The Seatsniffers - De wet van Murphy kwam goed van pas

Het Belgische muzieklandschap is moeilijk denkbaar zonder The Seatsniffers. Op geheel unieke wijze zorgen zij al jaren voor de roots, blues en rockabilly in onze contreien. Geen festival of plaatselijk café of de band heeft er het publiek in vuur en vlam gezet. Met 'Turbulence' laten the Seatsniffers hun zesde plaat op u los, het live-album 'Flavor Saver' niet meegerekend. Wij hadden een prettig gesprek met zanger-gitarist Walter Broes over Belgiës bekendste rootsband.





Hoe waren de release-parties het afgelopen weekend?

Walter: Goed! In Opwijk was het rustiger dan in Turnhout. Maar het was feest.



Heb je genoten van het spelen met Smokestack Lightnin'?

Ja, maar dat was niet de eerste keer. Dat hebben we al zeker in vijf landen gedaan. Van bij het begin heeft het enorm geklikt. Als we al een zuster- of broederband op de wereld hebben, zijn zij het wel.



Bernd (zanger van Smokestack Lightnin', nvdr.) zingt mee op Boat.

Klopt, ik denk dat men zat te wachten op die samenwerking. Op zich was het wel grappig, we hebben dat liedje om vijf uur 's ochtends geschreven. We zongen het in op mijn kinderachtige recorder, zo eentje waar je nog in het gaatje moet praten (lacht). En toen we het moesten opnemen, hadden we beiden wéér bijna niet geslapen. We speelden samen op Rockin' Around Turnhout en ik moest ook nog mijn lief ophalen. Zij kwam net terug nadat ze vier maanden in Amerika had doorgebracht. Het klinkt zo stoffig dankzij de wet van Murphy. Die kwam voor één keer goed van pas.



Op radio 1 hoorde ik een aankondiging van de release-party in Petrol (in Antwerpen, nvdr.), gevolgd door Dark In My Heart. Dat is niet meteen een typisch Seatsniffersnummer. Ben je blij dat de radio het aandurft om eens iets atypisch van jullie te draaien?

Eigenlijk wel ja. Op 'Turbulence' zingt Piet twee nummers. Dat is nieuw. Dark In My Heart is een cover van Lee Hazlewood. Zonder bas is het een raar, ietwat vals nummertje. Mensen zien ons als onwaarschijnlijk retro, bijna als museumbewaarders, maar zo zien wij onszelf niet. Wat er in ons opkomt, doen we. Wij vinden onszelf een eclectische rockgroep.

Een róckgroep?

Ja, het rollde tot pakweg 1962 en toen is de roll eraf gehaald. In onze beginjaren speelden wij op festivals als de Lokerse Feesten, terwijl we nu vaak in het blueshoekje geduwd worden. Maar als je naar onze concerten komt, staat er volk van allerlei pluimage. We zijn begonnen tijdens de 'Pulp Fiction'-periode. Toen kende iedereen plots Dick Dale. We hebben intussen wel wat golfbewegingen meegemaakt. Maar ik heb altijd gezegd: het maakt me niet zo veel uit wie er komt, als er maar iemand komt (lacht). Natuurlijk kan je zeggen dat The Seatsniffers roots spelen. Daar ben ik het best mee eens. Maar roots is zo breed: Little Richard, Miles Davis, James Brown, ...  Volgens mij helpt al dat formatten niet. Sommige groepen worden alleen op Sfinks geboekt of enkel in Peer. Maar ik vind dat wij helemaal niet te gespecialiseerd zijn voor het grote publiek. In die zin vind ik ons wel degelijk een rockgroep. Ik ben blij dat we in de Fnac onder 'roots' staan. Daar wil ik niks kwaads over zeggen. Maar ik zou het nog leuker vinden als we in het popvakje stonden. Iemand van 15 die geen totale technofreak is en al eens een gitaaroptreden bezoekt, gaat daar namelijk niet kijken. Terwijl die zich best zou amuseren op een van onze concerten. Ik wil niet klagen. Onze staatszender is zelfs geformat. Alles wat cultuur is, wordt meteen verbannen naar Klara of Canvas en is voor de meerwaardezoeker. Als je thuiskomt van je werk, is je grootste neiging niet om meerwaarde te gaan zoeken.

