The Van Jets Vertrouwen tot de eerste nulsterrenrecensie verschijnt

Vertrouwen tot de eerste nulsterrenrecensie verschijnt

The Van Jets hebben een nieuwe plaat uit en ze heet ‘Halo’. Het is hun derde, na ‘Electric Soldiers’ (2007) en ‘Cat Fit Fury’ (2010), en ze klinkt verrassend anders. Zo anders dat de heren er vast heel wat over kwijt zouden willen, zo dachten wij. En dus stapten we op hen af voor een interview.



Wat is het gevoel dat overheerst als jullie de plaat zien?
Johannes Verschaeve (zang, gitaar): Ik word vervuld met trots als ik dat zie. ‘Halo’ is het resultaat van een proces waar we lang mee bezig zijn geweest. Waar we ook echt in geloofd hebben. We zijn erin geslaagd om onze bedoeling te realiseren: de plaat baadt in het licht, zowel de hoes als muzikaal. Licht en leven, daar staat ze voor.

Michaël Verschaeve: (drums): En dat is een groot contrast met onze vorige plaat. De hoes van ‘Cat Fit Fury’ was vooral zwart.

Wij vinden het oprecht een heel goede plaat. Doet jullie dat nog iets, de mening van de pers?
Wolfgang Vanwymeersch (gitaar): Ik was wel wat bang, want we doen iets anders dan wat men van ons gewend is. Dit is een heel spannende periode, want je hebt die muziek gemaakt, je komt ermee naar buiten en dan zijn er dus die reacties. En als die positief zijn, dan doet dat deugd, ja.

Johannes: Ik denk wel dat we minder behoefte hebben aan bevestiging dan bij de vorige plaat. We waren sowieso al behoorlijk trots: het was een gedurfde zet, deze plaat, maar wel een zet waar we op zich al voldoening aan overhouden. We hebben er vertrouwen in. Tot de eerste nulsterrenrecensie verschijnt natuurlijk. (lacht).

Michaël: Ik verwacht eerlijk gezegd ook wel dat er fans gaan afhaken omdat we nu iets radicaal anders doen. Er gaan mensen zijn die ‘Halo’ een ongelooflijke kutplaat vinden. Maar als je altijd rekening moet houden met iedereen, dan kan je geen muziek maken.

‘Halo’ is jullie derde plaat. Je bent nu de "bevestigende tweede" voorbij. Weten jullie nu al dat er ook nog een vierde, vijfde, zesde en zevende plaat zal komen?
Johannes: Ik denk plaat per plaat. Ik wil me geen fabriek voelen, maar ik voel nu al wel dat ik zin heb om het proces, dat we ingezet hebben met ‘Halo’, verder te zetten op een volgende plaat.

En zal die dan ook terug met synths zijn?
Johannes: Dat denk ik wel ja.

Wolfgang: (droog) Of met mandolines.

Michaël: Ik denk dat we nooit helemaal zullen teruggaan naar de pure gitaarplaat. Het zal altijd een breder palet zijn, maar zeg nooit nooit.

Jullie hebben voor deze plaat nauw samengewerkt met Jeroen De Pessemier van The Subs. Volgens de perstekst was hij de “out-of-the-box-producer waar jullie naar zochten”. Was het zo nodig om out of the box te gaan?
Wolfgang: We wilden iets anders doen. Als ikzelf als fan een band volg en ze hebben twee platen gemaakt en de derde klinkt weer hetzelfde, dan begin ik me te vervelen.

AC/DC heeft 15 quasi identieke platen gemaakt en is daar nog trots op ook.
Wolfgang: Klopt, maar zij zijn ook wel de enige band die daarmee wegkomt.

Michaël: Inderdaad, AC/DC is op dat vlak de typische band, maar wij hebben meer afwisseling nodig. Toen we begonnen te werken aan nieuwe nummers, deden we dat met de klanken, die we ook op de vorige platen al gebruikt hadden. Maar dat ging allemaal redelijk snel vervelen. We hadden dat al eens gedaan.

Johannes: Ik heb ook altijd gevoeld dat er meer in ons zat dan wat we deden. En het moment was gewoon rijp om iets te doen dat de buitenwereld niet van ons verwachtte, maar wel iets dat altijd al in ons gezeten heeft.

Johannes: Veel gitaarmuziek refereert naar serieuze gitaarmuziek, blues en The Rolling Stones en zo. Maar ik heb altijd bewondering gehad voor mensen als David Bowie of Grace Jones die een dubbele gelaagdheid gebruiken, die naast hun muzikale verhaal ook nog een visueel verhaal vertellen. Ik heb dat ook al proberen doen bij de eerste twee platen, maar omdat we zo vastzaten aan de klassieke sound merkte ik dat iets me nog tegenhield. Met ‘Halo’ zetten we ons af tegen die serieuze rocksound. Daar had ik nu gewoon genoeg zelfvertrouwen voor.

Je noemde Bowie al, maar zijn groepen als Roxy Music en T. Rex dan ook invloeden?
Johannes: Qua sound: niet meer, qua attitude: zeker en vast.

Waarom hebben jullie gekozen voor de studio van Philippe Zdar van Cassius in Parijs?
Michaël: We hebben geluk gehad: Zdar ging net voor twee weken op skivakantie. En wij mochten de studio gebruiken. Zo zaten we in een schitterende studio in het hartje van Montmarte. Normaal gezien zouden we gewoon in België opnemen, maar we zaten dan toch redelijk onverwacht in het buitenland. Ok, het was wel maar Parijs, maar voor een band is opnemen in het buitenland een kans om uit je vertrouwde omgeving te breken. Je bent dan ook verplicht om daar te blijven slapen bijvoorbeeld en dan zit je helemaal in de cocon van die stad.

