The Scabs Er is nog steeds een soort gezonde drempelvrees

Er is nog steeds een soort gezonde drempelvrees
Het festivalseizoen komt langzaamaan op gang en TW Classic staat voor de deur. Als voorbereiding klopten wij aan bij Guy Swinnen, frontman van de hier te lande legendarische Scabs. Vol enthousiasme blikte hij met ons terug op verleden, heden en toekomst van een man met een missie: muziek maken die de rest van de wereld, maar vooral hijzelf de moeite vindt.

Wat vind je van de affiche van de TW Classic?
Guy Swinnen: Met Milow heb ik vorig jaar al eens samen gespeeld. Zijn nieuwe single hoor je regelmatig. Dat is best iets fris voor hem. De liveset die hij vorig jaar speelde, was bij momenten een beetje te vlak. Hij had iets nodig als die nieuwe single en is in elk geval goed bezig.
Juanes ken ik niet. La Camisa Negra zou naar verluidt een hit zijn. Blijkbaar is dat zo’n beetje de vreemde eend in de bijt.
Dan zijn The Scabs aan de beurt. Voor ons was dat de klap op de vuurpijl na de drie concerten in de AB in september vorig jaar. Dat was eigenlijk een onverhoopt succes: één avond of eventueel twee, maar drie had ik nooit verwacht en dan bleek dat er nog vraag was. TW Classic is naar mijn mening dan ook het festival waar wij thuis horen.
Iggy Pop heb ik al vaak live gezien. Dat is altijd geweldig. Ik herinner me nog een optreden op Marktrock ergens begin jaren negentig. Iggy trad op na Skunk Anansie, die een prima show hadden gegeven. Ik vroeg me al af hoe hij dat kon overtreffen. Maar na tien seconden was al duidelijk dat dat geen enkel probleem zou zijn. Hij heeft overal lak aan. Ooit zag ik hem het hele optreden met zijn broek op zijn enkels spelen in een zaal met een verschrikkelijk slechte akoestiek. Ongetwijfeld wist hij dat de klank nergens op sloeg maar wou hij vooral gewoon zichzelf en het publiek amuseren. Naar Iggy kijk ik echt uit. Ik ben er nog niet helemaal uit of ik hem ga vragen om die paar vinylplaten die ik nog liggen heb, te laten signeren. Het is in elk geval een jeugddroom om met hem op het podium te kunnen staan.
The Police heb ik vanaf het begin gevolgd. Die combinatie van rock en reggae was toen iets nieuws. Op die twee eerste albums stonden echt wel topnummers, maar bij De Do Do Do De Da Da Da heb ik afgehaakt. Uit Stings solowerk heb ik enkel zijn eerste soloplaat onthouden. Dat singletje, If You Love Somebody, Set Them Free, is me bijgebleven. Daarna is het te etherisch en te soft naar mijn zin geworden.

Als je het zelf voor het zeggen zou hebben, hoe zou je ideale TW Classic er dan uitzien?
(Denkt lang na) Bob Dylan heeft eigenlijk nog maar weinig festivals gedaan. Ik heb hem al vaak gezien en als hij een goede groep bij zich heeft, is dat echt de moeite. Hij blijft maar spelen en platen maken. Zeker op gebied van albums is hij de laatste tijd terug goed bezig. Ook Neil Young en Lou Reed  - de heilige drievuldigheid met andere woorden - mogen altijd langskomen. In Antwerpen eerder dit jaar was het akoestische deel van het optreden van Neil Young erg goed. The Clash zou mooi zijn geweest. Vooral in de beginperiode van The Scabs waren wij grote Clashfans. En als ik nu ‘London Calling’ nog eens draai, blijkt dat nog steeds één van de strafste rockplaten ooit gemaakt te zijn. Heel afwisselend, heel ruw, niet gepolijst, één brok energie en dat twee volle platen lang.

Hoe goed ben je nog op de hoogte van muziek dezer dagen?
Vooral via mijn zoon krijg ik wel eens iets te horen. Zowat twee jaar geleden hoorde ik via hem iets van Death From Above. Dat is noise-georiënteerd met toch de nodige melodie en structuur. Queens Of The Stone Age zijn zeker ook de moeite waard. Ik ben ook naar hun show geweest in de Lotto Arena in Antwerpen. De show was prima al blijft die zaal natuurlijk een groot “galmkot” en ook de reactie van de security op die paar mensen die een sigaretje rookten, was een beetje overdreven. Wat dat betreft, was de sfeer eerder grimmig.

