The Sore Losers Wij bezoeken musea en stripclubs, yin en yang

Wij bezoeken musea en stripclubs, yin en yang

Het is druk dit voorjaar wat releases van Belgische bands betreft. Hooverphonic, Admiral Freebee en Bent Van Looy staan op het punt om hun nieuwe platen op de wereld los te laten of hebben dat net gedaan, maar ook 'Skydogs' van The Sore Losers is al in de platenbakken te vinden. En ook naar die plaat werd reikhalzend uitgekeken. In de perstekst worden invloeden genoemd als MC5, The Stooges en The Yardbirds. Geen muziek waarmee je je populair maakt op de middelbare school. En de plaat scheurt dan ook vooruit. The Sore Losers weten wat rocken is, dat bewijst ook al de eerste single Cherry Cherry.



Cedric Maes (gitaar): Die invloeden, die genoemd worden in de perstekst; je wordt daar nog steeds niet populair mee. In het beste geval hebben de mensen namen als MC5 of The Yardbirds al wel eens horen voorbijkomen, maar wat ze zich daar nu bij voorstellen? Maar het is niet anders. Dat is de muziek waar wij graag naar luisteren. We hebben besloten daar maar niet over te liegen en hippere bands te namedroppen. (lacht)

Jan Straetemans (zang en gitaar): Trouwens, die nieuwe plaat van Iggy Pop, 'Post Pop Depression' is keigoed. We zijn trots dat die op dezelfde dag is uitgekomen als de onze. Ik kan niet wachten om ons naast elkaar te zien liggen in de winkelrekken. (lacht)

In de videoclip van Cherry Cherry is een zekere Marisa Paepen te zien. In alle eerlijkheid, ik kende haar niet, maar ze is zowat het meest begeerde instagrammodel van België en ik begrijp waarom.
Straetemans:
Onze regisseur kende haar. En blijkbaar zijn haar ouders ook fan van de groep. Wij kenden haar ook niet, maar ze wilde met ons werken en we zijn daar niet rouwig om.

De opnames voor ‘Skydogs’ zijn allemaal eerste of tweede takes, ook een manier van werken die minder en minder voorkomt.
Maes:
Dat was zelfs een bewuste strategie omdat we bij vorige platen gemerkt hebben dat meerdere takes doen voor ons niet werkt. We hebben dat gedaan bij vorige platen en het kwam er altijd op neer dat we uiteindelijk teruggrepen naar de eerste. Dan ben je nog fris, wil je jezelf bewijzen. De eerste take is de take waar het meeste Sturm und Drang in zit.

Jan, ik heb de indruk dat jij je stem meer wil verbergen op deze plaat. En dat valt het hardst op in Dirty Little Pretty Thing.
Straetemans:
We wilden ze niet verbergen, maar je hebt wel goed opgemerkt dat ze meer in de mix zit. Meer dan op de vorige platen wilden we dat mijn stem ook een instrument zou zijn, meer dan dat ze erbovenuit zou stijgen. Om nu Dirty Little Pretty Thing te nemen: voor dat nummer heb ik gezongen door een versterker zoals je een gitaar zou inpluggen in een versterker. Ik vind het heel fijn dat mijn stem nu blendt met de rest. Ik denk dat dat ook eigen is aan rockmuziek terwijl bij popmuziek de stem er veel vaker bovenop ligt.

Maes: Adele zou wat wij gedaan hebben dus nooit doen, hé. (lacht)

Dolf Datsun, de producer van de vorige plaat, heeft daaraan hard gewerkt: backing vocals verzorgd, een tekst geschreven. Waarom wilden jullie deze keer met Dave Cobb werken? Wat was zijn toegevoegde waarde?
Straetemans:
We hebben op voorhand uiteraard naar platen geluisterd, die hij geproducet had, maar we hebben ook interviews met hem gelezen en daarin vermeldde hij dat hij heel graag echt live opneemt en met de band in de studio zit. En dat was waar wij naar op zoek waren. De muziek, waar hij graag naar luistert, zijn de dingen die wij ook goed vinden. Het is als iemand tegenkomen en bijna meteen die klik voelen die je met je beste vrienden hebt. Meteen op dezelfde golflengte zitten; dat is fijn.

We hebben dan ook heel veel plezier gemaakt. Voor Cobb is een plaat maken een momentopname en de bedoeling was gewoon om samen die momenten te beleven. In de juiste sfeer zitten en op het juiste moment opnemen was dan ook belangrijk. Soms zei hij bijvoorbeeld: “We gaan eerst nog een pintje drinken en dan gaan we opnemen”; of op een ander moment, terwijl we nog aan het schrijven waren, riep hij plots: “Ja, ’t is tijd!” Je nooit in een routine laten vervallen, je pakken wanneer je het niet verwacht; en dat was heel fijn en verfrissend.

