Styrofoam De cirkel is rond.

De cirkel is rond.
We ontmoeten Arne Van Petegem, de man achter Styrofoam in een café in de buurt van het station van Berchem. Net terug van een tournee doorheen Engeland in het voorprogramma van Jimmy Eat World, en alweer druk in de weer met het regelen van een geschikte line-up van zijn band voor een tour in Amerika die al een tijdje vastligt. Of we geen goede drummer kennen die zich kan vrijmaken? Daar kunnen we hem spijtig genoeg niet mee helpen, maar we zijn wel bereid tot een gemoedelijke babbel over zijn muziek en zijn zesde cd 'A Thousand Words'!


Ik zag jullie een paar dagen geleden optreden in De Video in Gent. Net terug van een tour door Engeland in het voorprogramma van Jimmy Eat World, en dan spelen in een cafeetje waar amper honderd man binnen kan. Een hele aanpassing zeker?
We speelden in Engeland in zalen van 2000 tot 2700 man, en ze waren allemaal uitverkocht. Dat was heel verfrissend om te doen, we speelden voor een heel ander publiek, en ook voor erg grote zalen. Jimmy Eat World had natuurlijk een hele entourage mee, met managers en zelfs een eigen kookploeg. De derde dag kwam de tourmanager mij opzoeken omdat die dacht dat die mij van ergens kende. “Did you play in a hardcore-type band in the early nineties?” Eerst dacht ik dat hij misschien nog wat met Fugazi te maken had gehad. Ik had ooit nog toen ik 17 was met Kosher-D namelijk het voorprogramma gedaan van Fugazi in de Vooruit. Uiteindelijk bleek dat die man ooit ook nog in een band gespeeld had, en dat we samen eens in de Sojo in Leuven stonden.
Je begon ooit in echte gitaarbands als Kosjer-D en Amber#2, en sloeg dan de elektronische richting in. Maar toen ik je live zag spelen, viel me op dat je nu terug dichter bij een echt bandgeluid komt. Het lijkt wel of de cirkel stilaan rond is.
Ja dat klopt wel. Ik heb het gevoel dat ik van al de dingen die ik gedaan heb, wat heb meegenomen, en dat ik daar nu de perfecte synthese van maak. Mensen lijken verrast te zijn dat de nieuwe plaat zo poppy klinkt, maar ik ben altijd een grote fan geweest van melodieuze indie pop en indie rock.
Hoe ben jij eigenlijk na Amber#2 op het spoor van de elektronische muziek gekomen? In die tijd was de kloof toch veel groter tussen die verschillende genres.
Voor mij verliep dat vrij natuurlijk. Ik had het wat gehad met de praktische kant van het in een band spelen, bijvoorbeeld het feit dat je steeds met zoveel meningen rekening moet houden. Ik had genoeg van het geregel en de compromissen en dan ben ik redelijk intensief op mijn eentje met een viersporenrecorder gaan opnemen. Dat was ook het moment dat je echte lo-fi bands had als Sebadoh en The Mountain Goats. Van daaruit ben ik heel veel gaan experimenteren met geluiden en het opnameproces op zich. Ik heb toen ook mijn eerste keyboard en drumcomputer gekocht. De eerste singletjes van dingen als Isan en Boards of Canada kwamen toen ook net uit, en die mensen kwamen eigenlijk ook uit de lo-fi en hometaping hoek.
Dat is grappig want ik heb die namen net leren kennen door Styrofoam, zo zie je maar.
Mijn eerste dingen bracht ik uit onder de naam van Tin Foil Star. Door het gebruik van de pc was het ineens ook mogelijk om alles heel goed te gaan opnemen thuis. Ik was het eigenlijk ook beu om te zingen. Dat had wel wat te maken met dat typische geëxperimenteer achter de laptop. Je doet dat als een anonieme figuur achter de knoppen, en ik had toen ook niet de behoefte om als frontman op het podium te gaan staan. Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan. Nu met de nieuwe plaat ga ik er weer helemaal voor en zing ik ook niet meer zo schuchter als op 'Nothing's Lost'.
Je werkte ook deze keer opnieuw met een aantal gastzangers. Hoe kom je met die mensen in contact?
De meeste ken ik via via. Voor Jim Adkins van Jimmy Eat World bijvoorbeeld heb ik een paar jaar geleden een remix gemaakt. Het was bij deze plaat eigenlijk minder de bedoeling om met gastzangers te werken. Maar het leek mij heel logisch, en ook heel boeiend om met die man samen te werken. Josh Roush zit bij hetzelfde label als ik, en iemand van de platenfirma heeft ons met elkaar in contact gebracht. Ik ben gaan kijken naar zijn optreden in de AB, en achteraf er was een ontmoeting geregeld. We zijn daarna met elkaar beginnen e-mailen, en van het een is het ander gekomen. Met Josh ga ik waarschijnlijk in het najaar nog eens samenwerken. Die dingen verlopen eigenlijk altijd heel spontaan, ik heb nog nooit iemand via het managment gecontacteerd of zo. Lili Di La Mora, die meezingt op No Deliveries List, heb ik zelfs gewoon via MySpace leren kennen. Het gebeurt natuurlijk ook dat ik zo’n contact aan het opbouwen ben, maar dat er geen song van komt. Of voorlopig toch nog niet.[pagebreak]
Zijn er artiesten die op je verlanglijstje staan?