Ga je zenuwen hebben voor je optreden op TW Classic?
Zeker en vast. Zelfs als ik in een cafeetje voor vijftig mensen moet spelen, ben ik nog nerveus. Vanaf het moment dat ik ’s morgens opsta, leef ik naar zo’n optreden toe: de teksten nog eens even nakijken, de setlist samenstellen en bestuderen, mijn gitaar in orde brengen. Bij het concert zelf ben ik vaak bang voor technische panne, maar dat valt na twee nummers van me af. Dan voel ik me thuis op het podium, krijg je me er bijna niet meer af. Maar er is nog steeds een soort gezonde drempelvrees voor ik dat podium op ga.

Stel jij de setlist samen of wordt dat in overleg gedaan?
Dat gebeurt met de groep. Eigenlijk geeft dat geen problemen. Bij de eerste repetitie had iedereen een lijstje meegebracht van de nummers die ze wilden spelen en ik vermoedde dat dat vooral met Frankie (Saenen, de drummer, nvdr) wel eens zou kunnen botsen. Maar bij nader inzien hadden we, op twee nummers na, identiek hetzelfde lijstje.

Herinner je je nog die eerste keer Torhout/Werchter?
Dat was sterven. Later hoorde ik daar een opname van en toen bleek dat we verschrikkelijk snel hadden gespeeld, puur van de adrenaline. Pas ’s anderendaags, toen ik met mijn werklozenkaart stond aan te schuiven, drong het plots tot me door dat ik de dag voordien op Werchter had gestaan. Wij waren trouwens ook de eerste Belgische groep die zowel op Torhout als Werchter hadden opgetreden. Misschien was dat wel een beetje “too much too soon”. We hadden tenslotte enkel een mini-lp uit en Matchbox Car begon een culthitje te worden, maar dat was het dan ook. Dat was helemaal anders bij de tweede keer Torhout/Werchter. Dat was een bekroning van een periode. ‘Royalty In Exile’ had gezorgd voor de doorbraak naar het grote publiek. En ‘Jumping The Tracks’ was daar de bevestiging van. In die periode speelden we ook vaak in zalen van 1.500 à 2.000 mensen. Je raakt het dan gewend om voor grotere groepen mensen te spelen. Tijdens het voorlaatste nummer op Werchter merkte Fons (Symons, bassist, nvdr) plotseling dat er iets mis was met zijn bas. Dat was toen binnen de tien seconden opgelost en ik had steeds het gevoel dat we alles onder controle hadden. Dat was een erg relaxt gevoel dat overheerste. Uiteraard waren er nog zenuwen vooraf, maar eens ik op het podium stond, was dat van mij.[pagebreak]

Gaat het een greatest-hitsshow worden?
We hebben er in elk geval de populaire nummers uitgenomen en daarnaast vooral voor het stevigere werk gekozen. Aanvankelijk wilden we een akoestisch intermezzo invoegen, maar dat hebben we uiteindelijk maar weggelaten. Nu is het een goede balans tussen de betere lp-nummers en klassiekers als Liquor Store en I Need You. Het is toch de bedoeling dat het feest is, nietwaar?

Hebben die AB-concerten iets veranderd voor The Scabs? Komt er nog een vervolg?
Puur technisch denk ik niet dat The Scabs ooit beter gespeeld hebben. Iedereen heeft wat bijgeleerd, is met andere muzikanten bezig geweest. Iedereen is gegroeid en dat heeft de groep hechter gemaakt. Bovendien zijn er nu geen persoonlijke vetes en muzikale meningsverschillen meer. Vroeger had ik vooral met Frankie verhitte discussies. Nu gaat dat prima. Hij is ook veranderd. Dat eerder genoemde lijstje is het beste bewijs. De sfeer is fantastisch. Misschien gaat er in de toekomst nog wel iets gebeuren, maar dat zal toch beperkt blijven. Voor nieuw werk is het idee een beetje opgebruikt. We zullen al met heel goede nummers moeten komen en dat zie ik niet meteen gebeuren. De dingen die ik nu schrijf voor mijn eigen band, zou ik niet kwijt kunnen binnen The Scabs. Ze zijn wel verwant: het is allemaal rock-‘n-roll. Maar bij The Scabs draaide het vooral om energie. Eigenlijk zit daar weinig nuance en dynamiek in. Nu zitten er veel meer hoogtes en laagtes in mijn muziek. The Scabs waren een pletwals, een wall of sound die je overviel. Ook nu nog zijn er groepen die dat doen: opkomen en volle gas. Kijk maar naar Triggerfinger. Ik zou er nu moeite mee hebben om nummers te schrijven die binnen het idee van The Scabs zouden passen.

