Thé Lau Energie was het sleutelwoord

Energie was het sleutelwoord

'Liefde op doorreis': een nieuwe plaat van The Scene, met dezelfde passie en de energie als in de gloriejaren. Dat verdient een interview. Thé Lau, zanger, gitarist en songschrijver, onderhield ons uitvoerig over het totstandkomen van de plaat en de songs, de klank van The Scene en de muziekwereld in het algemeen. Eén ding is duidelijk: Thé is een tevreden man.



Als ik goed geteld heb dateert de laatste Scene-plaat met nieuw werk van elf jaar geleden. Was deze plaat een zoektocht? Thé Lau: Het viel toch allemaal vrij snel op z'n plaats, vooral omdat we vooraf een soort verdeling hadden gemaakt. Ik schreef wel alle teksten maar niet alle muziek.  Iedereen speelde thuis zijn partijen in en daarna kwamen die bij mij terecht. Dat hield wel een risico in en ik vroeg me af of het wel levendig genoeg zou worden, maar dat is dus volledig gelukt. We hebben het live laten mixen en dat hoor je wel.

Was die manier van werken noodgedwongen of een bewuste keuze? Het was eerder noodgedwongen. Zoals de zaken nu staan met de platenindustrie, zou je zo uitgebreid moeten repeteren dat je een plaat op drie dagen kan opnemen. Dat vind ik op zich ook wel een uitdagend idee, maar ik wist gewoon dat dat nu praktisch onhaalbaar was. Dus het was een soort noodgreep, maar ik merkte wel snel dat het ook voordelen had. We hebben echt nog nooit zoveel uren in een plaat gestoken. Ik ben op een gegeven moment echt de tel kwijt geraakt. Er is een jaar intensief aan gewerkt.

Ik zag dat we op die manier eigenlijk ook kunnen concurreren met de groten der aarde. In het verleden was dat nooit zo, want je had een budget dat bijvoorbeeld twee of drie weken studio toeliet en dan tien dagen mixen. Nu waren we voor de mix wel beperkt, maar voor de opnames hadden we echt geen beperkingen.

Is de plaat door die manier van werken meer persoonlijk, introspectief wat de teksten betreft dan de andere scene-platen? Ik zie niet zo heel veel verschil met een plaat als 'Marlene', of zelfs met 'Blauw'. Zelf ben ik natuurlijk een stuk ouder geworden. Ik wou zeker vermijden in herhaling te vallen met mijn teksten, maar dat viel best mee. Ik heb ondertussen zo 'n 500 pagina's proza gepubliceerd en daar heb ik geleerd om met een redactie te werken. Ik liet m'n teksten door een paar mensen nalezen, die er onder andere op letten dat ik niet gewoon songs herschreef die ik in pakweg 1991 al gemaakt had.

Ben jij, als songschrijver, begaan met de boodschap van een song of draait het jou vooral om de poëzie en de schoonheid? Heel soms, heel heel soms vind je wel iets van een boodschap terug. Op Atlanta bijvoorbeeld: dat is een song die gerijpt is toen ik in 2001 in Atlanta was om op te treden met Sarah Bettens. Toen ik een dag niks te doen had ben ik naar het Martin Luther King Centre gegaan en daar wou ik iets over schrijven.

Meestal heb ik de basismuziek. Dan ga ik daar wat op zingen en dan rolt er op de goede plek wel eens een woord uit. Het mooiste is als de tekst zichzelf schrijft. Vrouw is mijn favoriete song van de plaat, en die gaat over Marlène Dietrich, Josephine Baker, grote historische vrouwen die ook achter de schermen een rol hebben gespeeld bij het verzet en zo. Dat was een van de weinige nummers die vertrokken zijn vanuit een thema.

Jaren geleden heb ik eens een song geschreven over de nachtelijke autoritten terug. Dat vind ik één van de leukste dingen aan het spelen in een band. Die song was niet goed, dus ik had me nu voorgenomen om er eentje te schrijven die de lading wel precies dekte. En dat is Geluk geworden. Daar ben ik zeer tevreden mee.

En vanuit het managemenent kwam het idee om die Clouseautrack (Sterven op de Planken, nvdr) toe te voegen als een soort tongue in cheek einde van de plaat. Het is natuurlijk niet hetzelfde wanneer Koen dat nummer zingt of wanneer het gebracht wordt door een zanger van zevenenvijftig die gewoon een grotere kans heeft dat hij een Tommy Coopereinde beleeft op een podium in Wevelgem.

The Scene slaagt er zowel live als op plaat al vele jaren in om diezelfde herkenbare klank aan te houden. Hebben jullie daarvoor een vast "recept", een vaste manier van werken en opnemen? Ik kan alleen voor mezelf spreken, voor mijn manier van muziek schrijven en die is ontstaan vlak voor 'Blauw'. Die komt neer op het zo lang mogelijk uitstellen van akkoordenovergangen. Voor iemand die maar heel oppervlakkig luistert lijkt het alsof er de hele tijd hetzelfde gebeurt maar dat is vaak niet zo. Ik zit altijd te experimenteren met middenstemmen. Bij het nummer Blauw was dat zo. Het is ongeveer tweehonderd keer gecoverd en iedereen mist altijd de essentie: er zit in die gitaarpartij iets wat ze altijd ontgaat, en dan wordt het meteen een kampvuurliedje.

Maar het is een beetje balanceren, spelen met de grens waar het saai wordt. Maar tegenwoordig hoor je in Nederland heel veel producties waarbij gewoon alleen maar akkoordjes aan elkaar geregen worden en ik nooit iets kan ontdekken van een arrangement of van iets wat het meer diepte geeft. Dat probeer ik ook te ontwijken door heel lang in de grondtoon te blijven hangen. Of zelfs door een heel nummer in hetzelfde akkoord te maken, net als Sly Stone. Een paar van mijn favoriete nummers van hem gaan gewoon op één akkoord.