Met Chantal van Sleepingdog zou ik vroeg of laat wel eens iets samen willen doen. Ik heb ook een tijd contact gehad met Bob Mould, die zou normaal gezien aan een nummer op de vorige plaat meewerken. Daar is uiteindelijk geen nummer van gekomen, maar we mailen wel nog regelmatig. Bob Mould is echt een van mijn jeugdidolen. Ze zeggen wel eens dat iedereen die naar The Velvet Underground luisterde, later zelf een groep begonnen is. Wel, ik heb die klik gemaakt bij het beluisteren van Zen Arcade van Hüsker Dü. Ik ben doorgaans niet gauw onder de indruk als ik met mensen ga samenwerken, maar toen ik Bob Mould ontmoette op De Nachten, was ik toch wel geïmponeerd.
En hoe verlopen die samenwerkingen dan praktisch? The Postal Service is zo genoemd omdat die twee mannen voor hun samenwerking tapes heen en weer stuurden via de post, maar ik neem aan dat dat niet meer van deze tijd is.
Meestal werkten we via I-chat. Ik stuurde ruwe versies van de nummers door, waar de gasten dan zangpartijen voor opnamen. Daar mocht ik dan mee doen wat ik wou, heel veel wisselwerking was er verder niet. Jim Adkins was een uitzondering. Die had mijn versie al een hele tijd liggen, en we zaten al dicht tegen de deadline aan. Tot ik ineens een versie terug kreeg waar ook een hele drumlijn, een gitaarpartij en zelfs backingvocals aan toegevoegd waren. Daar heb ik nog heel wat aan moeten sleutelen om het terug wat in te dijken. Het feit dat er deze keer ook iemand geholpen heeft met de productie kwam daarbij goed uit.
Het was bij deze plaat de eerste keer dat je met een producersteam gewerkt hebt. En dan nog iemand die blijkbaar ook voor Jessica Simpson en The Backstreet Boys gewerkt heeft. Hoe ben je bij Wally Gagel en Xandy Barry terecht gekomen?
Wally is iemand die oorspronkelijk werkte in de Fort Apache studios in Boston. Daar heeft hij dingen opgenomen met artiesten als Tanya Donelly, Throwing Muses, Karate en Sebadoh. Later is hij naar LA verhuisd waar hij drie platen voor Eels geproducet heeft, en ook bij Natural One van The Folk Implosion zat hij achter de knoppen. Maar ook veel grotere dingen als Muse en zelfs The Rolling Stones heeft hij gemixt, en zo is hij ook nummers gaan schrijven en uitwerken voor grote popacts. En het was precies die combinatie die mij enorm aansprak. Iemand die helemaal thuis is in de indie rock esthetiek, maar ook heel vertrouwd is met voorgeprogrammeerde beats en echte popproducties. Het blijft een gok natuurlijk als je met iemand vreemd in zee gaat, maar het bleek al snel dat we op dezelfde golflengte zaten. Ik ben voor de plaat twee keer twee weken naar Hollywood gevlogen, en ook dat was de eerste keer. Ik had wel al veel getourd, maar nog nooit iets in het buitenland opgenomen.
Als je op tour bent, laat je via je MySpace regelmatig weten naar welke muziek je zelf op dat moment luistert. Je bent blijkbaar zelf ook nog altijd een echte muziekfreak.
Ik doe dat vooral omdat ik zulke dingen zelf heel graag lees bij andere artiesten die ik zelf interessant vind. Je krijgt vaak ook heel leuke reacties op die dingen. Zo had ik een paar keer een quote gebruikt van Jawbreaker, een hardcore emo punkband uit de jaren negentig, zonder de naam van de groep te vermelden, en toch komen daar dan reacties op van de echte kenners. Al doe ik het nooit echt om een soort in-crowd te bereiken hoor, het zijn gewoon goede quotes.
Je verwijst soms ook naar tv-series die je aan het bekijken bent. Welke zijn je favoriete series?
The Wire vind ik echt fantastisch, en dingen als Weeds en Six Feet Under. Ook Deadwood vond ik heel sterk. Ik was vooral onder de indruk van een actrice die daarin speelt, Molly Parker. Ik zit vaak wat op mijn laptop te werken als ik naar tv kijk, en een nummer dat ik maakte toen ik net Deadwood aan het volgen was, had ik als werktitel Molly Parker meegegeven. Toen ik in LA zat, kwam dat nummer toevallig bovendrijven in de studio, en dan bleek dat zij de buurvrouw was van de producer. Hij heeft ze nog uitgenodigd om langs te komen in de studio, maar dat is er niet van gekomen. Van het productieteam dat aan mijn plaat werkte, bleek er ook een medewerker de schoonbroer te zijn van de acteur die Dr. Sean McNamera speelt in Nip/Tuck. Echt zo’n typische Hollywood situatie. Iedereen kent iedereen of woont daar wel naast een echte filmster.
Je hebt een tijd aan het hoofd gestaan van muziekcentrum Trix. Ben je daar nu volledig mee gestopt?
Ik blijf er wel nog een tijdje programmeren, maar ik ben gestopt als directeur. Het was een onmogelijke situatie om mijn gezin, mijn muzikale werkzaamheden en zo’n drukke job te blijven combineren. Het feit dat het geleden is van 2004 dat de vorige echte Styrofoamplaat is uitgekomen, zegt genoeg vind ik. En me maar half inzetten voor iets, dat kan ik niet. Geen muziek maken is ondenkbaar. Stoppen is geen optie en splitten kan ik ook al niet aangezien ik alleen ben. Dat is een van de redenen waarom ik op zoek ben gegaan naar een nieuw label. Ik zit alweer vol met plannen. Ik heb heel veel zin om er volledig voor te gaan. De plannen liggen al vast voor een volledig jaar. In juni gaan we touren in de States, en in oktober opnieuw.

De groeten aan Molly daar!

November 8, 2008
Kristiaan Art