Sophia 'Mijn hele leven ben ik op de dool'

'Mijn hele leven ben ik op de dool'

Met 'There Are No Goodbyes' heeft Sophia een nieuwe, straffe plaat op de markt gebracht. Frontman Robin Proper-Sheppard bewijst met die tien nummers dat hij al bijna twintig jaar een patent heeft op de allerindividueelste, muzikale expressie van de allerindividueelste emotie. Wij spraken ergens in een uithoek van Brussel met Robin Proper-Sheppard, meer dan ooit zijn eigen, echte herder.



'Deze plaat breekt mijn hart', zei je op internet. Wat bedoel je precies?
Robin Proper-Sheppard: Deze songs gaan eigenlijk over één specifiek meisje. Met haar had ik zowat de belangrijkste relatie uit mijn leven, maar uiteindelijk zetten we er samen een punt achter, omdat ik gewoonweg een verdomd complexe kerel ben. Normaalgezien groeit uit de dynamiek tussen een koppel iets moois, maar hier kwam er vooral pijn uit voort.

Pijn door ruzies en problemen?
Neen, niet echt. Dat zou te simpel zijn. Maar ik ervaarde naast een grote liefde ook een diepe, innerlijke pijn. Uiteindelijk besefte ik dat ik het meisje moest laten gaan zodat ook zij de draad weer kon oppikken. Toen ik startte met het album hadden we al een jaar geen contact meer. Maar intussen heeft ze me alweer een aantal keer plots gecontacteerd. Normaal draai ik na het beëindigen van een relatie gewoon de knop om en denk er nooit meer aan terug, maar de nummers en het hele album doen me nog steeds zoveel pijn omdat het nú aan het gebeuren is.

Is het dan niet lastig om er telkens over te praten, zoals nu?
Toen het album net uit kwam, was het onmogelijk om erover te praten. De hele gebeurtenis had immers zoveel diepe emoties bij me losgeweekt, en dát was precies het moeilijke aan de plaat: het ging veel verder dan de muziek of de tekst, het werd een uiterst diepe expressie van emotie. En die emotie was treurnis.

Is het vooral op die droevige momenten dat je je gitaar oppakt en een song schrijft?
Niet helemaal. Onlangs schreef iemand op het Sophia-forum dat iets haar erg gelukkig had gemaakt. Die impuls maakte mij ook blij, en dat is precies het moment waarop ik mijn gitaar neem en wat speel, gewoon omdat het instrument en het geluid een deel van mezelf vormen. Maar dat wil niet zeggen dat ik mijn gitaar neem om een opgewekt nummer te schrijven. Als ik me slecht voel, grijp ik naar diezelfde gitaar.

Ik veronderstel dat het niet altijd makkelijk is om die diepe gevoelens weer op te roepen als je ze live speelt?
Ja, dat is waar. Vroeger was er altijd een zeker afstand tegenover de moeilijke momenten: de dood van een vriend of van mijn moeder, het einde van een relatie, ... Ik kon erover zingen, maar ik kon me er niet altijd in inleven. Nu is het helemaal anders. Een maand geleden speelde ik enkele nieuwe nummers tijdens een aantal akoestische concerten, en toen was het gevoel helemaal anders. Veel directer en actiever. Ah, als ik mijn liefdesleven bekijk, voel ik me soms precies een twintiger. Ik moet volwassen worden.

Je reist veel: van San Diego naar Londen, naar Parijs en over Praag.  Is het daardoor niet moeilijk om iets op te bouwen?
Klopt, maar dat is nu eenmaal hoe ik ben. Mijn relaties stopten volgens mij omdat er gewoon niet genoeg liefde was, maar het is inderdaad zo dat vrouwen een vriend willen die constant bij hen is. Ik merk dat vooral nu ik ouder word. Vroeger vonden vrouwen het idee van reizen romantisch. Bovendien dachten ze dat dat op termijn wel zou overwaaien. Maar dat is niet zo. Mijn hele leven ben ik op de dool, sinds ik San Diego verliet op mijn negentiende. En dat zal altijd zo blijven.

