The Bony King Of Nowhere Altijd op zoek naar het moment

Altijd op zoek naar het moment

Het is de laatste jaren snel gegaan voor de knokige koning van nergens, alias Bram Vanparys. Onlangs bracht de Gentenaar zijn derde studioplaat uit, genaamd naar zijn pseudoniem; “The Bony King of Nowhere”. Opvallend: die plaat heeft hij in zijn eentje in één nacht opgenomen.



Toen we je vijf jaar geleden spraken, ging je net beginnen met de opnamen van je eerste cd. Je noemde 2007 toen een superjaar. Hoe zijn de jaren daarna verlopen?

Bram Vanparys: Ik weet zelf niet goed meer wat ik allemaal gedaan heb. Maar dit jaar is wel een grote kanshebber om ook uitgeroepen te worden tot superjaar. Ik heb al heel veel dingen gedaan die me echt zullen bijblijven. Het voelt aan als een geïnspireerd, goed jaar, waarin ik bijna alles gedaan heb dat ik echt graag doe.

Mooie tournees bijvoorbeeld. Ik ben alleen op tournee geweest door Italië, een zeer intensieve tocht van zevenduizendvijfhonderd kilometer in drie weken. Echt on the road. En ik heb ook een album opgenomen waarover ik nu, drie maanden na de opnames, nog altijd zéér tevreden ben.

Was dat dan niet het geval met de vorige platen?
Jawel, maar er is altijd wel iets waarvan je weet dat je er niet alles hebt uitgehaald. Dat gevoel heb ik niet met dit album. Dat betekent nog niet dat mensen het goed moeten vinden, maar ik weet wel dat dit het beste is wat ik kan. Ik heb het onderste uit de kan gehaald en daar ben ik heel blij om. 

Je hebt drie heel verschillende platen uitgebracht. Is dat een logische evolutie?
Eerder een evolutie waar ik op had gehoopt. Eigenlijk is het simpel: je verandert gewoon als persoon. Als je ouder wordt, heeft dat effect op hoe je zaken interpreteert, bekijkt en ervaart. Dat beïnvloedt ook de manier waarop je schrijft. Daarnaast ontdek je nieuwe dingen. Zo ben ik nu volledig geobsedeerd door poëzie en dat beïnvloedt natuurlijk je manier van schrijven.

Verder heb ik ondervonden dat het typische rocksterrenbestaan dat  veel mensen leiden niets voor mij is. Ik heb geleerd dat ik het anders moet aanpakken en dat heeft een grote invloed op mijn manier van schrijven.

Zo ben je ook bezig met biologische landbouw.
Als ik thuis gewoon stil zit - iets wat veel artiesten die ik ken doen - dan maakt dat mij gewoon dood vanbinnen. Ik word er verschrikkelijk zenuwachtig van. Mijn geest gaat in slaaptoestand en er komt niets meer uit en ik ervaar niets van impulsen van buitenaf.

Ik heb zo’n periode gehad dat ik me zo slecht voelde dat ik had besloten om te stoppen met muziek maken. Op een gegeven moment ben ik effectief gestopt met nummers schrijven en heb ik dat artiestenleven gewoon achter mij gelaten. Toen ben ik gaan reizen en op een boerderij gaan werken. En dat werkt enorm inspirerend. Voor mij is dat een vorm van mediteren.

Wat heeft je tournee door Italië met je gedaan?
Ik heb belachelijk weinig tickets verkocht op die tour. Dat heeft ons dus niets opgebracht. Maar dat kan mij niet schelen: Ik wil gewoon op de baan zijn, dingen zien, mijn liedjes spelen voor mensen. Dat levert namelijk nieuwe nummers, nieuwe inspiratie op en bovendien word ik er gelukkig van.

Hoeveel van Italië zit er in de plaat nu?
Minder dan ik had verwacht. Ik heb veel geschreven op die tour, maar ook veel poëzie. Slechts één liedje en nog wat fotomateriaal, te zien op de achterkant van de plaat, stamt uit die tournee.

Die foto is genomen in Toscane. Ik was er gaan aankloppen bij een wijnhuis met de vraag of ze geen kamer hadden. Ik wou daar graag wat schrijven en ik deed mezelf iets romantischer voor dan het geval was. Ik was er volledig alleen.’s Avonds werd speciaal voor mij de haard nog aan gelaten en stond mijn paard op stal. Als ik daar zat te eten aan dat haardvuur, kon ik me perfect inbeelden dat ik in de zeventiende eeuw zat. Dat vind ik zo leuk aan Italië: het is niet heel tijdsgebonden.

