The Bear That Wasn't - In het slechtste geval heb ik verjaardagscadeaus voor de rest van mijn leven

Het regent en het stormt als ik Nils Verresen uitzwaai. We worden bijna van het trottoir geblazen maar geen onguur weer is onguur genoeg om hem tegen te houden. Hij is niet aan deze tocht begonnen om het gemakkelijk te hebben. Vannacht slaapt hij bij iemand die hij nu nog niet kent, iemand waarvan hij op dit moment enkel de naam en het adres in zijn broekzak heeft zitten.





Ook wij kenden elkaar gisterenavond nog niet toen ik hem na zijn optreden in de Botanique aansprak en zei dat hij die nacht bij mij zou blijven slapen. Na het concert zijn we samen naar huis gereden, we hebben wat gebabbeld bij een thee, we hebben zijn bed opgemaakt en 's ochtends hebben we samen ontbeten.



Voor hem is dat één jaar lang een dagelijkse gewoonte. Elke dag gaat hij bij iemand anders slapen zonder een eurocent uit te geven. Om naar het toilet te gaan, wat in de Botanique 50 eurocent kost, moet hij schooien. Het zijn regels die hij zichzelf heeft opgelegd. In ruil voor de gastvrijheid zingt hij een liedje en helpt hij bij het huishouden. De lijst van onbekenden werd in sneltempo opgebouwd via Facebook en brengt hem door heel het land, driehonderdvijfenzestig dagen lang bij driehonderdvijfenzestig verschillende mensen.



De cynicus in ons vermoedt dan al snel dat het gaat om een soort goedkope marketing ter bevordering van zijn debuut-cd. Hij verzekert ons dat dat niet zo is: "Toen ik het plan voor deze tocht aanvatte was er van een cd uitbrengen nog geen sprake. We hebben hem in september opgenomen en een maand daarvoor hebben we de arrangementen nog moeten maken want ik had altijd alles solo gespeeld.



Op 2 oktober moest hij klaar zijn en de laatste dag ben ik met pak en zak naar de studio in Tienen getrokken om van daaruit rechtstreeks met mijn tocht te beginnen. Ik was een trui vergeten, maar ik heb er achteraf nog een gekregen van iemand. Dat is het leuke hieraan: mensen willen je altijd helpen. Als ik wou had ik al tien truien. Iemand wou me zelfs een fiets geven."



Ondertussen verspreidt het nieuws van de reizende muzikant zich als een lopend vuurtje. Hij mag optreden in zowat elke Belgische zaal en Ayco Duyster is openlijk fan. Het is niet elke beginnende muzikant gegeven. Op zijn debuut staan nummers die soms al vier jaar oud zijn.



Maar nu staat hij al te springen om aan de opvolger te beginnen: "Het is typisch voor een debuut dat je alle nummers waar je al zo lang aan sleutelt wilt opnemen zodat je met een schone lei kunt beginnen. Ik kijk er dus wel naar uit om terug nummers te beginnen schrijven, maar onderweg schrijven is moeilijk. Normaal schrijf ik als ik 's nachts thuis kom. Dan heb ik het meest goesting om mijn gitaar te pakken en twee uur te spelen.



Die momenten zijn nu zeldzaam. Soms zeggen mensen wel dat ze me twee uur alleen laten om naar familie of naar de winkel te gaan maar daarom lukt het nog niet meteen. Ik durf me niet te permitteren om onbeleefd over te komen.




Hetzelfde geldt trouwens voor mails versturen of op een blog schrijven. Ik ben meestal maar acht uur bij die mensen en je dan op jezelf terugtrekken is nogal onbeleefd."



Ook een tournee plannen is niet evident. Repeteren met de rest van de groep is onmogelijk omdat hij dikwijls ergens met de fiets in een godvergeten dorp logeert. Dus is het soms wat improviseren. En om het nog wat moeilijker te maken is er nu ook een aanbod om in Denemarken te komen spelen. Een ommetocht waar hij best wel zin in heeft: "Er ligt nog niks vast. Het probleem is dat ik volgens mijn regels geen geld mag uitgeven dus het openbaar vervoer is geen optie.



We hebben even met het idee gespeeld om met optredens huurauto's te financieren maar ik ben te koppig om af te wijken van mijn oorspronkelijk opzet. De fiets is dus mijn enige optie. Ik schat dat ik er op acht dagen geraak als ik minstens honderd kilometer per dag fiets. Dat valt niet te onderschatten, maar in mei is het weer hopelijk al wat beter en met voldoende water moet dat lukken.



