Tim Vanhamel Het is gewoon een plaatje

Het is gewoon een plaatje
Vijftien was Tim Vanhamel toen hij bij de Evil Superstars kwam. Sindsdien tourde hij met dEUS, richtte hij Millionaire op, vormde hij met Josh Homme en Jesse Hughes Eagles of Death Metal, bracht hij met Millionaire een tweede plaat uit, startte Coca Cola met God en maakte hij via de Ex-Drummerband kennismaking met de wereld van de bioscoop. “Ik ben niet de man die veel doet”, relativeert hij zichzelf toch. In de muziekwereld zijn er nochtans al voor minder ‘solo gegaan’. Met ‘Welcome to the Blue House’ zet ook Tim Vanhamel nu die stap. Of toch niet?

‘Welcome to the Blue House’ is zeker niet de start van een solocarrière waarin ik mezelf als soloartiest wil profileren. Ik wilde die plaat gewoon maken. Een tussendoortje, als het ware. Al weet ik niet wat dan wél mijn echte carrière zou zijn. Millionaire ligt nu wel even stil, maar voor mij is Millionaire even belangrijk als mijn eigen album. Misschien is dit solo-initiatief eenmalig, misschien ook niet. Het is eigenlijk gewoon muziek, ik wil er niet te veel over nadenken.
 
Vrees je dat dat binnen Millionaire niet kon, een plaat maken zonder na te denken? Is dat de reden waarom je ‘Welcome to the Blue House’ alleen gemaakt hebt?
Ik denk gewoon dat je zoiets beter gescheiden kunt houden. Op deze plaat zijn uiteraard ook Millionaire-geluiden te horen. Logisch, want Millionaire is mijn ding. Maar door genres gescheiden te houden, kan ik de volgende keer met Millionaire op zoek gaan naar nieuwe wegen: feller rocken en dát genre dan weer uitpuren, een richting uitgaan die ik nooit gevonden zou hebben als ik ‘Welcome to the Blue House’ niet gemaakt had. Op de volgende cd van Millionaire zullen er bijvoorbeeld wellicht geen ballads staan. Maar nu wou ik gewoon eens iets anders doen, onder een andere naam. Bovendien lag het einde van mijn relatie (met topmodel Hannelore Knuts, red) aan de basis van mijn album. Ook dat zorgt ervoor dat je eerder in je eentje de studio in trekt.
 
Zowel de teksten als de muziek klinken erg melancholisch. Heeft het maken van ‘Welcome to the Blue House’ je geholpen een moeilijke periode door te komen?
Het is inderdaad een manier om verdriet te verwerken. Zowel het beluisteren van muziek als het maken van deze cd heeft me troost gebracht. De nummers lieten me toe kracht te putten als ik me even wat minder voelde.
 
Denk je dat ook de luisteraars daar iets aan hebben?
Ik hoop het. (denkt na) Uiteraard moet je geen relatiebreuk achter de rug hebben om van de plaat te genieten. Ik hoop gewoon dat de luisteraars iets uit mijn cd kunnen halen. Maar ik ga niemand opleggen wat hij of zij al dan niet moet voelen bij het beluisteren van een bepaalde song. Van mij mag alles, elk gevoel is ok.
 
In welke mate drukte die relatiebreuk een stempel op het productieproces van deze plaat? Kwamen spontaan enkel melancholische nummers tot stand of ontstonden er ook ruigere nummers die je aan de kant legde en opspaart voor een volgende Millionaire-plaat?
Er is natuurlijk altijd een heel dunne grens tussen beide. Zowel voor de soloplaat als bij Millionaire ben ik diegene die in de pen kruipt en de nummers schrijft. De vraag waar het ene ophoudt en het andere begint, speelt dus steeds op de achtergrond. Er staan op ‘Welcome to the Blue House’ wellicht nummers die ook op een Millionaire-cd hadden kunnen staan, al zou ik het omgekeerde - hardere nummers op het soloalbum - nooit gedaan hebben. Ik ben sowieso geen veelschrijver. In plaats van eerst veertig nummers te maken en dan te moeten kiezen, schrijf ik nummer per nummer, tot de plaat af is. Ik heb geen moment gedacht: “Ik leg dit even aan de kant, het is eigenlijk voor Millionaire.” ‘Welcome to the Blue House’ is een geheel dat in één ruk tot stand gekomen is.
 
Naar welke muziek heb je zelf voornamelijk geluisterd tijdens de opnames?
Ik heb in die periode eigenlijk vrij weinig muziek beluisterd. Ik luisterde vooral naar de muziek waar ik zelf mee bezig was. Maar sowieso ben ik beïnvloed door de sixties, Led Zeppelin, Roy Orbison, The Jesus and Mary Chain, John Frusciante, …

[pagebreak]

HOKJESMAN
Met wie of wat zou je in recensies graag of juist niet graag vergeleken worden?

Recensies laten me koud. Ik neem altijd alles met een korreltje zout. Ik denk zelfs dat ik er geen zal lezen, daar ga ik me niet mee bezighouden. Te veel over jezelf lezen is niet gezond, zelfs al zijn het positieve recensies. Je moet gewoon je pad volgen en je ding doen. Recensies lezen leidt alleen maar af. Én het is tijdverlies, ofwel doordat je je de koning te rijk waant, ofwel omdat ze je de grond inboren.