Een nummer op je plaat heet Dreaming. Ben jij een dromer?
Absoluut.

Ook op muzikaal vlak? Welke dromen of verlangens heb je met je songs?
Ik ben geen groot muzikant, ik leerde nooit gitaar of piano spelen en ik beschouw mezelf niet als een excellente singer-songwriter. Het enige wat ik heb, is mijn integriteit, mijn oprechtheid en mijn eerlijkheid. Volgens mij is dat het enige wat ik écht kan geven aan mensen. Ik weet dat niet iedereen naar mijn soort muziek luistert, maar ik hoop dat sommige mensen er iets in kunnen terugvinden. En precies dát is volgens mij wat dit album zo speciaal maakt. Ik denk dat deze plaat, in tegenstelling tot alle vorige Sophia-albums, zo vreselijk eerlijk en puur is. Het grootste compliment is dan ook dat iemand gesteund wordt door zijn of haar gevoel terug te vinden in mijn muziek.

'There Are No Goodbyes' is intussen het zesde Sophia-album. Wat voor band is Sophia eigenlijk?
In wezen bestaat de band uit mezelf en mijn drummer Jeff. Hij was zo ongeveer aanwezig bij alle Sophia-platen. Zelf speel ik bijna alle instrumenten in, behalve drums. Daar heb ik geen verstand van. Sophia is dus geen echte band, maar ik heb wel een fulltime band om te touren.

Begin jaren negentig speelde ik in The God Machine. Dát was een 'band'. Wij waren samen opgegroeid, samen naar school gegaan en we woonden samen in een kamer kleiner dan deze. Samen verlieten we San Diego en creëerden we als het ware 'The God Machine'. Toen ik bijvoorbeeld teksten schreef, hoefde ik nooit uitleg te geven aan mijn twee maats. Zij kenden mijn leven, ik het hunne. We moesten immers door dezelfde fasen en we huilden en lachten samen. Maar hoe ouder je wordt, hoe moeilijker zoiets wordt, omdat je ervaringen niet meer gelijk blijven lopen. En dus is het volgens mij moeilijker om een dergelijke band te creëren, omdat je simpelweg ouder wordt.

Je plaat is af en ligt in de rekken. Luister je er zelf soms naar?
Ik luisterde al een paar keer naar de nummers, al kon ik er in het begin helemaal niet tegen. De songs waren zo zwart en ze deden me herinneren aan zo'n duistere periode in mijn leven. Something gaat bijvoorbeeld over al mijn tekortkomingen en slechte kantjes. Maar het mooie aan het nummer is het feit dat ik ergens aan een soort rotsrand of ravijn sta en dat Astrid, een ex-lief, mij in het nummer probeert terug te roepen. Toen ik het nummer hoorde, dacht ik: 'Die man heeft een slecht karakter'. Maar toen begon ik ook naar de rol van Astrid te luisteren en begon ik te wennen aan het idee. En nu moet ik zeggen dat het een vrij 'mooie' track is.

Als ik naar een plaat als Leaving luister en zing 'Ik dacht dat je een vechter was, maar op het eind verloor je je geloof in mij', weet ik precies waar dat vandaan kwam en doet het nog steeds pijn om daar nog maar aan te denken. Maar anderzijds heeft de plaat me geholpen om bepaalde dingen te verwerken. Eigenlijk heeft het luisteren naar de plaat mij daar meer bij geholpen dan het creëren van de nummers.

Welke andere muziek kan je inspireren?
Ik luister zowel naar Ryan Adams als naar mainstreamdingen zoals Coldplay, Bruce Springsteen, Led Zeppelin of Neil Young. Ik beluister eigenlijk alles, maar ik heb geen specifieke, directe invloeden. Ik word veel meer beïnvloed door de atmosfeer in een nummer. Zo postte ik een videoclip van Bruce Springsteen op mijn Myspace, waarin hij in Brilliant skys praatte over het feit dat hij nooit écht had kunnen schrijven over liefde. Toen ik dat zag, was ik zelf ook 36 of 37 jaar, net als hij toen hij het nummer schreef, en ik snapte perfect zijn punt. Dat soort dingen inspireert me heel erg: als mensen oprecht zijn en op een integere manier hun emoties tonen.