Het is een mooie uitdaging en ik ben er nog nooit geweest. Het zou deugd doen om eens wat weidsere landschappen te verkennen. België is te druk naar mijn gevoel, je komt er overal mensen tegen. Als ik naar daar fiets zal ik tenminste af en toe een uur hebben zonder dat ik iemand zie."



Dergelijk mooi avontuur spreekt in elk geval tot de verbeelding, maar het leidt soms wel de aandacht af van de muziek zelf, tot zijn frustratie. We vragen hem over welk nummer op zijn debuut hij het meest tevreden is.



"Dat is heel dubbel bij mij. Het nummer dat ik het liefst heb is ook het nummer dat ik het minst liefheb. Maar als ik mag kiezen, dan kies ik voor They Are The Donutpeople, een nummer waarvan iedereen denkt dat het niet echt past bij de rest. Er zitten keyboards in en de percussie bestaat uit glasscherven en radiatoren.



Misschien daarom dat ik het wil beschermen. Er is een hoek vanaf, het is wat rommelig, maar het is ook het nummer waar je het meest naar moet luisteren voor je het kunt appreciëren. Het stond bijna niet op de plaat maar ondanks alle opmerkingen van iedereen wou ik het er absoluut op.



Het gaat over een meisje dat heel veel problemen heeft met zichzelf. De tekst zit vol verwijzingen en beeldspraak. Het gaat eigenlijk over hetzelfde meisje als het eerste nummer van de cd. De titel komt uit 'Henry Fool', een wat mindere film waarin een bepaald personage een probleem heeft met "there" en "they're" en iemand hem uitlegt: "There's a donut. Their donut. They are the donut people".



Het gebeurt wel meer dat ik een nummer heb geschreven en net in die periode een film zie waaruit dan een quote blijft hangen. Dan heb ik altijd de neiging om dat als titel te gebruiken. Ik vind dat ook wel leuk om referenties te gebruiken die slechts enkele mensen zullen herkennen."




De achtergrondgeluidjes waar de nummers mee aan elkaar plakken blijken geluidsopnames te zijn van hem en zijn broers en zussen uit hun kinderjaren. "Mijn moeder heeft heel veel video-opnames van toen wij klein waren en onlangs vroeg ze me om al die opnames op dvd te zetten. Veel van de nummers gaan over mijn kindertijd en dus was het leuk om geluiden daarvan te gebruiken.



De kinderen die je hoort lachen zijn ik en mijn zus en dus hoor je eigenlijk een duet tussen mij en mijn vroegere zelf. De meeste mensen zullen dat niet door hebben maar voor mij past dat goed bij de teksten van de liedjes."




Hij lijkt soms te nederig. Zijn zus schreef hem ooit in voor Humo's Rock Rally, een excuus dat we eerder met Miss België-kandidates dan met popmuzikanten associëren. Hij schopte het wel zonder veel voorbereiding tot in de halve finales.



Desondanks blijft hij een hekel hebben aan de competitiementaliteit die soms onder muzikanten heerst. Als iedereen zich geamuseerd heeft en het waren mooie liedjes is alles al lang goed. "Ik ben heel tevreden dat ik in de AB of in de Botanique kan spelen. Maar mocht mijn cd nu niet verkopen en er blijven dozen in de kelder staan dan is dat geen probleem. Dan heb ik gewoon verjaardagscadeaus voor de rest van mijn leven.



Tegenwoordig vinden mensen blijkbaar dat Belgen te weinig ambitieus zijn maar op dat vlak ben ik wel een typische Belg die gewoon liedjes wil maken op zijn zolder of bij mensen in de huiskamer. Via het internet kan ik ze bovendien gemakkelijk publiceren. Vergelijk het met een club vrienden die voetballen op hun dertigste. Dat is ook plezant en ook al halen ze geen topniveau, ze beleven er misschien meer plezier aan dan een topvoetballer bij Barcelona."




In zijn muziek zijn de teksten heel belangrijk. De grootste uitdaging ligt in het onder woorden brengen van de nuances die verscholen liggen in bijvoorbeeld het gevoel van iemand te houden zonder op iemand verliefd te zijn. Dat is veel interessanter dan de banaliteit van "Ik ben verliefd op jou." of niet. Of zoals hij zelf zegt: "Ik heb al liedjes geschreven in het Nederlands, maar die zijn niet voor publicatie vatbaar. In het Algemeen Nederlands kun je naar mijn gevoel geen mooie liedjes schrijven, je hebt dialect nodig om alles wat makkelijker te laten rollen.



