Slam Techno versta je in elke taal

Techno versta je in elke taal

De ontdekkers van Daft Punk, oprichters van het allereerste, internationale technolabel, de eersten die met Positive EducationLifetimes en This World clubanthems in de charts kregen, ... Het zijn maar een paar dingen op het cv van Orde Meikle en Stuart McMillan ofte Slam. Het Schotse duo, dat eveneens verantwoordelijk is voor al wat Soma uitbraakt, heeft een ongeziene staat van dienst. daMusic kon hen op weg van de luchthaven naar Kompass strikken voor een uitgebreide babbel.

Jullie doen ons land aan om in Kompass van jetje te geven. Dat is een vrij nieuwe club. Zijn jullie er actief mee bezig om steeds op de hoogte te blijven van nieuwe clubs, labels of festivals? Of waait zoiets toevallig binnen?
Orde Meikle: Door social media kan je wat er zoal leeft niet missen. Vaak moet je ook gewoon geluk hebben om in die nieuwe clubs te mogen spelen. In de technoscene zijn de netwerken eerder klein. Dus je praat al eens sneller met andere dj’s. Wanneer zij dan zeggen waar ze zoal een goede nacht hadden, weet je ook al veel. Nog zo’n nieuwe club, die het goed doet, is bijvoorbeeld Contact in Tokio.

Selecteer je dan ook waar je wel of niet speelt?
Meikle: Dat is gelukkig een klus die onze agent opknapt.

Stuart McMillan: De goede man werkte vroeger ook bij Soma. Hij voelt dus goed aan wat bij ons past. We zijn close met hem en hebben een goede verstandhouding. Dat filtert er al veel uit.

Beïnvloedt wat er gebeurt in die nieuwe clubs of op nieuwe labels ook wat er bij Slam gebeurt? Zoeken jullie zelf - wellicht onbewust - de vernieuwing op?
Meikle: We volgen niet bewust trends, maar van nature uit worden we sowieso richting muziek gezogen, die fris en spannend klinkt. Maar het is zoals je zegt niet de bedoeling om cutting edge te zijn. In de nineties klont zowat alle techno geweldig fris. Verbluft worden door iets dat je nog nooit eerder hoorde, dat is mijn definitie van wat relevant is.

Maar de platen, die jullie toen maakten, zouden nu niet in de clubs passeren, toch?
McMillan: Het interessante daaraan is dat niet alles uit het verleden telkens werkte. Er is een zekere ninetiess-revival; alle hedendaagse dj’s pakken uit met de obscure, oude platen, die ze vonden bij het cratediggen. Maar waar eindigt dat? Ik betrap er mezelf ook op hoor; een plaat ontdekken, even checken en: “Fuck, ik heb ze wel degelijk al!” (lacht). Ik herinner me ze niet meer, ook al vond ik ze toen blijkbaar best goed.

Meikle: Wat ze nu doen is simpelweg elementjes uit dat tijdperk eruithalen en er nieuwe techno mee bouwen. Maar dat gebeurt evenzeer bij films. Mensen lenen zaken uit verschillende tijdperken en bouwen er iets fris mee. Mensen willen verrast worden, zie je. Ook al trekken ze naar een club, waar die avond een dj speelt die ze denken te kennen, dan nog willen ze verrast worden door zijn platenselectie. Maar langs de andere kant ook weer niet te veel, want ze kunnen de helft van de tracklist voorspellen en Shazam'en wat ze nog niet kennen. Vroeger ging men simpelweg naar de club zonder een flauw idee te hebben welke platen er speelden.

Zijn de clubbers nu verwend dankzij fenomenen als Tomorrowland en edm die alles maar grootser willen? Is het publiek niet meer onder de indruk, te gereserveerd, te voorbereid?
Meikle: Verwend is niet het juiste woord. Techno is nu grootser dan ooit, dat beseffen wij ook. In de nineties ging het best goed. Toen kwam er een dip, maar nu leeft het meer dan ooit tevoren. De huidige generatie is rock-'n-roll. Technofeesten zijn nu halve concerten met duizenden mensen.

Er is nu heus clubtoerisme. Iemand stapt vrijdag op het vliegtuig in Glasgow om een weekendje naar Berghain of Awakenings te trekken en keert zondag terug. Dat vind ik heel interessant. Dat mensen echt over de landsgrenzen heen trekken voor techno. In "onze tijd" waren mensen blij met een donkere kelder in de stad (lacht). Soms reed je een uur naar de stad verder, maar dat was echt het uiterste.

Voor jullie laatste album, 'Machine Cut Noise' uit 2016, haalden jullie de inspiratie in luchthavens en hotels. De meeste dj’s haten die plekken hartstochtelijk.
McMillan: De technologie heeft er veel mee te maken. Er is zoveel gewijzigd. Je kan nu een album op je laptop maken.

