Savalas - Knal erop

Voor het Plazahotel in Brussel staan David Poltrock (toetsen), Jan Roelkens (zang, gitaar) en Diederik Luyckx (bas) te genieten van het winterzonnetje en een babbeltje te slaan met de fotograaf van De Morgen. De heren van Savalas zien er ontspannen uit. Tevreden met het geleverde werk. Dat werk omvat een nieuw album dat onder de titel ‘Exercise And Karma Drills’ wordt uitgebracht. Hoog tijd dus voor een babbel.





Hoe verliepen de opnames?

David: Heel vlot. We hebben in twee etappes opgenomen. Alles is perfect verlopen. Eigenlijk zijn we helemaal anders te werk gegaan dan op de vorige plaat. De vorige plaat was al bijna klaar toen we de studio ingingen. Iedereen wist wat hij moest spelen. We hebben alles apart opgenomen. Bij deze plaat zijn we eerst gaan repeteren. We zijn een week naar de Ardennen getrokken. Voor de eerste en de tweede sessie hebben we daar alles in één dag opgenomen. Bij mij thuis hebben we dan nog wat overdubs, toeters en bellen toegevoegd.



Het album klinkt wel helemaal anders. Maar dat was waarschijnlijk de bedoeling.

David: Ja, dat is nu net te wijten aan de manier waarop we de plaat hebben opgenomen. Deze is veel ruwer, veel meer live. We hebben veel minder tijd besteed aan de opnames dan bij de vorige plaat.



Toen we hem de eerste keer de cd-speler instaken, vroegen we ons af: “Is dit wel Savalas?”

Diederik: Dat dachten wij in het begin eigenlijk ook. Uitendelijk hebben we nu van begin tot einde als groep aan deze cd gewerkt, terwijl David de vorige plaat eigenlijk al voor een heel stuk af had voor hij ons tegen kwam.

David: Dat klopt. Hier zijn we samen aan begonnen en we hebben het samen afgewerkt. Het is een andere manier van werken en dat weerspiegelt zich in het klankbeeld van de cd. Intussen hebben we ook al wat try-outs voor de liveshows gedaan en de repetities gingen supervlot. Bij de vorige plaat moesten we de nummers eigenlijk opnieuw leren spelen omdat ze gewoon op een andere manier waren opgenomen.



Bij het eerste nummer dachten we meteen aan The Sound. Was dat de bedoeling?

David: Er zijn veel mensen die dat zeggen. The Sound is nu toevallig één van mijn favoriete groepen uit die periode. Frank Van der Linden (van De Mens, nvdr) zei dat ook meteen toen hij het hoorde. Het ligt vooral aan dat basgeluid met die strings erover.



Was dat toevallig?

David: Het was toevallig. Weet je, uiteindelijk maak je muziek naar het voorbeeld van de muziek die je zelf goed vindt. Zelf ben ik al jaren fan van Joy Division en nog meer van The Sound.

Diederik: Het is zeker niet bewust gebeurd. We hadden het niet in gedachten toen we eraan begonnen.

Jan: Inderdaad, je begint eraan en op het moment dat het nummer klaar is, blijkt dan dat het iets van The Sound weg heeft.

David: Soms gebeurt ook net het omgekeerde. Je denkt aan een bepaalde artiest of groep bij het maken van een nummer en, gezien er nog geen tekst is, noem je dat nummer dan “idee Ben Folds” omdat je dat nummer daar wel iets van weg vindt hebben. Maar naarmate het productieproces vordert, naarmate er gerepeteerd is geweest, krijgt dat nummer een totaal andere wending en lijkt dat uiteindelijk in de verste verte niet meer op Ben Folds. Op dat ogenblik wordt dat een eigen nummer, een nummer van Savalas. Dat is het mooie daaraan.



Soms heb je wel de indruk dat de stijlen vrij ver uit elkaar liggen. Ben je dan niet bang dat de plaat tussen wal en schip gaat vallen?

