Sound Of Stereo - Heel veel maar tegelijkertijd geen toekomstplannen

Onlangs vierden Jochen Sablon en Vincent De Boeck, beter gekend als Sound Of Stereo, hun vijfde verjaardag achter de knoppen. Vijf jaar met daarin de releaseparty in Culture Club, Lektroluv Records, passages op Tomorrowland (en de rest van de wereld) en sinds vorig jaar ook een live set-up. Nu hebben ze getekend bij Dim Mak, het label van Steve Aoki. Net voor ze weer een trip richting de States maakten, dienden ze ons nog van antwoord.





2012 was het jaar dat jullie met een liveshow begonnen. Eindelijk? Of werd het jullie aangeraden?

Vincent De Boeck: We hadden vooral nood aan iets nieuws. Zo kwamen we snel uit bij een liveshow. Wat niet wil zeggen dat het gemakkelijk was. We wilden het al langer doen, maar nu kwam onze Europese agent met het voorstel om onze act meer cachet te geven. Productioneel was het een heel grote klus. En uiteindelijk deden we een resem shows in België, Nederland en Frankrijk.

Hadden jullie dan voorbeelden in het achterhoofd?

De Boeck: Ja, met als enig nadeel dat het budget van al die voorbeelden vijftien keer zo groot is als het onze, wat amper een budget te noemen valt. Je moet roeien met de riemen die je hebt zonder jezelf in een veel te duur project te duwen dat productioneel onhaalbaar is. Meestal heel DIY bij ons.

Werd het dan telkens de helft van jullie studio afbreken en meenemen?

De Boeck: Eigenlijk hebben we onze studio bijna helemaal meegenomen. De laptop dus.

Jochen Salbon: De eerste paar shows was het al doende leren qua opbouw. Na verloop van tijd hebben we cases gebouwd die je enkel moest openklikken en waarin je wat kabels moest inpluggen. Voor onszelf deed Vincent de structuur van de nummers en ik de livetweaks.

In Nijdrop haalde ik ook voor het eerst de gitaar boven. Ik heb vroeger nog in enkele bands gespeeld en wou het dus wel proberen. Die gitaar heeft een midi-pick up gekregen, waardoor de lengte van de golven berekend wordt om zo te weten welke noot dat is. Op die manier kan je spelen wat je wil. Het grote verschil met een elektrische gitaar is dat je heel clean moet spelen. Je kan daar niet even op "flowen".

De Boeck: Elk foutje dat Jochen toen speelde zat er dus dubbel en dik op (lacht).

Sablon: Zeker toen ze nog niet goed afgesteld stond. Maar het was wel tof. Precies vanwege die stress.

Wilden jullie echt live gaan, waar anderen genoegen nemen met producen en dj’en?

De Boeck: Enkel in de studio zitten terwijl je anderen dat ziet doen, spoort toch aan. Maar er was geen definitieve stimulans. Het livegevoel van dingen fout te kunnen doen is plezant. Je voelt je meer muzikant. Het was voor onszelf ook heel bevredigend. Alleen daarvoor al moet je dat gedaan hebben.

Over de setup zeiden jullie dat die erg DIY was. De controllers zelf waren bijvoorbeeld iPads, iets wat toch nog niet algemeen gebruikt wordt?

De Boeck: Eigenlijk is dat niet zo vooruitstrevend. Het was al gedaan.

Sablon: En toch: we hebben nog mails gestuurd naar die mensen van de software om bugs te melden. Dus zo gebruiksklaar was die ook nog niet.

De Boeck: Daft Punk had het vijf jaar geleden al in hun show. Niemand gebruikte ze toen omdat het scherm alleen al toen nog rond de drieduizend euro kostte. Dus niet veel muzikanten gaan hun liveshow daarrond opbouwen. Nu ze software voor de iPad ontwikkeld hebben, is het al een stuk toegankelijker voor het grote publiek.

Hebben jullie gewacht tot er genoeg werk was voor een liveshow?

De Boeck: Het kwam gewoon goed uit op dat moment. We willen hem ook geen driehonderd keer gaan spelen in België.

Sablon: De volgende willen we visueel veel harder aanpakken, waarmee we dan ook meer in het buitenland kunnen terecht kunnen. Die moet echt "2.0" zijn.