Ik heb veel bewondering voor mensen die een spannende riff kunnen verenigen met uitgekiende akkoordenschema's maar voor mijn gevoel wordt het dan toch vaak iets te poppy.De druk om een plaat te maken die radiovriendelijk is, heb ik meermaals meegemaakt in m'n leven, maar daar rolt dus werkelijk nooit iets goeds uit.

We hebben het geluk dat we nu bij V2 zitten. Bij de eerste meeting komt zo 'n onderwerp altijd ter sprake en ze hebben gezegd wat ik hoopte dat ze zouden zeggen: "Maak gewoon de plaat die jij wil maken en dan kijken wij wel of hij radiovriendelijk is". Anders was ik in opstand gekomen. Misschien lukt het zo wel voor mainstreamartiesten maar voor een band als wij werkt dat gewoon simpelweg niet. Dan regent het terecht rotrecensies en vaak komt je muziek ook niet eens op de radio.

Onze houding was: "Je vindt het mooi of je zoekt het maar uit". Hier in België komt alles nu meteen weer in een stroomversneling, terwijl er in Nederland veel afwachtender op gereageerd wordt. Dat had ik wel verwacht: alles wordt overspoeld met Marco Borsato, Guus Meeuwis, ... en dan kunnen ze met ons geen weg uit.

Ben jij het met me eens dat de Nederlandstalige muziek al enkele jaren een wel heel melige toer opgaat en dat het tijd is voor iets sterks? Ik las dat in je recensie en ik kon me daar wel iets bij voorstellen want dat had ik ook wel al aangetroffen. Maar het is niet alleen in de Nederlandstalige muziek. Onlangs kreeg ik op een bijeenkomst van de platenmaatschappij een hele stapel cd's - wisselend in kwaliteit naar mijn mening - maar wat ze wel allemaal gemeen hadden was dat er bijna niets stevigs tussen zat. Allemaal erg singer-songwriterig en hier en daar zeer navelstaarderig.

Bij ons was "energie" van meet af aan het sleutelwoord. Als we dat er niet in krijgen, heeft het bijna geen zin om een plaat uit te brengen. En het bizarre is dat het lijkt of we een soort gat opvullen. Dat was begin jaren negentig in België ook al zo. Er was gewoon een gapend gat in de Nederlandstalige muziek.

Verloopt werken met The Scene anders dan werken aan een soloplaat? Bij een soloplaat is het in feite zo dat ik in grote lijnen alle partijen bepaal en ook vaak zelf inspeel. Met name de baspartijen en keyboards van Otto (Cooymans, toetsen en zang bij The Scene, nvdr) maken het verschil: dat zijn bijna allemaal partijen waar ik zelf nooit aan gedacht zou hebben.  Hij heeft zo 'n andere insteek dan ik dat het de variatie geweldig ten goede komt.

Gaandeweg heb ik de songs horen veranderen. Wat ik opstuurde was gewoon een soort copy/pastedrums, gitaarpartij en zang. Verder liet ik het helemaal aan de rest van de band over. Als ik het niet mooi vind, had ik wel gebeld. En er kwam nooit iets binnen wat ik had verwacht. Dat is wel leuk.

Heb jij de plaat zelf geproducet? Ja, maar ik had een sidekick die zich vooral beziggehouden heeft met de drums. Eén van de dingen die we tevoren hadden vastgelegd was dat het dezelfde energie moest hebben als vroeger maar het moest wel anno nu klinken. De ritmiek moest bijvoorbeeld echt puur en strak zijn en hij heeft zich daarmee bezig gehouden.

Met de diverse downloadsites lijkt het ook alsof een plaat als geheel niet meer bestaat: het artwork, de opbouw, de coherentie lijken allemaal niet van belang. Hoe sta jij daar tegenover? Vind jij "de plaat" als geheel nog belangrijk? Of werk jij eerder rond "de song" op zich? Dit album hebben we echt wel gemaakt als een geheel van minimaal veertig minuten. Voor mij heeft het pure fenomeen "single" opgehouden te bestaan op het moment dat de hoesjes niet eens meer gemaakt werden. Zelf koop ik ook muziek bij iTunes. Zo kan ik enkel de goede songs van een cd downloaden. Maar wij hebben 'Liefde op Doorreis' echt wel als plaat opgevat.

Jullie touren in 2010 een paar maand door Nederland en België. Hebben jullie al verdere plannen? Nou, we hopen op de festivals. Naar wat ik begrijp is dat de festivals eerst gaan kijken wat ze uit Engeland en Amerika kunnen krijgen en daarna gaan ze kijken wat ze lokaal nog hebben. We zien dus wel. Het zou leuk zijn als we een aantal echt mooie festivals konden doen; ik hoop bijvoorbeeld op Werchter Classic.

Eén van de bestaansredenen van deze plaat is dat we wisten dat we een plaat nodig hadden om verder te kunnen spelen. De reünie in 2007 was zo 'n succes dat we het er niet bij konden laten. Vooral omdat we al een wat oudere band zijn. Dus we dachten: als we een levensvatbare goeie plaat kunnen maken hebben we wel degelijk bestaansrecht.

Hangt het van jullie succes nu af of er een volgende plaat komt? Nee, deze is net uit en met de volgende ben ik nog niet bezig. Het enige wat ik weet is dat ik gewoon heel erg tevreden ben.

Thé, bedankt voor dit interview en veel succes!

Foto via Wannabes.


April 3, 2014
Stefaan Van Slycken