'n gezellige bars kan ik er van de rust genieten en tegelijkertijd de hele wereld ontmoeten in de tientallen talen die je hoort. Dat is ontzettend leuk en gezellig.

Misschien nog iets over ouder worden. Hoe is dat voor jou?

Mijn lichaam laat me in de steek: het is oud en versleten. Maar er is maar één manier om door te gaan en dat is blijven doen wat ik graag doe. Dat is ontzettend belangrijk voor mij. Voor de toekomst blijf ik vooral bezig met muziek. Excelsior, een Nederlandse platenfirma, is geïnteresseerd in Madou en gaat dit jaar een box uitgeven met alles van de band, aangevuld met één nieuw nummer. Daarvoor zullen we misschien een aantal optredens moeten doen in een paar grote steden in Nederland. Dat is serieus werk, iets om echt naar uit te kijken. Ik besef ook dat de muziek van Madou een rijke bron van inspiratie kan zijn voor jongere generaties en dat geeft mijn projecten extra betekenis.

Welke adviezen zou je geven aan jonge muzikanten die aan het begin van hun carrière staan?

Het is altijd belangrijk om jezelf te blijven en niets van anderen over te nemen. Dat moet je je hele leven volhouden en dat kan alleen als je trouw blijft aan jezelf. Dat is ongelofelijk belangrijk. Gewoon eerlijk zijn tegenover jezelf en vanuit jezelf je ding doen, met overtuiging. Dat is de kern.

24 januari 2026
Steven Verhamme