Meikle: Vroeger moest je wekenlang ideëen verzamelen, dan een studio boeken, je opnames goed uitvoeren,... Dit album ging anders; een heel andere manier van werken.

McMillan: Anders zit je maar in de studio, gevangen in een zwarte doos. Op een luchthaven of in een hotellobby ben je telkens op weg. Ofwel kom je ’s ochtends toe na een nacht draaien, ofwel ben je op weg naar de set en is alles spannend.

Wijzigden jullie inspiratiebronnen dan door de evolutie van techno? Lifetimes en This World, jullie anthems van weleer, tappen duidelijk uit een ander vaatje.
McMillan: Klopt. Lifetimes bijvoorbeeld hebben we volledig gemaakt met Tyrone Palmer in het achterhoofd, een zanger uit Chicago. We waren al langer gebeten door Chicago house, voegden dus een pak vocals toe, iets wat not done was voor de povere tijden waarin techno toen huisde. We dachten dus dat iedereen de plaat zowat zou haten. Voor ons was het dan weer iets fris, een stap uit onze comfortzone.

Maar het verschil is groot met pakweg Drumcode, één van de populairste technolabels van het moment, die wel af en toe bekritiseerd worden wegens te monotoon.
McMillan: Oh, Adam Beyer is weg van Lifetimes, hoor (lacht). Het Is een van zijn favoriete tracks. Awakenings wordt ermee afgesloten. Maar ik begrijp wat je bedoelt. Het is je taak als dj om mee te zijn met je tijd. Iemand, die zegt dat hij niet door buitenaf beinvloed wordt, liegt. Uiteraard is er de tijdsgeest. Ik ben de eerste om toe te geven dat dat in ons recenter werk ook te horen zal zijn, terwijl het voordien misschien meer melodieus, ambient en soundscapy was. We willen vandaag de dag veel donkerdere techno maken, die meer verteerbaar is voor dj’s.

Meikle: Wacht tot je onze nieuwe plaat hoort. Pure gabber, 150 bpm (lacht)!

Jullie zijn met Soma bezig aan een feestjaar wegens vijfentwintig jaar in de business. Zet je vooraf doelen uit?
McMillan: Je werkt wel naar die mijlpalen toe. Aan de boxset 'Soma 25' zijn we bijvoorbeeld al zo’n drie jaar geleden gestart. Contacten zoeken, labels overtuigen, artiesten om tracks vragen, producers de keuze van oudere nummers voorschotelen om te herwerken,…

Meikle: We kwamen snel uit bij die boxset, want het zou maar triest zijn je vijfentwintigsteverjaardag te vieren zonder een vinylrelease.

McMillan: Quasi heel onze carrière brachten we zowat alles uit op vinyl. Enkel de laatste jaren minderde dat.

Meikle: Er heerst dan een soort eigenaarschap over die fysieke plaat, dat je niet hebt bij een USB-stick. Al moet je die laatste niet telkens overal meesleuren op vliegtuigen (lacht).

Vroeger was er simpelweg veel minder muziek; de platenwinkels vormden een filter. Er waren er nog wel enkele. Eerst en vooral moest er iemand zijn geld in willen steken, het label moest het goedkeuren, je moet ze tenslotte nog in de winkelrekken krijgen, … Nu zijn er vele filters weggevallen of samengesmolten, … Ieder is zijn eigen filter geworden.

Het is heel erg moeilijk geworden om nu nog je demo door iemand beluisterd te krijgen. Maar toch moet dat gebeuren, al is het niet altijd een goede zaak. Soms horen we zoveel demo’s passeren, dat er wellicht echt wel een goede tussenzat, maar dat je dat niet meer opmerkt door de waas van middelmatigheid.

Voor de boxset werd een legertje producers opgetrommeld. Jeff Mills, Robert Hood, Vril, Blawan, Kobosil, … Is dit een momentopname van techno anno 2017 of eerder een best of van techno die ze op een gouden plaat in de ruimte kunnen schieten?
Meikle: Over wie we gekozen hebben is er wel een lijn te trekken; het zijn vrienden zoals Jeff of Andy Weatherall of mensen die ons beïnvloed hebben. Ze staan op de boxset omdat ze nog steeds relevant zijn. De nieuwere producers beïnvloedden ons niet zozeer, maar we kijken vandaag de dag op naar wat zij met techno doen.

McMillan: In zekere zin is dit inderdaad een snapshot, maar een belachelijk lange snapshot dan. We wilden zowel de originele producers als nieuwe muziek hebben. Wat we vooral niet wilden, was een Greatest Hits van Soma. Deze verjaardag is vooral een teken dat we er nog zijn, geen terugblik. Wij zijn geen nostalgische mensen. Het is simpelweg een steengoede boxset, wat het hopelijk over tien jaar ook nog is.