Jullie spelen deze zomer nogmaals als begeleidingsband van Wanda Jackson. Hoe is het zo ver gekomen?

Zij toert zowel in Europa als in de States met pick-up bands, wat ik fenomenaal vind. Ze repeteert nog voor elk concert. Haar man/manager stuurt dan een mail met de songs. Je wordt verondersteld die te kennen, maar logisch ook. We begeleidden al vaker mensen, maar zij is de eerste met de stempel van "Levende Legende". De nummers zijn wat gezakt in toonaard en tempo, maar op enkele momenten hoor je haar stemmetje en weet je dat zij het echt is. Ik heb er al kippenvel bij gehad. Ze is heel aardig, alleen een beetje cliché Amerikaans omdat ze god gevonden heeft (lacht).



Je zei ooit eens bij het begin van een optreden op klaarlichte dag dat dat niet het geschikte rock 'n' roll-moment was. Wat zijn wel de goede omstandigheden?

Dat is een hele goede vraag (denkt na). Het leukste is als mensen in de "uitgangs-mode" staan. Als ze durven dansen en lawaai maken zonder zich bekeken te voelen. En dan helpt daglicht niet. Er komen ook steeds meer regeltjes. Een maand of zes geleden speelden we ergens in een cultureel centrum in de Kempen. Daar namen ze de nietrokenregel zo serieus dat je nergens in het gebouw mocht roken. Onze soundcheck was al erg vroeg en we moesten laat spelen. Met vier verstokte rokers in de band is dat een beetje lastig (lacht). Op het moment dat we het podium opgaan, ben ik al wat kregelig en zeg dat ook tegen het publiek. Ik heb zelfs aangedrongen op gezamenlijke burgelijke ongehoorzaamheid, nam een sigaret en stak die op. Als iedereen meedeed, konden ze ons niks maken. Maar iemand in de zaal vond dat niet zo leuk en drie weken later viel er een mail in de bus van de Vlaamse Overheid. We hadden aangezet tot overtreding van de wet. Als ze nog klachten zouden krijgen, zouden er maatregelen worden getroffen. Dat begrijp ik wel, maar misschien zijn er gewoon te veel regeltjes.

Is de cirkel rond nu Bop terug bas speelt?

Ja, toch wel. We hadden een jaar een interim-bassist, Jack Fire, waar ik trouwens geen kwaad woord over wil zeggen. Zijn verdienste op Belgisch niveau was als bassist van The Wild Ones niet gering. Als 15-jarige ging ik naar hen kijken in de AB! Maar op muzikaal niveau heeft het nooit echt diep geklikt. Toen bleek dat Bop weer tijd en zin had, was het leuk om weer een vertrouwd gezicht in het busje te hebben. Maar ook op de nieuwe plaat klikte het. Ik ben wel de songschrijver/arrangeur, maar zonder feedback kan ik dat niet. Het voelde weer aan als in het begin en dat is heel wat, als je al 13 of 14 jaar bezig bent.



Heb je ambities buiten The Seatsniffers? Je schreef bijvoorbeeld een nummer voor 'What Grabs Ya' van Triggerfinger?

Klopt, ik heb met Ruben (Block, zanger van Triggerfinger,nvdr.) meegeschreven. Eigenlijk zou ik de hele tijd niets lievers willen doen. Binnenkort heb ik trouwens een schrijfsessie met B.J. Scott, ook een toffe madam.[pagebreak]



Over schrijven gesproken: waar haal je steeds weer die heerlijke clichés? (You need a) Checkup From The Neck Up staat er bijvoorbeeld bol van.

