Stuart A. Staples Single na huwelijk... met vijf mannen

Single na huwelijk... met vijf mannen
Na een aantal sterk in slaap gereduceerde nachten, stappen we –uiteraard twee uur te vroeg- de Gentse Vooruit binnen voor ons eerste interview. De verwoede pogingen het middagmaal op zijn plaats te houden blijken, tegen alle verwachtingen in, te werken. Wanneer we uiteindelijk Stuart A. Staples, de man die tristesse en donkere romantiek uitwasemt en met zijn zoetgevooisde bariton het muzieklandschap kleurt, de hand schudden, vloeit de spanning verrassend snel weg. De voormalige frontman van Tindersticks blijkt, naast de trotse bezitter van een met velours omfloerste stem en een bijna dodelijke dosis charisma, ook nog eens een innemend en zelfs grappig persoonlijkheid te zijn. 


Terwijl we de, in onze ogen, high-tech opname-apparatuur in gereedheid brengen, kijkt hij met vaderlijke bezorgdheid toe. Vol medeleven met ons geklungel grijnst hij en zegt “Dit is de micro”. Waarvoor dank Mr. Staples. Over tot de orde van de dag.
 
Een aantal maanden geleden bracht je je tweede solo-plaat ‘Leaving Songs’ uit. Voor de oppervlakkige luisteraar lijkt een plaat met ‘verlies’ als thema wellicht zwaar op de hand. Wie echter wat dieper graaft merkt dat er ook heel wat hoop in de plaat schuilt. De dualiteit van ‘Leaving Songs’?
Zeker. Ik schreef ‘Leaving Songs’ op een keerpunt in mijn leven. Een periode met veel vragen en onzekerheid maar ook een moment waarop ik eindelijk de kracht gevonden had om het bekende te ruilen voor onbekende. Het was een moment van veranderingen zowel op persoonlijk als op muzikaal vlak, maar zelfs fysiek. Ik trok weg uit Londen. 
 
Ik schreef de basis van de nummers op relatief korte tijd, niet eens met het idee echt aan een album bezig te zijn. Uiteindelijk bleek het daar wel op uit te draaien. Hoewel het maken van deze plaat een behoorlijk harde strijd was, gaf de gedachte dat dingen durven achterlaten ook perspectief biedt op nieuwe mogelijkheden me hoop. “This record is full of Stuart-hope.” (lacht) 
 
In Which Way The Wind Blows zing je: “I know which way the wind blows, it’s useless fighting against that wind.” Dat klinkt een beetje fatalistisch, alsof je gelooft in het lot.
Which Way The Wind Blows is een erg persoonlijk nummer. Het gaat voornamelijk over het feit dat ik dacht zonder iemand anders te kunnen leven. Ik schreef dit nummer toen ik begon te beseffen dat ik dat helemaal niet kan. Op zich ben ik niet iemand die gelooft dat je pad volledig uitgetekend is. Maar dat er helemaal geen zin of bedoeling is, daar ben ik ook niet helemaal van overtuigd. Ik hang er een beetje tussenin. 
 
Mensen hebben moeite met verandering. Ze blijven vaak hun dagelijkse gangetje gaan omdat het lekker makkelijk is. Het geloof in een vastgelegd pad kan dan een makkelijk excuus zijn. Denk je dat mensen soms een “kick in the ass” nodig hebben om daadwerkelijk te veranderen?
Ik ken mensen die al jaren in een bepaald stramien leven en daar perfect gelukkig mee zijn. Geen probleem voor mij. Het hangt er maar van af wat je belangrijk vindt. Veranderen is ook vaker het resultaat van een groeiproces dan van één kantelmoment. Soms zie je pas jaren later het resultaat van een zijweg die je ooit nam. Ik ben niet iemand die makkelijk verandert. Voor mij was het erg belangrijk te beseffen dat het tijd was om mijn horizonten te verruimen en het dan ook daadwerkelijk te doen. 
 
