Tina Dico IJsland maakte me claustrofobisch

IJsland maakte me claustrofobisch

Met bands als the Raveonettes, Efterklang en Indians drukt Denemarken steeds meer een stempel op de universele muziekwereld. Maar de pionier om de nationale wateren te verlaten was ongetwijfeld Tina Dico. Al meer dan tien jaar is ze druk in de weer om zieltjes voor haar singer-songwritermuziek te winnen. En die kruistocht mag dan al traag verlopen, de mensen die haar ontmoeten, raken steevast onder de indruk. Wij hadden het met haar over haar nieuwste album (nummer acht!), de man van haar leven en de daaraan gekoppelde verhuizing naar IJsland.



‘Where do you go to disappear?’, dat is de titel van je achtste cd. Wat bedoel je daar precies mee?
Tina Dico: De titel heeft verschillende lagen. Vooreerst stel ik de vraag aan mezelf en dan kom ik algauw bij muziek terecht. Ik ben nogal een denker en vaak woelen diverse gedachten non-stop door mijn hoofd. Muziek schrijven en vooral op een podium staan zorgt ervoor dat die gedachtestroom even stopt. Dat ik als persoon helemaal verdwijn in de muziek.

Ook is het een vraag aan mijn luisteraars: wat vult jouw leven met zo’n passie dat je alles vergeet? Ik wil dat ook zij daar eens over nadenken. En tenslotte zorgde mijn verhuizing naar IJsland er letterlijk voor dat ik mij van de aardbol verdwenen waande. Die natuur is daar zo overweldigend dat je je ongelofelijk klein en misbaar voelt.

Heeft die verandering van omgeving dan invloed gehad op je muziek?
Jazeker, ik was het altijd gewend om in steden te leven, van Aarhus in Denemarken tot Londen in Groot-Brittannië. Plaatsen waar alles in sneltempo veranderde. In IJsland werd ik eigenlijk voor de eerste keer geconfronteerd met een oneindige rust en stilte, daar kon ik in het begin niet mee overweg. Ik werd er zelfs claustrofobisch van. In de plaats van rustige muziek te maken, ging ik in de tegenaanval. Het tempo werd opgedreven als reactie tegen de stilte. Ook mijn zang is nu lager dan op de vorige albums.

Zou een lied als True North ook gekund hebben zonder dat je naar IJsland verhuisde?
Zeker niet. Het is echt een lied over dat land in het bijzonder, maar ook over het ontmoeten van een persoon, die zoveel invloed op je kan hebben, die mij zelfs zo ver krijgt om in IJsland te gaan wonen, waar ik – totaal tegen mijn verwachting in – ook mezelf gevonden heb.

Op dit album wou je meer ruimte maken voor de muziek. Hoe vertaalt zich dat?
Voor het eerst sinds jaren begon ik weer met eerst de muziek te noteren vooraleer ik ook maar één woord op papier plaatste. Wanneer je begint met een songtekst zit je immers meteen al vast in een soort stramien. Dat wou ik nu vermijden. Bovendien is Helgi (Jonsson, haar IJslandse vriend, nvdr) een uitstekende muzikant en improvisator. Met hem aan mijn zijde wou ik in het beginproces zo weinig mogelijk begrenzingen.  

Wat zijn de eerste reacties nu op deze plaat de muziek primeert en er meer energieke songs op te vinden zijn?
Voor mijn publiek uit Denemarken, dat mij overigens al jarenlang kent, was het tijd voor een verrassing, voor iets anders dan wat ze van mij al kennen. Vooral het lied You Wanna Teach Me To Dance is daar een goed voorbeeld van. Het is poppy en verre van een typische, diepzinnige singer-songwriterstekst.

Maar mijn repertoire is nu zo uitgebreid dat ik gewoon twee soorten concerten kan spelen: de vrolijke avonden met vooral up-tempomuziek en de akoestische, verhalende optredens. Elk lied past wel ergens in.

Heb je een favoriet op je nieuwste plaat?
Moon To Let vind ik heel leuk. Omdat het elektronischer is dan wat ik vroeger bracht. Maar momenteel hou ik toch vooral weer van de tragere songs op het album, die waarvoor je enkel een gitaar moet oppikken en zo gewoon spelen. Vandaar ook dat mijn volgende tournee, ‘The Other Side’, vooral akoestisch zal zijn.

Onze favoriet is The World is Perfect omdat je daar één bepaalde persoon in gedachten lijkt te hebben, iemand die in een andere wereld dan de meeste leeft.
Dat klopt helemaal. Het gaat zelfs over de man van mijn leven. Hij is gewoon zo veel opener, spiritueler en gepassioneerder dan ik ben. Ik wou dat ik zijn visie op de wereld kon overnemen, dat ik mee kon gaan op die gelukzalige flow van hem. Daar ben ik wel wat jaloers op. Want zoals ik al zei: ik ben meer een denker. Toch probeer ik zijn manier van leven niet in de weg te staan. Zijn eigen wereld mag niet verdwijnen.

Nu we het over werelden hebben, je bent nu ondergedompeld in drie verschillende muziekscènes: Denemarken, Groot-Brittannië en IJsland. Hoe verschillend zijn die?
Er zijn toch wel immense verschillen. In Denemarken was er in het begin van mijn carrière nog niemand echt internationaal doorgebroken. Artiesten geloofden niet dat ze daarin konden slagen. In IJsland daarentegen waren er pioniers als Björk en Sigur Rós die het pad al effen maakten. Daardoor geloven zij meer in wat ze doen en dat het hen naar een groter publiek zal leiden.

Verder is de muziekwereld in IJsland zo klein dat iedereen elkaar kent en helpt. Zoals elkaar laten meespelen op albums. Het lijkt wel één grote vriendenkring.

Dat vormt dan weer een groot contrast met het Verenigd Koninkrijk. Daar is er echt wel sprake van competitie. Alles draait er ook om Britse muziek. Niemand is er nieuwsgierig naar internationale muziek of het moet Amerikaans zijn. Dus die omgeving is dus echt wel harder.

Hebben ze alle drie evenveel respect voor vrouwelijke singer-songwriters?
Het is moeilijker in Groot-Brittannië omdat zij al heel veel eigen singer-songwriters hebben. Om dan als Deense in die muziekwereld te stappen, moet je er op een of andere manier ook in passen.

Verder is de Britse scène veel dynamischer. Je kan the next big thing zijn, maar in drie weken tijd weer als passé bestempeld worden. In Denemarken had ik het geluk dat er veel minder singer-songwriters zijn. Tien jaar geleden was ik al het meisje met de gitaar. Nu ben ik dat nog steeds. Ok, de vrouw met gitaar misschien.

Tina Dico speelt op 16 maart in de Beursschouwburg in Brussel.


February 18, 2013
Sharon Buffel