David: Kijk, we luisteren allemaal naar allerlei soorten muziek. Of dat nu melodieuze muziek is of muziek die gebaseerd is op stevige riffs. Daar staan we allemaal voor open. We hebben allemaal een heel gevarieerde platenkast. Maar wat je zei, het kan inderdaad een nadeel zijn, maar ook een voordeel omdat je op die manier een heel diverse plaat krijgt. Bovenal dragen alle songs duidelijk de Savalas-stempel. Er is het typische stemgeluid van Jan. De nummers zijn ook allemaal samen opgenomen. De drumklanken zijn dezelfde. Er blijft toch een zekere continuïteit in de plaat zitten. De nummers zweven inderdaad tussen heel melodieuze popsongs en nummers als Round & Around en Thank You, die wat meer riff-gebaseerd zijn. Maar ik zou het dom vinden om om die reden een nummer niet op een plaat te zetten.



Wat vinden jullie van het initiatief als dat van Sarah Bettens? Zouden jullie daarvoor te vinden zijn?

David: Ik denk van wel. Ik heb er een beetje een dubbel gevoel over. Zelf kom ik uit een tijd waarin LP’s de norm waren. Voor ons is dat moeilijk te snappen, heel die verandering die nu plaats vindt. Maar in onze entourage zitten wel mensen die daar mee bezig zijn, die weten hoe daarmee om te gaan. Maar voor alle grote platenfirma’s en dan vooral independents is het koffiedik kijken. Sarah Bettens heeft naar mijn mening zeker de juiste keuze gemaakt. Natuurlijk kan je zoiets nu niet meer doen. Maar ze zou nooit zoveel aandacht hebben gekregen voor haar plaat of zoveel keer “verkocht” zijn geweest als ze dat niet had gedaan. Ik sta daar niet weigerachtig tegenover. Maar Sarah Bettens heeft al een en ander bewezen terwijl wij nog aan het begin van onze carrière staan. De Morgen gaat ons niet benaderen, met miljoenen staan zwaaien en zeggen dat ze ons iets dergelijks aanbieden.



Kunnen jullie trouwens leven van jullie muziek?

David: We kunnen niet leven van Savalas alleen, maar wel van muziek spelen. Hopelijk verandert dat binnen afzienbare tijd.



Op de vorige cd hebben nogal wat gasten meegespeeld. Was dat nu ook het geval?

David: Neen, het moest echt een Savalas-plaat worden. We zijn natuurlijk wel afhankelijk van een drummer. We zijn nu eenmaal een trio en hebben geen vaste drummer. Die hebben we dan in de persoon van Mario Goossens (van o.a. Triggerfinger, nvdr) geëngageerd. Hij heeft dat waanzinnig goed gedaan. Hij gaat trouwens ook live mee. Maar afgezien daarvan zijn er alleen een paar kleine gitaardingen ingespeeld door Geoffrey Burton en Ruben (Block, nvdr). Jan is trouwens gegroeid in zijn gitaarspel. Voor vijfennegentig procent hebben we de plaat zelf ingespeeld.

Jan: Op het ogenblik dat David mij belde, was ik niet echt met gitaar spelen bezig. Ik werd dan tussen gitaristen als Geoffrey Burton of Ruben Block gegooid en besefte al gauw dat ik een maatje te klein was om dat zelf te kunnen. Maar daar heb ik hard aan gewerkt.[pagebreak]



Het spelen zelf zal ook wel geholpen hebben.

Jan: Ik speel al heel lang hoor, al ben ik eigenlijk pianist. Als gitarist ben ik nooit echt bezig geweest en dit was een goede aanleiding om daarmee te beginnen. Op deze plaat heb ik het meeste gitaarwerk voor mijn rekening genomen en daar ben ik behoorlijk trots op.



Vaak lijken de teksten de muziek tegen te spreken.

David: Daar kan ik inkomen. De teksten zijn bij bepaalde nummers vrij donker terwijl de muziek dan weer vrij opgewekt is. Ik hou wel van die tegenstelling.

