True Bypass Ik blijf maar gewoon stug doorgaan

Ik blijf maar gewoon stug doorgaan

Er zijn nog enkele zeldzame muzikanten die duidelijk met beide voeten op de grond staan. Chantal Acda, voornamelijk bekend van haar solo-project Sleepingdog en van Isbells, is zo iemand. Een interview met de charmante Acda is ontwapenend en simpelweg gezellig. Haar persoonlijkheid past helemaal in het plaatje van True Bypass, haar project met Craig Ward. Aanleiding tot dit interview is de release van ‘Toby’, een plaat waarvan de teksten over Acda’s leven gaan, maar geschreven werden door de Engelsman Toby Litt.



De legende gaat dat Craig Ward en jij elkaar ontmoet hebben op een vliegtuig richting Glasgow. Dat is een mooi verhaal, maar hoe is het echt gegaan?
Chantal Acda:
 Ik was al heel grote fan, zeg maar groupie, van dEUS. Vooral vanaf ‘In a Bar, Under the Sea’. Op een gegeven moment zaten we daadwerkelijk op een vliegtuig richting Schotland, met mijn band Chacda. Craig zat ook op dat vliegtuig, maar ik durfde niets tegen hem te zeggen. De gitarist is dan onze cd gaan afgeven, waarop Craig eventjes iets kwam zeggen, maar ik durfde nog steeds niets uit te brengen. Op die cd hadden we de optredens geschreven die we in Schotland gingen spelen. Op de tweede avond stond hij daar plots en moest ik plots spelen voor mijn held. Dat was een beetje vreemd. De dag erna was hij er weer en ging hij meedoen. Zo is het langzaamaan gegroeid naar iets gelijkwaardigs.

Had je toen al kunnen bedenken dat jullie ook samen platen gingen maken?
Neen, toen dacht ik eigenlijk vooral dat hij het meisje met wie ik speelde binnen wilde doen. Dat was namelijk met iedereen zo. Ik werd altijd genegeerd en iedereen wilde haar (lacht). In het begin was dat ook wel het geval, maar toen wij een nieuwe plaat aan het opnemen waren, zat hij in de studio met dEUS en zei hij dat hij het daar niet meer trok en dat hij afkwam. Hij wou met ons spelen. Dat was eigenlijk de eerste keer dat hij mee ging zingen. Toen hoorden we onze stemmen samen en we keken naar elkaar en we wisten we dat het wel iets speciaals was.

Is dit nu iets blijvends denk je?
Ja, ik denk het wel. Wij zijn soms water en vuur, maar het klikt echt ongelofelijk. Dat maak je niet zo vaak mee. Het is niet altijd makkelijk en we moeten dikwijls zoeken, maar het moment dat we muziek aan het maken zijn, verdwijnen alle twijfels.

Deze plaat, ‘Toby’, is ontstaan door een bijzonder concept. Toby Litt schreef de teksten. Wie is Toby Litt eigenlijk?
Toby Litt is voor mij één van de beste Engelse auteurs. In Engeland is hij behoorlijk bekend en verkoopt hij goed. Het knappe aan hem is dat hij in elk boek heel anders schrijft, afhankelijk van het onderwerp. Hij kan gewoon switchen naargelang het verhaal en dat is heel erg straf. We hebben elkaar ontmoet in Leuven. Ik had gezien dat hij daar iets moest doen in Museum M. De organisator daar heeft ons aan elkaar gekoppeld. Hij is een heel nette, perfecte, rustige, typische Engelsman en in het begin was het dan ook erg bizar dat hij teksten voor mij ging schrijven. Daar schreef ik dan muziek bij. Ik had überhaupt nooit verwacht dat ik met iemand ging werken die teksten ging schrijven voor mij. Ik vond dat eigenlijk een beetje walgelijk, zoiets persoonlijks laat je niet door een ander schrijven. Maar eigenlijk kon hij vertellen wat ik niet kon zeggen en dat was heel mooi. Heel intens ook.