Het was nu al confronterend om alle nummers terug te spelen, ook die van drie à vier jaar geleden. Geen enkel nummer was nog volledig origineel. We hebben dan ook ons werk gehad met de herwerkingen.

De Boeck: De manier van muziek maken is ook helemaal anders dan vier jaar geleden. Er zijn nog wel werkpunten: hoe we de liveshow bijvoorbeeld zo licht en goedkoop mogelijk kunnen maken en er toch een maximaal effect uit te halen.

Op de eerste releases kozen jullie steevast natuurelementen als tracktitels. Is dat ook een soort van herkenbare marketing?

Sablon: We nemen altijd titels uit één thema of onderwerp. Er zit altijd een lijn in. Op de eerste ep waren het manieren om iets te sluiten; Zipper, Button en Velcro. 'Mineral' had natuurstenen. 'Flatland' had maatsoorten. We doen dat altijd, dat is grappig om over na te denken. Vincent doet ook alle artwork.

Nu hebben jullie nieuw werk klaar, de 'Unicorn ep'. We horen een pak meer blisterende synths. Er komt ook zowaar kritiek op bij de fans van het eerste uur.

Sablon: Dat hadden we ook volledig verwacht. Dat is de eeuwige strijd van muzikanten; een andere manier van aanpak levert sowieso kritiek op. Op een bepaald moment besef je dat tussen die verwachtingslijnen blijven niet meer aanvaardbaar is voor jezelf.  We hebben dat heel lang tegengewerkt. Ik ga niet zeggen dat die kritiek mij niks kan schelen, maar alle overgang is moeilijk. Ik hoop dat die fans van het eerste uur dan nog drie keer luisteren en er toch in meegaan. Rhino, ook op de ep, is dan wel weer puur Sound Of Stereo zoals iedereen ons kent.

De Boeck: Als je fans hebt, of het er nu tien of tien miljoen zijn, moet je hen altijd pleasen maar ook jezelf nog blijven vernieuwen. Dat zoiets een heel moeilijke lijn is, weet iedereen.

Survival of the fittest dan zowaar? Wie zich het best aanpast aan alle genres die komen en gaan, kan mee?

De Boeck: Na verloop van tijd leer je hoe zo’n stroom ineenzit. Wij zijn bijvoorbeeld opgekomen op de fidget, al was het eerder laat. De pioniers waren toen The Bloody Beetroots en Crookers. Wanneer je in de nasleep van zo’n stroom opkomt, is het altijd moeilijk om tegen namen die vroeger piekten op te boksen. Nu in de trap heb je dat ook. De grote vier -Flosstradamus, Baauer, UZI en RL Grime- heersen en al de rest in de nasleep zal sneller vergeten worden. Na verloop van tijd vervagen ze als middenmoters en is het tijd om aan te passen, een situatie waar we zelf een beetje inzitten.

Sablon: Je moet niet op elke hype springen want dan verlies je je identiteit als artiest. Daarom doen we nu die 'Unicorn' ep, met meer melodie dan ooit. Melodieën blijven namelijk altijd bestaan, of het nu rock, goa of eender welk genre is.

De Boeck: Het is ook een pluspunt om onze muziek wat toegankelijker te maken. We zaten altijd in dezelfde vijver te vissen. Je komt altijd dezelfde mensen tegen en dat is wel tof, maar daar kom je ook niet verder mee. Met dit nieuw werk krijgen we ineens support van anderen, waardoor onze horizon ook verbreedt.

Jullie releasen ook niet meer op Lektroluv.

Sablon: Unicorn zou niet echt passen op Lektroluv, maar de andere twee zouden ze in Gent ook tof gevonden hebben. We kwamen Steve Aoki tegen en die vroeg om iets te doen. Het is eens wat anders. Azari & III of Proxy zitten er nu ook op, en die doen ook nog altijd toffe dingen. Het is een nieuwe afzetmarkt én een nieuwe wereld die opengaat.

Toch stond de ep al klaar tijdens de zomer, van waar de lange wachttijd?

