The Maccabees - We zijn nog nooit zo goed geweest als nu

“Moussa Dembélé! Great player!” Orlando Weeks (zang, gitaar) en Felix White (gitaar) zitten voor mij in de lounge van het Brusselse Pullman hotel en hebben er een lange interviewdag opzitten. Toch fleuren ze even op als we het over voetbal hebben. Fulham in het bijzonder. Maar ook over Bradley Wiggins en zijn exquise muzieksmaak en over wielrennen in het algemeen. Maar voor we helemaal beginnen uitweiden, mogen ze nog een laatste keer uitleggen hoe het verdorie mogelijk is dat we zo lang op een vervolg hebben moeten wachten op ‘Given To The Wild’, de met awards bekroonde vorige worp die hen definitief op de kaart heeft gezet. Althans, als je de kaart van Groot-Brittannië erbij neemt.





Felix White: Laten we zeggen dat we een valse start hebben genomen. Na onze vorige plaat hebben we geen pauze genomen en dachten we dat varkentje even snel te gaan wassen. Geen goed idee, want na zes maanden hadden we nog geen enkel nummer echt afgewerkt en begonnen we elkaar te irriteren. Maar goed, helemaal opnieuw beginnen was al helemaal geen optie. Dus hebben we er gewoon wat langer over gedaan.

Had het er iets mee te maken dat je broer voor het eerst achter de knoppen zat? Of begeven we ons nu op glad ijs?

White: Neen, hij deed het geweldig! Maar ergens heb je wel gelijk. We hadden geen persoon die ons een halt kon toeroepen. We bleven maar sleutelen aan die nummers tot we het einde van de tunnel niet meer zagen. Maar toen we uiteindelijk echt aan het opnameproces begonnen, kwam er dan toch die klik. Hij heeft zeker de oren ervoor. En uiteindelijk zijn we heel trots op het resultaat.

Jullie hebben je inspiratie dicht bij het thuisfront gehaald, namelijk in Elephant & Castle, de wijk waar jullie zijn opgegroeid. Kan je mij een beeld schetsen van hoe het leven er daar aan toe gaat?

Orlando Weeks: Niet de wijk op zich was de inspiratie, het was meer het back-to-the-roots-gevoel dat zich van ons meester maakte. Onze vorige plaat was nogal pomptueus: veel lagen; veel meer orkestrale dingen; een heel luid album eigenlijk. We wilden terug authentieker te werk gaan. Onze studio was midden in Elephant & Castle, dus het was nogal wiedes dat we een beetje terugdachten aan onze beginjaren. Dat live-gevoel terug vertalen naar een plaat. Wat dat beeld betreft: Elephant & Castle is eigenlijk gewoon een plaats waar twee rotondes zijn met in het midden een winkelcentrum. Veel is er dus eigenlijk niet aan (lacht).

De coverfoto van jullie nieuwe plaat is genomen op één van die rotondes. Is er dan toch iets meer te zien dan wat je ons nu wil doen geloven?

Weeks: Klopt! Het is een monument gebouwd door Bob Gordon. Oorspronkelijk bestond het uit glas, maar in een buitenwijk van Londen hebben vandalen het al snel gemunt op glas, dus hebben ze het maar zo gelaten. Eigenlijk is er geen hol aan, maar toen ik er plots een foto van zag, dacht ik: “Hé, zo heb ik het nog nooit bekeken”. Je wandelt er bijna dagelijks langs, maar plots kan één foto je tot nadenken stemmen en geef je bepaalde dingen een tweede kans. En zo kwamen we uiteindelijk tot het thema van ons nieuwe album. Die dagdagelijkse dingen, die veilige havens die je vanzelfsprekend vindt, maar waar je best wel eens mag bij stilstaan.

Jullie hebben bij wijze van voorbereiding voor het komende festivalseizoen enkele shows gespeeld in jullie thuiswijk. Al liep niet alles van een leien dakje…

White: Het was chaos, man! De respons was enorm. We hebben een stuk of vijf shows gespeeld, allemaal uitverkocht. We hadden het prachtige idee om op te treden in The Coronet, op vijf minuten wandelen van onze studio. Aan de binnenkant een prachtig gebouw om in op te treden, maar aan de ingang liep het mis. Er is nogal wat criminaliteit in onze wijk, dus hadden ze aan de ingang een grote metaaldetector gezet. Zo moest iedereen één voor één naar binnen en stonden er verschrikkelijk lange rijen. Maar dat hebben we dan opgelost door gewoon een uurtje later te spelen. Iedereen gelukkig!

Hoe was de respons van het publiek op de nieuwe nummers?

Weeks: Goed. Marks To Prove It was toen net op de radio gespeeld, dus daar was uiteraard het meeste respons op. Dan is er nog een nummer, dat Spit It Out heet, waar we toch de indruk hebben dat het makkelijk verteerbaar is voor het publiek. Voor de rest is het nogal moeilijk om het publiek te lezen, zeker als het over nieuwe nummers gaat. Soms denk je: de mensen staan allemaal stil. Maar voor hetzelfde geld zijn ze gewoon intens aan het luisteren. Of ze staan gewoon te wachten op de oudere nummers. Uiteindelijk moet men die nieuwe nummers nog leren kennen, dus dat vergt altijd wel wat tijd. Vraag het ons nog eens na de festivalzomer.