Hoe is hij dan al die zaken over jouw persoonlijk leven te weten gekomen?
Hij belde of mailde en dan zei hij: “What’s going on?” en dan antwoordde ik hem met wat er in mijn hoofd omging. Dan, zonder er een gesprek over te hebben, zei hij: “ok”. Dan hing hij op en een dag later kreeg ik dan een tekst en die raakte mij dikwijls heel hard.

Eigenlijk een soort therapie?
Mja, het is soms moeilijk om dingen echt goed onder woorden te brengen. Ik kan een gevoel wel in een melodie zetten, of in mijn stemgebruik of in een gitaarlijntje, maar in een woord, dat vind ik bijzonder moeilijk. Zo daagde hij mij uit om anders te werken. Ik wilde zijn teksten ook niet aanpassen. Ik heb mezelf gedwongen. Dat was waar ik het mee moest doen. Het was meer een uitdaging dan therapie. En een onpersoonlijke plaat heb ik nog niet gemaakt. Dat is wel frustrerend soms. Ondertussen heb ik wel echt zin om gewoon een keer iets oppervlakkigs te doen (lacht).

Is het dan niet vreselijk vreemd om teksten die iemand anders over jou geschreven heeft, zélf te moeten brengen, niet enkel op plaat, maar ook nog eens live?
Ja, soms vraag ik me af of het gaat lukken, maar de dingen die Toby schrijft en de manier waarop, die staan zo dicht bij mij. Het zijn ook wel ergens mijn woorden. Echt elke zin die daar in staat, voel ik. Uiteraard omdat het ook mijn verhaal is en omdat ik erg geniet van hoe hij het geformuleerd heeft.  

Denk je dat je nog verder zal samenwerken met Toby Litt?
Dat zit er wel in denk ik. En als het aan Craig ligt zeker, die is heel enthousiast. Hij voelt ook dat dat voor mij een nieuwe deur heeft geopend. Dat ik me ga richten op andere dingen, dat ik anders ga schrijven enzovoort. Hij vindt het echt tof. En hij is natuurlijk een native speaker die erg van taal houdt. Als ik aan het zingen ben, zie ik hem soms denken: “oh, hoe is hij daar op gekomen” (lacht).

Nu spelen Craig en jij in een duo. Zou True Bypass ooit een band kunnen worden?
(Beslist) Neen. We zijn gehecht aan elkaar. De kern is het hebben van twee akoestische gitaren en twee stemmen en voor de rest niets. Veel bands proberen hun muziek interessant te maken met veel lagen over elkaar, waardoor je de kern niet meer ziet. Ik vind het eerder een grote uitdaging om “alleen maar” een liedje te schrijven en dat helemaal open te houden en te proberen om dat op zichzelf interessant genoeg te houden.

Jullie muziek druist een beetje in tegen alles wat typisch is voor deze tijd; zeer puur en echt. Hoe zie je True Bypass dan passen in de huidige pop- en rockwereld?
Ik zie dat eigenlijk niet. Ik koester ook geen illusies. Ik weet wel hoe we dat zouden kunnen doen, maar dan gaan we weg van waar we voor willen staan en dat gaan we niet doen. Dit is iets wat ik echt moet doen en wat ik ook echt met Craig wil doen. En dat moet op deze manier zijn. Soms zie ik al die groepen voorbij komen en besef ik dat de dingen die ik doe, nooit een hype zullen worden. Ik ben geen mooi, jong, schattig meisje dat graag aandacht krijgt. Ik doe gewoon mijn ding en ga dat ook altijd blijven doen, of dat nu wel of niet past. Daar kan ik echt niet mee bezig zijn. Daar word ik ook erg verdrietig van. Ik blijf maar gewoon stug doorgaan.

Foto: Wannabes


November 23, 2012
Tom Weyn