SONS - Het wordt een mooie zomer

We hadden liever afgesproken in De Repliek, de oude stamkroeg van de mannen van SONS in ons gezamenlijk geboortedorp Melsele, maar kijk: Jens De Ruyte en Robin Borghraef staken over naar de verkeerde kant van de Schelde en dus treffen we elkaar in l’Entrepot Du Congo aan een zonovergoten Vlaamse Kaai. Maar als ze ontdekken dat wij ook van het Aardbeiendorp zijn, staan ze er op om het interview in het “Meilses” te doen. Voor uw gemak, hebben we het toch maar vertaald.

Alles gaat nochtans snel bij jullie. Vorig jaar Eerst even weten: gaan jullie net zo snel praten als jullie spelen?

Jens De Ruyte: We zullen ons inhouden.

Robin Borghraef: Het zal iets trager gaan.

Alles gaat nochtans snel bij jullie. Vorig jaar meteen de mainstage van Rock Werchter en de huidige single Naughty ging in drie weken naar de top van De Afrekening. Wie schaffen sie dass?

De Ruyte: Geen idee eigenlijk. We denken er allemaal niet zo over na.

Borghraef: Het is een huizenhoog cliché, maar wij maken gewoon plezier als maten onder elkaar. We willen ons gewoon amuseren. En we menen dat ook.

Toen we jullie voor het eerst hoorden, voelden we dezelfde opwinding als destijds bij Can’t Live In A Living Room van Red Zebra. Zijn die oude punkbands iets waar jullie naar luisteren?

De Ruyte: Wow, nice. Jazeker! Met die hardcore punk is het begonnen: Bad Brains, Minor Threat in de jaren tachtig, van Zeppelin tot Black Sabbath in de seventies; en dan de laatste tijd vooral nieuwe garagebands als Thee Oh Sees, Ty Segall en ook King Gizzard.

Borghraef: Dat geldt wel voor ons allemaal. Tegenwoordig inspireren ook bands als Idles en Shame ons. Die spelen ook van die energieke shows: rechttoe rechtaan.

De Ruyte: Het gevoel dat daarin zit, die eerlijkheid, appreciëren we enorm:. Je ziet dat zij iets teweegbrengen bij mensen. Dit is wat men voelt en waar men ook naar op zoek is in een wereld met overgeproducete muziek: eenvoudige, maar pure, eerlijke songs. Dat vinden ze ook bij ons.

Borghraef: Je kan daarin even ontsnappen aan de dagelijkse sleur. Gewoon zelfs op een dinsdagavond of zo naar een show en even alles loslaten. Dat kan deugd doen.

Nog geen maand later lieten jullie de titeltrack van ‘Family Dinner’ al los. Gaan jullie om de drie weken een single lossen tot de release?

Borghraef: Nee hoor. Dat was meer bedoeld als teaser naar de plaat toe.

De Ruyte: De echte single is Naughty, maar Family Dinner is ook een heel belangrijke song voor ons. Het is de opener en het is ook de eerste song die we schreven in aanloop naar de plaat. Vanaf dan begon alles te rollen. Het gaat over iemand die zich niet goed voelt, die een donker geheim met zich meedraagt.

De tekst lijkt een open brief aan jullie ouders. Hebben jullie je keuze voor de muziek moeten verantwoorden?

Borghraef: Nee, het is ook helemaal niet autobiografisch. Je kan dat erin horen, maar waar het precies over gaat, laten we in het midden. Dat donkere in de setting van een familiefeest geplaatst, vonden wij alvast een leuk gegeven omwille van het contrast met de muziek. Onze muziek is nu niet bepaald geschikt om tijdens een familiediner op te zetten. Dus dat vonden we goed werken.

De Ruyte: En iedereen kent dat wel, van die ongemakkelijke familiefeesten. We hebben dat ook proberen vertalen op de hoes. Die was ons eigen idee al werd de foto genomen bij mijn oma door Thomas Richard Mertens.

De plaat is verrassend gevarieerd geworden. De mensen gaan moeite hebben om jullie in een hokje te stoppen.

Borghraef: Dat doet ons plezier om te horen. Dat was ook de bedoeling. Wij zijn een punkband, maar op de plaat wilden we wat breder gaan. Dertig minuten punk vonden we niet de meest interessante keuze. We luisteren ook naar andere dingen en dat wilden we ook in de plaat steken. We wilden wat experimenteren en ook wat andere instrumenten gebruiken. In Skin bijvoorbeeld zit een sitar en het laatste nummer is wat rustiger.

De Ruyte: We repeteren ook zo. Daarbij vertrekken we vaak vanuit een jam. En die jams zijn lang niet altijd raggend. Reinhard Vanbergen heeft natuurlijk ook geholpen. Die stak bijvoorbeeld op een bepaald moment een bestekbak in de handen van Thomas, onze drummer.

Borghraef: Ook al hoor je dat niet echt duidelijk, het zit er wel in. Het geeft een bredere sound. Skin werd zo wat dromeriger. Anderzijds blijft hij wel van de structuur van een nummer. Hij probeert wel iets met een nummer te doen zonder daaraan te raken. En dat kan hij echt goed.

Jullie muziek is geknipt voor een protestsong. Toch hebben we die niet kunnen ontdekken. Alleen Do They See Me en Sneaky Snake lijken niet over de liefde te gaan.