Wijzigde de manier waarop je artiesten selecteert voor Soma gedurende die vijfentwintig jaar?
McMillan: Het was vroeger veel eclectischer, meer sporadisch. De laatste jaren werden we meer tegen wil en dank gefocust. De scene is niet meer dezelfde dan pakweg vijftien jaar geleden. Nu zijn we dus meer gericht op één genre en één stijl.

Meikle: House is inderdaad wat weggevallen. Daft Punk en zo, dat hoeft allemaal niet meer (lacht). Wat we uitbrengen valt vaak samen met wat we draaien.

Nog iets wat amper aanwezig is in de scene: heuse labelfamilies.
McMillan: ...en dat is echt zonde.

Meikle: Er zijn er nog een paar: Dystopian, Token, Klockworks, … Al hebben die vaak ook simpelweg een roster opgebouwd rond één artiest. Len Faki, Ben Klock, Mobilee, Pan-Pot en Drumcode met Adam Beyer.

McMillan: Daar proberen wij van weg te blijven; of zelfs andersom te werken. We pikten Charles Fenckler bijvoorbeeld op en willen met hem een lang traject afleggen. Idem voor Deepchord. Die talenten willen we alle kansen geven, terwijl het vroeger met Funk D’Void, Silicon Soul en onszelf eerder om de clique ging. Nu hopt iedereen van label naar label of ze richten er zelf één op (lacht). Het zijn vooral nieuw-samengestelde families nu (lacht).

Begrijp me niet verkeerd: ik vind het een goede zaak wanneer Dekmantel of Fuse een eigen label oprichten. Dan is er meer muziek om te checken waarvan je weet dat daar een zekere standaard en visie achter zit.

Jullie bleven met Soma steeds erg internationaal. Was dat bewust, omdat jullie andere labels zichzelf in de voet zagen schieten door te lokaal te blijven?
Meikle: Wanneer vroeger een plaat, neem nu Positive Education, "global" ging, hadden ze die in Japan, aan de westkust van Amerika,… Vanaf dan kwamen er ook uit alle hoeken inzendingen met demo’s, terwijl het voordien enkel Schotse of zelfs simpelweg artiesten uit onze thuisstad Glasgow waren.

McMillan: Het gebeurde inderdaad vrij natuurlijk. Er komt ook wat geluk bij kijken, hé. Wij zijn vrij vroeg zo internationaal kunnen gaan, hadden een goede distributeur. In het begin waren de releases haast allemaal whitelabels waar we dan zelf op stempelden. Het was allemaal rock-'n-roll.

Meikle: Voor Soma was geld nooit een drijfveer. De inkomsten waren niet zo belangrijk. We waren echt onafhankelijk in wat we uitbrachten; of het nu ging opbrengen of niet. We moesten erin geloven, dan pas werd het gereleased. Ver weg van major labels die op de charts mikten. Ironisch genoeg zijn techno en dance nu wel deel van die commerciële stromingen.

McMillan: Wij doken in het gat dat de majors toen lieten vallen. Niemand leek geïnteresseerd in dancemuziek vijfentwintig jaar terug. Dat zou niet verkopen, het is allemaal voor in de clubs en niemand in de clubs weet wat er speelt. Dus kunnen ze het ook niet kopen. Pas vanaf Chemical Brothers en zo kwam er een wending.

Meikle: Als je echt dit soort muziek wou maken en ze gehoord wou krijgen, moest je het simpelweg allemaal zelf doen. Dat was een uitgemaakte zaak.

Hebben jullie nu een soort luxe als groot label? Jonge talenten oppikken bijvoorbeeld, ze een paar jaar laten rijpen? Is niet iedereen met argusogen in het oog aan het houden wat Soma tekent of uitbrengt?
Meikle: Het zal voor sommigen inderdaad raar lijken dat we al onze zinnen zetten op Charles Fenckler. We doen onze uiterste best om voor hem een omgeving te creëren waarbij alles goed gaat zonder op honderd andere labels te moeten releasen. Maar het klimaat zorgt er dezer dagen voor dat een artiest maar twee of drie releases bij je blijft. Je kan het hen niet verbieden natuurlijk; het zijn artiesten met een eigen carrière. Al prefereren wij de loyale.

McMillan: Sommige artiesten zien je enkel als tussenstap of als middel om elders te geraken.