Wat vind je van al die ‘Special Editions’ van oude platen die nu op de markt komen inclusief de nodige extra’s ?
Op gebied van klank is dat soms wel een verrijking. Van ‘Royalty In Exile’ hebben we ook een remaster gedaan. Bij sommige muziek zijn die extra’s wel leuk. Met nieuwjaar heb ik mijn zoon een special edition van Joy Division gekocht. In het bijhorende boekje werd dat mooi geplaatst in de tijd en er was een live-opname aan toegevoegd. Het blijven natuurlijk gewoon marketingtrucs. Maar het straalt in elk geval kwaliteit uit, is mooi verzorgd en vaak erg interessant voor de jeugd. Misschien is het ook wel een tegenreactie tegen de downloadmentaliteit. Het concept "album" raakt meer en meer verloren. Al is het internet soms toch gemakkelijk. Als ik bijvoorbeeld voor een coverband iets moet opzoeken, is dat heel handig. Je ontdekt ook dingen op die manier, maar de charme van de platenzaak gaat er wel mee verloren. De mentaliteit is ook helemaal veranderd. Vroeger werd er een album opgenomen waaruit een single werd getrokken. Nu werkt dat eerder andersom: rond drie hitsingles wordt een album gebouwd. Het internet blijft een mes dat langs twee kanten snijdt. Voor bootlegs is het bijvoorbeeld een schatkamer.

Zijn er platen die je zo terug uitgegeven zou willen zien?
‘Royalty In Exile’ remasteren en achteraf het verschil met het origineel beluisteren was heel erg leuk. Van Willy (Willy, gitarist, nvdr) heb ik een cd’tje geleend waarop Neil Young speelt met Danny Whitten. Dat is een ongelooflijk tijdsdocument. Je hoort dan dat Neil Young ook zwaar beïnvloed werd door Whitten. Hij was een prima songschrijver en schreef onder andere I Don’t Want To Talk About It (bekend van Rod Stewart, nvdr). Als je goed luistert, zal je merken dat Love Is A Rose van Neil Young  eigenlijk net hetzelfde is als Dance Dance Dance van Crazy Horse. Op die liveplaat kan je horen dat de invloed van Whitten op Neil Young niet te onderschatten valt.

Zijn er dingen in je carrière die je, achteraf bekeken, anders zou doen?
Herman Brood zei ooit : “Spijt is wat de koe schijt.” Wat is geweest, is geweest. In onze tijd was de infrastructuur er nog niet om internationaal door te breken. She’s Jivin’ was op een bepaald moment een radiohitje in Frankrijk, maar PIAS Frankrijk bestond uit twee man ergens op een zolder. Het duurde dan ook zes maanden eer we alles hadden geregeld voor een concert en toen was het uiteraard al te laat. Nu kan je korter op de bal spelen. Jonge groepen staan op technisch vlak ook verder dan wij aanvankelijk stonden.

Je hebt altijd gezegd dat je een beperkt muzikant bent. Heeft dat je geholpen of eerder afgeremd?
Waarschijnlijk heeft dat geholpen. Je krijgt een zekere onbevangenheid over je. Je beperkt je tot clichérifjes. Iemand die virtuoos gitaar speelt, zal dat al gauw te min vinden. Maar als beperkt gitarist ga je creatiever op zoek naar iets origineels. Een riff als die van Let’s Have A Party zou door een ingenieus gitarist nutteloos ingewikkeld gemaakt worden. Ook een goed cliché kan je op een creatieve manier verwerken. Daar moet je het als beperkt muzikant dan mee doen. Als zanger heb ik ook al heel wat bijgeleerd door de jaren, maar toch blijf ik erg beperkt in mijn kunnen en ik ben me daar bewust van. Maar techniek is niet alles. Geschoolde zangers vallen vaak door de mand als ze een rocksong moeten brengen. Dat heeft te maken met attitude, interpretatie, performance, energie. Bob Dylan is zangtechnisch een ramp, maar hij weet zelfs Klein, Klein Kleutertje tot kunst te verheffen. Er zijn genoeg andere voorbeelden: Iggy Pop, Lou Reed, Neil Young, … En toch krijg je er kippenvel van.

