The Notwist - Hoe moesten we dit op plaat krijgen?

Met zeven albums onder de arm waaronder één klassieker en vijfentwintig jaar op de teller is The Notwist onmiskenbaar een vaste waarde in het muzieklandschap. U las het misschien al elders op de site: wij zijn bijzonder enthousiast over hun laatste reutel ‘Close To The Glass’, dat als een jonge hinde van het ene genre naar het andere hinkt. Wij zetten ons beste beentje voor en schuiven aan bij Markus Acher.





Acher blijkt in de omgang te zijn zoals we ons hem hadden voorgesteld. Hij zit ietwat schuchter voorovergebogen in de fauteuil van een Brussels hotel en denkt goed na over zijn antwoorden. Zijn voornaamste doel vandaag in Brussel blijkt niet het verkopen van zijn nieuwste album te zijn, maar wel het zelf aankopen van platen.

Markus Acher: Brussel is in Europa de beste plek om tweedehandsplaten op de kop te tikken. Door de smeltkroes van nationaliteiten kom je hier werkelijk alles tegen. Ik heb hier ooit een kist Arabische platen gekocht. Daar zitten geweldige dingen tussen.

Ik sta er steeds versteld van hoeveel muziek er gemaakt wordt. Ik zou mezelf geen verzamelaar noemen, al hou ik wel van het zoeken in platenbakken. Bij het maken van een album gebruiken we die vinylplaten ook steevast. Ik zoek dan naar goede samples die we er in kunnen verwerken.

Over het “lenen” van muziek gesproken. Ik zocht naar een videoclip van de eerste single uit ‘Close To The Glass’, maar het enige wat ik vond waren illegale downloads van het album. Zelfs nog voor het album uit is. Pijnlijk waarschijnlijk.

Iedereen probeert dat te vermijden of van internet te halen maar eigenlijk was ons label nog relaxt. Ik denk dat ze het op tijd opgemerkt hebben en dat de schade nog beperkt is.

Jullie nieuwe label Sub Pop had anders een mooie manier gevonden om de nieuwe trots aan het publiek voor te stellen. Ze postten een fragment van vijftien seconden uit jullie plaat op soundcloud en vroegen het publiek te raden wie er achter dat fragment zat. Veel mensen antwoordden Radiohead.

Er zijn ergere groepen om mee vergeleken te worden (lacht). Nee, ik was er uiteraard blij mee. Ook van de andere bands die genoemd werden zijn we fan dus het kon niet beter. Maar het was natuurlijk ook maar een fragment. Als ze een andere stuk uit het nummer of het album gekozen hadden dan hadden er heel wat andere antwoorden gekomen.

Het nieuwe album klinkt zeer zelfverzekerd. De productie zorgt er voor dat het uit je luidsprekers knalt, de elektronica zit meer op de voorgrond en ik hoor weer meer rockinvloeden.

De laatste livetour was bijzonder plezierig. Dat gaf ons een pak energie en dat heeft waarschijnlijk ook de opnames van ‘Close To The Glass’ beïnvloed. In de studio hebben we ook heel hard gewerkt op de productie en zaten we te sleutelen aan details.

We hebben het album ook opgenomen met de hele band waardoor het misschien meer als een groep klinkt. Just like in the early days, maar anderzijds klinkt het voor mij ook heel nieuw.

Jullie verrassen telkens. Wanneer iedereen een rockplaat verwacht, maken jullie een door jazz beïnvloed album. Wanneer iedereen denkt daarop een vervolg te krijgen, verweven jullie folk en elektronica en daarna werken jullie met een orkest. Voor jullie is dat waarschijnlijk een natuurlijk proces?

Dat is inderdaad zo. Maar dit keer was er toch een verschil. We merkten op een gegeven moment dat er grote verschillen tussen de songs zaten. De ene dag maakten we koude, door Kraftwerk beïnvloede elektronica; de volgende dag zaten we dan weer in rockmodus. We werden er wanhopig van want hoe gingen we die heel verschillend klinkende songs op één album krijgen? We stonden zelfs op het punt alles in de vuilbak te gooien.