Oprechte emoties in nummers vind je inspirerend, maar wat denk je dan bijvoorbeeld over commerciële bands zoals The Killers of Arctic Monkeys?
Ik denk dat The Killers een paar goede nummers hebben, maar ik denk ook dat ze een heleboel absolute shit hebben gemaakt. Ik apprecieer zeer zeker popmuziek, maar ik ga niet naar zulke muziek luisteren om iets over mezelf te leren of om mij open te stellen voor het leven. Heel anders vind ik bijvoorbeeld Anthony and the Johnsons. Die man drukt iets uit en toont een diepe emotie. Hetzelfde heb ik met Joan as Police Woman.

Wilde je altijd al succesvol zijn?
Ah, ik denk dat iedereen wel beroemd wil zijn als kind, maar ik heb altijd geprobeerd om mij niet te prostitueren en om gewetensvolle beslissingen te nemen, waar ik me echt goed bij voel. Ik herinner me dat we met The God Machine aan het touren waren in de USA. Ons recordlabel belde ons op om te bevestigen dat we konden touren met Soundgarden en Sepultura, twee échte heavymetalbands. Maar wij beschouwden onszelf niet als heavymetalband en we wilden liever touren met Nick Cave of The Breathers. Omdat we niet op hun voorstel wilden ingaan, sloot ons recordlabel meteen alle promotie voor onze plaat af. Even later waren we in Los Angeles en dook plots een filmcrew op die een reportage wilde maken en daarvoor ons recordlabel had opgebeld. Daar hadden ze te horen gekregen dat de samenwerking was stopgezet. Zomaar, zonder uitleg, vernamen wij dat op dat moment. Enfin, als je beroemd wil zijn en het spelletje wil meespelen, moet je dat doen, maar aan mij is het niet besteed.

Soms moet je toch gewoon?
Alleen als je dat écht wil. Ik heb nu mijn eigen Flowershoplabeltje, maar hoe beroemd zal ik ermee worden? Ik kan het geld niet over de balk gooien zoals die majorlabels doen, maar ik heb een fantastische groep fans die echt geloven in wat ik doe, en volgens mij kan je alleen maar daarop hopen. Ze weten dat ieder album van mij écht en puur is. Ik heb geen huis, geen wagen en geen geld op de bank. Geef mij maar integriteit en oprechtheid. Ik wil mijn rug kunnen rechten, mijn hoofd omhoog kunnen houden en kunnen weten dat ik een goed mens ben. Dat is meer waard dan gelijk welk loonbriefje of een tour met Sepultura en Soundgarden.

Binnenkort ga je touren, onder andere in België. Waarmee hou je je bezig op de tourbus?
Erg rock-'n-roll is het alleszins niet. Een deel van de muzikanten drinkt altijd veel en rookt drugs, en enkele jaren geleden feestte ook ik de pannen van het dak op de tourbus. Maar uiteindelijk moest ik drie concerten cancellen omdat mijn stem volledig kapot was. Een dokter waarschuwde me zelfs voor permanente schade aan mijn stembanden. En dus probeer ik de laatste jaren toch wat meer verantwoordelijk op te nemen en werk ik wat voor mijn label Flowershop. Voor het eerst besefte ik immers dat ik niets anders heb dan mijn stem. Ik ben geen topgitarist of toppianist en ik heb ook geen diploma's. Als ik mijn stem verlies, kan ik zelfs niet eens in Mc Donalds gaan bestellen. Het enige wat me dan nog rest, is een job als straatveger. Ik besef maar al te goed dat er zonder stem niets meer van mij overschiet.

Verzorg je dan maar goed. Bedankt voor het gesprek.


May 20, 2009
Mattias Devriendt