De Boeck: Dim Mak heeft een hele hoop artiesten en die willen allemaal hun werk zo snel mogelijk uitbrengen. Daarmee dat het wat langer duurt. Soms is dat enorm frustrerend. Aan de andere kant zijn we nu ook al dingen aan het spelen die pas in het najaar uitkomen.

Sablon: Door de overstap van Lektroluv naar Dim Mak is dat ook altijd wat zoeken, opnieuw onderhandelen.

De Boeck: Dat is ook de reden waarom heel veel artiesten, hoe klein ook, met hun eigen label beginnen. Ze hebben iets gemaakt en willen dat bij wijze van spreken volgende week uitbrengen. Hetzelfde verhaal met Ghetto Acid hoor, op onze ep samen met Ego Troopers. Die was zelfs al klaar voor de zomer. Alweer een ander label, alweer wachten op andere groepen die eerst releasen, onderhandelen, …

Gaan de Ego Troopers the next big thing-rol kunnen inlossen, volgens jullie?

Sablon: Voor hun leeftijd zijn het echt supergoeie dj’s, ze zijn heel volwassen in hun producties en dat merk je. Oli is een supergoede producer. Alle elementen van the next big thing zijn er, alleszins. De support van de groten hebben ze ook mee. Ik denk dat het aan hen is om te bewijzen dat ze meer zijn dan die hypetitel. Hopelijk lukt het.

De Boeck: Door Soulwax gebracht worden is een zegen, maar ook een vloek. Gehypet worden doe je niet bewust. Maar meestal wordt een hype om zeep geholpen vanaf er een release uitgebracht is, dus we zullen zien. Wij hebben er nu een grappige videoclip met gemaakt. Ze kwamen bij ons in de studio, we speelden er FIFA en maakten de tracks.

Jullie zeiden al eens dat het heel tof is om op Lektroluv te zitten, maar ze hebben niet dezelfde capaciteiten als pakweg Boysnoize Records.

Sablon: Dat is inderdaad supertof en dat waren vijf zotte jaren. We bellen nog altijd met hem en ze brengen nog altijd coole dingen uit. Maar in die vijf jaar was letterlijk elke release bij hen uitgebracht. Soms heb je voor jezelf en voor je naam nood aan iets anders. Elk label heeft een andere insteek. Ondertussen hebben we ook al op Bad Life en Secure van Bart B More gereleaset, gewoon omdat we zo goed met hem overeenkomen. Nu met Blood Music is het weer een andere markt.

De Boeck: Ons hoofdlabel is nu wel Dim Mak omdat daar de meeste releases gepland staan. We doen het nu ep per ep. Eind april, begin mei zou de volgende er zijn. En over die na de zomer zijn we ook al tracks over en weer aan het sturen. Het is onze thuisbasis zonder dat we er ons echt zwaar aan moeten hechten. We mogen uitstapjes maken naar Blood Music en Bad Life, ze vinden dat de max en zeggen ‘doe maar’. Dat is ook normaal in deze wereld. Het kan hen ook alleen maar helpen hé, het profiel dat we elders opbouwen.

Merk je dat aan de verkoopcijfers en dergelijke wanneer het wereldwijde Mixmag een track van jullie weggeeft of een Amerikaans superlabel jullie uitbrengt en in de nieuwsbrief zet?

De Boeck: Je merkt wel dat die qua promo een verderreikend hand hebben. Daarom niet naar de juiste mensen, maar toch. Qua verkoopcijfers kunnen we dat nu nog niet zeggen, hij is maar net uit.

Sablon: PR-gewijs zit dat heel goed in mekaar. Je ziet ook dat de Amerikanen in Europa het minst sterk staan. In Azië en Oceanië staan die supersterk; allerlei blogs en radiozenders pikken dat op. Dat is iets verder van je bed, want bij Lektroluv zou je dat meer voelen. België is een toffe markt en we spelen hier graag, maar elders spelen is ook plezant. We gaan binnenkort terug naar Amerika dankzij Dim Mak. Het blijft altijd speciaal, naar een ander continent vliegen.

Denken jullie dat het familiegevoel per label ook passé is? Vijf jaar geleden kon je per label vier namen opnoemen en die zouden daar nooit nog weggaan.

