Shame Mislukkingen zullen er altijd zijn, compromissen niet

Mislukkingen zullen er altijd zijn, compromissen niet

Dodelijk vermoeid zijn ze, Charlie Steen en Sean Coyle-Smith. De jetlag laat duidelijk zijn sporen na op zanger Charlie, die ook nog eens met een verkoudheid kampt, en ook gitarist Sean lijkt af en toe weg te doezelen. Maar interviews horen er nu eenmaal bij. En dus verbijten ze de vermoeidheid, zijn ze soms aanstekelijk enthousiast en dan weer onachtzaam als wij onze vragen op hen afvuren.

 

Jullie hebben een nummer geschreven over Theresa May. En toch staat het niet op de plaat.
Sean Coyle-Smith: Als we Visa Vulture aan de plaat hadden toegevoegd, zou de “flow” van de nummers niet meer kloppen. En omdat het ons debuut was, wilden we daar absoluut niet aan raken. De song was bovendien al min of meer bekend en dat wilden we vermijden voor dit album. Dus besloten we het niet op de plaat te zetten.

Politiek is duidelijk iets dat leeft bij jullie, maar in Lampoon zit er ook een verwijzing naar religie.
Charlie Steen: Dat nummer gaat eigenlijk eerder over alleen zijn. Ik schreef het in één ruk op een vliegtuig. Religie is eigenlijk bijkomstig voor dat nummer. Ik ben gewoon niet graag alleen. Ook politiek zit nooit rechtstreeks in mijn nummers. Het is eerder sociaal commentaar. Visa Vulture is misschien een uitzondering, maar het is tegelijk ook een liefdesliedje. Er is niet echt iets waar ik me op richt in mijn nummers. Het zijn uiteindelijk maar gedachten en dingen, die ik voortdurend neerschrijf. Oorspronkelijk was er trouwens veel meer tekst voor Visa Vulture, maar ik verplichtte mezelf om die te beperken. Nu zit er nog humor en satire in, maar het is beknopt.

Wat vinden jullie ervan dat iemand als Billy Bragg politiek zo verweeft in zijn songs?
Steen: Het was hij die ons heeft uitgenodigd voor Glastonbury.

Coyle-Smith: Niet vergeten dat hij ook prachtige liefdesliedjes schrijft.

Steen: Hij is zo iemand, die nooit toegevingen heeft gedaan. Vandaar ook dat hij zoveel respect krijgt.

Zien jullie jezelf doen wat hij doet?
Steen: Absoluut. Jezelf beperken in wat je zegt of doet, heeft een negatieve invloed op eender welke vorm van creativiteit.

Je gaat toch altijd compromissen moeten sluiten.
Steen: (aarzelt) Nee, toch niet. Er zal misschien wel een terugslag zijn, kritiek of een mislukking. Binnen de band zullen we wel compromissen sluiten. Maar ik hou me niet bezig met de muziek, enkel met de teksten.

Is het in het Engeland van nu even moeilijk voor jongeren als het in de seventies was?
Coyle-Smith: We hebben uiteraard geen referentiepunt, want we waren toen nog niet geboren, maar wij weten wel dat we nooit een eigen huis zullen hebben in de volgende tien jaar. De toekomst ziet er dan ook niet meteen rooskleurig uit. We kunnen niet eens iets huren, laat staan kopen. Misschien was het toen onmetelijk veel erger, maar nu ziet het er evenmin goed uit voor jongeren.

Het is wel zo dat mensen nu veel verdraagzamer zijn. Homoseksualiteit werd bijvoorbeeld pas onlangs wettelijk toegelaten. Niet dat er geen vooroordelen meer zijn, verre van, maar het is er wel op vooruitgegaan, wat dat betreft.

Is jullie muziek een reactie op dat economisch vooruitzicht?
Coyle-Smith: Het is moeilijk om dat alles te negeren. We zijn nog nooit aan een song begonnen met het vooruitzicht om politiek uit te halen, maar je kan de toestand onmogelijk ontkennen. En dat geldt voor iedereen die opgroeit in Londen. Dus je hebt het er onbewust waarschijnlijk wel over. Het druppelt er zeker in door.

Jullie hadden dus een aantal liedjes, waarvan er dan slechts tien op de plaat terechtkwamen?
Coyle-Smith: Het is moeilijk om precies te bepalen hoeveel songs we nu eigenlijk hebben. Er zijn er die we gewoon vergeten zijn en niet zo vaak spelen.

Steen: Er zijn ongeveer vijftien songs, die we live spelen. Visa Vulture dient misschien eerder op zichzelf te staan dan dat het binnen een verzameling hoort. We spelen het ook enkel maar bij speciale gelegenheden.

Gelegenheden zoals?
Coyle-Smith: We hebben het gespeeld op het Pitchfork festival in Parijs.

Steen: Dat was echt één van de eerste keren dat we het live hebben gespeeld. We waren er ons van bewust dat het nogal wat werk vroeg van de sound engineer. En in Parijs zat het halfweg de set en de stemmen van Josh (Finerty, bas, nvdr) en mij – wij zingen het samen - waren al rauw en vermoeid. Maar misschien hebben we in de toekomst onze eigen sound engineer en kunnen we het wel spelen.

Hoe moeilijk was het om te snoeien in je nummers?
Steen: Gemakkelijk eigenlijk. We hebben slechts twaalf nummers opgenomen.

En wat bepaalde dan dat je precies die twaalf hebt opgenomen?
Coyle-Smith: Omdat ze goed samen passen en we wilden deze plaat met opzet niet te gecompliceerd maken. Ook de productie is gebald en to the point.