Mijn vader komt uit Antwerpen, mijn moeder is West-Vlaamse en ik ben geboren in Leuven en woon in Limburg. Dat alles zorgt dat ik een soort neutraal Vlaams spreek en dat is niet interessant om naar te luisteren.



In het Engels is het nog iets makkelijker om te zingen. Er zijn minder harde klanken. Je kunt bijvoorbeeld "they're" of "their" door elkaar zingen en niemand zal daar wakker van liggen. In het Nederlands moet je consistenter zijn.



Soms heb ik momenten dat ik geen woord vind dat rijmt of dat bij de cadans van het nummer past maar over het algemeen valt dat heel goed mee. Ik lees ook boeken in het Engels en kijk veel naar films. Mijn teksten worden wel nagelezen maar de fouten die ze er uithalen zijn meestal details."




Als we uiteindelijk de vraag stellen aan wie hij de cd wil laten horen stokt zijn enthousiaste spraakwaterval voor het eerst. Het is een vraag waar hij nog niet heeft over nagedacht en hij laat luidop verschillende ballonnetjes op: "Het typische antwoord zou waarschijnlijk zijn om hem aan mijn muzikale helden te laten horen. Sufjan Stevens is de eerste naam waar ik aan denk, maar ik zou te veel schrik hebben voor zijn oordeel. Ik ben niet zo pretentieus te denken dat ik ooit zijn niveau zal halen.



Er zijn mensen wiens mening ik echt belangrijk vind, maar aan wie ik de cd nog niet heb laten horen. Ik heb ook best wel schrik om hem te laten horen. Ik ben nu eenmaal niet zo goed in het promoten van mezelf. Misschien steek ik hem in een tinnen doosje en begraaf hem onder de grond en hopelijk apprecieert de gelukkige vinder hem. Als hij nooit gevonden wordt, is dat natuurlijk wel tragisch, maar liever dat dan negatief commentaar krijgen.



Of anders geef ik hem aan een vriend die me al jaren aanspoort om een cd te maken. Het zijn nummers die hij goed vond en hij zal er iets in horen. De mening van mijn oudere broer interesseert me ook, maar die heeft hem gemixt dus die hoeft hem niet echt meer te horen.




Heb ik hem voor mijzelf gemaakt? Ik wou zeker die cd maken voor ik er spijt van zou krijgen dat ik hem niet gemaakt had. Misschien heb ik de plaat gemaakt voor mezelf over twintig jaar. Als ik dit album tegen dan terugvind, kan ik zeggen: "Dat is die CD die ik gemaakt heb in een nog jonge en naïeve bui". De vijftigjarige Nils in die andere dimensie zal daar vast heel blij mee zijn."



Als dat geen poëtisch antwoord is. Ergens zijn we allemaal wel een beetje jaloers op de lefgozer die enkel met zijn gitaar en zijn enthousiasme zijn dromen nastreeft en volop van zijn vrijheid geniet. Nils Verresen maakt bewust de keuze om zichzelf te laten verrassen door het leven.



Sommigen zullen zeggen dat hij gemakkelijk praten heeft met een diploma voor bio-ingenieur op zak en een begrijpende familie om op terug te vallen, maar uiteindelijk vertrouwt hij er een jaar lang volledig op dat er elke avond iemand de deur voor hem opendoet en hem onderdak en eten verschaft voor de luttele beloning van wat mooie muziek en deel uit te mogen maken van zijn verhaal.



Het klinkt melig, maar als we moeten kiezen tussen dat of cynisme dan is de keuze snel gemaakt. "Het is moeilijk te zeggen of de mensen die ik tegenkom blijvers zullen zijn. Ik ben zeker al interessante mensen tegengekomen waarvan ik hoop dat ze blijvers zijn maar dat kan iemand zijn die aan de andere kant van België woont en dat kan snel verwateren.



Ik ben sowieso nog zeven maanden op de baan dus ik kan moeilijk contact houden nu. Maar misschien kom ik volgend jaar nog eens iemand tegen met wie het gewoon klikt zonder dat we in contact zijn gebleven en worden we dan pas vrienden. Dat hangt van zoveel dingen af en nu heb ik geen tijd om vriendschappen uit te bouwen. Het is al moeilijk genoeg om de vrienden van voor mijn tocht voldoende aandacht te geven.




Wie A Bear That Wasn't afschrijft als een naïeveling heeft het niet begrepen.

Wil je weten of Nils ook in jouw buurt rondhangt, surf dan hierheen.

4 maart 2010
Kristof Van Landschoot