Interesseert het je dan niet wat critici en luisteraars van ‘Welcome to the Blue House’ vinden?

Natuurlijk wel. Maar voor mij is dit sowieso al geslaagd omdat ik alles van me af heb kunnen schrijven. Vanaf nu heerst de subjectiviteit, en daar valt niet over te twisten. Als ze de cd vergelijken met – ik zeg maar iets – Pink Floyd, moet ik dan op de barricaden gaan staan om uit te schreeuwen dat dat niet klopt, dat ik niet als Pink Floyd klink? Ik doe nu wel mijn interviews en alles wat van mij verwacht wordt, ook al vind ik over mezelf praten helemaal niet fijn. Maar daarna moet ik het allemaal niet meer weten.

Wat met de mening van vrienden of collega’s? Hebben zij al iets van de plaat gehoord?
Luuk Cox (drummer bij Buscemi, “knopkesman” bij Shameboy, …) was mijn producer en stond me uiteraard met raad en daad bij. Daarnaast hebben mijn vrienden van Millionaire wel al wat gehoord, net als Tom Barman, mijn moeder en mijn zus. Mauro hoorde alleen nog maar de single, maar hij sms’te me dat hij die heel goed vond. Deze plaat is voor hen natuurlijk ook geen verrassing, hè. Ze kennen mij, ze weten wat ik kan of doe.

En Josh Homme, je goede vriend en de producer van ‘Paradisiac’, de laatste plaat van Millionaire?
Ik heb hem al een tijdje niet meer gezien of gehoord, maar ik denk niet dat hij problemen zal hebben met de stijl van het album. Ik ken Josh, hij heeft een heel brede smaak, hij is geen hokjesman. Op zijn laatste cd met de Queens of the Stone Age staan trouwens ook heel veel rustige nummers. En anderzijds geldt ook voor hem dat mijn wereld niet zal instorten als hij de plaat niet goed of te soft vindt. Voor mij is de plaat af. Je kunt niet iedereen plezieren.

VERVELING
Op je myspace-pagina worden enkele optredens aangekondigd in kleinere clubs en op 19 februari sta je in het voorprogramma van The Smashing Pumpkins. Kunnen we je de komende zomer ook op enkele festivals aan het werk zien?

Momenteel hebben we er nog niet zo’n goed zicht op. Ik denk wel dat we gaan touren in de Benelux en dat we op enkele festivalaffiches zullen staan. Maar sowieso wil ik eigenlijk volgend jaar alweer iets anders doen. De normale procedure is: Een band neemt een plaat op, trekt daarmee twee jaar lang de wereld rond, komt terug, schrijft een nieuwe plaat, neemt die op, gaat weer weg, … Ik ben dat beu. Ik heb gewoon zin om muziek te maken. Ik wil creëren, veeleer dan campagne te moeten voeren.

Stel dat je alles zelf in handen hebt, zou je dan alleen maar muziek maken en nooit meer optreden?
Ik denk het wel, ja (lacht). Neen, neen, ik geniet van het optreden, van de performance. Maar eigenlijk zou ik het liefst gewoon op de achtergrond, achter de coulissen, bezig zijn. Muziek uitbrengen, dingen uitproberen. Soms denk ik: “Ik wil weg, ik moet al die aandacht niet.” Maar dan begin je toch weer op te treden en doe je opnieuw mee. Wellicht komt er een tijd dat ik dat niet meer zal doen, dat ik achter de schermen blijf.

Is dat ook de reden waarom je er niet in slaagt je aan één project of band te binden?

Zo kan je telkens naar hartelust proberen en experimenteren, zonder dat je beoordeeld wordt op wat je voordien uitbracht.
Het lijkt me vermoeiend om me constant met één project bezig te moeten houden. Een acteur speelt toch ook niet voor de rest van zijn leven dezelfde rol? Marketinggewijs is het natuurlijk veel slimmer om één en dezelfde naam te blijven gebruiken, maar dat interesseert me niet. Ik wil gewoon muziek maken, nieuwe dingen doen. Coca Cola met God ontstond bijvoorbeeld omdat we gevraagd werden een tentoonstelling op te fleuren. Dus improviseerden we een beetje: instrumenten vastnemen en jammen. Het bood mij de gelegenheid om na jarenlang met Millionaire te touren opnieuw underground te gaan. Dat doe ik gewoon uit verveling, niet omdat ik bekend wil staan als ‘de man die veel doet’. Maar voor je het weet, wordt dat gebombardeerd tot ‘nieuw project van Tim Vanhamel’. Dan traden we ergens op en stond heel die zaal plots vol publiek terwijl wij aan het noisen waren. En dan hoor ik achteraf: “Wat is dat voor lawaai? Waarmee ben je toch bezig?”

Wat brengt de muzikale toekomst voor Tim Vanhamel?
Ik wil nog heel veel proberen en uitzoeken. Ik zou graag eens iets in het dance-genre doen, maar evenzeer wil ik met Millionaire nog een fellere plaat maken, zonder ballads. Dat ei is nu even gelegd. Ik wou dat ik de mensheid een plan kon voorleggen, maar dat lukt me helaas niet. Misschien komt er een vervolg op ‘Welcome to the Blue House’, misschien ook niet. We zien wel. Dat soloding is niet de grote fuzz, het is gewoon een plaatje.

Maar wel een knap plaatje. Bedankt voor het gesprek.

November 8, 2008
Jonas Truwant