Borghraef: (lacht) Dat klopt wel.

De Ruyte: We voelen gewoon niet de drang om onze mening te verkondigen via onze muziek. We zitten in ons repetitiekot ook niet op tafel te kloppen en te discussiëren over politiek en maatschappij. We hebben uiteraard over veel zaken een eigen idee, maar tot hiertoe is dat nog nooit in een nummer gekropen.

Borghraef: Misschien komt dat nog wel eens, maar dan via een omweg; zoals bij Idles die een song maken over een vriend die dan “toevallig” ook een migrant is. Onze plaat gaat over feesten, zotte avonden en ook wel wat donkere dingen omdat dat soort zaken ons aantrekt.

De Ruyte: Voor ons gaat muziek niet over protesteren. Bands die dat wel doen, kunnen cool zijn; Idles bijvoorbeeld of die punkbands van vroeger. Wij kunnen ons daarin vinden, maar het is niet gemakkelijk om een goede protestsong te schrijven. Misschien op de volgende plaat.

Skin en Sneaky Snake klinken ook redelijk psychedelisch. Gaan jullie meer en meer de weg op van King Gizzard And The Lizard Wizard?

Borghraef: Dat zit er wel wat in, maar Sneaky Snake is eigenlijk één van onze eerste nummers. We hebben dat zelf nog live gespeeld op één van onze eerste optredens in de Cabron op zo’n pianootje. (mijmerend) Ik zat dan weggedraaid van het publiek daarop te spelen. Het is een heel eigen nummer.

De Ruyte: Het is ontstaan ergens heel laat op een nacht. Dan schrijven we meestal onze nummers, maar dit was wel speciaal. Die nacht is er echt wel iets gebeurd. We namen het ooit op als demo bij een vriend en het moest zeker op de plaat. We hebben er zelfs een punknummer voor geschrapt.

Borghraef: Het is wat rustiger, al gaat het over de duivel. We vonden het de perfecte afsluiter.

Eigenlijk is de plaat ook een soort van “Best of” geworden. Ook Ricochet en Tube Spit staan er op. Alleen jullie cover van The Black Keys (Lonely Boy) ontbreekt.

De Ruyte: Dat vonden we nodig, zeker met Ricochet, want dat hadden we nog nooit fysiek uitgebracht, alleen online.

Borghraef: Mensen vroegen ons altijd bij optredens waar ze dat konden kopen. Wel, binnenkort kunnen ze het in huis halen. Die cover was plezant om te doen. Dat was op vraag van Stubru en die is goed gelukt, maar dat is leuk geweest.

De Ruyte: Hij blijft wel leuk om live te spelen. Het publiek reageert er altijd goed op.

In de Eindafrekening van 2018 eindigden jullie net voor Equal Idiots. Was dat een Whatsappje waard?

(Beiden lachen) Borghraef: Nee hoor. We zijn geen rivalen, eerder goede vrienden. We hebben vorige zomer veel samen op dezelfde festivals gestaan en elkaar echt leren waarderen.

De Ruyte: We hebben ook hetzelfde management en we zijn echt maten geworden.

Borghraef: En die lijst... ja (lacht nog eens). Toen we een keer elk met een nummer tegelijk in de Afrekening stonden, wij met Ricochet en zij met Toothpaste Jackie en die songs haasje-over speelden, was dat wel van: “Doeme, gasten, stemmen!” Maar we gunnen het elkaar.

Van andere bands gesproken: jullie zijn niet de enige band uit Melsele. Ook Walrus - en/of het grootste deel van Yevgueni dus -  is van daar evenals MOTORIK en The Whereabouts Of J Albert. Wat hangt daar in de lucht? En is er een soort van scene?

Borghraef: Ja die mannen komen we ook vaak tegen, ook Maxim Helinx van Stavroz. Zeker vroeger was dat echt een scene, eerst in Djem (het plaatselijke jeugdhuis) en daarna in Café De Repliek. Die mannen zijn wel wat ouder, maar die gaven ons echt goesting om ook in een band te gaan spelen.

De Ruyte: Er waren ook vaak shows zoals in zaal Sabot, de Statierock, Togenblik in Beveren,... Iedereen speelde wel in één of zelfs verschillende bandjes. Ook wij.

Borghraef: We keken echt op naar die mannen, maar nu is die scene wel wat verwaterd, denk ik. Maar het is daar wel goede grond voor bands. Of het moeten de aardbeien zijn!

Jullie gaan erg veel live spelen. Vorig jaar speelden jullie al op Rock Werchter, De Lokerse Feesten en Groezrock. Kan het dit jaar nog straffer?

Borghraef: Voor ons wel.

De Ruyte: We gaan wat meer in het buitenland spelen.

Borghraef: Down The Rabbit Hole is sinds kort uitverkocht. We gaan naar IJsland en hebben ook een booker in Zwitserland.D

De Ruyte: We gaan in Duitsland spelen, in Luxemburg en nog een paar mooie in België, waar we nog niets over kunnen vertellen.

Borghraef: Het wordt een mooie zomer, laat het ons daarop houden.

Alle live data, waaronder de show in de AB op 3 mei, vind je hier.

19 april 2019
Marc Alenus