traumahelikopter In Amerika hangt onze foto tussen de opgezette elanden

In Amerika hangt onze foto tussen de opgezette elanden

Op de terugweg van hun radiosessie voor Studio Brussel, nam Mark Lada van traumahelikopter de tijd voor een babbel met ons. We vuurden geheel in de stijl van de band elf snelle vragen op hem af, evenveel dus als er nummers staan op hun debuutplaat.



Mark, eerlijkheid en puurheid zijn termen die vaak opduiken als het over jullie gaat. Wat betekenen die termen voor jou?
Ik vind het mooi dat er een vorm van kwetsbaarheid in de muziek zit. Als wij een foutje spelen, blijft het gewoon staan, weet je. Zo blijft het echt. Ook onze gestripte set-up van twee gitaren en een half drumstel maakt dat onze muziek heel puur blijft. Als ik zelf kijk wat ik goed vind aan muziek, zit dat er ook altijd in. Je hebt tegenwoordig zoveel plastic popmuziek, maar muziek waar ik van hou – waar wij alle drie van houden – daar zitten eerlijkheid en puurheid gewoon in.

En welke muziek is dat dan?
Rock-‘n-roll. Dat is natuurlijk heel breed, maar dat is waar het allemaal vandaan komt. Wij houden veel van Amerikaanse beat, en dat is voor mij begonnen met blues, country en daarna rockabilly en rock-‘n-roll, punk en grunge. Dat is zowat de rode draad in de platencollectie van elk van ons, en daar putten we inspiratie uit.

Ook spelplezier is een woord dat vaak valt als het over traumahelikopter gaat. Toch lijken jullie ook wel na te denken. Over jullie bandnaam bijvoorbeeld. Waar komt die vandaan?
Oh, dat was toch toeval, hoor. Ik zat ooit ergens met Daan, onze gitarist, te chatten en die sloeg op een bepaald moment uit pure haat en frustratie met zijn vlakke hand op zijn toetsenbord. En toen stond er “trmhlkptr”, of zoiets. Wij waren toen net begonnen met muziek maken, en we zeiden tegen elkaar: als het ooit tot een band komt, noemen we die traumahelikopter. En weet je, we wonen ook samen in een huis in Groningen, vlak bij een hospitaal. Die dingen vliegen daar ook regelmatig over. Het was - hoe zeg je dat? - meant to be.

Jullie spelen pure rock-‘n-roll, garagerock en punk. Hebben jullie ook privé een rock-‘n-roll-leventje van seks, drugs en rock-‘n-roll?
Nou, ik heb het alle drie wel een keertje gedaan, dus in die zin wel. (grinnikt)

Jullie songs zijn op Wolf en Prey/ Predator na allemaal Ramonesachtige, supersnelle rocksongs. Zit er ook een ballad in jullie verborgen?
Ja. Op de plaat staat geen enkele ballad, maar dat betekent niet dat we die nooit zullen schrijven. Dit album duurt nog geen half uur en we namen het op in een week. Het statement dat wij graag wilden maken, is dat het een pure plaat is. Rauw, zonder opsmuk.

Voor Learned My Lesson tel je af in het Nederlands. Is dat ook een soort statement?
Nee hoor. Dat ging heel spontaan. Wij zijn een Nederlandse band die in het Engels zingt, maar ik telde gewoon af in het Nederlands en we hebben het laten staan.

Jullie speelden al een paar keer in België. Hoe was de ontvangst hier?
We hebben zonet onze vierde show in België gespeeld bij een motorclub in Zwevegem, en dat was ontzettend cool en wild. Met stagediven en zo, in die kleine motorgarage. We hebben ook al een keer in Trix gestaan, met Dead Goats uit Canada. Dat was ook heel leuk.

Jullie speelden zelfs al in Amerika. Hoe was dat?
We hebben zo’n twaalf shows op SXSW gedaan, en daarna zijn we verder getrokken naar Californië, in het kielzog van Burger Records, die ons daar op cassette uitbrachten. Het was ontzettend leuk, met shows waarop de mensen heel positief reageerden. Het plan is om binnen korte tijd weer daarnaartoe te gaan.

Wat was het gekste dat jullie daar meemaakten?
Het gekste gebeurde in Texas. We passeerden zo’n eettent langs de kant van de weg en buiten stond vlees te grillen in een soort ondergrondse vleesrookunits. Toen we binnen kwamen, zagen we alleen maar opgezette dieren met de foto van de schutter ernaast. En die schutter bleek achter de kassa te zitten en zijn vrouw bediende ons. Ze zagen meteen dat wij een band waren ­– waarschijnlijk omdat wij allemaal in korte broek zaten – en nu hangt onze foto daar tussen de elanden. Gelukkig mochten we wel blijven leven.

Vaak verwerken punkbands politieke boodschappen in hun teksten. Wat is jullie meest politieke song?
Geen enkele, eigenlijk. Wij zijn absoluut geen politiek beladen band en voor ons is punk ook iets anders. Je hebt natuurlijk die hele linkse, anarchistische punkbeweging met kraakpanden en zo, maar wij houden meer van andere punk. Punk is voor ons een zelfrelativerende, ironische, wel recht-in-je-gezicht attitude, maar minder politiek beladen. Recaltricant en rebels dat wel, maar met humor en vol zelfspot. Dat soort punk komt meer uit de rock’-n-roll, en dat is wat wij in de kast hebben staan. In Kids schrijf ik wel over tienerhaat en verveling, maar dat is geenszins politiek bedoeld. Ik schrijf gewoon graag over de donkere kant van mezelf en de mensheid.

Jullie spelen nu nog in kleine vaak groezelige zaaltjes, maar binnenkort ook op festivals. Kijken jullie daar naar uit?
Ja, de combinatie vinden wij wel lekker. Naast die kleine zaaltjes, waar het heel intens is met direct contact met de fans, is het ook heel leuk om voor veel mensen te staan. We hopen ook veel Belgen daar te zien. Op Rock Herk bijvoorbeeld alsook in Muziekclub 4AD.


June 18, 2013
Marc Alenus