De Boeck: Het hangt gewoon af hoe hard de labelbaas dat wil, denk ik. Bij Boysnoize Records is dat Boys Noize, bij Dim Mak is het Steve Aoki, bij Dirtybird Claude Vonstroke en ga zo maar door. Als zij meepushen lukt dat. Wanneer ze andermans muziek uitbrengen maar zelf altijd de grootste willen zijn, niet. In Frankrijk bestaan die ‘families’ nog wel, op andere plaatsen lijkt dat minder van belang.

Sablon: Sommige labels willen ook bewust geen langdurige samenwerkingen. Anders komen er te hoge verwachtingen uit beide richtingen. Het muzieklandschap is daardoor nu meer versplinterd. Ook dankzij de genres, want die maken niet zoveel meer uit. Mensen willen toffe muziek, die elektronisch is. Als je dat relatief bekijkt maakt het niet zo veel uit waarom artiesten en labels zo hard aan elkaar vasthouden.

Jullie brachten afgelopen maanden nog een remix voor The Bloody Beetroots en Proxy. Twee artiesten waarmee jullie al van bij het begin van jullie carrière een link mee hebben. Overstijgt dat nog steeds de muziekbusiness?

Sablon: Je gaat die inderdaad niet weigeren hé, je kent elkaar al zo lang. Dat respect voor elkaars muziek overstijgt de commercie. The Bloody Beetroots kwamen we tegen op Tomorrowland en Proxy op Dour, beiden hadden ze nieuwe muziek klaar en vroegen ons om een remix.

De Boeck: Vaak vragen ze het commercieel succes van het moment om een remix. Omdat dat gaat verkopen. Wij zijn dat nooit geweest en dan zijn die banden veel sterker dan de business. We zitten soms met anderen in de studio, waar dan ook op de wereld, en dan is het wel een plezante dag, maar komt er niet per sé iets van.

Jullie waren selectors op 22Tracks, maar die samenwerking loopt niet meer. Waren jullie bang voor het ommurende hokje? In jullie Spotify-lijst gaan jullie veel breder.

De Boeck: We hebben dat een jaar gedaan, en het was zeer leuk om te doen, maar we zijn ook vaak op zoek naar iets nieuws. Hetzelfde voor de maandelijkse Switch-mixtapes op Studio Brussel.

Sablon: Het begon moeilijker te worden om elke week vijf nieuwe nummers aan te bieden. Dan zeg je beter dat het niet werkbaar is, want het mag niet geforceerd beginnen worden. Idem voor Switch, normaal doen we enkel een mixtape bij een release. Elke maand eentje moeten afleveren is voor ons soms te geforceerd.

Zijn er toekomstplannen, zonder het woord ‘album’ te laten vallen?

De Boeck: Géén! We hebben dat ooit eens laten vallen en sindsdien beloofden we onszelf om er niets over te zeggen. Je moet al een goede aanzet hebben om een album te doen. Als je morgen de nieuwste radiohit schrijft, kan je je verhaal wel groter maken door een album te brengen. Dan val je in het ritme van de major labels, die willen dat je gaat touren en albums uitbrengt.

Sablon: Sommige journalisten en boekskes achten dat nog altijd nodig om vernoemenswaardig te zijn. Ook op Rock Werchter spelen er niet veel zonder een nieuw album. Dat blijft voor sommige instanties een ijkpunt. Voor ons is dat niet opportuun, dat past nu niet bij ons. We hebben er geen draagvlak en engagement voor op dit moment. Bij anderen zoals Fake Blood of Kavinsky kan het misschien wel omdat ze een groter publiek bereiken dankzij hun radiohit. Maar dat zijn artiesten die niet per sé een album nodig hebben. Het zou raar zijn als wij nu met eentje komen. Dim Mak vroeg het ook al, ze staan er alleszins voor open. Maar niemand zou er op dit moment een boodschap aan hebben, wij willen nu andere dingen doen.

De Boeck: Een liveshow was ook nooit een to do-plan, maar het moment was toen goed en voilà. Met een album denk ik er ook zo over. De tijd moet rijp zijn.  We hebben dus heel veel maar tegelijkertijd geen toekomstplannen.

9 april 2013
Ben Moens