Op ‘Leaving Songs’ zijn twee –opnieuw schitterende- duetten terug te vinden. This Road Is Long met Maria Mckee en That Leaving Feeling met Lhasa de Sela. Ik las op je website dat jij jouw partij van This Road Is Long inzong in Londen en Maria haar deel in de VS. Is dat niet een beetje een ‘verkrachting’ van het concept duet?
Ja… en ik zou het nooit meer doen. Maar het had vooral met tijdsdruk te maken. This Road Is Long is één van de meest persoonlijke nummers die ik ooit schreef en het is me dan ook erg dierbaar. Nadat ik het geschreven had, liep ik er maanden mee onder de arm, gefrustreerd omdat ik maar geen passende stem vond. Ik luisterde al langer naar het werk van Maria McKee en plots viel het me in dat zij dé stem was die perfect zou passen. Toen ik eindelijk zover was, was de rest van het album bijna ingeblikt en kwam de tijdsdruk weer om de hoek kijken. Aangezien ik het nummer zeker op de plaat wilde hebben, moesten we wel voor deze oplossing kiezen.  
Het doet gelukkig niets af aan de intensiteit van het nummer.
 
Maria en ik hebben vaak telefonisch contact gehad en Maria begreep welke richting ik uit wilde. “I knew she’d find the right grasp”. Maar, je hebt gelijk: “I should have jumped on a plane to LA” (lacht)
[pagebreak]
Is er altijd eerst het nummer en daarna de zoektocht naar een complementaire stem of schrijf je een duet soms met een bepaald iemand in gedachten?
Het hangt ervan af. Met Maria McKee ging het zoals ik net beschreef. Voor That Leaving Feeling was het dan weer makkelijk. Ik had met Tindersticks al een duet met Lhasa de Sela gezongen en ik wist meteen dat zij de geknipte figuur zou zijn voor dat nummer. Lhasa is over de jaren een vriendin geworden en we groeien ook samen in nummers. Erg waarschijnlijk dat ze ook in de toekomst nog in mijn muziek opduikt.
 
Je nam ‘Leaving Songs’ op in de studio van Mark Nevers van Lambchop in Nashville. Heeft dat het resultaat van je plaat, naast de toevoeging van het juiste timbre, nog op een andere manier beïnvloed?
Ik heb vroeger al met Mark gewerkt en we hebben steeds contact gehouden. Hij is het die me aanspoorde nieuwe dingen te proberen. Hij zei me: “over drie maand verwacht ik je in Nashville om een plaat op te nemen.” Voor mij was het als een jongensdroom die uitkwam. Ik begon ooit als een jochie dat maar twee akkoorden kende en nu mocht ik een plaat opnemen in Nashville. Het was geweldig. 
 
Daarnaast gaven de opnames in Nashville me ook letterlijk de ruimte om even afstand te nemen van mijn nummers vooraleer ik ze weer mee naar Londen nam.
 
Ook Tindersticks kompanen Neil Fraser en David Boulter zijn van de partij op ‘Leaving Songs’. Het lijkt erop dat jullie, nu de grenzen van de Tindersticks-box even zijn opengebroken, toch weer verdacht veel bij elkaar te vinden zijn.
We begonnen aan Tindersticks met zes kerels en we hadden niet echt een plan over wat het zou worden. We hadden plezier en lieten de creativiteit zijn gang gaan. Als je echter twaalf jaar samen bent dan is het niet ongebruikelijk dat iedereen een beetje zijn hoekje gevonden heeft en daarin wat wegsluimert.  Maar dat geldt in mijn ogen voor gelijk welke band, niet enkel voor Tindersticks.
 
Door even een pauze te nemen, verzekeren we onszelf van de nodige muzikale ademruimte, de kans om met andere mensen in contact te komen, andere invloeden te laten infiltreren. Ik vroeg een aantal muzikanten om mij bij te staan en mijn project mee vorm te geven, waaronder Neil Fraser en David Boulter. Maar ook voor hen was het vanuit een andere invalshoek dan bij Tindersticks. Zij hadden het gevoel van "het is zijn plaat, dus wij doen ons best maar we hoeven er ons verder weinig van aan te trekken". De druk viel weg en dat schept nieuwe mogelijkheden. 
 
Er is ook niemand die zegt dat we niet verder gaan met Tindersticks… als het juiste gevoel er weer is.
 
Het is soms al moeilijk om een relatie te hebben met één persoon, dus ik kan me inbeelden dat twaalf jaar lang een band kwalitatief en creatief draaiende houden, niet evident is.
Vergelijk het maar met een huwelijk… maar dan met 5 mannen. (lacht uitbundig)
[pagebreak] 
Begin volgend jaar komt de plaat ‘Songs For The Young At Heart’ uit. Opnieuw het resultaat van een samenwerking tussen jou en David Boulter. Een plaat met kinderliedjes nog wel. Op zijn minst verrassend.
Eindelijk komt de plaat er! David kwam drie jaar geleden al met het idee aandraven. Eigenlijk is dit album al een jaar ‘bijna af’ maar aangezien er heel wat gastvocalisten meewerkten, vergde het weer een hoop organisatie en planning om het werk rond te krijgen.
 