Tot we Run Run Run opnamen. Eigenlijk is dat nummer een collage van drie verschillende songs. En toen wisten we dat we ook het album zo moesten bekijken. Als een collage. Eerst heb je een elektronicasong, daarna een rocksong, dan een folky song enzovoort. Zoiets hadden we eigenlijk nog niet gedaan. We herhalen nu eenmaal onszelf niet graag.

Jullie klonken ook nog nooit zo vrolijk als in Kong. Is dat de nieuwe adem die jullie namen?

lacht) Op een avond, tijdens de opnames van het album, zaten we een pint te drinken en luisterden we naar oude Stereolabplaten. We zeiden toen tegen elkaar hoe geweldig die groep wel niet was. Het heeft ons zonder meer beïnvloed toen we ‘s anderendaags Kong opnamen. We hebben er nadien nog aan getwijfeld of we het nummer zouden houden. We vonden het eerst te “cheesy”, maar we hebben er nadien nog op gewerkt tot we er helemaal tevreden van waren.

Een heel ander nummer is From One Wrong Place To The Next. In de song vertel je niet welke plekken dat zouden zijn. Welke had je in gedachten?

Ik legde zelf de connectie met plekken op het internet. Maar iedereen mag het zelf invullen. Ook in andere songs vertrek ik vanuit een paar beelden die ik in mijn hoofd heb en die uitmonden in een vaag verhaal. Dat is die collage weer.

In Casino zing ik ook niet over mijn gokverslaving (lacht). De tekst is gebaseerd op een koppel dat ik zag staan in een goktent. De foto’s van de Zweedse fotograaf Anders Petersen imponeren mij heel vaak. Je ziet in dat ene beeld steeds een heel verhaal. Maar ook boeken, films en andere kunst kunnen me inspireren. Ik heb die invloeden ook nodig. I don’t like to circle around myself. Voor het hele plaatje trouwens.

We hadden visueel al een idee over hoe de plaat moest klinken. Wallace Berman (Amerikaans visueel kunstenaar, nvdr) was een belangrijke inspiratie voor het album, maar ook voor de cover. Die moest het hele collage-idee uitdragen.

Even terug in de tijd want jullie lijken het zelf nergens te vermelden, maar The Notwist blaast dit jaar 25 kaarsjes uit. Vieren jullie dat niet?

Daar hebben we geen tijd voor. We willen nog heel veel dingen doen en terug in de tijd kijken zou alleen maar kostbare tijd opslorpen.

De meeste mensen leerden The Notwist kennen met jullie doorbraakplaat ‘Neon Golden’ uit 2002. Was dat voor jullie een speciale periode?

Absoluut. We kregen enorm goede reacties, zelfs uit Amerika. Het was ook net de periode waarin magazines en journalisten geïnteresseerd waren in bands, die de combinatie indierock en elektronica maakten. En als ze uit Duitsland kwamen, dan was het nog beter.

Het was muzikaal ook een spannende periode met groepen als Mouse On Mars, Tortoise, To Rococo Rot. Ze maakten allemaal boeiende muziek.

Was er, zoals in de Krautrockperiode, een hechte scene in Duitsland?

Ik weet niet of je echt kon spreken van een scene. We kwamen vaak dezelfde muzikanten tegen en daar zijn veel vriendschappen uit ontstaan. Maar dat was toch heel klein en beperkt.

Elk bandlid van The Notwist hield er wel een paar samenwerkingen aan over. Jij en je broer doken op bij Lali Puna en Tied & Tickled Trio en Martin had zijn eigen speeltuin gevonden in Console. Hebben jullie nog steeds die uitlaatkleppen of concentreren jullie je op The Notwist en 13&God (samenwerking met de Amerikaanse band Themselves)?

Al die projecten zijn nog actief en daar zijn we ook nog steeds mee bezig. Maar er zijn telkens ook zoveel mensen mee gemoeid dat het bijna onmogelijk is iets af te spreken. Meestal concentreren we ons op één ding en de laatste tijd is dat vooral The Notwist geweest.

En daar zijn wij bijzonder blij om.

23 februari 2014
Koen Van Dijck