Transit Niet veel rock-?n-roll op het podium

Niet veel rock-?n-roll op het podium
Post-rock in België, het blijft eerder de uitzondering dan de regel. Slechts enkele groepen weten de aandacht te trekken en sinds kort kunnen we daar ook Transit bij rekenen. Het Gentse viertal leverde met ‘Whitewater’ zonet zijn debuut af. Aan de hand van een goed gesprek met drummer Koen Degand en bassist Toon Westra komen we meer te weten over het reilen en zeilen van een beginnende groep.

Op ‘Whitewater’ horen we meer melodieën waardoor je afstand lijkt te nemen van de traditionele post-rock.
Koen: Ik denk niet dat dat bewust gebeurd is. We hebben wél bewust gekozen om op zoek te gaan naar een eigen geluid. Het was echter niet zo dat we per se van dat typische post-rockgeluid wilden afraken. Ik denk dat het wat meer body heeft dan de ep bijvoorbeeld, die wel erg aanleunt bij Explosions In The Sky.

Jullie worden regelmatig vergeleken met Explosions In The Sky.
Koen: Ik ken die groep eigenlijk niet. Maar dat klopt waarschijnlijk wel (lacht).
Toon: Ik denk dat het op de ep wel duidelijk was dat ze een grote invloed waren, ook al was dat niet echt bewust. De rest van Transit vindt dat wel een goede groep maar we hebben hen nooit bewust proberen imiteren.

Bij sommige nummers maakten we zelf wel de bedenking dat ze er wat veel van weg hadden, maar op ‘Whitewater’ is dat toch anders, ook al gaat die vergelijking nog altijd op.
Koen: Op sommige momenten dachten we dat we teveel in de richting van Explosions aan het gaan waren en dan beslisten we om iets anders te doen. Het einde van January is een goed voorbeeld. We hebben tijden aan dat einde gewerkt maar hebben het uiteindelijk gewoon weggesmeten en zijn opnieuw begonnen.

Waardoor ben je dan wel beïnvloed voor deze plaat?

Koen: Iedereen luistert naar heel verschillende dingen en heeft zowat zijn eigen genres. Ik ben bijvoorbeeld meer punk- en rockgericht. Dingen als Sonic Youth bijvoorbeeld.
Toon: De typische post-rock, dat volg ik nog wel maar ik luister daar eigenlijk niet veel naar. Ik luister wel naar meer poppy dingen.
 
De mogelijkheden binnen post-rock zijn stilaan beperkt geworden.
Koen: Ja, het schijnt (lacht).
Toon: Ik denk dat dat zal blijven evolueren. De term ‘post-rock’, wat is dat eigenlijk?
Koen: Als je bijvoorbeeld kijkt naar 65daysofstatic, die doen er al iets heel anders mee. En dat moet ook, anders zit je in een doodlopend straatje. Van de ep vonden we ook dat die goed klonk en dat klopte ergens wel maar achteraf hebben we ons ook de vraag gesteld of dat de muziek was die we echt wilden spelen.

Dus je bent niet helemaal tevreden over de ep?
Koen: Toch wel. Dat is een goede weergave van die periode.
Toon: En er staan tenslotte nog altijd goede nummers op. In dit genre is het gewoon heel gemakkelijk om te gaan klinken als een andere groep. Gitaren verschillen dan ook minder van geluid dan stemmen bijvoorbeeld. Wanneer men naar andere genres zou gaan kijken, merk je ook snel dat alles dikwijls hetzelfde klinkt maar dat valt blijkbaar toch minder op.
[pagebreak]
Jullie zijn op tour geweest met Ansatz Der Maschine. Hoe is dat tot stand gekomen? Muzikaal liggen jullie toch een eind uit elkaar.
Koen: Ik speelde vroeger samen met Matthijs (Bertel, nvdr) in een countrygroepje Shore Leave. Daar zijn we al even mee gestopt, maar zo kenden we elkaar dus en aangezien hij Transit goed vond en wij Ansatz, is dat redelijk eenvoudig tot stand gekomen. Die combinatie werkte ook wel. Nick (Berkvens, gitarist, nvdr) en Matthijs hebben dan met connecties die ze hadden met Tomàn en Hitch die tour georganiseerd.
Toon: Zij hebben allemaal adressen doorgegeven die ze hadden van hun tour. Dan was het veel mailen en cd’s opsturen.

