Team William Het beste van Team William moet nog komen!

Het beste van Team William moet nog komen!

Het is zomer en daar durft een mens al eens overdreven vrolijk van worden. Maar moest het de volgende twee maanden onafgebroken regenen, dan is er gelukkig nog Team William om alles en iedereen op te vrolijken met hun hyperkinetische zomerpop. Vorig jaar gingen ze met de bronzen medaille aan de haal op 's lands grootste rock rally. Logischerwijze stond een debuutalbum inblikken bovenaan het to-dolijstje van het viertal.



We zullen maar meteen met de deur in huis vallen: Floris, jij liet in een documentaire weten dat je enkel een plaat zou uitbrengen als die geniaal was. Mogen we dan veronderstellen dat dat het geval is?

Floris De Decker (zang/gitaar): Ik vind van wel. Het fijne aan de plaat is dat ze helemaal niet agressief klinkt. Tegenwoordig klinken alle platen zo agressief en dat is bij ons totaal niet het geval. Daardoor kan je er heel gemakkelijk naar luisteren.

Hebben jullie het bewust zo kort gehouden?

Floris: We houden zelf ook van korte en compacte platen. Bijna was dat plan trouwens mislukt. We wilden er eigenlijk nog meer liedjes op zetten, maar uiteindelijk hebben we dan toch beslist om dat niet te doen.

Bert: Volgens sommigen zou ons beste nummer er nu niet op staan. Maar wij zijn het daar niet mee eens. (lacht)

Wat is voor jullie het beste nummer op de plaat?

Bert: Floris, voor jou is dat toch 70% hé?

Floris: Sowieso!

Bert: Ik vind dat er veel mooie liedjes op staan.

Floris: Pas op, deze plaat is echt héél goed, maar hij is nog niet zo goed als onze tweede zal worden hoor.

Het team zit blijkbaar niet stil?

Floris: We hebben gisteren opnieuw gerepeteerd en toen hebben we al twee fantastische nieuwe liedjes gemaakt. Normaal schrijf ik toch een song per dag. De laatste tijd is dat iets minder omdat we zo druk bezig zijn. Maar eigenlijk hebben we nog heel wat songs op overschot.

Jullie teksten zijn soms heel grappig. Welke rol speelt humor in jullie muziek?

Floris: Die humor komt daar onbewust in terecht. Het is niet echt mijn bedoeling want ik ben eigenlijk geen grappige mens. We menen ook alles wat we doen. Uiteindelijk zit er evenveel melancholie en pijn in onze muziek dan dat er humor in zit. Maar ik heb nog nooit met voorbedachten rade iets grappigs gemaakt. Dat zou ook niet werken.

Bert: Tijdens de repetities gaat het er ook heel serieus aan toe. (lacht)

Maar jullie concerten zijn wel altijd een groot feest en daar mag al eens gelachen worden.

Floris: Op concerten laten wij ons gewoon gaan en als mensen daar om moeten lachen, dan is dat fijn. Wij willen ons daar gewoon amuseren en blijkbaar is dat speciaal, maar ik vind dat eigenlijk maar normaal. Het is vreemd dat andere groepen dat niet doen.

Wat verwachten jullie van het festivalseizoen?

Floris: We hebben nu al vier heel toffe optredens gehad en Pukkelpop gaat ongelooflijk plezant worden. Maar het meest van al kijk ik uit naar Boomtown.

Bert: Dat wordt een thuismatch.

Floris: We staan daar heel mooi geprogrammeerd: net voor Daan, op de laatste dag van het festival. Dat gaat daar écht de max zijn.

De plaat is in een ijltempo opgenomen.

Bert: Alles bij elkaar hebben we ook een jaar aan die plaat gewerkt, hoor. Eerst moesten we al onze nummers selecteren. Aanvankelijk hadden we veertig liedjes die eventueel in aanmerking kwamen voor de plaat. Pas nadien is de selectie voor de opnames er gekomen. Maar dat jaar werk was echt nodig om tot het allerbeste resultaat te komen.

Floris: Veel songs zijn intussen al in de vuilbak beland. We blijven ook altijd verder evolueren. De dingen die wij gisteren bijvoorbeeld in elkaar gestoken hebben, klinken nu al tien keer beter dan wat op deze plaat staat. Maar eigenlijk hebben we in dat jaar vooral veel geld gespaard. Dat was het moeilijkste van al.

Vorig jaar namen jullie deel aan veel muziekwedstrijden en jullie eindigden steeds in de finale. Hoe belangrijk waren die wedstrijden voor jullie?

Floris: We zijn nooit lager dan de derde plaats beland. Het is motiverend om te zien dat er nog mensen zijn die je muziek tof vinden.

Bert: Het geeft je het gevoel dat je goed bezig bent. Niet dat die jury's altijd gelijk hebben, maar het geeft je toch erkenning.

Floris: De media-aandacht is het belangrijkste. We kregen voor ons album meteen leuke recensies. Die waren er misschien anders ook wel gekomen, maar nu ging dat heel snel. Iedereen was er meteen bij. Maar muziek is sowieso geen wedstrijd. Wedstrijden zijn leuk en in België heb je echt geen andere keuze dan mee te spelen. Wat moet je anders als jonge band zonder geld doen? Je staat nergens, je hebt geen geld om iets op te nemen en om nummers naar radiozenders te sturen. Je moet wel meedoen. Ik denk dat elke band dat doet, maar wij vallen blijkbaar op omdat we altijd winnen.