Steen: Eén van de andere twee songs, die we opnamen, was gewoon niet zo goed en de andere zal op de “Extended edition” van de plaat staan. En misschien komen ze op de B-kant van één of andere single terecht.

De teksten van je songs zijn best poëtisch. Heb je er lang aan gewerkt?
Steen: Ik ben begonnen met teksten schrijven toen ik zestien jaar oud was. Dat was toen we ongeveer met de band begonnen. En er was mij al gezegd geweest dat ik daar vooral mee door moest gaan. (haalt een notaboekje uit zijn rugzak, nvdr) In dit soort notaboekjes, waarvan ik er een zestal heb, noteer ik zowat alles wat mij interessant lijkt, wat ik lees ook.

Wat lees je dan zoal? Poëzie?
Steen: 'To Kill A Mockingbird' is bijvoorbeeld één van mijn favoriete boeken. Daarvoor las ik dingen van Brett Easton Ellis, Irving Welsh, Charles Bukowski, … Toen ik jong was, was ik gek van Edgar Allan Poe. Ik hou er wel van dat Bukowski alles kort wil houden. En op school las ik ook dingen van Shakespeare, James Joyce, Virginia Woolf, Sylvia Plath hoewel die verdomd saai is, maar wel interessant en ongetwijfeld belangrijk.

Als we dan songs gaan schrijven, neem ik altijd mijn laatste boekje mee. En als er iets is in dat boekje dat past bij de song, gebruiken we dat. Als dat niet het geval is, schrijf ik ter plaatse iets nieuws. Indien ook dat niet werkt, grijp ik terug naar mijn oude boekjes of luister ik naar mijn “voice memo” en kies ik iets dat zou kunnen werken. Het komt er gewoon op neer om zo veel mogelijk te schrijven en te lezen.

Er werden nogal wat referenties bovengehaald voor jullie muziek. Wat vinden jullie daar zelf van?
Coyle-Smith: Uiteraard stellen we sommige daarvan meer op prijs dan andere. En ik heb er een hekel aan als men mij vraagt hoe ik mijn muziek moet omschrijven. Dat is per definitie toch subjectief. Wij werden bijvoorbeeld jarenlang vergeleken met Fat White Family, maar buiten het feit dat we uit dezelfde streek komen, loopt die vergelijking helemaal mank. Het is eerder belachelijk. Onze muziek is helemaal niet gelijkaardig.

Doe mij dan maar wat The Guardian zei; dat we een vuile mix van Pixies, Sleaford Mods en The Doors zijn. En ook de verwijzing naar Mark E. Smith (van The Fall, nvdr) en Mike Skinner (van The Streets, nvdr) kan ik wel appreciëren,

Naar verluidt, zijn er onder jullie, die een hekel hebben aan festivals.
Coyle-Smith: Dat klopt. Ik ben er nog steeds niet verzot op. Vooral het kamperen schrikt me af. De idee dat al die mensen samengepakt zitten op dezelfde plaats en proberen lol te trappen, lijkt mij nogal idioot, maar Glastonbury heeft mijn mening wel veranderd. Spelen op een festival is uiteraard geen enkel probleem.

Is het toeval dat Angie, het laatste nummer op de plaat, ook het langste nummer is?
Coyle-Smith: Dat was een nummer, dat al een tijdje meeging. We zijn er ooit een hele ochtend mee bezig geweest om er een goede inleiding bij te vinden, omdat we wisten dat het een goede track was. In de studio hebben we er ook heel wat tijd ingestoken om het op te nemen. Dat het zo lang werd, is eerder toeval en ook dat het achteraan de plaat is terechtgekomen, was geen opzet.

Het voelt anders aan dan de rest van de nummers.
Steen: Het is inderdaad wat meer “chilled out”.

Wat staat er nu op het programma voor de band?
Coyle-Smith: Vooral veel live spelen uiteraard. Hopelijk wordt de plaat goed ontvangen, maar dat kan je sowieso niet voorspellen. We hebben al een paar nieuwe nummers geschreven, die misschien op de volgende plaat terecht zullen komen, maar we hebben nog geen enkel idee van de muzikale richting die we daarmee uit zullen gaan.

Charlie, waarom trek je eigenlijk in godsnaam altijd je kleren uit?
Steen: Waarom niet eigenlijk? Ik zweet gewoon nogal veel. Toen we met de band startten, was ik me extra bewust van het feit dat ik mollig was, maar ik heb geleerd om me daar over te zetten. Nu voel ik me gewoon beter zonder hemd en broek

Hebben jullie de video's voor jullie songs zelf geregisseerd?
Steen: Regisseren hebben we niet echt zelf gedaan, maar voor die van Visa Vulture heb ik wel bepaald welke kleren we zouden dragen en heb ik de storyboards uitgetekend. En ook voor Tasteless heb ik dat gedaan. Mica Levi regisseerde Gold Hole en de live opname van The Lick. Het is gewoon een andere vorm van creativiteit.

Coyle-Smith: We wilden er altijd wel bij betrokken worden. Het monteren en zo hebben we nooit zelf gedaan.

Waar komt de bandnaam eigenlijk vandaan?
Coyle-Smith: De vader van onze drummer (Charlie Forbes, nvdr) kwam ermee af. En we hebben er heel lang een vreselijke hekel aan gehad omdat wij vonden dat het naar metal refereerde en we dat niet waren.

Op 18 mei speelt Shame in de Botanique.


3 januari 2018
Patrick Van Gestel