Het idee zelf kwam, zoals gezegd, van David. Na de geboorte van zijn zoontje was hij, in zijn zoektocht naar kinderliedjes uit zijn eigen jeugd, op behoorlijk wat interessant materiaal gestoten, vandaar het idee om de bijna vergeten muziek die ons vroeger zo na aan het hart lag, op te nemen. In die zin is het niet eens een kinderplaat. Veeleer een plaat door ouder wordende volwassen die met melancholie terugdenken aan een onbezorgde tijd waar ze nooit meer naar terug kunnen. Een troost bij het verlies van onze kindertijd.
 
Heb je zelf een favoriete jeugdherinnering?
Ik heb niet echt één bepaalde herinnering.  Het gaat eerder om het gevoel, de magie die TV en radio in onze kindertijd uitstraalden. Wij keken met open mond naar ‘The Magic Roundabout’ op TV. Het was een soort poppenspel voor kinderen, elke avond, vijf minuutjes maar. Wonderlijk! Nu worden kinderen dag in dag uit overspoeld.  In ons geval deed het er niet eens zoveel toe wat we eigenlijk zagen.(lacht)
 
Voor veel mensen van mijn generatie hebben die programma’s en liedjes nog een grote kracht. Bijna zoals een geur je in één tel kan ‘transporteren’ naar een bepaalde plaats en tijd. Een gevoel waar zelfs geen paginalange beschrijving tegen op kan. 
 
We hebben een liedje uit ‘The Magic Roundabout’, Florence’s Sad Song, bewerkt voor ‘Songs Of The Young At Heart’. Grappig is dat we al een aantal mensen hebben ontmoet die bij het horen ervan ook meteen weer overlopen van het jeugdsentiment. Bij de opnames ervan barstte één van de muzikanten zelfs in tranen uit, “she broke down”. De kracht van muziek...  
 
Op ‘Songs For The Young At Heart’ staan zowel bewerkingen van bestaande kinderliedjes als korte verhaaltjes. Je schreef daarnaast ook enkele nummers zelf voor het album. 
Eigenlijk had ik het nummer Hey, Don’t You Cry al eerder geschreven. Het was een liedje voor mijn dochter. Het paste naar mijn gevoel echter op geen van mijn voorbije platen. Tijdens het werken aan \'Songs For The Young At Heart\', gaf David te kennen dat het nummer met zijn thema het perfect zou doen op deze plaat. Het is uiteindelijk zelfs een belangrijke hoeksteen van de CD geworden.
 
Dus je hebt één dochter?
En drie zonen… (lacht)
 
Wat is het belangrijkste dat je je kinderen wil meegeven?  
De dingen die ik ook meegeef in Hey, Don’t You Cry. Er zijn zoveel regels waaraan je je moet aanpassen, zoveel hokjes waarin men je wil stoppen, zoveel uitgestippelde paden te volgen. Ik wil hen leren dat niets enkel zwart-wit is, dat er niet enkel leugen en waarheid bestaan. Ik wil hen de vrijheid geven hun eigen weg te zoeken en ze zelf laten bepalen wat ze belangrijk vinden, zonder ze in een richting te duwen. Wat je op school leert is relatief en biedt geen garantie op geluk of wijsheid, geld alleen maakt niet gelukkig. Uiteindelijk moet iedereen zijn eigen geluk creëren. Ik heb nooit de regels of platgetreden paden gevolgd en vind dat ook voor mijn kinderen geen vereiste. Kinderen hoeven in mijn ogen op hun zestiende nog geen "masterplan" voor de rest van hun leven hebben. Dat had ik zelf in elk geval niet….
 
Enig idee waar de stroming je in de toekomst brengt?
Ik heb momenteel veel ideeën maar ik wil volgend jaar gewoon kunnen beslissen om te doen waar ik op dat moment zin in heb. Ik laat alle poorten open. Het belangrijkste is dat ik de kracht gevonden heb om nieuwe wegen te bewandelen.
 
Bedankt
 
Wanneer, na afloop van het gesprek, blijkt dat ons technologisch vernuft ons weer eens in de steek liet en de micro niet op stond, ontsnapt ons toch een lichte vloek. “You even curse in English”, grapt Stuart.

November 8, 2008
Lieselot D\'Hoest