Temples Oldschool Disney-soundtracks met een twist, dat was het doel

Oldschool Disney-soundtracks met een twist, dat was het doel

Er is meer dan Tame Impala wanneer het op hedendaagse psychedelica aankomt. Temples haat het dan ook steevast met Kevin Parker en de zijnen in éénzelfde adem genoemd te worden. Die "verdienste" hebben ze dan wel volledig aan zichzelf en grootse debuutplaat 'Sun Structures' uit 2013 te danken. Nu is opvolger 'Volcano' daar. Hoog tijd voor een gesprek.

Met debuutplaat ‘Sun Structures’ ging het wel heel hard drie jaar geleden. Jullie bestegen zowat elk podium. Schept dat geen verwachtingen om minstens even goed te doen?
James Bagshaw
: Dat spookt natuurlijk door je hoofd, meer dan wat anders. Maar in principe viel het ook meteen weg omdat we letterlijk iets nieuws wilden maken. Je wilt geen herhaling. Ja, er is die druk, maar je leert tegelijkertijd een nieuwe methode aan. Elke plaat heeft een eigen creatiemethode.

Die eerste plaat kan je wel volledig anoniem schrijven. Er zit niemand op te wachten.
Thomas Warmsley
: Het is nu zo’n drie jaar geleden sinds ‘Sun Structures’ uitkwam en dat voelt als lang genoeg geleden aan om die druk – als die er al was – ook naar het verleden te verwijzen. Daardoor voelde het dus opnieuw aan of er niemand op dit album zat te wachten; een heus privilege. Uiteraard hopen we wel dat het niet té lang geleden is en we toch nog een glimp van die aandacht kunnen krijgen.

Bagshaw: We snappen wel dat dit de perceptie is van nagenoeg iedereen die niet in de band zit; van journalisten tot fans. Die zogenaamde druk komt er door jullie, niet door ons. Uiteraard willen we beter worden in wat we doen.

Ondertussen passeerde ‘Sun Restructured’, het debuut volledig onder handen genomen door Brits duo Beyond The Wizard’s Sleeve. Ook nu kreeg eerste single Certainty remixen mee van Franz Ferdinand en Grumbling Fur. Niet de meest gemakkelijke klus om met de sound van Temples aan de slag te gaan.
Bagshaw: Dat is het hem net. Vandaag de dag is het heel moeilijk om nog een flardje mystiek over te houden in de muziekscene. We kunnen evengoed singles aan de lopende band uitbrengen of zelfs het hele album nu al releasen, maar we willen net die uitdaging aangaan.

Met die herwerkingen creëren we mini-zijwegjes, geplaveid met creativiteit. Het is fascinerend hoe anderen je nummers interpreteren en er iets compleet nieuws mee smeden. Maar voor ons blijft de originele versie van het nummer altijd het best. We verwachten niet dat een remixer het beter gaat maken; anders zijn we flink pissed (lacht).

Warmsley: Deze herwerkingen zijn fijne manieren om je fans iets te gunnen. Zoals James zei is het een interessante oefening om te zien hoe iemand aan de haal gaat met je nummer. Dus waarom dat niet delen met de wereld?

Werk je dan met een shortlist?
Bagshaw
: Het werkt in beide richtingen. Uiteraard staan er enkele producers op een denkbeeldig verlanglijstje. Maar pakweg Franz Ferdinand stelde ons de vraag. Het is niet bepaald de eerste, de beste band waar je aan denkt bij remixen. Het was absurd. Heel onze jeugd luisterden we naar hen, The Strokes en The Libertines; de bands die gitaarmuziek opnieuw relevant wisten te maken. Maar dat diezelfde band nu een remix van jou wil maken, is de wereld op zijn kop. Ze doen grenzen wegvallen en laten een nummer in meerdere genres passen.

Nieuw album ‘Volcano’ doet met kortere, meer bombastische nummers anders dan voorganger ‘Sun Structures’, dat het moest hebben van lang uitgesponnen nummers.
Warmsley
: Onze manier van schrijven werd directer. De nummers moesten iets harder binnenkomen en een grootsere sound om het lijf hebben.

Bagshaw: We leerden veel door live te spelen. Op een podium kan je elk nummer zo manipuleren dat het korter of langer wordt. Het gevaar is dat je dan acht minuten lang hetzelfde akkoord staat te spelen; alsof het shoegaze is. Veel bands in de psychedelica hebben het daar moeilijk mee. Op een plaat is het extra moeilijk om interessant te klinken, als je oneindig veel laagjes in je muziek hebt. Daarom wilden we ideeën niet uitmelken en ze slechts kort laten passeren in een nummer.