Nog een duo dat bij Soma begon en uiteindelijk elders eindigde: Daft Punk. Zowel voor hen als jullie label was er vrij vroeg die platendeal. Was het geen gedoe om twee jonge snaken uit Parijs te laten tekenen op een Schots label?
Meikle: Zo lang geleden was het nu ook weer niet: we hadden al een fax (lacht)! Maar je kan het je inderdaad niet meer voorstellen. Ik weet nog dat we de eerste Derrick May-platen kochten vanop Transmatic rond 1998. Toen drukte elk label een fax- of telefoonnummer op het vinyl. Dan belde je simpelweg en nam Derrick op! Het was het telefoonnummer van zijn ma! Zo werden er toen zaken gedaan. Zo werden dj’s geboekt en platendeals onderhandeld.

McMillan: Bij Daft Punk ging het face to face. We moesten in Parijs spelen en kregen de vraag of we hen niet wilden ontmoeten, aangezien ze fan waren van Positive Education. We bleven dus enkele dagen in Parijs hangen met enkele verlegen jongens, die amper spraken. Uiteindelijk verzeilden we op een flat, waar ze een cassette afspeelden en hun eerste kunnen aan ons toonden. Het was een soort lawaai, maar heel nieuw; heel agressief. Ik was echt verwonderd. Daar en dan besliste ik om het uit te brengen en we tekenden de deal in die flat.

Meikle: Ze stuurden toen de dat’s op via Londen; er werden platen van geperst en de rest is geschiedenis.

Maar wat gebeurde er toen? Je had twee jonge Franse producers getekend die niemand kende?
Meikle: Maar zo begint iedereen. Charles Fenckler is Charles Fenckler. Ik dacht dat we gewoon interessante muziek uitbrachten, niet dat ze wereldsterren gingen worden. Zo’n slechte A&R-man ben ik dan wel weer (lacht). Na de eerste twee, drie releases bij ons hing zowat elk label aan de lijn. Zij zagen dat er wel in.

Wanneer Kevin Saunderson in de ene room speelt en Danny Rampling in de andere en je kan de nacht niet door geraken zonder ergens eenzelfde plaat opgelegd te horen worden door dj’s uit verschillende genres, dan weet je dat er iets op til is.

McMillanDa Funk was 119 bpm, terwijl de house van toen echt rond de 130 hing. Je moest je set echt afbreken om hem op te kunnen leggen. Vrij geniaal, als je het nu bekijkt. Je had de aandacht van de hele zaal, iedereen keek op om te checken wat er gebeurde.

Meikle: Wanneer we na die hype nog eens bij Thomas Bangalter op zijn flat in Parijs kwamen, lag de hele vloer vol met faxen van Virgin, EMI, … Thomas' vader is een hoge pief in de muziekindustrie; hij wist goed genoeg wat hij deed. Misschien is het nog interessanter hoe ze telkens maar bleven bouwen. Na de ene climax volgde een nog veel hogere. Je moet het maar doen.

McMillan: Hoogtepunt van de Grammy awards: Daft Punk treedt nog een keer op. Iedereen had het er over. Dan zit je daar in je zetel. Fuck, ik tekende die gasten! Dat was echt een bizar moment.

Meikle: Maar zoals gezegd: geen spijt. We zagen er iets in, maar niet dat ze zo'n legendes gingen worden. We zijn blij dat we van het verhaal mochten deel uitmaken.

Jullie remix van die track is het meest besproken nummer van de aankomende boxset.
McMillan: Ik denk dat de fans vooral verward zullen zijn. Wanneer je Daft Punk remixt, hoef je niets te proberen overtreffen. We baseerden ons vooral op de opnames van toen. De inspiratie kwam van toen. Het is meer een herinterpretatie dan een remix. Het zit vol distortion. We wilden er een andere draai aan geven. De nieuwe generatie Daft Punk-fans zal dit dus totaal niet begrijpen.

Meikle: We probeerden nog om Pharrell erop te laten zingen, maar… (lacht).

Komt er ooit een eindpunt aan Slam of het label Soma?
Meikle: Er was nooit echt een plan, dus kan er ook nooit een einde aan komen (lacht).

McMillan: We zijn een beetje versmolten met het label. Zolang wij blijven doorgaan, doet het label dat ook – en andersom. Het is een deel van ons. Dat is onze plicht. We willen nieuwe muziek aan de wereld toevoegen.

Meikle: De muziekproductie is helemaal opengetrokken. Er kunnen nu zoveel gasten muziek maken om de juiste redenen; dezelfde redenen als waarmee wij Soma begonnen. Daarom lijkt het dus nog relevant om ermee door te gaan; zolang muziek om de juiste redenen wordt gemaakt. Mensen die een nummer in zich hebben en het simpelweg willen uitbrengen. Soma heeft dus zeker nog een verhaal te vertellen. Ik zie geen eind. Ik kan me het begin amper nog herinneren.

Op de volgende vijfentwintig, in dat geval!


13 april 2017
Ben Moens