Als ik al een knobbeltje heb, is het een talenknobbel. Ik ben een "taalmens". Ik heb een integrale bibliothèque noire in de kast staan. Maar in alle eerlijkheid: die titel heb ik wel gejat van Kinky Friedman, de king van de oneliners. In de jaren zeventig speelde hij met Kinky Friedman & the Texas Jewboys parodie-country. En in de jaren negentig heeft hij een tweede adem gevonden en is detectiveromans gaan schrijven. Die zijn zó leuk en goed. Ik heb ze allemaal.



Het is niet de eerste keer dat ik via jou bij andere artiesten terecht kom. Op het podium en ook op plaat maak je er de gewoonte van om namen te laten vallen. Doe je dat bewust?

Eigenlijk niet, het is meer omdat ik zelf ook zo iemand ben net als Piet, onze drummer. Wij lezen die linernotes, die voetnoten en de interviews. Zo heeft mijn muzikale opvoeding eruit gezien. Je koopt een plaat van The Cramps en gaat kijken wat zij leuk vinden. Dan kom je vanzelf bij dingen die jij ook weer leuk vindt. Een vriend van de drummer van mijn eerste band heeft me ooit eens een tape gemaakt met dingen die ik niet kende. Daar blijf ik hem eeuwig dankbaar voor. Ik heb die cassette zelfs nog. Op die manier ben ik een internetjunkie geworden. Je ziet een film die je goed vindt en gaat op zoek naar de schrijver. Voor je het weet ben je twee uur zoet.



Welk concert staat er binnenkort op je to-seelijstje?

Dat had je me een week geleden moeten vragen: Mavis Staples! Het was mooi, al was ze niet zo goed bij stem. Haar plaat met Ry Cooder is trouwens ook heel mooi.



Wat vind je van The Baboons, die de release-party in Petrol mogen openen? Zijn zij de opvolgers voor The Seatsniffers?

Mensen moeten nou maar eens ophouden met dat te zeggen. Ze vinden het niet leuk meer en dat kan ik best begrijpen. The baboons zijn al lang ons kleine broertje niet meer. En ik ben best wel trots op die gasten. We hebben hen geïnspireerd om naar rootsmuziek te luisteren, door elkaar te gooien en er creatief mee om te gaan. We zullen ook samen iets doen donderdag, maar daarover ga ik niks verklappen.



Wordt het een circus in de sfeer van de feesten in Las Mañas (met twee drumstellen en een hoop gogo-dansereseen op het podium, nvdr.)?

Dat waren nog eens memorabele feesten. Maar daar zijn we van teruggekomen omdat we er onze broek aan gescheurd hebben.



Het laatste memorabele feest was wat mij betreft de benefiet die voor jullie georganiseerd werd in Hof ter Lo (omdat het busje van The Seatsniffers met alle instrumenten erin werd gestolen, nvdr.)

Dat was ongelooflijk, daarover heb ik staan janken. Er was enorm veel spontane goodwill. Van de catering tot het geluid tot alle bands die er gespeeld hebben. Niemand is betaald geworden. Je krijgt de neiging om een groot dankgebaar te organiseren. Maar dat hoeft eigenlijk niet. Ik heb de hele avond het gevoel gehad: I'm not worthy.



Hebben jullie de schade nu ingehaald?

Ja, we hebben opnieuw een busje, een gitaar, een versterker. We zoeken nog een drumstel. Zelf wil ik overigens ook graag een oproep doen: iedereen moet de plaat van The Hacienda Brothers in huis halen. (Een samenwerking tussen Dave Gonzalez van The Paladins en Chris Gaffney. Onlangs overleed Gaffney aan kanker, terwijl men volop geld aan het inzamelen was om de behandeling te kunnen betalen. Meer info op http://www.haciendabrothers.com, nvdr.) Daar zou je me een erg groot plezier mee doen.



Komt in orde. Bedankt voor het gesprek.

8 november 2008
Veerle Vermeulen