Er kruipt altijd ontzettend veel werk in zo’n tour. Loont dat?
Koen: Dat verschilt. We hebben zo bijvoorbeeld op een avond voor nul mensen opgetreden (lacht).
Toon: Dat was in Oostenrijk en het was net voetbal. Dat hing altijd af van de mensen die het optreden organiseerden. Als zij veel mensen konden lokken, speelden we voor vijftig mensen of meer.
Koen: Het brengt sowieso al wat op om een tijdje met een groep de baan op te zijn en veel te spelen en veel mensen te leren kennen. En veel te drinken (lacht). Als er dan wat publiek is dat apprecieert wat je doet, zoals in Slovenië en Kroatië, dan is dat natuurlijk altijd fijn.

Wouter Vlaeminck van Tomàn heeft ‘Whitewater’ geproducet. Hoe ben je daarbij terecht gekomen?
Toon: We hebben nog samen gestudeerd en hij loopt stage in onze studio.
Koen: Nick heeft dan gevraagd of hij dat zag zitten en zo simpel is dat tot stand gekomen. Hij studeert nog voor producer maar buiten de platen van Tomàn was het wel de eerste keer dat hij dit deed. Maar het was leuk. 
Toon: Het was een heel fijne samenwerking die zowat vanzelf verliep eigenlijk.

Op Thor horen we ook Chantal Acda (Sleepingdog) en op Lucas speelt Lode Vlaeminck (Tomàn) synths. Jullie zitten allemaal op Zeal Records. Is er sprake van een Zeal-familie?
Koen: (lacht) Ja, dat zou je kunnen zeggen. Het is nochtans niet Zeal die ons samengebracht heeft. Chantal is na een optreden in Aarschot naar ons gekomen en zei dat ze ons echt goed vond. Ze vroeg of we eens iets samen wilden doen. Op dat moment hadden we wel al contact met Geert (Mets, baas van Zeal, nvdr) maar we wisten niet dat zij daar ook bij zat. Het is allemaal wat toevallig ontstaan.
Hoe ontstaan nummers eigenlijk bij Transit?
Toon: Meestal komt er één iemand aandraven met een ideetje en dan jammen we wat. Soms vinden we dan iets dat de moeite waard is en dan proberen we daar een zekere structuur in te krijgen. Zo hebben we ook opgenomen.
Koen: Er zijn wel twee nummers, Thor en Lucas, waaraan Nick zelf van te voren al aan had zitten werken op zijn kamer. Het was de eerste keer dat hij met een duidelijk idee afkwam en wist wat het moest worden. En dat werkte wel.

Dat zijn volgens ons ook net de twee nummers die er uitspringen. Is dat een richting die je in de toekomst verder wil uitgaan met Transit?
Koen: Die nummers zijn er in eerste instantie gekomen omdat we allemaal wilden dat er iets zou gebeuren met stemmen. Nick heeft geprobeerd om zelf te zingen, en dat lukte wel, maar hij moet nog veel oefenen. Hij had Thor dan opgenomen met allemaal laagjes boven elkaar van zijn eigen stem maar dat was natuurlijk moeilijk om op te nemen. Zo zijn er andere mensen bij betrokken geraakt.
Toon: Het is natuurlijk wel moeilijk om zo’n nummers live te brengen. Lucas hebben we al eens live gebracht met Chantal en Lode en dat lukte wel maar dan moet je al keyboards meesleuren voor één nummer en je kan natuurlijk ook niet steeds met andere mensen werken. We moeten nog wat zoeken hoe we dat in de toekomst kunnen oplossen.

Vorig jaar zagen we jullie aan het werk in de Handelsbeurs. Dat optreden is ons bijgebleven als heel statisch, zeker in vergelijking met The Sedan Vault die na jullie speelden. Het verschil was immens.
Toon: Dat was nu wel niet meteen één van onze meest energieke optredens. Op dat moment zaten we soms meer te denken dat we juist moesten spelen dan op te gaan in de muziek. Door de tour is daar verandering in gekomen, alles verloopt veel losser als je elke avond speelt. Je wordt zelfverzekerder, zeker als de sfeer goed zit en dan gaat het allemaal wat vlotter. Er is binnen Transit ook niemand die de behoefte heeft om veel show te verkopen. We beseffen wel dat het soms wat statisch is.

Jullie hebben ook geen frontman die de boel wat kan opvrolijken.
Koen: Niet echt. Misschien Nick nog een beetje maar die praat als een pater wanneer hij aankondigingen doet (lacht). Er is niet veel rock-’n-roll bij ons op het podium. Sommige mensen zeggen dat we met beelden moeten werken, maar dat wordt al te veel gedaan.
Toon: Het belangrijkste blijft uiteindelijk de muziek. Het mag niet saai worden. Je moet eerst en vooral jezelf blijven.

Foto: Anton Coene

November 8, 2008
Tom Weyn