Tindersticks Allemaal ezels

Allemaal ezels
Voor Tindersticks is er een nieuwe lente aangebroken met hun jongste album ‘The Hungry Saw’. Wij ontmoetten keyboardspeler Dave Boulter op een zonovergoten terras vlakbij het Koninklijk Circus. Hij had een paar aangename verrassingen voor ons in petto en vertelde honderduit over b-kantjes, punkverledens en toekomstige soundtracks.

‘The Hungry Saw’ klinkt heel natuurlijk en vertrouwd. Was het gemakkelijk om deze plaat te maken?
Dave Boulter: Ja, heel gemakkelijk zelfs. We wilden onszelf niet al te veel tijd geven voor deze plaat. Na een paar repetities met mezelf, Stuart en Neil, wisten we dat de vonk er nog steeds was en beslisten we dat we samen verder wilden doen. Dan hebben we er al snel andere mensen bij betrokken en onszelf wat tijd gegeven voor de opnames. Als we dit album niet in acht dagen konden opnemen, dan had het geen zin meer om nog platen te maken met Tindersticks.

Ik las dat jullie veel songs hebben moeten schrappen en dat dat erg moeilijk was. Krijgen we de geschrapte nummers toch nog te horen als b-kantjes of op een extra ep?
Ik geloof dat er maar drie of vier liedjes waren die we niet gebruikt hebben. Een daarvan staat op de b-kant van de 7” van The Hungry Saw en er komt nog een andere 7” uit met een andere song, What Are You Fighting For. Dus ik denk dat we uiteindelijk wel ongeveer alle songs zullen gebruiken. Met het nieuwe album zaten we in een situatie waarin we zin hadden om veel nieuw materiaal te maken, maar tegelijkertijd wilden we niet alles op plaat zetten. ‘The Hungry Saw’ moest een compact album worden.

Jullie hebben een nieuwe studio gebouwd voor de opnames van ‘The Hungry Saw’. Hoe ging dat in zijn werk en waarom hebben jullie hem juist in Frankrijk gebouwd?
Stuart woont nu in Frankrijk. De studio ligt in Limousin, een landelijke regio die jonge Fransen zo snel mogelijk verlaten eens ze achttien worden. Hij heeft lange tijd in Londen gewoond. Daar hadden we een kleine studio in zijn garage, waar we met de jaren een beetje uitgegroeid zijn: het was te klein. Ik denk dat Stuart Londen ook te benauwend vond. Hij wou ruimte. Bij zijn huis in Frankrijk was er een schuur en we beslisten dat we daar wilden opnemen. Maar toen moest alles ineens heel snel gaan om de schuur klaar te krijgen voor de opnames. We hebben zelf geholpen met het leggen van de vloer en dat soort dingen. Toen het af was, hadden we iets van: nu we eigenhandig een studio gebouwd hebben, gaat de muziek heel gemakkelijk gaan. Dat was een van de redenen dat de opnames zo snel en gemakkelijk verliepen.

Hoe is Tindersticks geëvolueerd in de laatste vijf, tien, vijftien jaar?
Toen we begonnen waren we met zijn zessen. We begrepen elkaar op een heel bijzondere manier tijdens de eerste plaat. We praatten niet echt over iets, maar dat was ook niet nodig. We maakten gewoon muziek en dat werkte. Maar na twaalf jaar was het gewoon niet meer spannend. We voelden ons gevangen, zaten zonder ruimte, zonder uitweg en de relatie tussen de groepsleden liep langzaamaan spaak. We hebben toen een pauze genomen. Stuart maakte enkele soloalbums waar ik ook op meespeelde. We hebben ook een album met kinderliedjes ‘Songs For The Young At Heart’ samen gemaakt. We spraken wel eens over Tindersticks. Ik wou de band niet vergeten. Tindersticks is heel belangrijk voor mij. De band beslaat het grootste deel van mijn leven. Uiteindelijk zijn we dan opnieuw gezessen samengekomen, maar we wisten dat het voorbij was. Ik, Stuart en Neil wilden toch graag een nieuwe plaat maken. Met drie vonden we wel de energie. Als één van ons drie deze plaat niet had willen maken, was het voorbij geweest.

Bedankt om deze plaat te maken. Ik denk dat jullie veel mensen heel erg gelukkig hebben gemaakt.
Ja, vooral onszelf eigenlijk. En ik denk dat dat het belangrijkste is: dat wij hier evenveel van genieten.

Tindersticks wordt dikwijls gezien als een heel gedeprimeerde groep. Vind je dat de humor in jullie teksten onderschat wordt?
Niet alleen de humor in de teksten, maar ook die in de muziek. Ik denk dat er altijd een zekere speelsheid en gevoel voor plezier in Tindersticks heeft gezeten. Dat begrijpen mensen soms niet. Veel van de teksten gaan over heel persoonlijke dingen en heel intense situaties, maar ons leven ziet er niet de hele tijd zo uit. In songs moet je verschillende standpunten kunnen innemen en zelfs een beetje met jezelf kunnen lachen. Als je jezelf te serieus neemt, overleef je niet lang. Veel mensen zien niet dat er heel veel plezier en geluk in onze muziek zit.