Jan: Het vormt ook een mooi contrast. Er staan ook een aantal uitgesproken happy songs op de plaat. Dat is zo’n beetje als het leven zelf. Ook dat is niet ééndimensioneel tragisch of positief.

David: Ik denk dat het ook wel moeilijk is om vrolijke teksten te schrijven. Iets dat goed draait, is per definitie immers een beetje saai. Daar kan je niks zinnigs over vertellen. Ook al zijn de teksten heel donker, wij zijn dat eigenlijk helemaal niet. Dat maakt het juist zo interessant om ze te schrijven.



Zou het dan geen uitdaging zijn om een echte happy song te schrijven?

David: Dat hebben we gedaan. En dat ene nummer, Happy Song #1, heeft ook een vrij positieve boodschap. Het leven bestaat nu eenmaal uit tegenstellingen. Je kan iets niet duidelijk maken zonder daar een contrast tegenover te zetten. Je kan niet blij zijn als je niet weet wat droevig zijn inhoudt. Ik denk dat in elk van mijn teksten ook wel een beetje hoop en vrolijkheid zit. Alleen moet je er soms wel naar zoeken.

Jan: Als je goed luistert, wordt er op het einde van Happy Song gelachen. Normaal gezien zou dat weggeknipt worden, maar we hebben het toch laten staan. De sfeer was daar heel uitgelaten. We hebben daar de nadruk gelegd op het spelplezier. Het laatste nummer And Smiled At Her daarentegen is een heel tragisch nummer met een heel donkere tekst. Op dat moment waren we daar dan op gefocust.

Diederik: Nochtans zit daar op een of andere manier ook humor in.

David: Ja. Ik heb kei- en keihard gewerkt aan de teksten. Ik ben eigenlijk geen tekstschrijver. Ik ben muzikant. Voor mij is het dan ook dubbel zo moeilijk. Ik heb wel eens met mensen gewerkt die een fantastische tekst schreven op een half uur tijd. Zelf moet ik daarop zwoegen, elk woord omdraaien. Ik heb dan een Australische producer leren kennen met wie ik uitgebreid over die teksten heb gepraat. Hij wou in detail weten waar ze over gingen. Elk zinnetje werd apart ontleed. Het was aangenaam om zo te werken. Anders is teksten schrijven voor mij een last. Ik zal nooit een tekstschrijver pur sang worden. Maar toch ben ik trots op de teksten van deze plaat, precies omdat ik er zo hard aan gewerkt heb.



De betekenis van Exercise & Karma Drills is toch niet echt duidelijk.

David: Ik wist dat die vraag ging komen.

Diederik: Het klinkt wel goed.

Jan: Als we met zijn allen samen zitten om de teksten te overlopen, is het belangrijk dat het goed bekt.

David: Die Australische producer, die mij trouwens ook met mijn Engels heeft geholpen, wou de titel eigenlijk veranderen. Maar alle voorstellen die hij deed, waren minder goed qua klank. Het nummer is eigenlijk een afrekening met een aantal mensen die zich volledig verliezen in allerlei vormen van spiritualiteit en esoterie, maar die op die manier het contact met de werkelijkheid volledig verliezen. Het probleem met de titel Exercise & Karma Drills zit hem in het woordje Exercise, dat in de puur Engelse context de lading niet helemaal dekt.

Diederik: Het roept vragen op.

David: Dat klopt. Maar wat bedoelt Millionaire met ‘Outside The Simian Flock’. Toch is het een van de beste albumtitels die ik de laatste jaren heb gehoord. Ongetwijfeld kunnen ze daar ook een uitleg aan geven. Ik hou wel van dat soort titels.



Hebben jullie het album zelf geproducet?

Jan:
Alle drie samen.

Diederik: We hebben op verschillende vlakken geproducet eigenlijk. Tijdens het repeteren doe je eigenlijk ook productiewerk. Je gaat dingen veranderen. Je vindt dat dat wel en dat niet werkt.