De teksten op dit album verschillen nogal van jullie oudere werk. Vroeger werd er nogal veel gezongen over gebroken kalverliefde en puberstreken. Als jullie die oudere songs vandaag live brengen, staan jullie dan nog volledig achter de teksten?

Weeks: Soms is het zeer moeilijk om er nog enthousiast over te doen. De meeste, gekende nummers zijn ook van een hele poos geleden. Maar zoals ik al zei: het thema van deze plaat blijft nog steeds het terugdenken naar het verleden en het stilstaan bij de kleine dingen. Zo hebben we in onze live shows een nummer gestoken dat we al een hele tijd niet meer gespeeld hebben: Latchmere, een nummer over het lokale zwembad dat voorzien was van een golfslagmachine. Dan staan we op het podium van: “Swimming, swimming and waaaaaves”, te doen en vraag ik me af of dit eigenlijk nog wel allemaal hoeft (lacht). Maar goed. Wat je verliest in de loop van de jaren kan later een heel andere betekenis krijgen in een andere context. Voor ons is dat zwembad niet meer zomaar een zwembad met golven, maar een mooie herinnering aan onze jeugd.

Wat is jullie favoriete nummer op het album?

White: (lange stilte) Moeilijk te zeggen. Ik verander nogal snel van gedacht. (Tot Weeks:) Wat is jouw favoriete nummer eigenlijk?

Weeks: (denkt lang na) Ik voel meer en meer voor Ribbon Road. Tijdens het opnameproces had ik het gevoel dat we de essentie van het nummer verloren waren, omdat we er constant kleine dingen aan hadden veranderd. Maar nu heb ik toch het gevoel dat het uiteindelijk op punt staat als ik het terughoor. Het past mooi in het plaatje van het album. Maar ook het nummer van Hugo (White, nvdr) Silence, waarbij we alles heel minimalistisch hebben gehouden is voor mij een voltreffer. Heel emotioneel.

De single Marks To Prove It klinkt dan wel weer op en top als Maccabees: harde riffs en tempowisselingen. Klopt het als we zeggen dat het nummer gaat over het afvlakken en verstoppen van je emoties?

Weeks: Ik weet niet hoe het weer hier in België is. Waarschijnlijk niet zo verschillend van dat in Londen. Wij hebben slechts een paar hete dagen in het jaar. Dagen waar iedereen dan half naakt rondloopt in een park waar ze anders nooit komen. En dan begint iedereen te zuipen en foto’s te trekken om toch maar te bewijzen dat ze erbij waren op die ene mooie, zomerse dag. Die dag was ik er ook bij en vroeg ik me af waarom men die bewijzen altijd nodig heeft. Waar komt die voortdurende drang naar bevestiging vandaan? Hun dag staat of valt met het aantal “likes” dat ze krijgen, niet met het feit of ze nu al dan niet een prettige dag achter de rug hebben. En het moet niet altijd over sociale media gaan. Hoeveel mensen bruinen zich niet kapot op reis in een warm land, gewoon maar om aan het thuisfront te kunnen laten zien dat ze op reis zijn geweest? Heel bizar, als je erover begint na te denken.

Deze zomer spelen jullie terug op Pukkelpop. In het verleden stonden jullie ook al op Werchter en een aantal keer in de Botanique. Hebben jullie specifieke herinneringen aan jullie Belgische avonturen in het verleden?

White: (lacht) De laatste keer dat we op Pukkelpop speelden moesten we op rond elf uur s’morgens. Met als resultaat dat we behoorlijk vroeg op de dag bezopen waren. Onze drummer (Sam Doyle) viel in slaap in de backstage in zijn favoriete Led Zeppelin-T-shirt. Hij werd zo'n beetje een toeristische attractie. Je weet wel: andere artiesten smeten nootjes naar hem, namen foto’s en balanceerden allerhande bekers op zijn hoofd. Terwijl dat allemaal gebeurde, werden Them Crooked Vultures aangekondigd als special guest, met Dave Grohl en John Paul Jones van Led Zeppelin, die dan even later de backstage binnenkwamen. Dus zowel Dave als John namen foto’s naast een slapende Sam met zijn fanshirt aan. Achteraf schrok hij behoorlijk toen hij de foto’s zag. Zoveel kansen om je helden te ontmoeten heb je natuurlijk niet. Maar Sam heeft ze ontmoet, al weet hij er helemaal niets meer van! (smakelijke bulderlach)

Pukkelpop heeft nogal wat straffe bands op de affiche staan dit jaar. Waarom moeten de mensen voor The Maccabees kiezen op zaterdag?

White: We zijn nog nooit zo goed geweest als nu. De set is de strakste, die we ooit gehad hebben, en het nieuwe album bundelt al het goede van de afgelopen jaren in één aangenaam pakketje. Het is een mooie tijd voor onze fans. Voor de mensen die ons nog niet kennen heb ik maar één goede raad: kom gewoon eens loeren. Op de Belgische radio draait men ons om één of andere bizarre reden niet, dus je zal ons live moeten ontdekken!

The Maccabees spelen ten dans zaterdag tijdens Pukkelpop 2015.

8 augustus 2016
Joris Roobroeck