Welke verschillen hebben jullie ondervonden tussen spelen in België en in Schotland of Canada?

Bert: Je begint daar volledig van nul. Ze kennen je daar totaal niet. Maar dat betekent dan ook weer dat je het publiek nog eens kan verrassen. Dat is in België ondertussen al moeilijker geworden. En het is sowieso tof dat we eens naar het buitenland kunnen. Dat is het belangrijkste voor ons. (lacht)

In de media worden jullie nogal snel met bands als Clap Your Hands Say Yeah vergeleken. Floris, je draagt nu zelf een t-shirt van hen, dus ik veronderstel dat zo'n vergelijking niet echt stoort?

Floris: Zolang het toffe groepen zijn, heb ik daar geen probleem mee. Het is vooral leuk dat we met heel veel verschillende bands vergeleken worden. Wij luisteren zelf ook naar uiteenlopende stijlen. Dat gaat dan van The Beastie Boys over Roxy Music tot Clap Your Hands Say Yeah en dat vind je ook allemaal ergens terug in onze muziek. Het is duidelijk dat mensen er niet één stijl op kunnen plakken, want iedereen komt met andere vergelijkingen af. Zelfs met bands waar we nog nooit van gehoord hebben.

Zoals?

Bert: Iemand vergeleek ons onlangs met The Replacements

Met wie zou je eigenlijk zelf het liefst vergeleken worden?

Bert: Met Kylie Minogue! Je wordt toch blij van haar liedjes? (Begint te zingen) "I Just can't get you out of my head..." Dat is verdomme muziek!

Op Judo Kid hoor je een waslijstje van verlangens. Wat willen jullie zeker en vast nog bereiken?

Floris: Het buitenland! In België zullen we vrij snel aan het plafond zitten. En we zien het niet zitten om mainstreammuziek te spelen. Doorstoten in het buitenland zal moeilijk zijn, dus daar moeten we echt aan werken. Ik vind kleine clubs vullen ook het leukste wat er is. Grote zalen interesseren me bitter weinig. Het is toffer wanneer je gewoon zelf het publiek in kan springen. Ik doe dat graag, Arne (Sunaert, keyboards, nvdr) ook. Bert zie ik dat nu niet meteen doen. (lacht)

Bert: Mijn kabel is daarvoor ook te kort hé. Wat ik het belangrijkste vind, is blijven groeien. Als dat niet meer gebeurt, zal de fun er wel snel af zijn.

Floris: Daar ben ik na die repetitie van gisteren wel gerust in.

Die repetitie was blijkbaar doorslaggevend?

Bert: Schrijf maar op: "Het beste van Team William moet nog komen!"

Floris: We hebben ook vier maanden niet gerepeteerd en gisteren hebben we ons met die nieuwe nummers goed geamuseerd.

Hoe zit het eigenlijk binnen de groep? Heeft iedereen een eigen rol?

Floris: Muzikaal beslis ik het meeste, maar er komt veel meer bij kijken. Het is niet zo dat iemand de baas is. Ik zou dat misschien moeten doen, maar de leider zijn, ik kan dat niet.

Bert: Ik speel soms de baas.

Floris: Bert kan dat inderdaad veel beter.

Bert: (trots) Ik ben een beetje de papa van de groep.

Nog even terug naar het buitenland. Jullie hebben het zelfs al tot ambassadeurs geschopt. Wat houdt dat ambassadeurschap in?

Bert: Poppunt heeft ons geselecteerd als (plechtig) "de vaandeldragers van de Belgische rockmuziek". Daardoor konden wij ook in Schotland spelen. Uit verschillende landen werden groepen geselecteerd voor dat project (Excite, nvdr.). Daardoor kunnen we ook naar Nederland en Denemarken. Maar eigenlijk is dat voor ons gewoon heel geestig.

Heb je eigenlijk al een publiek ontdekt dat echt te gek voor woorden is?

Floris: Schotten. Dat is een speciaal publiek. Op Rock Ness, een festival van de grootte van Pukkelpop, speelden we in een kleine tent en de helft van het publiek was verkleed en al vrij dronken. Die gingen volledig uit de bol. Ik ben daar innig omhelst door een kerel die vooraan stond en hij wou mij echt niet meer loslaten terwijl ik eigenlijk wel dringend het podium op moest. De intro van het volgende nummer was al begonnen. Dat was daar zo'n beetje de algemene sfeer.

Over het Belgische publiek wordt vaak gezegd dat we een beetje te braaf en te emotieloos reageren tijdens een concert.

Bert: Ja, ze staan hier gewoon stil te kijken om nadien enthousiast te komen zeggen dat het supergoed was. Maar tijdens het optreden merk je daar dus niets van.

Floris: Het lijkt ons een mooi doel dat we het Belgische publiek eindelijk eens aan het bewegen krijgen. Ik wil bij deze ook iedereen uitnodigen om bij ons op het podium te springen. Maar de mensen zijn daar te schuw voor. En nu we toch bezig zijn: ze mogen ook onmiddellijk dicht bij ons komen staan in plaats van op twee meter afstand. (lacht)

Bij deze weet iedereen wat hen te doen staat op een van jullie volgende concerten. Maar achteraf niet komen klagen dat iemand jullie in een veel te innige houdgreep gehouden heeft.

Foto: Wannabes.


July 22, 2009
Sanne De Troyer