Heb je ooit overwogen om in het Nederlands te zingen?
Ooit heb ik dingen in het Nederlands gedaan: een tribute voor Johan Verminnen, Spelers en Drinkers. Aanvankelijk voelde dat aan als een vreemde taal. Je leert rock kennen in het Engels. Je neemt dat dan over als een soort evidentie, terwijl het Nederlands een ander soort ritmiek heeft. Het Nederlands dat ik in het begin zong, klonk dan ook een beetje als Engels. Je probeert die wendingen en dergelijke aan te houden. Maar ik doe mijn petje af voor mensen als Stijn Meuris die prima teksten schrijven en ze ook nog met klasse weten te brengen.

Je hebt ook wel eens gezegd dat je teksten hier en daar wringen.
Als ik bepaalde teksten van The Scabs nu nalees of hoor, stijgt het schaamrood me soms naar de wangen: dat slaat nergens op. Af en toe ben ik er wel in geslaagd om een tekst te maken, waar ik ook nu nog van denk dat hij klopt. Als ik nu teksten schrijf, probeer ik ze aanvaardbaar te maken voor een Engelsman. Ik breng er wat poëzie in. Nu hoor ik ook wel eens groepen dingen zingen, waarvan ik dan denk dat ze niet kloppen. Maar ik zal nooit teksten als die Van Morrison kunnen schrijven. Dylans Tweeter And The Monkey Man is pure poëzie. Dat lukt me in tien jaar nog niet.

Heeft de dood van Joe Strummer iets voor je betekend? Het feit dat je sterfelijk bent?
Eigenlijk is dat een beetje een stok achter de deur: als ik nog iets creatiefs wil doen, zal ik moeten opschieten. Dat werkt dan wel stimulerend. Ik leg de lat ook steeds hoger. Net als Neil Young of Lenny Kravitz krijg je je eigen manier van songschrijven en je eigen manier van zingen. Ik wil niet in herhaling vallen. Je begint trager te werken omdat je de standaard hoger legt. Vroeger was ik sneller tevreden. Het wordt steeds moeilijker om mezelf te overtuigen van de kwaliteit van mijn nummers. Voor de laatste studioplaat van Swinnen (het soloproject van Guy, nvdr) wilde ik vooral dat ikzelf de plaat goed vond. De samenwerking met Mauro (Pawlowski, nvdr) was dan ook een goede keuze: hij heeft respect voor wat je vroeger hebt gedaan en tegelijkertijd zorgt hij voor een frisse inbreng. Voor de tekst van Shine A Light heeft hij me vier of vijf keer terug opnieuw doen beginnen. Achteraf bleek hij ook nog eens gelijk te hebben.

Hoe ga je tewerk als je nummers schrijft? Werk je volgens de Nick-Cavemethode?
Neen, zeker niet. Jan Leyers kan vlot een nummer voor Clouseau schrijven dat dan pasklaar wordt afgeleverd. Ik neem mijn gitaar, speel iets en als het ergens op lijkt, neem ik het op. Dan laat ik dat bezinken en achteraf haal ik daar de leukste dingen uit en werk ik daar verder aan. Een rocksong schrijven op bestelling lukt me niet. Soms krijg ik wel eens vragen om iets voor iemand anders te schrijven. Dan stuur ik ook wel demo’s op, maar daar komt over het algemeen weinig reactie op. Waarschijnlijk ligt dat allemaal een beetje te dicht bij mij.

Heb je nog plannen voor nieuw werk?
Gisteren ben ik demo’s gaan “afmixen”. Tegen het najaar van volgend jaar zou ik graag een nieuwe studio-cd maken. Enkel het financieel plan is op dit ogenblik nog onduidelijk. Als je, zoals ik nu, 2.000 cd’s verkoopt van een album, is dat veel en daarmee moet je rekening houden. Als je dan je eisen stelt in de studio, kost dat geld en dat plaatje klopt niet altijd. Ik kan van mijn muziek leven dankzij de live-optredens. Dit najaar ga ik met mijn eigen band de theaters in met een soort overzicht van mijn muziek na The Scabs. Verder doe ik ook solo heel wat dingen. En als het te erg wordt, ga ik gewoon in de cafés spelen.

November 8, 2008
Patrick Van Gestel