Vijf jaar geleden zei je dat je liever in de studio of thuis zit dan dat je op een podium staat. Is dat nog steeds het geval?
(Denkt na) Niet echt, neen. Ik sta alleszins veel liever op een podium dan vroeger. In Italïe heb ik de voor mij perfecte dag meegemaakt. Die ging als volgt. In Rome, waar ik de dag voordien had gespeeld, had ik wat tijd om rond te wandelen. Maar ik voelde dat er een liedje in de lucht hing. Dus ik heb me op een terras gezet en ik ben beginnen schrijven. Bladzijden lang over alles wat ik gezien heb in Italië. Eens ik het gevoel had dat ik klaar was, was het tijd om te vertrekken naar de volgende stad.

Daarvoor moest ik over de Apennijnen en op een gegeven moment was het er zodanig mooi dat ik me aan de kant van de weg heb gezet (toont foto aan de binnenkant van de plaat, nvdr), mijn gitaar heb genomen en de tekst die ik die morgen had geschreven op muziek heb gezet. Dat is Lonesome Girl geworden.

Toen ben ik doorgereden naar de stad waar ik moest spelen, zowat aan de andere kant van Italië en daar heb ik ’s avonds dat lied gespeeld.

Voor mij was dat een perfecte dag. Moest ik elke dag zoiets kunnen doen, dan schreef ik tien platen op een jaar. Het was waanzinnig inspirerend.

Het was wel een dag waarop je vooral alleen was. Eenzaamheid lijkt een terugkerend thema.
Ik was gewoon alleen, zeker niet eenzaam.

Haal je dan geen inspiratie uit de mensen om je heen?
Ook het gebrek aan mensen kan inspirerend zijn. Je kan iemand zeer graag zien en daar voortdurend bij zijn zonder er ooit over te schrijven. Maar plots is die persoon drie weken weg en begin je plotseling te schrijven. Gewoon omdat je die zodanig mist.

Deze plaat is een soloplaat, maar je gaat wel een tour doen met de band. Zal het moeilijk zijn om dit soloproces te vertalen naar het bandgebeuren en naar een groot publiek?
Sowieso zijn er een aantal nummers die onmogelijk te spelen zijn met een band en die ik ook niet wil spelen met een band. Maar er staan er ook een aantal op waarmee dat wel kan. Ik zal wel een manier moeten vinden om die twee te verenigen. Eigenlijk ben ik zelf zeer benieuwd hoe dat gaat evolueren en hoe die concerten zullen verlopen.

Al een paar jaar lang worden de namen Leonard Cohen, Bob Dylan, Neil Young vernoemd in zowat elk artikel over jou. Je wordt soms ook gewoon in hetzelfde rijtje geplaatst. Als je dat keer op keer leest, kan ik me voorstellen dat je daar verwaand van kan worden.
Dat is bij mij niet het geval. Dat komt - en dat kan misschien zeer pretentieus klinken - omdat ik het gevoel heb dat ik Neil Young, Bob Dylan en Leonard Cohen, écht begrijp. Dat ik tot op het bot snap wat dat is.

Als ik ‘On the Beach’ van Neil Young opleg, dan begrijp ik volledig die teksten, de muziek, de sfeer en hoe dat voelt. Net daarom weet ik ook dat mijn weg tot dat niveau nog heel lang is en dat ik er waarschijnlijk ook nooit zal geraken. Ik voel ik dat dat niet in mij zit, anders was het er al uitgekomen.

Dat is dan weer zeer bescheiden.
Het is eerder een soort zelfkennis.

In een vorig interview was het laatste wat je zei: “Ik wil gewoon het moment vastleggen. Dat is wellicht waar ik eindeloos naar op zoek zal zijn.” Heb je het gevoel dat dat nu al beter gelukt is?
Met deze plaat is dat alleszins veel beter gelukt dan met ‘Eleonore’. Het idee was oorspronkelijk dat ik die plaat zou beginnen opnemen zoals de vorige: een dag uittrekken voor één nummer. Ik had heel de plaat zo opgenomen. Tot ik op een morgen opstond dat ik mij de ene dag zo voelde en de volgende anders. En dat hoorde je op de plaat. Je voelde het. Het verschil in emoties van dag tot dag. Dat wou ik niet  en dus ik heb gewoon alles gewist wat ik had. Daar blijft niets meer van over.

Toen ben ik twee dagen gaan wandelen in de bossen. Op de avond van de tweede dag ben ik thuis gekomen. Ik heb op mijn gemak naar de zonsondergang gekeken op een heuvel, een glas wijn in de hand. Toen de zon achter de heuvel verdwenen was, begon het hard te regenen. Romantiek ten top. Je kon helemaal verdrinken in de melancholie van de wereld.

Ik ben naar binnen gegaan en heb mijn plaat gewoon in één nacht opgenomen. Als ik de plaat nu nog eens beluister, voel ik weer die ene nacht. Dat is belangrijk voor mij. Dat moment.


November 18, 2012
Tom Weyn