Er staan heel wat grote namen op ‘Songs For The Young At Heart’ (Jarvis Cocker, Will Oldham, Stuart Murdoch, nvdr). Hoe hebben jullie die allemaal weten te strikken?
Het waren ofwel mensen die we ontmoet hadden, ofwel mensen die we bewonderden. Ik denk dat we eerst Will Oldham vroegen. Met hem voelden we ons muzikaal verwant. We stelden hem voor om Puff The Magic Dragon te zingen en hij deed het. Het feit dat hij gewoon toezegde zonder verdere vragen en zonder de muziek zelfs ook maar gehoord te hebben, gaf ons moed om andere mensen uit te nodigen. Jarvis ging ook meteen akkoord en toen waren we vertrokken. We hadden voor elk liedje iemand specifiek in ons hoofd en iedereen die we vroegen, heeft toegezegd. Niemand heeft het project ooit in vraag gesteld.[pagebreak]

Vanwaar komt het idee om een album met kinderliedjes te maken?
Tindersticks nam een pauze en ik wou toch bezig blijven. Rond dezelfde tijd ben ik vader geworden en dat deed me terugdenken aan muziek uit mijn kindertijd. Bovendien werd ik veertig op dat moment en blijkbaar was dat het moment om even terug te kijken en na te denken over mijn verleden.

Ik heb altijd erg genoten van jullie soundtracks voor de films van Claire Denis. Staan er nog andere op het programma?
We zijn net begonnen aan twee soundtracks, opnieuw voor Claire Denis. Zij had ook al vier jaar geen films meer gemaakt, dus het is leuk om opnieuw met haar te werken en dan nog twee tegelijkertijd.

Kan je ons er iets meer over vertellen?
Ik weet niet of ik er al echt iets over mag zeggen. Het is bovendien heel moeilijk om over Claires films te spreken. Ze vertrekt in elk geval van twee heel verschillende ideeën. Eigenlijk geleek het maken van de soundtracks heel erg op het opnemen van ons album. De songs zijn heel vlot tot stand gekomen. Op dit moment leggen we er de laatste hand aan. Ik hoop dat de rest even goed verloopt. Wij zijn heel blij om opnieuw muziek voor Claire te maken.

Wat vond je zelf van de vorige twee films, ‘Nénette Et Boni’ en ‘Trouble Every Day’?
‘Trouble Every Day’ is een erg vreemde film. Van ‘Nenette Et Boni’ hield ik heel erg. Een van de films die Claire nu maakt, lijkt qua gevoel heel erg op ‘Nénette Et Boni’. Het speelt zich af in de stad en heeft een erg eenvoudig verhaal. ‘Nénette Et Boni’ was de eerste soundtrack die we deden en het voelde een beetje raar omdat iedereen ons al jaren vertelde hoe filmisch onze muziek klonk. Maar muziek voor een film maken is heel anders omdat je moet inspelen op andermans ideeën. Ik vind de hele film erg goed. Met ‘Trouble Every Day’ is het anders omdat het een heel gewelddadige film is. Er zijn maar weinig mensen die hem kunnen appreciëren. Maar over het algemeen hou ik van hoe Claires films eruit zien. Ze besteedt heel veel aandacht aan de beelden en soms gaat het verhaal een beetje verloren. Niet veel mensen stellen dat op prijs.

Het is altijd interessant om te weten waar een artiest vandaan komt. Naar welke muziek luisterde je als tiener?
Toen ik tiener was, kwam de punk net opzetten. Aanvankelijk ben ik opgegroeid met popmuziek. Voor mij waren Roxy Music en David Bowie twee belangrijke bands. Maar dan was er ineens punk en werd alles duidelijk voor mij. Ik luisterde naar alles wat met punk te maken had, beginnende met The Sex Pistols en eindigend met bands zoals Joy Division. Daar werd het pas echt persoonlijk voor mij. Naar Joy Division luisteren was zoveel intenser dan The Sex Pistols horen tekeergaan. Ik hield ook enorm van The Fall en van de hele Manchesterscene.

Heb je ‘Control’ van Anton Corbijn gezien?
Nee. Ik ben niet zeker of ik hem wel wil zien. Hij zal er vast goed uitzien, maar die band betekende zoveel voor mij als tiener dat ik er geen filmversie van wil zien. Voor twintigers van nu die Joy Division pas leren kennen, is die film iets dat je echt wil gezien hebben, maar ik herinner me die hele tijd nog als was het gisteren. De dag dat ik hoorde dat hij zelfmoord had gepleegd, zal ik nooit vergeten. Het is raar om als vijftienjarige een dergelijke tragedie mee te maken die verbonden is met muziek die speciaal voor je is. Zoiets raakt je en dat wil ik niet op een filmscherm zien.

In welke mate beïnvloedt je verleden als punker Tindersticks?
Als ik zeg dat ik een punker ben, verwachten mensen meteen dat je luide muziek moet spelen en agressief moet zijn. Maar dat is geen punk. Wat punk voor mij betekende, was vrijheid. Je moest geen popster zijn om muziek te maken. Je kon gewoon een gitaar of een keyboard kopen en lawaai maken. Je moest geen ambities hebben om professionele muzikant te worden. Iedereen kon gewoon langskomen en meedoen. Dat is wat punk betekende.

Een laatste vraag. In bijna al jullie artwork komt een ezel voor. Waarom die ezel?
We voelen ons op een of andere manier verbonden met ezels. Het zijn niet echt paarden. Ze hebben ook niet de uitstraling van een paard. Het zijn gewoon beesten die werken. Ze zijn langzaam en koppig en als ze niet meer als lastdier dienen, hangen ze gewoon wat rond in de wei en zien ze er een beetje triestig uit. Dat lijkt heel erg op Tindersticks. (lacht)

November 8, 2008
Lene Hardy