Het is trouwens weer het seizoen van De Nieuwe Lichting en Rock Rally. Jullie waren daar tweede in 2010, maar ook daar zie je het: de bands zonder laptop en elektronische invloeden zijn daar uitzonderingen aan het worden. Jullie zijn een uitstervend ras.
Maes:
We zijn ons daar bewust van, maar het is gewoon ons ding niet. We zijn ook al wat ouder. Ik begrijp het ook wel: als ik vandaag twintig zou zijn, zou ik misschien ook muziek maken op een laptop. Het is veel praktischer in ieder geval. Als je drums wilt, kan je die gewoon in je laptop programmeren, veel gemakkelijker dan een drumstel kopen, een repetitiekot zoeken en John Bonham proberen nadoen. Tegenwoordig zie ik jongeren op de bus zitten, die muziek aan het maken zijn op hun laptop met een koptelefoon op. Te gek, maar dat is meer de manier van muziek maken van de generatie die na ons gekomen is. Wij zijn niet opgegroeid met een laptop en met het internet, maar met instrumenten.

Straetemans: We missen het ook niet. We hebben nog nooit het gevoel gehad dat we een beat moesten programmeren om één van onze nummers beter te maken. (lacht)

Ik weet niet of jullie het gevolgd hebben, maar in de aanloop naar de release van The Life Of Pablo heeft Kanye West vier verschillende titels de wereld ingestuurd en een dozijn verschillende tracklists. En hij is er nog steeds mee aan het spelen. Je kan er om lachen, maar het toont wel aan hoe moeilijk het is om over een titel, een tracklist en een volgorde te beslissen en het als klaar te beschouwen.
Straetemans:
Het is moeilijk als je alle keuzes in de wereld hebt. Je moet eerst weten wat je wil en dan je keuzes beperken. Dan wordt alles meteen een stuk makkelijker en duidelijker. Voor deze plaat hadden we bijvoorbeeld elf dagen Berlijn gepland om tien of elf songs op te nemen. Geen zestien om er dan nog vijf te laten vallen. We hadden elf nummers; er staan er tien op de plaat. Klaar.

Er is me iets opgevallen bij de vorige plaat. Zo vanaf de derde single uit die plaat leek het wel alsof jullie plots een grotere groep waren geworden. In De Afrekening bv: Beyond Repair nr 10, Silver Seas nr 10, Juvenile Heart Attack nr 9, Your Smile nr 11, Girl’s Gonna Break It nr 14, Working Overtime nr 10 en dan plots: Don’t Know Nothing nr 1, Tripper nr 1 en een fel gesmaakte passage op Rock Werchter.
Maes:
Wij hebben eerder het gevoel dat het rustig gaat. En zo zal ook de slak de ark bereiken. (lacht) Onze eerste single was geen megagrote hit; we verkochten niet onmiddellijk zalen uit en da’s ok. We hebben al een mooi parcours afgelegd en ik vind het ook wel een soort van luxepositie. Wij moeten niet opboksen tegen een grote hit of een eerste plaat, die ontzettend succesvol was. Bij ons zullen ze niet zo snel beginnen zagen dat het vroeger allemaal beter was. (lachje)

Bij Coming Home uit de eerste plaat dachten we: “The Sore Losers hebben ook een countryplaat in zich.”
Straetemans:
(enthousiast) Fijn dat je dat zegt!

Maes: We zijn grote countryfans.

Straetemans: En: we hebben er wel eens over gepraat om een countryplaat te maken.

Maes: Ik denk dat we dat ook wel kunnen!

Wij ook. Tenslotte: in een artikel van Humo zei Cedric ooit: “Wij hebben óók boeken gelezen, en wij weten óók iets van kunst”.
Maes:
Het is geen frustratie, maar het is wel zo dat, als je in een rockband zit, je plots als oppervlakkig beschouwd wordt. Alsof je niet meer kan lezen van zodra je een gitaar hebt vastgenomen. Wij bezoeken musea én stripteaseclubs.

Straetemans: Yin en yang. (lacht)

Maes: Even heel serieus: ik denk dat Nirvana voor dat beeld gezorgd heeft. Ineens werd er een groep populair die “Nee” en “Fuck you” durfde te zeggen. Bij platenlabels is er toen een soort van tegenbeweging gekomen; het besef dat het nu eenvoudiger is om mensen populair te maken, die ze in toom kunnen houden, die oppervlakkige shit zeggen in interviews. Waar gaat het tegenwoordig nog over, als ik denk aan populaire muziek? Vergelijk dat eens met de teksten van Nirvana en The Doors.

Straetemans: Het is ook niet omdat er niet gemanifesteerd wordt en gedweept wordt met termen dat je oppervlakkig bent, maar het wordt wel verondersteld.

In de perstekst staat meteen ook de verklaring van jullie bandnaam: genoemd naar de cultfilm 'The Sore Losers' uit 1997. Op iMDB haalt die een prachtige 4,6. Hoe vaak hebben jullie die film al gezien?

Maes: 4,6 op 5 dan?

Nee, op 10.

Maes: Serieus? We vinden die film te gek. We hebben hem nog geen tien keer gezien, maar het zal er toch ook niet ver af zitten. Goh ja, het is een B-film hé, je moet er voor zijn. Ik vind dat we een coole naam gekozen hebben.

Dit interview verscheen ook op Newsmonkey.be.


March 23, 2016
Geert Verheyen