Jullie schreven, deden de opnames en produceten alles zelf. Sluimerde daar geen gevaar om net te veel ideeën in een nummer te stoppen?
Warmsley
: Dat was inderdaad een moeilijke klus. Er waren geen echte richtlijnen, dus je moet zelf aftasten waar je naartoe wil. Je moet jezelf tijd geven om tot een besef te komen. Maar het lukte ons.

Waar pik je die andere schrijfwijzes dan op? Via andere bands, via een docu?
Warmsley
: Op tekstueel vlak werkten we nu in de andere richting. Vroeger waren de vocals eerder een toevoegsel aan de muziek, die er al was. Nu startten we soms met een statement waarrond we dan een nummer schreven. Ook daardoor is ‘Volcano’ dus directer.

Kwamen er nieuwe instrumenten aan te pas op ‘Volcano’?
Bagshaw
: Er zitten heel wat orgels, Mellotrons en e-bows in de plaat verstopt. Dat is iets wat we nog niet eerder deden; een gitaar als een synthesizer doen klinken of andersom. We misleiden de luisteraar graag.

Warmsley: Laagje na laagje op elkaar stapelen om iets groots als eindproduct te hebben is en blijft geweldig.

Als inspiratie gebruikten jullie stokoude Disney-films, waaraan een Temples-twist moest gegeven worden. Wie verzint zoiets?
Bagshaw
: Muziek omzetten in woorden is vaak riskant; vandaar dat dat nogal een raar citaat is. Maar dat beeld had ik wel bij sommige melodiëen. Mijn fantasie sloeg op hol bij het bekijken van de allereerste Disney-films. Ik bekeek ze niet voor de animaties, maar was eerder de soundtrack aan het checken. Haast Broadway; theatrale nummers met veel melodieuze strijkers, maar ook een kwak duistere invloeden. Ook heel wat fifties- en sixties-films hebben zo’n merkwaardige soundtrack. Daar doelde ik op.

Wordt hedendaagse psychedelica daardoor niet moeilijk om maken wanneer er continu wordt verwezen naar invloeden van decennia geleden?
Warmsley
: Het is vooral gemakkelijk om zoiets meteen te bestempelen als: "Klinkt als…". ‘Volcano’ doet iets nieuws. Wij kunnen niks gelijkaardigs bedenken; voor ons is het fris.

Bagshaw: We worden de laatste tijd continu in één adem met Tame Impala genoemd. Op de eerste plaat klonken we dan weer als The Beatles. Alsof de combinatie gitaar-drums-synths en wat delay op de vocals nog nooit eerder werd gedaan. Dat is gemakkelijk. Mensen mogen zoiets zeggen, maar onze fans zullen hen ongelijk geven.

Maar het feit dat Tame Impale zo’n doorbraak kende, opent misschien wel deuren voor het genre; en bijgevolg voor jullie?
Bagshaw
: Zo had ik het nog niet bekeken. Ik wist niet dat er positieve kanten waren aan met een populaire act vergeleken worden. Iedereen wil simpelweg uniek zijn, maar dat is moeilijk. Goeie opmerking!

Warmsley: Het zou geweldig zijn als daardoor een hele golf nieuwe mensen onze muziek checkt.

Bagshaw: Het probleem is dat je zo’n doorbraak als Tame Impala moet forceren. Anders leven de genres simpelweg naast elkaar. We spelen op Psych Fest en Desert Fest met acts als Deerhunter, maar op pakweg Glastonbury lukt dat niet. Zo gaat het nooit lukken. Een band moet dus wel doorbreken, maar heeft daardoor opnieuw geen plaats meer op Desert Fest. Kijk maar naar Kings Of Leon. Ook begonnen met fijne indie waarop kleine festivals wild gingen. Nu kunnen ze enkel nog terecht op V Festival, niet meer en niet minder dan een popfestival.

Zijn jullie dan niet bang dat jullie ook zoiets zou overkomen, na passages bij Ellen Degeneres?
Warmsley
: Daar zijn we nog een heel eind van verwijderd.

Bagshaw: Ik begrijp waar je heen wil, maar zo’n shows doen we steeds op onze eigen voorwaarden. We kiezen welke nummers we spelen en welke outfit we dragen, hoe commercieel de tv-show ook is. Je kan je de bullshit niet voorstellen die er rond zo’n shows hangt.

Temples speelt op 18 april in de Botanique.


Vandaag om 07u
Ben Moens