David: Productie gaat ook over samen een richting bepalen die de plaat moet uitgaan, over samen naar muziek luisteren. Dat hebben we heel veel gedaan. Uiteindelijk hebben we dan die richting gekozen en dan draagt iedereen zijn steentje bij, ook al is het slechts de klank van een instrument aanpassen.

Jan: We zijn geen rijke band. Misschien was het leuk geweest - en in de toekomst gebeurt dat misschien ooit wel eens – als we een buitenlandse producer hadden kunnen aanspreken, maar we zagen het niet zitten om daar veel geld tegenaan te gooien. Dus hebben we besloten om het zelf te doen. Achteraf blijkt dat een goede beslissing geweest te zijn. Het resultaat heeft identiteit, klinkt zoals wij dat wilden.



Hoe zit het met de platenmaatschappijen?

David: De vorige plaat werd in Nederland uitgebracht en verdeeld door V2. Dit keer zijn we ook voor België bij V2 langsgegaan. We voelden ons goed bij de persoon met wie we contact hadden bij V2 Nederland. We hebben hem wat demo’s laten horen voor deze plaat en de week daarna lag er een voorstel van contract in onze bus. Bij de keuze van deze single en de volgende singles houden wij sterk rekening met wat zij te zeggen hebben. Zij moeten het product uiteindelijk aan de man brengen en de media kunnen overtuigen van onze kwaliteiten. Bij een major is dat niet altijd zo. Zij krijgen soms enorm veel releases te slikken. Met V2 verloopt de samenwerking heel erg vlot.



Zijn er ambities om met deze plaat ook internationaal te gaan?

David: Natuurlijk, de plaat komt zeker in Nederland uit en er zijn onderhandelingen begonnen om de plaat ook in Duitsland en Zwitserland uit te brengen. In Zwitserland heeft de vorige plaat het betrekkelijk goed gedaan en naar verluidt is men er nog enthousiaster voor deze plaat. In oktober gaan we terug daar naartoe om er enkele shows te spelen. Ik besef wel dat we een kleine band zijn. We beginnen in België en zien wel waar we terecht komen. Internationaal gaan kost ook tonnen geld.



Hang je voor iets dergelijks ook af van de platenmaatschappij?

David: Omdat wij mastereigenaar zijn en de plaat ook zelf helemaal bekostigd hebben, zijn wij ook verantwoordelijk voor alle promo in het buitenland. De platenfirma onderhandelt wel mee, maar uiteindelijk hebben we de handen vrij om met wie dan ook in zee te gaan. De persoon die het meest enthousiasme betoont, die ons wil ondersteunen, die krijgt de voorkeur.



En voor Zwitserland is dat proces al aan de gang?

David: Dat is al bijna rond.

Jan: Dat moet je echt doen. Vorig jaar hebben we getourd in Duitsland en Zwitserland. Dat was soms echt surrealistisch. In België zijn we een vrij onbekende band. Daar moeten we eerlijk in zijn. Ginder zijn we ontvangen als prinsen, hebben we gespeeld voor veel volk. Het doet je wel iets om te zien dat mensen daar dat nummer meezingen.



Wat gaat de toekomst voor Savalas nog brengen?

David: We zijn heel gelukkig met deze plaat. De volgende platen zullen meer in het verlengde van deze plaat liggen. Dit systeem heeft gewerkt. Hier hebben we samen aan gewerkt. Dat is veel leuker. Bij de vorige zat ik moederziel alleen in mijn studio te werken. We zijn een week naar de Ardennen geweest, hebben ons daar plat gezopen, maar we hebben ook keihard gerepeteerd. Het is nu ook leuk om dit live te brengen. We zijn een echt team met Mario er nog bij. We voelen elkaar aan. De eerste try-out was een beetje zoeken, maar de tweede was er knal op.

3 februari 2009
Patrick Van Gestel