Johannes: Het bevordert ook gewoon de concentratie. Je bent alleen nog met die opnames bezig.

Dus sightseeing in Parijs was er niet bij?
Wolfgang: Ik ben een uurtje naar een muziekwinkel geweest en ik heb daar twee pedalen gekocht. En die hebben we dan ook meteen gebruikt in de studio. Dus sightseeing was er inderdaad niet bij.

De perstekst maakt melding van verkleedpartijen tijdens het opnameproces. Wat moeten we ons daarbij voorstellen?
Johannes: We hebben eigenlijk alles gedaan om het studioproces zo aangenaam mogelijk te maken en het denken uit te zetten. Het brein is de vijand tijdens opnames. Als je je er te bewust van bent dat de knop op "Record" staat, dan ga je verkrampt spelen en je verliest je natuurlijke flow. We wilden een losse positieve sfeer creëren, daar komt het op neer. En dat is echt gelukt.

Wolfgang: Het is onze meest avontuurlijke plaat. Eigenlijk had je er gewoon bij moeten zijn. (lacht)

Voor de volgende opnamesessies verwacht ik een uitnodiging.
Johannes: Er is zeer hard gewerkt, maar zonder remmingen. Angst was er niet, maar wel veel plezier en een stortvloed aan ideeën. De fun overheerste. Speelsheid, vreugde en nonchalance ook. Vragen als "Is dit wel goed genoeg?" waren taboe.

Waarom is Here Comes The Light de eerste single geworden?
Johannes: Eigenlijk was dat één van de eerste nummers waarvoor we de drempel van het nieuwe geluid waren overgestapt. Het was het begin van het proces. Het was voor ons ook logisch om de mensen met dat nummer tot onze plaat in te leiden. Om duidelijk te maken dat het anders zou zijn.

Michaël: Het was ook fijn om de mensen te misleiden: velen hadden niet door dat wij het waren. En we wisten ook wel dat dat met dat nummer zou gebeuren.

Het cd-boekje vermeldt ook Serge Gainsbourg als invloed. Waarom?
Wolfgang: Sowieso is hij al een invloed, maar daarnaast heeft hij ook nog opgenomen in de studio waar wij zaten. Philippe Zdar kwam langs en vertelde dat Gainsbourg nog nummers had geschreven aan de piano waar wij ook aan werkten. Dat had wel een wow-effect.

Michaël: Gainsbourg is een mythische figuur natuurlijk. Als ik aan Franse muziek denk, denk ik altijd eerst aan Gainsbourg. 

Wolfgang: ...terwijl hij eigenlijk zeer atypische Franse muziek maakt.

Johannes: Hij maakt zeer "geposeerde" muziek. Het is een beetje een tricheur. Hij neemt iedereen, inclusief zichzelf, in de maling met zijn muziek. Maar dat maakt hem net zo interessant. Andere Franse chansonniers zijn ook interessant, maar Gainsbourg torent daar toch boven uit.

Dus al zijn jullie zelf idolen en mogen jullie zelf applaus in ontvangst nemen, jullie kunnen zelf ook nog opkijken naar artiesten.
Wolfgang: Absoluut. De dag dat we dat niet meer kunnen zijn we gek geworden.

Johannes: Het verandert wel. In die zin dat je, als je zelf succes hebt, begint te begrijpen hoe hun leven is of geweest is. En dat ontkracht het mysterie een beetje omdat je weet hoe het is om te componeren. Uiteindelijk was hij ook maar een mens, maar zijn creativiteit was onvoorstelbaar.

Hoe voelen jullie je als een zaal of een festivalweide volledig uit zijn dak gaat?
Michaël: Dat is geweldig, maar ook enorm raar. We hebben op Pukkelpop gespeeld en de Marquee stond stampvol. De mensen stonden overal, tot tien meter buiten de tent. De dag nadien val ik altijd in een enorme put. Omdat dat teveel van je vergt, emotioneel gezien. Ik probeer altijd als ik zit te drummen een mental picture van mezelf te maken. En dat lukt nooit: het is te overweldigend. Een heel apart gevoel.

Johannes: Het geeft je ook geweldig veel energie.

Wolfgang: Een roes of een rush.

Michaël: We spelen graag voor veel volk. Zeker Johannes komt dan beter tot zijn recht.

Johannes: De Marquee van Pukkelpop dit jaar, daar waren we echt van onder de indruk.

Het was er ook heel warm, tropisch warm. Is het dan moeilijker om een goed optreden te geven?
Johannes: Fysiek is het moeilijker. De concentratie bewaren is niet eenvoudig.

Wolfgang: En je zweet als een rund. Er komt de hele tijd zweet uit je vingers en dat maakt het gitaar spelen ook gewoon moeilijker.

Michaël: De adrenaline houdt je recht. Na twee nummers dacht ik al: "Fuck, nu nog tien!"

Johannes: Ik was bijna buiten westen. Tijdens The Future dook ik samen met Jeroen het publiek in. Ik lag op het publiek en kreeg een bloeddrukval waardoor alles zwart werd voor mijn ogen. Toen dacht ik: "Als dit mijn laatste nummer zou zijn, het zij zo.“

Cherry is pure seks: “You’re playing it hard / and girl it turns me on / Playing your part / doing your dirty talk / Oh baby let’s hit the bed and it’s peace on earth / as it is in heaven”.
Johannes: Je bent de eerste die dat opmerkt. Die song gaat eigenlijk over "goedmaakseks". Je hebt ruzie gemaakt. Dat is op zich al een vorm van liefde, een vorm van intensiteit. Als die intensiteit dan omslaat in verlossing, dan heb je de beste seks.

Toch nog geëindigd met seks dan. 


September 17, 2012
Geert Verheyen